Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24870 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24870 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gelet op de artikelen 4, 5, 16, 19, 25 en 34, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
Titel 4.4 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 4.4.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De begripsomschrijving van CO2-emissiefactor komt te luiden:
CO2-emissiefactor: 0,45 tCO2/MWh;
2. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
code, bedoeld in Gedelegeerde verordening (EU) 2023/137 van de Commissie van 10 oktober 2022 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 (Pb EU, 2023, L 19);
B
Artikel 4.4.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
3. De steunintensiteit in jaar t van bedrijfstakken opgenomen in Tabel 1 van bijlage 4.4.1, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 80 procent van de opgelopen indirecte kosten gemaakt in 2025 tot en met 2030.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. De steunintensiteit in jaar t van bedrijfstakken opgenomen in Tabel 2 van bijlage 4.4.1, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 75 procent van de opgelopen indirecte kosten gemaakt in 2025 tot en met 2030.
C
Artikel 4.4.4, onderdeel a, komt te luiden:
a. betrekking hebben op de vervaardiging van producten die vallen onder de in bijlage 4.4.1 genoemde NACE-/Prodcom-codes.
D
Artikel 4.4.8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel g, vervalt ‘voor de periode 2021-2025’.
2. In het derde lid, aanhef, wordt ‘binnen twee jaar’ vervangen door ‘binnen vijf jaar’.
3. In het derde lid, onderdeel b, wordt ‘hernieuwbare energiebron’ vervangen door ‘koolstofvrije energiebron’.
4. Aan het vierde lid wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel c, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. De subsidieaanvrager kan aantonen dat door netcongestie niet op tijd kan worden voldaan aan het tweede lid, onderdeel g.
E
Aan artikel 4.4.11, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel d, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is met gebruikmaking van een daartoe beschikbaar gesteld formulier.
F
In artikel 4.4.13 wordt ‘en wordt gerechtvaardigd door staatssteunmaatregel SA.102626 (2022/N)’ vervangen door ‘en wordt niet eerder verleend dan nadat de Europese Commissie goedkeuring heeft gegeven voor deze regeling in een procedure als bedoeld in artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie’.
G
In artikel 4.4.14 wordt ‘31 december 2026’ vervangen door ‘31 december 2031’.
H
Bijlage 4.4.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tabel wordt de aanduiding ‘Tabel 1’ geplaatst.
2. De titel van kolom 2 komt te luiden:
NACE-/Prodcom-code.
3. In de omschrijving van onderdeel 3 wordt ‘andere’ vervangen door ‘overige’.
4. In de omschrijving van onderdeel 5 wordt ‘pulp’ vervangen door ‘papierpulp’.
5. In de omschrijving van onderdeel 10 wordt ‘overige’ vervangen door ‘andere’.
6. Na de tabel wordt een tabel toegevoegd, luidende:
|
NACE-/Prodcom-code |
Omschrijving |
|
|---|---|---|
|
1. |
07.29 |
Winning van andere non-ferrometaalertsen |
|
2. |
07.10 |
Winning van ijzererts |
|
3. |
20.17 |
Vervaardiging van synthetische rubber in primaire vormen |
|
4. |
20.60 |
Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels |
|
5. |
20.16 |
Vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen |
|
6. |
13.10 |
Bewerken en spinnen van textielvezels |
|
7. |
23.31 |
Vervaardiging van keramische tegels en plavuizen |
|
8. |
20.12 |
Vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten |
|
9. |
13.95 |
Vervaardiging van gebonden textielvlies en van artikelen van gebonden textielvlies, exclusief kleding |
|
10. |
23.14 |
Vervaardiging van glasvezels (met uitzondering van deeltakken uit deze bedrijfstak die al in tabel 1 zijn vermeld) |
|
11. |
27.20 |
Vervaardiging van batterijen en accumulatoren |
|
12. |
20.14 |
Vervaardiging van andere organische chemische basisproducten |
|
13. |
20.15 |
Vervaardiging van kunstmeststoffen en stikstofverbindingen |
|
14. |
10.41 |
Vervaardiging van oliën en vetten |
|
15. |
11.06 |
Vervaardiging van mout |
|
16. |
16.21 |
Vervaardiging van fineer en van panelen op basis van hout |
|
17. |
23.11 |
Vervaardiging van vlakglas |
|
18. |
23.13 |
Vervaardiging van holglas |
|
19. |
24.31 |
Koudtrekken van staven |
|
20. |
24.34 |
Koudtrekken van draad |
|
21. |
De volgende deeltakken binnen de bedrijfstak overige chemische producten (20.59): |
|
|
20.59.56.70 |
Alkylbenzenen en alkylnaftalenen, van gemengde samenstelling (excl. die bedoeld bij GS-post 2707 of 2902) |
|
|
22. |
De volgende deeltak binnen de bedrijfstak overige niet-metaalhoudende minerale producten (23.99): |
|
|
23.99.19.10 |
Slakkenwol, steenwol en dergelijke minerale wol, ook indien onderling vermengd, in bulk, in bladen of op rollen |
In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling nationale EZ, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt voor de rij van titel 4.5 een rij ingevoegd, luidende:
|
Titel 4.4: Indirecte emissiekosten ETS |
4.4.2 |
3-08-2026 t/m 30-09-2026 |
€ 318.239.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 8 juli 2026
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Met deze regeling wordt de subsidiemodule Indirecte emissiekosten ETS, ook wel indirecte kostencompensatie genoemd (IKC-ETS), opnieuw opengesteld. De sectoren die in aanmerking komen voor de IKC-ETS worden, conform de herziening van ETS-staatssteunrichtsnoeren van de EC1, uitgebreid. De IKC ETS regeling, in titel 4.4. van de Regeling nationale EZ, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: IKC-ETS regeling), wordt hiertoe aangepast. Daarnaast wordt de Regeling openstelling nationale EZ, LVVN- en KGG-subsidies 2026 gewijzigd.
De IKC-ETS regeling heeft tot doel financiële compensatie te verlenen aan bedrijven die producten vervaardigen in bedrijfstakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico ten gevolge van de in Europa gehanteerde elektriciteitsprijzen die ook doorberekende kosten voor de uitstoot van broeikasgasemissies omvatten.
Europese elektriciteitsproducenten zijn verplicht onder het Europese emissiehandelssysteem (hierna: EU ETS) rechten te kopen voor de emissie van CO2 bij de productie van stroom. De kosten hiervan berekenen zij door in hun elektriciteitsprijzen, waardoor Europese bedrijven te maken hebben met hogere elektriciteitskosten dan hun niet-Europese concurrenten wier elektriciteitsproducenten niet voor CO2-emissie betalen. Om carbon leakage te voorkomen – de situatie waarin productie en CO2-emissies weglekken naar landen buiten Europa met als resultaat minder economische activiteiten in de EU en verplaatsing en toename van de emissie van broeikasgassen – biedt de Nederlandse overheid sinds 2014 via de IKC-ETS regeling compensatie aan voor bedrijven uit die bedrijfstakken die hier gevoelig voor zijn.
Het aanbieden van de IKC-ETS-regeling is facultatief; vijftien Europese lidstaten waaronder België, Duitsland, Frankrijk, en ook EFTA-lid Noorwegen, hebben ervoor gekozen dat te doen.
In Nederland is voor de IKC-ETS-regeling voor 2026 extra budget vrijgemaakt in de voorjaarsbegroting. Deze middelen zijn vrijgemaakt om de uitbreiding van de sectoren, zoals voorgesteld door de Europese Commissie, te kunnen compenseren. Dit draagt bij om het ontstane concurrentienadeel voor de industrie te verkleinen.
Voor de IKC-ETS regeling is budget vrijgemaakt voor een éénjarige compensatie voor de indirecte emissiekosten ETS gemaakt in het jaar 2025.
Het subsidiebedrag dat beschikbaar is (subsidieplafond) in 2026, voor subsidie over de gemaakte kosten in 2025, bedraagt 318,2 miljoen euro. Het subsidieplafond wordt, afhankelijk van de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, jaarlijks gepubliceerd in de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies. Met deze wijzigingsregeling wordt daarom tevens de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 aangepast.
Wanneer het totale geclaimde budget groter is dan het beschikbare budget, wordt er evenredig met een gelijk percentage gekort over de aanvragen.
Naast het subsidieplafond wordt ook de openstellingstermijn van de subsidie jaarlijks gepubliceerd in de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026. Gekozen is voor een openstellingstermijn van 2 maanden (3 augustus 2026 tot en met 30 september 2026).
De subsidie wordt aangevraagd in het jaar volgend op het jaar waarin de kosten worden gemaakt. In 2026 wordt subsidie aangevraagd over 2025. Voor deze systematiek is gekozen om te zorgen voor een eenvoudige uitvoering.
De doelgroep van de regeling is uitgebreid, met de daarbij horende toegestane steunintensiteit. De steunintensiteit voor oude sectoren verandert van 75 procent naar 80 procent, conform ETS-richtlijnen. De nieuwe sectoren rekenen met 75 procent steunintensiteit. De termijn om een aanvullend plan op te stellen, om te voldoen aan de voorwaarde van tenminste 30 procent van het elektriciteitsverbruik in te vullen met elektriciteit uit koolstofvrije bron, wordt van 2 jaar naar 5 jaar verruimd na afloop van het kalenderjaar waarin de onderneming subsidie aanvraagt. De termijn wordt verruimd, omdat voor veel bedrijven de termijn van 2 jaar te kort is om te kunnen beoordelen of het kiezen voor een aanvullend plan nodig is.
Indien de subsidieaanvrager kan aantonen dat door netcongestie niet op tijd kan worden voldaan aan de voorwaarden voor reductie van broeikasgasemissies mag de aanvrager voldoen aan de voorwaarde van tenminste 30 procent van het elektriciteitsverbruik invullen met elektriciteit uit koolstofvrije bronnen, omdat ondernemingen vanwege netcongestie soms niet in staat zijn om te elektrificeren. Verder is de regeling tekstueel iets gewijzigd: de term ‘energievrije energiebron’ wordt vervangen door ‘koolstofvrije energiebron’. Toegevoegd is de verplichting voor de aanvrager om een verklaring in te dienen dat het geen onderneming in moeilijkheden betreft, gebruikmakende van een daartoe beschikbaar gesteld formulier.
Op grond van artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 moet een subsidieregeling een tijdstip bevatten waarop de regeling vervalt. Dat tijdstip mag niet later zijn dan vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling. De subsidiemodule Indirecte emissiekosten ETS zou met ingang van 31 december 2026 komen te vervallen. Met onderhavige wijziging in artikel 4.4.14 wordt de subsidiemodule met vijf jaren verlengd. Op grond van artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 moet de aanpassing van een vervaldatum bij de Tweede Kamer worden voorgehangen. Onderhavige regeling is daarom aan de Tweede Kamer overgelegd2.
Het is niet gebruikelijk dat een publieke consultatie wordt gehouden voor een subsidieregeling. Vanwege het ontbreken van enige beleidsruimte om de regeling anders dan voorgesteld in te vullen is afgezien van een openbare internetconsultatie.
In artikel 10 bis, zesde lid, van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU 2012, L 275) wordt lidstaten de mogelijkheid gegeven financiële compensatie te verlenen aan bedrijfstakken of deeltakken die aan een reëel koolstoflekkagerisico zijn blootgesteld als gevolg van aanzienlijke indirecte kosten die werkelijk zijn opgelopen door in de elektriciteitsprijzen doorberekende broeikasgasemissiekosten als gevolg van deelname aan het EU ETS. De IKC-wijziging wordt doorgevoerd conform IKC-ETS-richtsnoeren.
Deze wijziging van de IKC-ETS regeling is recent, in verband met de uitbreiding van de doelgroep met de daarbij horende toegestane steunintensiteit, overeenkomstig artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, ter goedkeuring voorgelegd aan de Europese Commissie. De Europese Commissie zal opnieuw toetsen of de steun verenigbaar is met de interne markt. De subsidie zal dan ook niet eerder worden verleend dan nadat de Europese Commissie goedkeuring heeft gegeven voor deze regeling in een procedure als bedoeld in artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Gekozen is om de regeling te publiceren voorafgaand aan de formele staatssteungoedkeuring in verband met de naderende openstellingstermijn die op 3 augustus 2026 aanvangt.
De hernieuwde openstelling van de regeling zal niet leiden tot extra verplichtingen. Er worden ongeveer 124 aanvragen verwacht die naar verwachting allemaal kunnen worden toegekend. De tijdsbesteding voor de kennisname, de aanvraag, de vaststelling en de overige verplichtingen, bedoeld in artikel 4.4.7 van de IKC-ETS-regeling, wordt ingeschat op ongeveer 111,2 uur. Bij een standaarduurtarief van € 60 (conform het Handboek Meting Regeldrukkosten) komen de regeldrukkosten als gevolg van deze subsidieregeling uit op ongeveer € 827.040. Dat is 0,26 procent van het beschikbare subsidieplafond van € 318.239.000. Indien het subsidiebedrag voor een inrichting € 25.000 of meer bedraagt en minder bedraagt dan € 125.000 wordt rekening gehouden met € 1.000 aan kosten voor een verklaring van een onafhankelijke derde. Indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt worden deze kosten geschat op € 1.500 per rapport van feitelijke bevindingen van een accountant of accountant-administratieconsulent.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met deze datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien worden bekendgemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd doordat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Mededeling van de Commissie van 5 januari 2026 tot wijziging van de richtsnoeren betreffende bepaalde staatssteunmaatregelen in het kader van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten na 2021 (PbEU C 2026/196).
Mededeling van de Commissie van 5 januari 2026 tot wijziging van de richtsnoeren betreffende bepaalde staatssteunmaatregelen in het kader van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten na 2021 (PbEU C 2026/196).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24870.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.