Besluit van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, van 18 juni 2026, kenmerk SKI/106272842, houdende ontslag, benoeming en herbenoeming van leden van de Adviescommissie Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023–2027 en vaststelling van de arbeidsduurfactor voor 2025

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op de artikelen 2.8, zesde lid, en 5.1.12a., derde lid, van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021, artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en artikel 2 van het Benoemings- en vergoedingenbesluit Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027;

Besluit:

Artikel 1

Met ingang van 1 juli 2026 wordt aan de heer M.A.W. Ruis, te Amersfoort, eervol ontslag verleend als lid van de Adviescommissie Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023–2027.

Artikel 2

Met ingang van 1 augustus 2026 wordt de heer dr. ir. G.B.C. Backus, te Nijmegen, voor een periode van drie jaar tot lid van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 benoemd.

Artikel 3

Met ingang van 18 september 2026 wordt voor een periode van drie jaar tot lid van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 herbenoemd:

  • a. mevrouw M.J. Karstens-Pietersz, te Arnhem, tevens voorzitter;

  • b. mevrouw ir. L.Y. van Dueren den Hollander, te Tiel;

  • c. de heer prof. dr. W.K. Korthals Altes, te Amsterdam;

  • d. mevrouw E.G.L.M. Lugtenberg-Oosterhuis, te Olst;

  • e. de heer ir. W. Maijers, te Lith;

  • f. mevrouw drs. J.J.J.C. Snepvangers, te Dalfsen;

  • g. de heer dr. ir. J.W.G.M. Swinkels, te Boxtel.

Artikel 4

  • a. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor de voorzitter, mevrouw M.J. Karstens-Pietersz, te Arnhem, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0000.

  • b. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw ir. L.Y. van Dueren den Hollander, te Tiel, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0066.

  • c. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw ir. C.A.M. van Huët-Laan, te Alblasserdam, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,1450.

  • d. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer prof. dr. W.K. Korthals-Altes, te Amsterdam, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0055.

  • e. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw E.G.L.M. Lugtenberg-Oosterhuis, te Olst, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,1324.

  • f. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer ir. W. Maijers, te Lith, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,1240.

  • g. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer dr. M.A.W. Ruis, te Amersfoort, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0340.

  • h. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer dr. M.C.Th. Scholten, te Hippolytushoef, van de adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0000.

  • i. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid mevrouw drs. J.J.J.C. Snepvangers, te Dalfsen, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0140.

  • j. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer dr. ir. J.W.G.M. Swinkels, te Boxtel, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0134.

  • k. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer ir. A.S.M. Tabak, te Leidschendam, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,2309.

  • l. Voor het jaar 2025 wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding voor het commissielid de heer ir. F.P.M. Verhoeven, te Utrecht, van de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 vastgesteld op 0,0000.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen en aan de Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze: M.C. van den Berg directeur-generaal Agro

TOELICHTING

De Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027 heeft tot taak de Minister te adviseren omtrent de rangschikking van aanvragen voor subsidies die verstrekt worden binnen het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

De commissie bestaat op dit moment uit twaalf leden. Acht van deze twaalf leden zijn benoemd op 18 september 2023 voor een periode van drie jaar. Per 18 september 2026 zullen zeven van deze acht leden voor een periode van 3 jaar worden herbenoemd. Daarnaast wordt er één lid eervol ontslagen en er wordt een ander nieuw lid benoemd voor een periode van drie jaar. Daarmee blijft het totaal aantal leden gelijk aan twaalf.

Van de twaalf commissieleden hebben negen leden in 2025 hun expertise ingezet en werkzaamheden verricht ten behoeve van de rangschikking van aanvragen voor de subsidiemodule Samenwerken aan innovatie (EIP). Deze subsidiemodule is opgenomen in de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021, Titel 5.6. Samenwerken aan innovatie door operationele groepen in het kader van EIP. De negen commissieleden die in 2025 werkzaamheden hebben verricht, ontvangen hiervoor een vergoeding. De vergoeding is gebaseerd op de arbeidsduurfactor en het maandsalaris dat volgt uit het benoemingen- en vergoedingenbesluit Adviescommissie gemeenschappelijk landbouwbeleid 2023–2027.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze: M.C. van den Berg directeur-generaal Agro

Naar boven