Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 18 december 2025, houdende regels ter zake van de vaststelling van vergadervergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies (Verordening vergadervergoedingen SER)

De Sociaal-Economische Raad;

Gelet op artikel 9 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad;

Besluit:

§ 1 Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    a. raad:

    Sociaal-Economische Raad;

    b. commissie:

    commissie van de raad, waaronder het dagelijks bestuur, een domeincommissie, een adviescommissie, een uitvoeringscommissie, een commissie ex artikel 19, 42 of 43 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad, alsmede een subcommissie of werkgroep van een commissie;

    c. leden:

    leden van de raad of een commissie;

    d. vergadering:

    vergadering van de raad, het dagelijks bestuur of een commissie.

  • 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt de Bedrijfscommissie beschouwd als een commissie.

§ 2 Vergoedingen

Artikel 2

  • 1. Vergoedingsgerechtigd zijn:

    • a. leden die deelnemen aan een vergadering;

    • b. plaatsvervangende leden, indien zij deelnemen:

      • in de plaats van een van de leden; of

      • op uitnodiging van de voorzitter.

    • c. adviserende leden van de raad, van het dagelijks bestuur en van de commissies, indien zij op persoonlijke titel zijn benoemd.

  • 2. Adviserende leden van de raad, van het dagelijks bestuur en van de commissies namens een overheidsorganisatie of een bij wet ingesteld adviescollege zijn niet vergoedingsgerechtigd.

Artikel 3

  • 1. Vergoedingsgerechtigden ontvangen per deelname aan een vergadering een vacatievergoeding.

  • 2. De vacatievergoeding is afhankelijk van de duur van de vergadering. De standaardvacatievergoeding geldt voor vergaderingen tot maximaal drie uur. Voor vergaderingen langer dan drie uur is de vacatievergoeding 150 procent van de standaardvacatievergoeding.

  • 3. De vacatievergoeding voor voorzitters van commissies is 125 procent van de vacatievergoeding voor de overige vergoedingsgerechtigden.

  • 4. De hoogte van de standaardvacatievergoeding wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld.

Artikel 4

  • 1. Vergoedingsgerechtigden ontvangen per dag waarop zij aan een of meer vergaderingen hebben deelgenomen, een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.

  • 2. De reiskostenvergoeding wordt berekend op grond van een vast bedrag per kilometer voor de afstand heen en terug tussen het adres waar de vergoedingsgerechtigde kantoor houdt en de plaats waarin de vergadering wordt gehouden. De afstand wordt vastgesteld op basis van de meest gebruikelijke reisroute over de weg.

  • 3. De verblijfkostenvergoeding betreft een vast bedrag per dag.

  • 4. Geen recht op reis- en verblijfkostenvergoeding ontstaat wanneer vergoedingsgerechtigden uitsluitend via digitale middelen hebben deelgenomen aan een vergadering.

  • 5. De hoogte van de in dit artikel bedoelde vaste bedragen wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld.

Artikel 5

De door de secretaris geaccordeerde digitale presentielijst van een vergadering strekt tot uitsluitend bewijs dat vergoedingsgerechtigden aan de vergadering hebben deelgenomen of de vergadering hebben voorgezeten.

Artikel 6

  • 1. Deze verordening is van overeenkomstige toepassing op:

    • a. de deelnemers aan het periodieke Kroonledenoverleg;

    • b. de externe leden van de Commissie Bezwaarschriften;

    • c. de deelnemers aan vergaderingen van het Jongerenplatform.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan bepalen in welke gevallen deze verordening niet van toepassing is. In het Besluit vergadervergoedingen SER wordt hier melding van gemaakt.

Artikel 7

In andere gevallen beslist de algemeen secretaris namens de Raad welke deelnemers voor een vergoeding in aanmerking komen.

§ 3 Wijzigingsbepaling

Artikel 8

De Verordening op de bedrijfscommissies 2002 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19 komt te luiden:

Artikel 19

Een bedrijfscommissie kan nadere regelen stellen over haar werkwijze. Deze regelen behoeven de goedkeuring van de Raad.

§ 4 Slotbepalingen

Artikel 9

De Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant.

Artikel 11

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening vergadervergoedingen SER.

Den Haag, 18 december 2025

K. Putters voorzitter

K. Keybets waarnemend algemeen secretaris

TOELICHTING

Algemeen

In artikel 9 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad is bepaald dat de leden van de raad een vergoeding kunnen genieten volgens door de raad bij verordening te stellen regelen. Op grond van de artikelen 15 en 19 is dit artikel ook van toepassing op het dagelijks bestuur en op de commissies van de SER. De onderhavige verordening strekt ter uitvoering van deze artikelen. Deze verordening is niet van toepassing op de voorzitter van de raad. De bezoldiging van de voorzitter van de raad is geregeld in een afzonderlijke verordening. De onderhavige verordening vervangt de Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies.

De directe aanleiding om de oude vergoedingsregeling te vervangen is dat er een nieuwe commissiestructuur is ingevoerd. Daarbij zijn oude commissies komen te vervallen en nieuwe commissies ingesteld. Daarnaast bleek in de praktijk dat niet alle commissies van de SER formeel onder de werkingssfeer van de verordening vielen. Dat gebrek is in de onderhavige verordening hersteld. Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele wetgevingstechnische wijzigingen in de verordening aan te brengen. Inhoudelijk is zoveel mogelijk getracht aan te sluiten bij de opzet en wijze van vergoeden, zoals dat in de oude verordening was geregeld.

In deze toelichting wordt met name ingegaan op de wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening.

In artikel 1 is de definitie van het begrip commissie gewijzigd. In het verleden vielen uitsluitend commissies die zijn ingesteld op grond van de artikelen 19, 42 of 43 van de Wet op de Sociaal-Economische Raad onder dit begrip. In de onderhavige verordening vallen alle commissies van de SER, alsmede subcommissies of werkgroepen van deze commissies, ongeacht of de commissies een wettelijke grondslag hebben, onder de vergoedingsregeling. Formeel is dit een uitbreiding van de werkingssfeer van de verordening, maar materieel is er geen sprake van een wijziging, omdat in de praktijk de leden van al deze overlegvormen al een vergoeding ontvingen overeenkomstig met die van de leden van de wettelijke commissies. Voorts is in 2025 de commissiestructuur van de SER gewijzigd. Daarbij zijn alle oude commissies opgeheven en nieuwe commissies ingesteld volgens een nieuwe structuur. Deze nieuwe structuur bestaat uit de instelling van domeincommissies, waaronder advies- en uitvoeringscommissies vallen. Deze nieuwe commissievormen zijn thans expliciet in de definitie van het begrip commissie benoemd. Ten slotte is in dit artikel bepaald dat ook de bedrijfscommissie onder de toepassing van deze verordening valt. Daarmee vervalt de noodzaak voor de Bedrijfscommissie om een eigen vergoedingsregeling vast te stellen. In dat kader is tevens een wijzigingsbepaling opgenomen die de bevoegdheid van de Bedrijfscommissie om haar eigen vergoedingsregeling vast te stellen schrapt uit de Verordening op de bedrijfscommissies 2002.

In artikel 2 zijn de bepalingen die het vergoedingsrecht van plaatsvervangende leden regelen aanzienlijk vereenvoudigd. Dit betreft met name een tekstuele wijziging. Inhoudelijk blijft de strekking van de vergoedingsregeling ongewijzigd.

Uit oogpunt van vereenvoudiging is in artikel 3 de lagere vergoeding voor vergaderingen die korter dan een uur duren komen te vervallen

In artikel 4 is aangehaakt bij de ontstane praktijk dat leden langs digitale weg kunnen deelnemen aan een vergadering. In zo’n geval hoeft de vergoedingsgerechtigde niet fysiek naar de vergadering te reizen en ontstaat er derhalve ook geen recht op reis- en/of verblijfkosten.

In het verleden moesten de deelnemers aan een vergadering hun deelname – en daarmee het vergoedingsrecht – aantonen door middel van het ondertekenen van een presentielijst. In de huidige praktijk geschiedt dit door middel van een digitale presentielijst, die door de secretaris van de vergadering wordt ingevuld en geaccordeerd. De verordening is in artikel 5 met deze nieuwe werkwijze in overeenstemming gebracht.

In artikel 6 worden de vergoedingsregels van overeenkomstige toepassing verklaard op enkele vaste gremia, die niet een commissie zijn in de zin van artikel 1, maar waarvan de deelnemers wel recht behoren te hebben op een vergoeding.

Ten slotte wordt opgemerkt dat – net als in het verleden – de feitelijke hoogte van de vergoedingsbedragen wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur. Dit geschiedt in het Besluit vergadervergoedingen SER. Dit besluit bevat ook eventuele uitzonderingen op de werkingssfeer van deze verordening.

Den Haag, 18 december 2025

K. Putters voorzitter

K. Keybets waarnemend algemeen secretaris

Naar boven