Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 25209 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 25209 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 11.1.1, vierde lid, en artikel 11.1.10, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
consumentenprijsindex, ‘reeks alle huishoudens’, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek;
Dienst Uitvoering Onderwijs;
opleidingscode die is opgenomen in de vierde kolom van de tabel in bijlage 1 bij de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016;
Wet educatie en beroepsonderwijs.
De aanvraag voor erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding, bedoeld in artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet, geschiedt met gebruikmaking van de E-formulieren die op de website van DUO worden aangeboden en ingediend:
duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/niet-bekostigd-onderwijs/diploma-erkenning-aanvragen.jsp.
De nadere regels over de bij de aanvraag te verstrekken bescheiden en gegevens, bedoeld in artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet, zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
1. Een aanvrager die op het moment van de aanvraag geen andere beroepsopleiding verzorgt, is voor de kosten, bedoeld in artikel 11.1.10, eerste lid, van de wet, een vergoeding verschuldigd van € 952 per opleidingscode.
2. Indien de aanvraag niet wordt gehonoreerd en de aanvrager die geen andere beroepsopleiding verzorgt, een nieuwe aanvraag indient voor erkenning voor dezelfde beroepsopleiding met dezelfde opleidingscode in dezelfde leerweg, bedraagt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, € 476 per opleidingscode.
3. De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, kunnen jaarlijks door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert
De bij de aanvraag, bedoeld in artikel 11.1.1 van de wet, te verstrekken bescheiden en gegevens, zijn de volgende:
A. Voor aanvragers van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 11.1.2 van de wet:
a. een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de wet;
b. een beschrijving van de wijze waarop de zorgplicht ten aanzien van de keuzedelen, bedoeld in artikel 6.1.2a van de wet, wordt ingevuld;
c. een afschrift van de informatie die aan aspirant-studenten wordt verstrekt, bedoeld in artikel 6.1.3a van de wet;
d. de naam van het opleidingsdomein, het kwalificatiedossier en de kwalificatie en een omschrijving van de inrichting van de aangeboden opleiding of opleidingen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, bedoeld in de artikelen 7.1.2 en 7.2.7 van de wet, met uitzondering van de laatste bijzin van artikel 7.2.7, zevende lid, van de wet;
e. een beschrijving van de wijze waarop studenten in de gelegenheid zijn om aan voor de beroepsopleiding vastgestelde beroepsvereisten te voldoen en bij examinering aan die vereisten, bedoeld in artikel 7.2.6 van de wet, wordt voldaan;
f. een afschrift van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst, een beschrijving van de manier waarop de beroepspraktijkvorming en de beoordeling van de student worden vormgegeven en een opgave van de bedrijven die als leerbedrijf fungeren als bedoeld in artikel 7.2.8 van de wet, met een bewijs van de erkenning als leerbedrijf als bedoeld in artikel 5.2.3, tweede lid, van de wet, of een weergave van de verkenning en contacten met bedrijven die mogelijk als leerbedrijf gaan fungeren, vergezeld van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de genoemde leerbedrijven;
g. een omschrijving waaruit blijkt dat en op welke wijze het bevoegd gezag zorgdraagt voor de beschikbaarheid van de praktijkplaatsen, bedoeld in artikel 7.2.9 van de wet, en voor de totstandkoming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet;
h. een omschrijving van de wijze waarop studenten in de gelegenheid worden gesteld om een examen af te leggen en waarop zij worden geëxamineerd en beoordeeld als bedoeld in artikel 7.4.2 van de wet en waaruit blijkt dat hierbij wordt voldaan aan de kwaliteitsstandaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de wet;
i. indien de examinering wordt overgedragen aan een andere instelling, aan een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs of aan een exameninstelling als bedoeld in artikel 7.4.4a van de wet, een opgave van de naam en de adres- en contactgegevens van die instelling of aanbieder;
j. indien de examinering wordt verzorgd door de aanvrager een beschrijving van de wijze van instelling, benoeming en samenstelling van de examencommissie of examencommissies, bedoeld in artikel 7.4.5 van de wet, met een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager de deskundigheid van de leden van de examencommissie of examencommissies op het gebied van de desbetreffende opleiding of groepen van opleidingen of op het gebied van examinering toetst en van de wijze waarop de aanvrager het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie of examencommissies waarborgt;
k. een beschrijving van de wijze waarop de examencommissie de kwaliteit van de examinering en van de instellingsexamens vaststelt en borgt alsmede een afschrift van de richtlijnen en aanwijzingen die de examencommissie heeft vastgesteld om de instellingsexamens te beoordelen en van het vrijstellingenbeleid, bedoeld in artikel 7.4.5a van de wet;
l. het beleid van de examencommissie met betrekking tot het verstrekken van de certificaten en de diploma’s, bedoeld in de artikelen 7.2.3 en 7.4.6 van de wet;
m. het beleid van de examencommissie met betrekking tot het verstrekken van de mbo-verklaringen, bedoeld in artikel 7.4.6a van de wet;
n. een beschrijving van de wijze waarop het bevoegd gezag zorgt voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering en een afschrift van de onderwijs- en examenregeling en van de regels van de examencommissie met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van toetsen, het examen en examenonderdelen, bedoeld in artikel 7.4.8 van de wet;
o. een opgave van de samenstelling van de intern of extern georganiseerde commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 7.5.3 van de wet;
p. een beschrijving van de gehanteerde vooropleidingeisen, bedoeld in artikel 8.2.1 van de wet, en de wijze waarop hierop door de aanbieder wordt gecontroleerd;
q. voor zover sprake is van een samenwerkingscollege, tevens een afschrift van de schriftelijke overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in artikel 8.6.1 van de wet, een afschrift van de onderwijs- en examenregeling en een beschrijving van de aanwijzing van de examencommissie en de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in artikel 8.6.3 van de wet;
r. een opgave van de vastgestelde studieduur, bedoeld in artikel 11.1.4 van de wet;
B. Voor aanvragers van een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de loopbaanbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 11.1.3 van de wet: de gegevens en de bescheiden, bedoeld in de onderdelen a tot en met r hierboven, met uitzondering van de bescheiden en gegevens die de niet voor deze aanvragers geldende voorwaarden, bedoeld in artikel 11.1.3, onderdelen a tot en met c, van de wet, betreffen.
Aanvragers die voor het eerst een aanvraag voor erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding doen alsmede bestaande aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag doen voor erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding buiten het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel buiten het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, dienen de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens integraal met het aanvraagformulier in.
Dit geldt ook voor instellingen die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen in de beroepsopleidende of de beroepsbegeleidende leerweg (bol en bbl) verzorgen en die een aanvraag doen voor een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding buiten het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel buiten het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij de bekostigde beroepsopleidingen verzorgen.
Voor aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag voor erkenning doen voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding binnen het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel binnen het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, bepaalt de inspectie na ontvangst van de aanvraag welke van de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens moeten worden verstrekt.
Dit geldt ook voor instellingen die uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleidingen in de beroepsopleidende leerweg of de beroepsbegeleidende leerweg (bol en bbl) verzorgen en die een aanvraag doen voor een erkenning voor een niet bekostigde beroepsopleiding binnen het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel binnen het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij de bekostigde beroepsopleidingen verzorgen.
De inspectie kan na kennisneming van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte bescheiden en gegevens nog nadere bescheiden en gegevens opvragen, indien zij dit noodzakelijk acht om de aanvraag aan de erkenningsvoorwaarden te kunnen toetsen.
Dit geldt zowel voor aanvragen waarbij de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens integraal met het aanvraagformulier worden ingediend als voor aanvragen waarbij de inspectie na ontvangst van de aanvraag bepaalt welke van de in deze bijlage aangeduide bescheiden en gegevens moeten worden verstrekt.
Instellingen en andere natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen een diploma verstrekken in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) voor een beroepsopleiding die niet door de overheid wordt bekostigd. Hiervoor is een erkenning vereist die kan worden verleend als het onderwijs en de examinering aan bepaalde kwalitatieve maatstaven voldoen. Deze erkenning wordt in de praktijk ook wel ‘diploma-erkenning’ genoemd.
De aanvraag voor een erkenning kan worden gedaan door een natuurlijke persoon of rechtspersoon. Aan de rechtsvorm van de aanvrager worden geen eisen gesteld.
De aanvraag voor een diploma-erkenning kan ook worden gedaan door het bevoegd gezag van een bekostigde instelling, wanneer het bevoegd gezag een niet uit ’s Rijks kas bekostigde opleiding wil aanbieden. Het is mogelijk dat de rechtspersoon die een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs in stand houdt, tegelijkertijd het bevoegd gezag is van een (bekostigde) instelling. Wanneer het bevoegd gezag van een (bekostigde) instelling een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding aanbiedt, gelden in dat verband de regels voor aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs.
De aanvraag voor een erkenning is een aanvraag om een besluit te nemen, meer specifiek een beschikking in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als de erkenning wordt verleend, heeft de aanvrager het recht om diploma’s, certificaten en mbo-verklaringen te verstrekken aan studenten van de desbetreffende
beroepsopleiding die aan de daarvoor geldende eisen voldoen.
Deze regeling stelt de wijze van de indiening van de aanvraag vast. Verder geeft deze regeling nadere regels over de bij de aanvraag te verstrekken bescheiden en gegevens, die noodzakelijk zijn om te beoordelen of aan de erkenningsvoorwaarden uit de WEB wordt voldaan. Tenslotte strekt deze regeling ertoe om bedragen ter vergoeding van de kosten van de behandeling van de aanvraag en van de afgifte van de erkenning vast te stellen.
Aanvraag erkenning
Een diploma-erkenning wordt aangevraagd per beroepsopleiding en per leerweg, te weten de beroepsopleidende leerweg (bol), de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) of de loopbaanbegeleidende leerweg (lbl). Bij het indienen van de aanvraag is de aanvrager verplicht gebruik te maken van één van de op de site van DUO aangeboden aanvraagformulieren.
Het is mogelijk om meerdere aanvragen gelijktijdig in te dienen.
Aanvragers die een eerste aanvraag doen voor diploma-erkenning voor een niet bekostigde beroepsopleiding alsmede instellingen en bestaande aanbieders die een aanvraag voor diploma-erkenning doen voor een niet bekostigde beroepsopleiding buiten het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel buiten het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, dienen direct bij de aanvraag bescheiden en gegevens te verstrekken waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals opgesomd in artikel 11.1.2 (voor de bol en bbl) en 11.1.3 (voor de lbl) van de WEB.
In de bijlage bij deze regeling wordt omschreven welke bescheiden en gegevens de aanvrager moet verstrekken.
Voor instellingen en aanbieders van niet bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag voor diploma-erkenning doen voor een niet bekostigde beroepsopleiding binnen het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel binnen het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, bepaalt de inspectie na ontvangst van de aanvraag welke van de in de bijlage bij deze regeling omschreven bescheiden en gegevens moeten worden verstrekt.
De aanvraag wordt ingediend bij DUO. De inhoudelijke beoordeling van de aanvraag wordt uitgevoerd door de inspectie, die een advies uitbrengt aan de minister.
De minister neemt binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit. Deze termijn kan worden verlengd in de in artikel 4:15 Awb genoemde gevallen, waaronder de situatie dat de aanvraag incompleet is of de inspectie via DUO de aanvrager verzoekt de aanvraag aan te vullen.
Kostendekkende vergoeding voor nieuwe organisaties
Nieuwe organisaties die een diploma-erkenning aanvragen, waaronder wordt verstaan organisaties die nog niet beschikken over een registratie in de Registratie instellingen en opleidingen (RIO), betalen een kostendekkende vergoeding voor de behandeling van de aanvraag.
In deze regeling wordt de hoogte van deze vergoeding bepaald.
In het geval een nieuwe organisatie die geen andere beroepsopleiding verzorgt, een hernieuwde aanvraag indient voor erkenning voor dezelfde beroepsopleiding met dezelfde opleidingscode en in dezelfde leerweg, omdat de oorspronkelijke aanvraag werd afgewezen, wordt een gereduceerd tarief gehanteerd.
Besluit minister
De minister neemt binnen drie maanden na ontvangst van de (complete) aanvraag een besluit over de aanvraag. DUO informeert de aanvrager over het door de minister genomen besluit. Als de aanbieder voldoet aan alle vereisten, verleent de minister een erkenning. De minister kan een erkenning verlenen voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van twee jaar.
Deze regeling met regels voor het indienen van een aanvraag en over de te verstrekken bescheiden en gegevens leidt niet tot toename van de regeldruk omdat deze regels overeenkomen met die van de voorheen geldende Beleidsregel aanvraagprocedure diploma-erkenning voor niet-bekostigde beroepsopleidingen (2021). Wel zorgt de introductie van de kostendekkende vergoeding van artikel 11.1.10 van de wet, waarvoor artikel 4 van deze regeling de hoogte vaststelt, voor een verhoging van de financiële lasten van aanvragers die toe willen treden tot het stelsel van niet-bekostigd beroepsonderwijs.
ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies.
Deze regeling heeft geen consequenties voor de rijksbegroting.
De aanvraag wordt gedaan door het bevoegd gezag van een instelling of door een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon.
In het kader van de aanvraag worden de voorletters en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon verwerkt alsmede de naam en het adres van het bevoegd gezag.
Deze gegevens zijn noodzakelijk voor het behandelen van de aanvraag. Het betreft hier geen gevoelige of bijzondere persoonsgegevens.
Deze regeling maakt daarom slechts een zeer beperkte, noodzakelijke inbreuk op de privacy van betrokkenen.
Het wetsvoorstel Modernisering regels beroepsonderwijs, educatie en vsv Caribisch Nederland (Kamerstukken 36 878) voorziet erin dat de WEB ook voor Caribisch Nederland gaat gelden. Dit betekent dat deze ministeriële regeling, die gebaseerd is op de WEB, momenteel (nog) niet geldt voor Caribisch Nederland.
De regeling is voor een uitvoeringstoets voorgelegd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Inspectie van het Onderwijs (inspectie) en de Auditdienst RIJK (ADR).
DUO en de inspectie achten de regeling uitvoerbaar.
De ADR heeft de regeling niet geselecteerd voor een formeel advies.
Deze regeling treedt op 1 augustus 2026 in werking. Daarmee wordt aangesloten
bij de invoering van hoofdstuk 11 van de WEB over het niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs ingevolge de wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt).
Tot heden was de aanvraagprocedure voor diploma-erkenning vastgelegd in een beleidsregel (meest recentelijk de Beleidsregel aanvraagprocedure diploma-erkenning voor niet-bekostigde beroepsopleidingen (2021)). Door de wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt), is in het vierde lid van artikel 11.1.1 van de WEB bepaald dat de indiening van de aanvraag plaatsvindt op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
De aanvraagformulieren die moeten worden gebruikt, worden op de website van DUO (duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/niet-bekostigd-onderwijs/diploma-erkenning-aanvragen.jsp) als E-formulier aangeboden en kunnen daar met bijlagen worden ingediend.
De formulieren moeten volledig worden ingevuld. Indien een formulier niet volledig is ingevuld of er bijlagen ontbreken, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld door DUO, die de aanvrager in de gelegenheid stelt de aanvraag binnen de door DUO gestelde termijn te completeren (artikel 4:5, eerste lid, Awb).
Artikel 3 verwijst naar de bijlage, die een uitwerking bevat van de bij de aanvraag te verstrekken bescheiden en gegevens.
Deze gegevens moeten integraal met het aanvraagformulier worden aangeleverd door aanvragers die een eerste aanvraag voor diploma-erkenning doen voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding alsmede door instellingen en bestaande aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag doen voor diploma-erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding buiten het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel buiten het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen.
Voor instellingen en aanbieders van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs die een aanvraag doen voor diploma-erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding binnen het opleidingsdomein of de opleidingsdomeinen dan wel binnen het kwalificatiedossier entree waarbinnen zij al een of meerdere beroepsopleidingen verzorgen, bepaalt de inspectie na ontvangst van de aanvraag welke van de in de bijlage genoemde bescheiden en gegevens moeten worden verstrekt. Dit onderscheid heeft ermee te maken dat de inspectie de algehele kwaliteitsborging van het onderwijs en de examens op instellingsniveau van deze bestaande instellingen en aanbieders al eerder heeft beoordeeld en in beginsel niet meer (volledig) opnieuw hoeft te beoordelen. Welke bescheiden en gegevens de inspectie in dat geval opvraagt, hangt af van de actualiteit, kwaliteit en kwantiteit van de informatie waarover de inspectie al beschikt.
De inspectie kan na kennisneming van de bij de aanvraag verstrekte bescheiden en gegevens nog nadere bescheiden en gegevens opvragen, indien zij dit noodzakelijk acht om de aanvraag aan en binnen de erkenningsvoorwaarden te kunnen toetsen en de minister te kunnen adviseren.
Indien een aanvrager van een erkenning op het moment van de aanvraag geen andere beroepsopleiding verzorgt, brengt de minister de kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de erkenning ten laste van de aanvrager. De vergoeding wordt alleen gevraagd voor een aanvraag van een nieuwe organisatie die nog niet in de Registratie instellingen en opleidingen (RIO) is opgenomen.
Een aanvraag voor diploma-erkenning van een organisatie die al geregistreerd is in de Registratie instellingen en opleidingen (RIO), is namelijk minder arbeidsintensief omdat de inspectie al zicht heeft op de algehele kwaliteitsborging van het onderwijs en de examens op instellingsniveau.
Een diploma-erkenning wordt aangevraagd per beroepsopleiding en per leerweg, te weten de beroepsopleidende leerweg (bol), de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) of de loopbaanbegeleidende leerweg (lbl). Omdat de beoordeling van een aanvraag voor dezelfde beroepsopleiding met dezelfde opleidingscode in meerdere leerwegen geen noemenswaardige meerkosten met zich brengt ten opzichte van de beoordeling van een aanvraag voor een enkele leerweg, wordt de vergoeding per opleidingscode van een kwalificatie, in rekening gebracht, ongeacht het aantal leerwegen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd.
Met de opleidingscode wordt de code bedoeld die verbonden is aan de kwalificatie zoals die is opgenomen in de vierde kolom van de tabel in bijlage 1 bij de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016, tussen de aanduidingen Kwalificatiedossier en Kwalificatie, bijvoorbeeld ‘25078 Betonboorder’.
Indien erkenning voor meerdere opleidingscodes wordt aangevraagd, wordt de vergoeding per opleidingscode in rekening gebracht, omdat de beoordeling van de verschillende aanvragen in dat geval wel meerkosten met zich brengt. Dit geldt alleen voor aanvragers die geen andere beroepsopleiding verzorgen. Zodra zij in RIO zijn geregistreerd, is geen vergoeding meer verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag.
Indien een aanvrager die geen andere beroepsopleiding verzorgt, meerdere aanvragen gelijktijdig indient voor beroepsopleidingen met verschillende opleidingscodes, kan in beginsel cumulatie van vergoedingen optreden. Echter, op het moment dat één van de aanvragen is gehonoreerd, en registratie in RIO plaatsvindt, is geen vergoeding meer verschuldigd voor de behandeling en afhandeling van de overige aanvragen.
De vergoeding voor het in behandeling nemen van de aanvraag bedraagt € 952. Indien een aanvraag niet wordt gehonoreerd en de aanvrager een nieuwe aanvraag indient voor erkenning voor dezelfde beroepsopleiding met dezelfde opleidingscode in dezelfde leerweg, bedraagt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, € 476 per opleidingscode.
Dit tarief van € 476 voor een nieuwe aanvraag nadat een eerdere niet werd gehonoreerd, geldt ook voor aanvragers die nog niet zijn geregistreerd in RIO en die een eerste aanvraag voor erkenning indienden voorafgaand aan inwerkingtreding van deze regeling en de nieuwe aanvraag indienen na die inwerkingtreding.
Het bedrag voor het in behandeling nemen van de initiële aanvraag is gebaseerd op een tijdsinvestering van de inspectie van gemiddeld 8 uur. Indien de aanvraag niet wordt gehonoreerd en de aanbieder een hernieuwde aanvraag indient, is het bedrag berekend op een tijdsinvestering van de inspectie van gemiddeld 4 uur.
Voor het bepalen van de hoogte van het bedrag is aanknoping gezocht bij schaal 13 (inclusief overhead) van de Handleiding overheidstarieven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vastgestelde bedragen kunnen jaarlijks door de minister worden aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex.
Indien na een afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan voor dezelfde beroepsopleiding met dezelfde opleidingscode in dezelfde leerweg, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan de minister zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 Awb de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking (artikel 4:6 Awb).
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25209.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.