Regeling van het College voor toetsen en examens van 29 juni 2026, nr. CvTE-26.00176, houdende vaststelling van toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vo in 2028 (Regeling toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens vo 2028)

Het College voor toetsen en examens,

Gelet op artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet College voor toetsen en examens;

besluit:

Artikel 1. Hulpmiddelen vmbo

De hulpmiddelen die in 2028 bij de centrale examens voor vmbo zijn toegestaan, worden vastgesteld als bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2. Hulpmiddelen havo en vwo

De hulpmiddelen die in 2028 bij de centrale examens voor havo en vwo zijn toegestaan, worden vastgesteld als bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 3. Wijziging regeling toegestane hulpmiddelen 2027

De Regeling toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens vo 2027 wordt als volgt gewijzigd:

In bijlage 2, wordt de tabel onder ‘3.1.3 Woordenlijst bij klassieke talen’ vervangen door:

Vak

Toegestaan

Voorbeeld 1

Voorbeeld 2

Griekse Taal en cultuur

Woordenboek + grammatica-overzicht + alfabetische werkwoordenlijst

Woordenboek CH. Hupperts + grammatica-overzicht + alfabetische werkwoordenlijst

Prisma woordenboek Grieks – Nederlands + grammatica-overzicht

Latijnse Taal en Cultuur

Woordenboek + grammatica-overzicht

Latijn-Nederlands H. Pinkster

Prisma woordenboek Latijn-Nederlands + grammatica-overzicht

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2027, en vervalt op 31 december 2029, met uitzondering van artikel 3, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens vo 2028.

Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het College voor toetsen en examens, de voorzitter, J.H. van der Vegt

BIJLAGE 1: HULPMIDDELEN VMBO 2028

Toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens vmbo 2028 als bedoeld in artikel 1

1 WAT IS ANDERS IN 2028

Er zijn wijzigingen ten opzichte van de toegestane hulpmiddelen vmbo 2027.

2 TOEGESTANE HULPMIDDELEN VMBO 2028

vak

leerweg

hulpmiddel

alle vakken

alle leerwegen

Basispakket, bestaande uit:

– schrijfmateriaal incl. millimeterpapier

– tekenpotlood

– blauw en rood kleurpotlood

– liniaal met millimeterverdeling

– passer

– nietmachine (zie 3.6)

– geometrische driehoek

– vlakgum

– rekenmachine (zie 3.2)

– computer als schrijfgerei (zie 3.4)

alle centrale examens

alle leerwegen

Eendelig algemeen verklarend papieren woordenboek Nederlands (zie 3.1.1)

of

Woordenboek Nederlands-thuistaal en/of thuistaal-Nederlands

of

Woordenboek thuistaal-Engels én een woordenboek Engels-Nederlands / woordenboek Nederlands – Engels én een woordenboek Engels – thuistaal (zie 3.1.1)

Fries, moderne vreemde talen

alle leerwegen

Woordenboek naar en van de doeltaal;

Bij Engels: (op verzoek kandidaat) daarnaast ook woordenboek Engels-Engels (zie 3.1.2)

alle vakken, behalve de talen

alle leerwegen

Spraaksynthese (zie 3.5)

wiskunde

alle leerwegen

Naast of in plaats van de geometrische driehoek: een windroos

roosterpapier in cm2

nask 1, nask 2

alle leerwegen

Door het CvTE goedgekeurd informatiemateriaal (zie 3.3)

cspe beroepsgericht

bb, kb en gl

De informatie over de benodigde materialen, grondstoffen, gereedschappen en/of hulpmiddelen bij de praktische opdrachten van het cspe wordt elk jaar o.a. in de instructie voor de examinator meegedeeld.

3 UITWERKING

Hieronder zijn de regels met betrekking tot de toegestane hulpmiddelen nader uitgewerkt. Voor meer informatie over de toepassing van deze regeling, zie de toelichting op de regeling hulpmiddelen op examenblad.nl.

3.1 WOORDENBOEK

3.1.1 Woordenboek Nederlands

Een eendelig algemeen verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij alle schriftelijke examens gl/tl, flexibele en digitale examens bb en kb, centraal praktische examens gl/tl en de centraal schriftelijke praktische examens bb, kb en gl, kortom bij alle centrale examens vmbo. In plaats van het eendelig woordenboek Nederlands mag ook gebruikgemaakt worden van een woordenboek van Nederlands naar de thuistaal van de kandidaat (bijvoorbeeld Nederlands – Spaans) en/of een woordenboek vanuit de thuistaal van de kandidaat naar het Nederlands (bijvoorbeeld Spaans – Nederlands). Een woordenboek Nederlands-thuistaal en thuistaal-Nederlands in één band is ook toegestaan. Als er geen woordenboek beschikbaar is voor de thuistaal – Nederlands en/of Nederlands – thuistaal is een woordenboek thuistaal – Engels én een woordenboek Engels – Nederlands, of een woordenboek Nederlands – Engels én een woordenboek Engels – thuistaal toegestaan.

3.1.2 Woordenboek moderne vreemde talen en Fries

Bij de moderne vreemde talen en Fries is een woordenboek doeltaal – thuistaal en thuistaal – doeltaal toegestaan. Bij het vak Engels mag het bevoegd gezag toestemming geven om een woordenboek Engels – Engels te gebruiken naast een tweetalig woordenboek.

3.1.3 Digitaal woordenboek

Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.

3.2 REKENMACHINE

Hulpmiddelen die de vaardigheden overbodig maken waarover de leerling volgens de syllabus moet beschikken, zijn niet toegestaan. Machines die in ieder geval niet zijn toegestaan: Casio fx-991EX en TI-30XPro.

Bij wiskunde kb en gl/tl, nask 1 kb en gl/tl, nask 2 gl/tl en bij het cspe gl voor het profielvak bouwen, wonen en interieur is het gebruik van een rekenmachine waarop alleen basisbewerkingen kunnen worden uitgevoerd toegestaan. Basisbewerkingen zijn naast de grondbewerkingen, toetsen voor pi, x tot de ye macht, x kwadraat, 1/x en sin/cos/tan in graden (en hun inversen).

Bij wiskunde bb moet de rekenmachine naast de grondbewerkingen beschikken over toetsen voor x kwadraat en (tweedemachts)worteltrekken.

Opties die niet gezien worden als basisbewerkingen (niet uitputtend) zijn:

  • Het oplossen van (stelsels van) vergelijkingen;

  • Het numeriek integreren en differentiëren van functies;

  • Rekenen met verhoudingen;

  • Berekeningen maken met metrische voorvoegsels als micro, kilo die een factor aangeven;

  • Gebruiken van wetenschappelijke constanten;

  • Werken in een spreadsheet;

  • Programmeren, en

  • Ingebouwde formules

Bij alle overige vakken zijn de grondbewerkingen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen voldoende.

Verder geldt het volgende:

  • Een rekenmachine mag tijdens het examen niet op het lichtnet worden aangesloten of met andere apparatuur worden verbonden.

  • Het is een kandidaat niet toegestaan tijdens het examen gebruik te maken van de rekenmachine van een andere kandidaat.

  • Een rekenmachine mag geen geluid maken.

  • Een rekenmachine mag niet beschikken over de mogelijkheid grafieken weer te geven.

  • Een rekenmachine mag niet beschikken over zend- en/of ontvangstmogelijkheden.

  • Een rekenmachine mag niet alfanumeriek (met letters op het scherm) zijn; bedoeld is dat er geen teksten kunnen worden ingevoerd of uitgelezen, zoals bijvoorbeeld met de mobiele telefoon wel kan. De letters ‘sin’ als afkorting van sinus worden in dit verband dus niet als alfanumeriek beschouwd.

  • Een meerregelige machine is niet verboden als hij aan de overige criteria voldoet.

Deze richtlijnen zijn toegepast in de rekenmachine van Facet waarover de kandidaten bb en kb kunnen beschikken. Naast de rekenmachine is het voor kandidaten bij de flexibele en digitale centrale examens vmbo bb en kb toegestaan de eigen rekenmachine te gebruiken indien deze aan de richtlijnen voldoet.

3.3 INFORMATIEBOEK BIJ NASK 1 EN NASK 2

Bij het centraal examen nask 1 in alle leerwegen en nask 2 gl/tl heeft de kandidaat op het centraal examen informatiemateriaal nodig.

Goedgekeurd zijn:

  • Voor bb: Binas vmbo-basis, informatieboek nask 1 (2e editie, ISBN 978-90-01-80067-3)

  • Voor kb en gl/tl: BINAS vmbo-kgt, informatieboek voor nask 1 en nask 2 (2e editie, ISBN 978-90-01-80069-7).

Bovengenoemde informatieboeken zijn toegestaan inclusief verbeterde fouten aan de hand van de errata van de uitgevers.

3.4 COMPUTER ALS SCHRIJFGEREI BIJ DE CENTRAAL SCHRIFTELIJKE EXAMENS

Bij alle schriftelijke examens is de computer toegestaan als schrijfgerei. De school kan dat toestaan voor alle kandidaten. De school kan het ook toestaan voor specifieke groepen kandidaten, bijvoorbeeld kandidaten met dyslexie. De spellingcontrole mag zonder meer worden gebruikt bij centrale examens waarbij de spelling niet wordt beoordeeld.

Op examenblad.nl staat meer informatie voor scholen die de computer als schrijfgerei willen inzetten.

3.5 SPRAAKSYNTHESE

Bij alle examens in de beroepsgerichte vakken, kunstvakken, maatschappijvakken een exacte vakken is spraaksynthese toegestaan. De school kan dat toestaan voor een specifieke groep of voor alle kandidaten. Dit laat de bevoegdheid van de rector of directeur om kandidaten die beschikken over een deskundigenverklaring als bedoeld in art. 3.54 Uitvoeringsbesluit WVO 2020 het gebruik van spraaksynthese ook bij de talen toe te staan onverlet.

3.6 NIET GENOEMDE HULPMIDDELEN

Naast het basispakket hulpmiddelen kan de kandidaat hulpmiddelen meenemen die niet genoemd zijn, maar die wel functioneel (kunnen) zijn. Hulpmiddelen die afbreuk doen aan de exameneisen, zijn niet toegestaan. Hulpmiddelen die geen relatie tot de exameneisen hebben maar ook geen enkele examenfunctie dienen, zijn niet toegestaan. Zie voor meer informatie de toelichting op examenblad.nl.

BIJLAGE 2: HULPMIDDELEN HAVO EN VWO 2028

Toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens havo en vwo 2027 als bedoeld in artikel 2

1 WAT IS ANDERS IN 2028

De lijst met toegestane grafische rekenmachines is geactualiseerd en het woordenboek klassieke talen nader gespecificeerd.

2 TOEGESTANE HULPMIDDELEN HAVO EN VWO 2028

vak

hulpmiddel

alle vakken

Basispakket, bestaande uit:

– schrijfmateriaal inclusief millimeterpapier

– tekenpotlood

– blauw en rood kleurpotlood

– liniaal met millimeterverdeling

– passer

– nietmachine (zie 3.5)

– geometrische driehoek

– vlakgum

– rekenmachine (zie 3.2)

– computer als schrijfgerei (zie 3.4)

alle centrale examens

Eendelig algemeen verklarend woordenboek Nederlands (zie 3.1.1)

of

Woordenboek Nederlands-thuistaal en/of thuistaal-Nederlands

of

Woordenboek thuistaal-Engels én een woordenboek Engels-Nederlands / woordenboek Nederlands – Engels én een woordenboek Engels – thuistaal (zie 3.1.1)

Fries, moderne vreemde talen

Woordenboek naar en van de doeltaal;

Bij Engels: (op verzoek kandidaat) daarnaast ook woordenboek Engels-Engels (zie 3.1.2)

alle vakken, behalve de talen

Spraaksynthese (zie 3.5)

Latijn, Grieks

Latijns respectievelijk Grieks woordenboek (zie 3.1.3)

wiskunde A, B, C

– grafische rekenmachine (zie 3.2.3)

– roosterpapier in cm2

biologie, natuurkunde, scheikunde

– goedgekeurd informatieboek: Binas 7e editie of Sciencedata

(zie 3.3)

3 UITWERKING

Hieronder zijn de regels met betrekking tot de toegestane hulpmiddelen nader uitgewerkt. Voor meer informatie over de toepassing van deze regeling, zie de toelichting op de regeling hulpmiddelen op examenblad.nl.

3.1 WOORDENBOEK

3.1.1 Woordenboek Nederlands

Een eendelig algemeen verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij alle centrale examens. In plaats van het eendelig woordenboek Nederlands mag ook gebruikgemaakt worden van een woordenboek van Nederlands naar de thuistaal van de kandidaat (bijvoorbeeld Nederlands – Spaans) en/of een woordenboek vanuit de thuistaal van de kandidaat naar het Nederlands (bijvoorbeeld Spaans – Nederlands). Een woordenboek Nederlands-thuistaal en thuistaal-Nederlands in één band is ook toegestaan. Als er geen woordenboek beschikbaar is voor de thuistaal – Nederlands en/of Nederlands – thuistaal is een woordenboek thuistaal – Engels én een woordenboek Engels – Nederlands, of een woordenboek Nederlands – Engels én een woordenboek Engels – thuistaal toegestaan.

3.1.2 Woordenboek moderne vreemde talen en Fries

Bij de moderne vreemde talen en Fries is een woordenboek doeltaal – thuistaal en thuistaal – doeltaal toegestaan. Voor de meeste leerlingen is Nederlands de thuistaal.

Bij het vak Engels mag het bevoegd gezag toestemming geven om een woordenboek Engels – Engels te gebruiken naast een tweetalig woordenboek.

3.1.3 Woordenboek bij klassieke talen

Bij de vakken Griekse taal en cultuur en Latijnse taal en cultuur zijn een woordenboek Grieks-Nederlands respectievelijk Latijn-Nederlands en een grammatica-overzicht toegestaan. Bij Grieks is daarnaast een werkwoordenlijst toegestaan. De woordenboeken, de grammatica-overzichten en werkwoordenlijsten mogen geen voorbeeldzinnen of toelichting op het gebied van syntaxis bevatten. Ook mogen ze niet specifiek toegesneden zijn op een auteur aan wiens werk de vertaalopdracht ontleend is.

3.1.4 Digitaal woordenboek

Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.

3.2 REKENMACHINE

3.2.1 Algemeen

Bij de vakken waar een grafische rekenmachine is toegestaan, is alleen een grafische rekenmachine toegestaan. Het is een kandidaat bij die vakken niet toegestaan de beschikking te hebben over een gewone rekenmachine.

3.2.2 Rekenmachine met basisbewerkingen

Bij de vakken zonder grafische rekenmachine mag een eenvoudige rekenmachine gebruikt worden waarop basisbewerkingen kunnen worden uitgevoerd. Hieronder wordt dit nader toegelicht.

Hulpmiddelen die de vaardigheden overbodig maken waarover de leerling volgens de syllabus moet beschikken, zijn niet toegestaan. Machines die in ieder geval niet zijn toegestaan: Casio fx-991EX en TI-30XPro.

Wat zijn basisbewerkingen

In onderstaande tabel wordt aangegeven over welke basisbewerkingen een rekenmachine in ieder geval moet beschikken voor de verschillende vakken.

basisbewerkingen

havo/vwo natuurkunde, scheikunde

havo/vwo economie, bedrijfseconomie

havo/vwo overig

Grondbewerkingen + – x:

wel

wel

wel

x2 en ✓

wel

wel

niet

1/x of x–1 en xy

wel

wel

niet

sin/cos/tan en hun inversen

wel

niet

niet

π

wel

niet

niet

10log (enx) en ln (en ex)

wel

niet

niet

Rekenmachines die over al deze basisbewerkingen beschikken zijn: Casio fx-82MS, HP10S+, TI30XB(S)

Wat zijn geen basisbewerkingen

Opties die niet gezien worden als basisbewerkingen (niet uitputtend) zijn:

  • Het oplossen van (stelsels van) vergelijkingen

  • Het numeriek integreren en differentiëren van functies

  • Rekenen met verhoudingen

  • Berekeningen maken met micro, kilo, ...

  • Gebruiken van wetenschappelijke constanten

  • Werken in een spreadsheet

  • Programmeren

  • Ingebouwde formules

Verder geldt het volgende:

  • Een rekenmachine mag tijdens het examen niet op het lichtnet worden aangesloten of met andere apparatuur worden verbonden.

  • Het is een kandidaat niet toegestaan tijdens het examen gebruik te maken van de rekenmachine van een andere kandidaat.

  • Een rekenmachine mag geen geluid maken.

  • Een rekenmachine mag niet beschikken over de mogelijkheid grafieken weer te geven.

  • Een rekenmachine mag niet beschikken over zend- en/of ontvangstmogelijkheden.

  • Een rekenmachine mag niet alfanumeriek (met letters op het scherm) zijn; bedoeld is dat er geen teksten kunnen worden ingevoerd of uitgelezen, zoals bijvoorbeeld met de mobiele telefoon wel kan. De letters ‘sin’ als afkorting van sinus worden in dit verband dus niet als alfanumeriek beschouwd.

  • Een meerregelige machine is niet verboden als hij aan de criteria voldoet.

3.2.3 Grafische rekenmachine

De grafische rekenmachine is alleen toegestaan bij de centrale examens wiskunde A, B en C.

Types toegestane grafische rekenmachines

De machines die in 2028 in elk geval zijn toegestaan:

MERK

TYPE

Casio:

• fx-CG50

• fx-CG100

HP

• HP Prime G2

Texas Instruments:

• TI-84 Plus CE-T

• TI-84 Plus CE-T Python Edition

• TI-84 Evo-T

• TI-Nspire CX II-T

• TI-Nspire CX II-T CAS

• TI-Nspire CX (alleen de versie zonder CAS)

NumWorks:

• De grafische rekenmachine van NumWorks met modelnummer op de achterkant van het apparaat gelijk aan N0110 of hoger (N0115, N0120,...).

Hiermee zijn alle machines toegestaan die ook in 2027 zijn toegestaan. Oudere types zijn niet meer toegestaan.

Eisen toegestane grafische rekenmachine

Een grafische rekenmachine is op het centraal examen alleen toegestaan als het geheugen en de functies die vaardigheden overbodig maken waarover de leerling volgens de syllabus moet beschikken zijn geblokkeerd door de juiste Nederlandse examenstand. Het moet op ieder moment tijdens het examen te controleren zijn of een machine in de juiste Nederlandse examenstand staat zonder de kandidaat te storen.

De juiste OS of firmwareversies, die een door het CvTE goedgekeurde examenstand hebben, worden uiterlijk gelijk met de maartaanvulling op examenblad.nl gepubliceerd.

Verder geldt het volgende:

  • a Een grafische rekenmachine mag tijdens het examen niet op het lichtnet worden aangesloten of met andere apparatuur worden verbonden.

  • b Het is een kandidaat niet toegestaan tijdens het examen gebruik te maken van de grafische rekenmachine van een andere kandidaat.

  • c Het is niet toegestaan dat de kandidaat tegelijkertijd de beschikking heeft over twee (grafische) rekenmachines.

  • d In machines met een SD-slot mag tijdens het CE geen SD-kaart zitten.

3.3 INFORMATIEBOEKEN NATUURWETENSCHAPPELIJKE VAKKEN

Bij de vakken biologie, natuurkunde en scheikunde is het gebruik van een Binas 7e editie toegestaan of ScienceData toegestaan, inclusief verbeterde fouten aan de hand van de errata van de uitgevers.

3.4 COMPUTER ALS SCHRIJFGEREI BIJ DE CENTRAAL SCHRIFTELIJKE EXAMENS

Bij alle schriftelijke examens is de computer toegestaan als schrijfgerei. De school kan dat toestaan voor alle kandidaten. De school kan het ook toestaan voor specifieke groepen kandidaten, bijvoorbeeld de kandidaten met dyslexie. De spellingcontrole mag zonder meer worden gebruikt bij centrale examens waarbij de spelling niet wordt beoordeeld.

Op examenblad.nl staat meer informatie voor scholen die de computer als schrijfgerei willen inzetten.

3.5 SPRAAKSYNTHESE

Bij alle examens in de kunstvakken, maatschappijvakken een exacte vakken is spraaksynthese toegestaan. De school kan dat toestaan voor een specifieke groep of voor alle kandidaten. Dit laat de bevoegdheid van de rector of directeur om kandidaten die beschikken over een deskundigenverklaring als bedoeld in art. 3.54 Uitvoeringsbesluit WVO 2020 het gebruik van spraaksynthese ook bij de talen toe te staan onverlet.

3.6 GENOEMDE HULPMIDDELEN

Naast het basispakket hulpmiddelen kan de kandidaat enkele hulpmiddelen meenemen die niet genoemd zijn, maar die wel functioneel (kunnen) zijn. Hulpmiddelen die afbreuk doen aan de exameneisen, zijn niet toegestaan. Hulpmiddelen die geen relatie tot de exameneisen hebben maar ook geen enkele examenfunctie dienen, zijn niet toegestaan. Zie voor meer informatie de toelichting op examenblad.nl.

TOELICHTING

Met deze regeling worden regels gegeven met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van de opgaven van de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vwo, havo en vmbo in 2028.

Het College voor toetsen en examens is verantwoordelijk voor het vaststellen van de toegestane hulpmiddelen bij, en de wijze van afnamen van, het centraal examen. Het is de bevoegdheid van de directeur of rector afwijkingen hiervan toe te staan binnen de kaders die gelden voor examinering, zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Voor het wegnemen van de belemmering kan het bevoegd gezag een aantal aanpassingen doen. Het College voor toetsen en examens publiceert steeds jaarlijks voor aanvang van het examenjaar een ‘Handreiking passend examineren’ waarin het een handreiking doet voor het uitvoeren van die bevoegdheid. Het bureau van het College is ook bereikbaar voor de directeur of rector van de school voor vragen en advies over het uitvoeren van diens bevoegdheid om een afwijkende wijze van examinering toe te staan.

Het College voor toetsen en examens, de voorzitter, J.H. van der Vegt

Naar boven