Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 8 juli 2026, nummer WBV 2026/17, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C9/15 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden:

15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee

15.1. Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Guinee uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:

  • LHBTIQ+; en

  • Prominente oppositieleden.

15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

Geen bijzonderheden.

15.5. Bescherming
15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:

  • minderjarigen en vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor (seksuele) geweldpleging;

  • (minderjarige) vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking;

  • (minderjarige) vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor een gedwongen huwelijk; of

  • LHBTIQ+.

15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:

  • minderjarigen en vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor (seksuele) geweldpleging;

  • (minderjarige) vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking; of

  • (minderjarige) vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor een gedwongen huwelijk.

Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.

15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van paragraaf B8/6 Vc.

15.7. Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 juli 2026

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

A

Op 30 april 2026 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een Algemeen ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Guinee. In de brief van 2 juli 2026 (kenmerk: 7564620) heeft de Minister van Asiel en Migratie (hierna: de minister) de Tweede Kamer geïnformeerd dat het nieuwe ambtsbericht aanleiding is geweest om enkele wijzigingen door te voeren in het landgebonden asielbeleid voor Guinee (C9/15 Vc).

Uit het nieuwe ambtsbericht blijkt dat prominente leden en leiders van de oppositie op verschillende manieren worden aangepakt en onder verhoogde negatieve aandacht van de autoriteiten kunnen staan. Gelet hierop heeft de minister besloten om prominente oppositieleden als risicoprofiel aan te merken. Paragraaf C9/15.3.2 Vc is daarom aangepast.

Uit het ambtsbericht blijkt verder dat LHBTIQ+ in Guinee te maken kunnen krijgen met daden van vervolging van personen in hun eigen omgeving, maar ook van de autoriteiten, waartegen geen (doeltreffende) bescherming door de autoriteiten en/of internationale organisaties kan worden geboden of verkregen. Gelet hierop heeft de minister besloten om LHBTIQ+ als risicoprofiel op te nemen. Dit is eveneens aangepast in paragraaf C9/15.3.2 Vc.

Naar aanleiding van de informatie in het ambtsbericht dat gedwongen huwelijken veelvoorkomend zijn in Guinee en dat hiertegen geen effectieve bescherming mogelijk is, heeft de minister besloten om voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor een gedwongen huwelijk aan te nemen dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen en dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is. Paragraaf C9/15.5.1 Vc en paragraaf C9/15.5.2 Vc zijn hierop aangepast.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde brief aan de Tweede Kamer.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven