Besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 02 juli 2026, nr. ZK-0000148409, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool (Tijdelijke vrijstelling voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool, 2026)

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

BESLUIT:

Artikel 1

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend voor het gebruik van Movento voor de beheersing van melige koolluis (Brevicoryne brassicae) en koolwittevlieg (Aleyrodes proletellan) in de onbedekte teelt van spruitkool.

Artikel 2

Aan de vrijstelling bedoeld in artikel 1 zijn de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026 en vervalt op 28 oktober 2026.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool, 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, F. Wolf Directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Bezwaar

Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na dagtekening van dit besluit digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen.

Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via ‘mijn.rvo.nl’. Om in te loggen heeft u uw gebruikerscode en wachtwoord nodig, voor de ondertekening een TAN-code. Bij een digitaal bezwaarschrift stuurt u een kopie van dit besluit mee als pdf-bestand of u stuurt een kopie per post na.

Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Bij een schriftelijk bezwaar stuurt u een kopie van dit besluit mee met uw bezwaarschrift.

Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl. of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).

BIJLAGE: WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT MOVENTO (150 G/L SPIROTETRAMAT)

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Het middel is uitsluitend toegelaten als insectenbestrijdingsmiddel voor het professionele gebruik in het volgende toepassingsgebied (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.2 Ctgb juni 2019) onder de hierna vermelde toepassingsvoorwaarden.

Toepassingsgebied

Type

toepassing

Te bestrijden organisme

Dosering middel per toepassing

Maximale dosering middel per toepassing

Maximaal aantal toepassingen per 12 maanden

Maximaal aantal liter middel per ha per 12 maanden

Minimum interval tussen toepassingen in dagen

Veiligheidstermijn in dagen

Spruitkool

(onbedekte teelt)

Gewasbehandeling

Bladluis1

Wittevlieg2

0,5 L/ha

0,5 L/ha

2

1 L/ha

14

3

X Noot
1

Melige koolluis (Brevicoryne brassicae)

X Noot
2

Koolwittevlieg (Aleyrodes brassicae)

Toepassingsvoorwaarden

Artikel 1: koop

De koop van dit middel, voor gebruik in overeenstemming met dit vrijstellingsbesluit, is verboden tenzij deze plaats vindt onder gecontroleerde distributie middels het digitale registratiesysteem van de Stichting Certificatie Distributie in Gewasbeschermingsmiddelen, Stichting CDG.

De koper verstrekt bij de melding:

  • a) De bij de gecombineerde opgave aangemelde percelen waar hij het product wil toepassen, waarbij het systeem controleert of het perceel aangemeld is om het gewas waarvoor een vrijstelling is afgegeven te telen.

  • b) Een verklaring dat de te behandelen percelen beschikken over een teeltvrije zone van tenminste

    • 175 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT97,5;

    • 275 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT95;

    • of 325 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT90.

  • c) Voor de controle door de distributeur dat de koper kan voldoen aan de in dit Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) gestelde eisen ten aanzien van driftreductie.

    • 1. Het SKL1 keuringsrapport van de te gebruiken spuitapparatuur niet ouder dan 3 jaar of

    • 2. voor spuitapparatuur niet ouder dan 3 jaar het aanschafbewijs.

  • d) Een verklaring dat hij kennis heeft genomen van, en voldoet aan de voorwaarden in dit besluit.

Artikel 2: gebruik of voorhanden hebben

Het is verboden om dit middel voorhanden te hebben voor gebruik in de teelt van spruitkool of in die teelt te gebruiken zonder aan de eisen te voldoen genoemd onder artikel 1.

Artikel 3: verkoop

Het is verboden dit middel te verkopen voor gebruik in de teelt van spruitkool aan een koper die niet aantoont dat hij voldoet aan de eisen genoemd onder artikel 1. Verkoop vindt plaats volgens het regime van gecontroleerde distributie van de Stichting CDG.

Artikel 4: toepassing

Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit. Na een gewasbehandeling percelen nog minimaal twee weken vrijhouden van bloeiende onkruiden.

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen en bijen te beschermen, is toepassing in de teelt van spruitkool uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik gemaakt wordt van:

  • een techniek uit tenminste de klasse DRT97,5 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 175 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of

  • een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 275 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of

  • een techniek uit tenminste de klasse DRT90 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 325 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

Resistentiemanagement

Dit middel bevat de werkzame stof spirotetramat. Spirotetramat behoort tot de acetyl CoA carboxylase remmers. De IRAC code is 23. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen, op te volgen.

TOELICHTING

1 Algemeen

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en nr. 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) (hierna: Verordening (EG) nr. 1107/2009) en artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) maken het mogelijk in bijzondere omstandigheden tijdelijke vrijstelling te verlenen van het verbod om een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel binnen Nederland te brengen, op de markt te brengen, voorhanden te hebben of te gebruiken.

Tijdelijke vrijstelling kan worden verleend als een maatregel nodig blijkt voor een gecontroleerd en beperkt gebruik ter beheersing van een noodsituatie die op geen enkele andere redelijke manier te bestrijden is.

2 Adviezen

2.1 Landbouwkundig advies

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een landbouwkundig advies opgesteld bestaande uit (a) een onderbouwing van de noodsituatie op het gebied van gewasbescherming en (b) een advies over de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de door het Ctgb voorgeschreven risico reducerende maatregelen / restrictiezinnen.

2.1.1 Noodsituatie op het gebied van gewasbescherming

Bijzondere omstandigheden

Het middel op basis van de werkzame stof spirotetramat was tot voor kort beschikbaar voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de teelt van spruitkool. De werkzame stof spirotetramat is vanaf 30 april 2024 niet langer goedgekeurd in de Europese Unie. Het middel op basis van spirotetramat had in Nederland een opgebruiktermijn tot 30 oktober 2025.

Op 11 november 2022 heeft het Ctgb de intrekking van de toelating van de middelen op basis van spirotetramat bekend gemaakt. Om voor een transitievrijstelling in aanmerking te komen, moet een plan van aanpak zicht bieden op het realiseren van een oplossing binnen vijf jaar na deze datum (november 2027).

De aanvrager heeft voor deze transitievrijstelling het plan van aanpak toekomstbestendige spruiten opgesteld. In dit plan worden voor 2026 en 2027 beschreven welke onderzoeken moet leiden tot het beheersen van melig koolluis en koolwittevlieg in de teelt van spruitkool. De sector heeft hiervoor verschillende onderzoeksprogramma’s aangedragen. Het geplande onderzoek moet leiden tot een beheerssysteem met minder vatbare rassen, een real time monitoringssysteem en scoutingsprotocol die bijdragen aan de beheersing van deze plagen en het praktijkrijp maken van een techniek voor opzuigen van plaaginsecten. Met verbeterde spuittechnieken voor contactmiddelen kunnen effectievere bestrijdingen worden gerealiseerd. Daarnaast voorziet het plan in alternatieven voor coating, meer mogelijkheden voor plantbehandeling en traybehandeling. De NVWA kan niet beoordelen of de beoogde middelen voor deze behandelingen voorkomen op de lijst van stoffen die voldoen aan de criteria voor het verduurzamingsloket van het Ctgb.

De genoemde alternatieven zijn in lijn zijn met de doelstelling van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 en dragen bij aan de verduurzaming van het Nederlandse gewasbeschermingsmiddelenpakket. De NVWA constateert dat het plan van aanpak ambitieus is om binnen de gestelde termijn een structurele oplossing te realiseren. Ondanks dat het plan van aanpak ambitieus is, zou het haalbaar kunnen zijn dat er eind 2027 een oplossing is voor melige koolluis en koolwittevlieg in de teelt van spruitkool.

Gevaar

Melige koolluis en koolwittevlieg kunnen massaal voorkomen op spruitkool en kunnen van juni tot november aanwezig zijn in het gewas. Melige koollluis en koolwittevlieg veroorzaken zuigschade op het blad, tussen de spruiten en in de groeipunten waardoor de groei van de planten afneemt. Ook scheiden beide insecten honingdauw af. Hierop komt de roetdauwschimmel wat zorgt voor een plakkerig gewas. Oogstbare spruiten raken bevuild met deze schimmel en de honingdauw op de plant remt de groei. De schade is zowel kwalitatief als kwantitatief.

Alternatieven

Maatregelen

Het plantmateriaal wordt vrij van insecten opgekweekt, waarmee de teelt met gezond uitgangsmateriaal kan starten. Dit wordt algemeen toegepast.

De populatiedruk van insecten kan worden verlaagd met een latere plantdatum in combinatie met rassen die minder aantrekkelijk zijn voor insecten.

Een lager bemestingsniveau vermindert de vatbaarheid van spruitkool voor koolwittevlieg en melige koolluis.

Het scouten van percelen spruitkool op melige koolluis en koolwittevlieg wordt standaard uitgevoerd op de bedrijven met spruitkool. Een waarschuwingsmodel om op het juiste moment een bestrijding uit te voeren is niet beschikbaar

Toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en goedgekeurde basisstoffen

Het middel op basis van azadirachtin is toegelaten in de teelt van spruitkool tegen bladluizen en wittevlieg en trips. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 3 toepassingen per 12 maanden. Het middel wordt translaminair opgenomen en werkt voornamelijk door verstoring van het vervelingsproces van het insect.

Middelen op basis van Beauveria bassiana stam GHA zijn toegelaten in de teelt van spruitkool tegen koolwittevlieg en trips. De middelen mogen worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 25 toepassingen per 12 maanden. De middelen hebben contactwerking en zijn effectief bij een minimum temperatuur van 15°C en een hoge luchtvochtigheid.

Middelen op basis van cyantraniliprole zijn toegelaten in de teelt van spruitkool tegen koolwittevlieg. Deze middelen hebben een nevenwerking op melige koolluis. Deze middelen mogen worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode. Eén middel op basis van cyantraniliprole mag 1 keer per teeltcyclus worden toegepast. Het andere middel mag 1 keer in de twee jaar worden toegepast. Afhankelijk van het middel mag de werkzame stof cyantraniliprole pas in het 2e of het 3e kalenderjaar weer op hetzelfde perceel worden toegepast. De middelen hebben naast een systemische werking ook contactwerking.

Middelen op basis van deltamethrin zijn toegelaten in de teelt van spruitkool tegen rupsen. Deze middelen hebben een nevenwerking op bladluizen en koolwittevlieg. Deze middelen mogen worden toegepast in aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 2 toepassingen per 12 maanden. Deze middelen hebben een contactwerking.

Het middel op basis van esfenvaleraat is toegelaten in de teelt van spruitkool tegen rupsen. Dit middel heeft nevenwerking op bladluizen. Dit middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 6 toepassingen per teeltcyclus. Dit middel heeft een contactwerking.

Middelen op basis van flonicamid zijn toegelaten in de teelt van spruitkool tegen bladluis en koolwittevlieg. De middelen mogen worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 2 toepassingen per teeltcyclus. Deze middelen hebben een systemische werking en translaminair.

Het middel op basis van flupyradifuron is toegelaten in de teelt van spruitkool tegen bladluis. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode. Vóór de ontwikkeling van het oogstbare deel van de sluitkool mag het middel 1 keer per 24 maanden worden toegepast en bij toepassing vanaf de ontwikkeling van het oogstbare deel mag het 1 keer per 12 maanden worden toegepast. Het middel heeft contactwerking, is systemisch en werkt translaminair.

Het middel op basis van maltodextrine is toegelaten in de teelt van spruitkool tegen koolwittevlieg en heeft een nevenwerking op bladluis. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 5 toepassingen per 12 maanden. Het middel heeft een fysiek werkingsmechanisme en contactwerking.

Het middel op basis van pirimicarb is toegelaten in de teelt van spruitkool tegen bladluis. De toelating vervalt per 15 maart 2026, met een aflevertermijn tot 15 september en een opgebruiktermijn tot 31 december 2026. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 2 keer per 12 maanden. Het middel heeft contactwerking, dampwerking en werkt translaminair.

Het middel op basis van tau-fluvalinaat is toegelaten in de teelt van spruitkool tegen bladluis. Het middel mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, maximaal 1 toepassing per teeltcyclus. Dit middel heeft contact werking.

Middelen op basis van vetzuren C8-C18 en C18 onverzadigde en kaliumzouten zijn toegelaten in spruitkool tegen bladluizen en met een nevenwerking op koolwittevlieg. Deze middelen mogen worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode met een frequentie van 5 toepassingen per 12 maanden. Deze middelen hebben contactwerking.

Urtica spp. (brandnetel extract) is goedgekeurd als basisstof tegen bladluizen in spruitkool. Het mag worden toegepast in de aangevraagde vrijstellingsperiode, uit aangeleverde proeven blijkt de werking onvoldoende op melige koolluis.

In een hoog en dicht spruitkoolgewas bevinden de kolonies met koolwittevlieg en melige koolluis zich op en onder de bladeren en tussen de oogstbare spruiten. Met de beschikbare maatregelen en middelen kunnen koolwittevlieg en melige koolluis op de moeilijk bereikbare plekken gedurende de teeltduur onvoldoende worden beheerst.

Conclusie

De NVWA komt tot de volgende conclusies:

  • De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van bijzondere omstandigheden;

  • Melige koolluis en koolwittevlieg vormen een bedreiging voor een landbouwtechnisch doelmatige teelt van spruitkool in Nederland;

  • Een landbouwtechnisch doelmatige teelt van spuitkool is met het beschikbare pakket aan maatregelen en middelen niet mogelijk.

Vrijstelling conform artikel 38 Wgb, van Movento in de onbedekte teelt van spruitkool voldoet aan de criteria voor een noodsituatie op het gebied van gewasbescherming.

2.1.2 Naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de toepassingsvoorwaarden

Naleefbaarheid

De NVWA toets de naleefbaarheid van de bovengenoemde toepassingsvoorwaarden in de praktijk aan de technische naleefbaarheid, de naleefcijfers (toezicht) en de ingeschatte motivatie voor naleving.

De technische naleefbaarheid richt zich op de beschikbaarheid van de juiste apparatuur, het praktisch kunnen voldoen aan aanvullende voorwaarden zoals teeltvrije zones en insectengaas en de mogelijkheid om toepassingsvoorwaarden op de juiste wijze toe te kunnen toepassen.

De aanvrager schat in dat 100% van de spruitkool-telers kan voldoen aan de toepassingsvoorwaarden. Hierbij gebruikt ongeveer 5% van de telers een loonwerker.

Dat 100% van de spruitkool telers kan voldoen aan de DRT klasse van de toepassingsvoorwaarden is volgens de NVWA realistisch.

Dat 100% van de spruitkool telers kan voldoen aan de teeltvrije zone van de toepassingsvoorwaarden is volgende de NVWA in theorie mogelijk. Echter, de voorgestelde risico-reducerende maatregelen zijn strenger dan de maatregelen die golden tot 30 oktober 2025 voor Movento in spruitkool. De voorgestelde teeltvrije zones zijn breder. Voor deze vrijstelling geldt een teeltvrije zone langs alle zijden van het perceel.

De NVWA voert bedrijfsinspecties en toepassingsinspecties uit. Bij bedrijfsinspecties voeren we een fysieke en administratieve controle uit en nemen we een gewasmonster. Toepassingsinspecties worden tijdens het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen uitgevoerd (heterdaad in het veld). De naleving in de spruitkool was in 2023, bij bedrijfsinspecties, 87%.

Of een teler de voorgeschreven voorwaarden zal naleven, is naar verwachting afhankelijk van de mate waarin een ziekte, plaag of onkruid beheerst kan worden en de economische schade die het mogelijk tot gevolg heeft. Er zijn diverse aspecten die het gedrag van de teler beïnvloeden, zoals de verwachte omvang van de economische schade, ‘gemak’, werkzaamheid of kosten. Om deze redenen zal een deel van de telers die niet aan de toepassingsvoorwaarden kan voldoen toch het middel inzetten.

De spruitkool is eerder in het voorjaar van 2026 geplant, niet rekening houdend met een teeltvrije zone rondom het perceel van 175 cm, 275 cm of 325 cm afhankelijk van de DRT klasse waaraan de teler kan voldoen. Om aan de bredere teeltvrije zone te voldoen is het een optie om geplante spruitkool te verwijderen. Het is niet uit te sluiten dat de telers de keuze maken om de planten te laten staan. Afhankelijk van de verwachte schade, zal de teler besluiten Movento in te zetten om schade te voorkomen.

De NVWA schat in dat de naleefbaarheid van de voorgestelde toepassingsvoorwaarden door de teler gemiddeld is.

Handhaafbaarheid

De mogelijkheden voor het uitoefenen van toezicht op de voorschriften bestaan uit bedrijfscontrole (administratief en fysiek achteraf), toepassingscontrole (heterdaad), monstername en/of toezicht op gecontroleerde distributie.

Het gebruik van Movento is via monstername van het gewas en analyse in een lab vast te stellen.

Het is enkel op heterdaad vast te stellen of de gewassen actief worden bezocht door bijen en hommels. Het vaststellen van bloeiend gewas/ onkruiden kan worden onderzocht.

De aanwezigheid/beschikbaarheid van de vereiste spuittechniek bij een teler is vast te stellen, echter het gebruik daarvan is alleen bij heterdaad vast te stellen. Of aan de vereiste combinatie van voorwaarden (spuitechniek in combinatie met teeltvrije zone) wordt voldaan kan bij inspectie van het perceel worden vastgesteld.

De NVWA schat in dat de mogelijkheid voor het uitoefenen van toezicht (handhaafbaarheid) matig is.

Conclusie

De NVWA concludeert dat de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de toepassingsvoorwaarden matig is. Het niet naleven van wet- en regelgeving leidt tot risico’s voor mens, dier en milieu.

Advies NVWA

Op basis van de beoordeling van de noodsituatie (bijzondere omstandigheden, gevaar voor de teelt en beschikbare alternatieven voor de teelt) en de verwachte naleefbaarheid en handhaafbaarheid adviseert de NVWA een vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Movento in de onbedekte teelt van spruitkool wel te verlenen. Indien voor het gewasbeschermingsmiddel Movento een vrijstelling wordt verleend, adviseert NVWA nadrukkelijk om het middel enkel onder gecontroleerde distributie te laten leveren met daarbij een controle op de specifieke toepassingsvoorwaarden.

2.2 Risicobeoordeling

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van aanvaardbare risico’s.

Humane toxiciteit

Voldoet aan de eisen.

Volksgezondheid

Voldoet aan de eisen.

Gedrag in het milieu

Voldoet aan de eisen.

Ecotoxiciteit

Voldoet aan de eisen met inachtneming van de volgende risicoreducerende maatregelen/ restrictiezinnen:

Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei-staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Verwijder onkruid voordat het bloeit. Na een gewasbehandeling percelen nog minimaal twee weken vrijhouden van bloeiende onkruiden

Om niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen/insecten en bijen te beschermen, is toepassing in de teelt van Spruitkool uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik gemaakt wordt van:

  • een techniek uit tenminste de klasse DRT97,5 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 175 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of

  • een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 275 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of

  • een techniek uit tenminste de klasse DRT90 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 325 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

Conclusie

Het College constateert dat na het nemen van risicoreducerende maatregelen / het inachtnemen van restrictiezinnen het risico verbonden aan de vrijstelling acceptabel is.

Advies

Gezien het risico adviseert het College een vrijstelling ex artikel 38 Wgb van het gewasbeschermingsmiddel Movento in de onbedekte teelt van spruitkool te verlenen onder vermelding van bovengenoemde risicoreducerende maatregelen/restrictiezinnen.

3 Overwegingen

Een tijdelijke vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Movento is gewenst, omdat zonder deze vrijstelling de onbedekte teelt van spruitkool op geen enkele andere redelijke wijze te beschermen is tegen melige koolluis en koolwittevlieg. Hierdoor wordt de doelmatige onbedekte teelt van spruitkool bedreigd. De sector zet in op het onderzoeken en beschikbaar krijgen van alternatieve methoden en middelen gedurende de looptijd van de aangevraagde transitievrijstelling.

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (zie bijlage bij dit besluit) zijn de risico reducerende maatregelen overgenomen die door het Ctgb zijn voorgesteld.

4 Besluit

De adviezen van de NVWA en het Ctgb overnemend, heb ik in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten om op grond van artikel 38 van de Wgb tijdelijke vrijstelling te verlenen voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Movento voor de bescherming van de onbedekte teelt van spruitkool tegen melige koolluis en koolwittevlieg.

Dit besluit treedt in op 1 juli en vervalt op 28 oktober 2026.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, F. Wolf Directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit


X Noot
1

Stichting Kwaliteitseisen Landbouwtechniek


X Noot
1

Stichting Kwaliteitseisen Landbouwtechniek

Naar boven