U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 19 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/98976 houdende wijziging van de Omgevingsregeling in verband met actualisatie van de Beleidslijn grote rivieren en uitbreiding van het toepassingsgebied van de vergunningplicht voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2.21a, eerste lid, en 2.24, tweede lid, onderdeel a, van de Omgevingswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Omgevingsregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.8 (geometrische begrenzing rivierbed grote rivieren)

  • 1.

    De geometrische begrenzing van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

  • 2.

    De geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    De geometrische begrenzing van beperkingengebieden in het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41a, is vastgelegd in bijlage III.

  • 3.

    De geometrische begrenzing van het bergend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 5.41, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

B

Artikel 2.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 2.16 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk afmeren woonschip of ander drijvend werk)

  • 1.

    De beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, voor zover het gaat om het permanent afmeren van een woonschip of een ander drijvend werk, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing gelijk is aan de geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel vanbeperkingengebieden in het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid.

  • 2.

    Het voormalig bergend deel van het rivierbed van de grote rivieren, bedoeld in artikel 6.17a van het Besluit activiteiten leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

C

Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE III BIJ HOOFDSTUK 2 VAN DEZE REGELING (VERWIJZING NAAR GML-BESTANDEN VOOR WERKINGSGEBIEDEN)

LEGENDA:

Artikel

Noemer

Indicatief/exact

GIO-id1

2.2, eerste lid

De geometrische begrenzing van de oppervlaktewaterlichamen in het beheer van het Rijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2021/or_oppervlaktewaterlichamen/nld@2026‑01‑29

2.2, tweede lid

Geometrische begrenzing oppervlaktewaterlichamen beheer van de waterkwaliteit

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_waterkwaliteit/nld@2025‑06‑20

2.2, derde lid

Geometrische begrenzing oppervlaktewaterlichamen beheer van de waterkwantiteit

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_waterkwantiteit/nld@2026‑01‑29

2.2, vierde lid

Geometrische begrenzing oppervlaktewaterlichamen waterstaatkundig beheer

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_waterstaatkundig_beheer/nld@2026‑01‑29

2.3, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing waterstaatkundig beheer rijkswateren door niet tot het Rijk behorende openbare lichamen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_rijkswater_niet_beheerRijk/nld@2026‑01‑29

2.4

Geometrische begrenzing primaire waterkeringen en andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2021/or_waterkeringenRijk/nld@2024‑06‑27

2.7

Geometrische begrenzing kustfundament

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_kustfundament/nld@2020‑10‑01

2.8, eerste lid

Geometrische begrenzing rivierbed grote rivieren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_rivierbed/nld@2024‑06‑27

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_rivierbed/nld@2026‑04‑30

2.8, tweede lid

Geometrische begrenzing stroomvoerend deelbeperkingengebieden rivierbed grote rivieren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_rivierbed_stroomvoerend_deel/nld@2025‑06‑20

/join/id/regdata/mnre1034/2026/or_rivierbed_beperkingengebied/nld@2026‑04‑30

2.8, derde lid

Geometrische begrenzing bergend deel rivierbed grote rivieren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_rivierbed_bergend_deel/nld@2025‑06‑20

2.9, eerste lid

Geometrische begrenzing reserveringsgebieden voor de lange termijn Rijntakken

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_reservering_rijntakken/nld@2020‑10‑01

2.9, tweede lid

Geometrische begrenzing reserveringsgebieden voor de lange termijn Maas

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_reservering_maas/nld@2022‑01‑15

2.10

Geometrische begrenzing van het IJsselmeergebied

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_ijsselmeergebied/nld@2024‑06‑27

2.11, eerste lid

Geometrische begrenzing van de PKB-Waddenzee

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_pkb_waddenzee/nld@2020‑10‑01

2.11, tweede lid

Geometrische begrenzing van het Waddengebied

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_waddengebied/nld@2020‑10‑01

2.12

Geometrische begrenzing vrijwaringsgebieden rijksvaarwegen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_vrijwaringsgebieden_rijksvaarwegen/nld@2025‑01‑17

2.13

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk, niet zijnde kanalen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_oppervlaktewaterlichaam_geen_kanalen/nld@2026‑01‑29

2.14

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden kanalen in beheer bij het Rijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebieden_kanalen/nld@2026‑01‑29

2.15

Geometrische begrenzing beperkingengebieden vaarwegen in beheer bij het Rijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_vaarwegen/nld@2026‑01‑29

2.16, tweede lid

Geometrische begrenzing voormalig bergend deel rivierbed grote rivieren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_rivierbed_bergend_deel/nld@2026‑04‑30

2.17

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden waterkeringen in beheer bij het Rijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_waterkeringen_rijk/nld@2024‑06‑27

2.18

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebied Noordzee

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_noordzee/nld@2022‑10‑01

2.19, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebied Noordzee - buiten de zone tussen de duinvoet en laagwaterlijn

Indicatief

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_Noordzee_vanaf_laagwaterlijn/nld@2026‑01‑29

2.19, tweede lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebied Noordzee - zone tussen duinvoet en laagwaterlijn

Indicatief

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_duinvoet_laagwaterlijn/nld@2021‑07‑01

2.20

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden installaties in de Noordzee

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_nz_installaties_nietmijnbouw/nld@2024‑01‑30

2.21

Aanwijzing en geometrische begrenzing gebied zeewaarts van de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_zeewaarts_gebied/nld@2020‑10‑01

2.22, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten, oefen- en schietgebieden

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_mijnbouwlocatieactiviteiten_NZ_oefen_schietgebieden/nld@2022‑01‑15

2.22, tweede lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten, drukbevaren delen van de zee

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_mijnbouwlocatieactiviteiten_NZ_drukbevaren_delen/nld@2022‑01‑15

2.22, derde lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten, aanloopgebieden

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_mijnbouwlocatieactiviteiten_NZ_aanloopgebieden/nld@2020‑10‑01

2.22, vierde lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten, ankergebieden in de buurt van aanloophavens

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_mijnbouwlocatieactiviteiten_NZ_ankergebieden/nld@2020‑10‑01

2.26, eerste lid

Geometrische begrenzing civiele explosieaandachtsgebieden A

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_civiele_explosieaandachtsgebieden_zoneA/nld@2020‑10‑01

2.26, tweede lid

Geometrische begrenzing civiele explosieaandachtsgebieden B

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_civiele_explosieaandachtsgebieden_zoneB/nld@2020‑10‑01

2.26, derde lid

Geometrische begrenzing civiele explosieaandachtsgebieden C

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_civiele_explosieaandachtsgebieden_zoneC/nld@2020‑10‑01

2.26, vierde lid

Geometrische begrenzing civiele opslagplaatsen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_civiele_opslagplaatsen/nld@2020‑10‑01

2.27, eerste lid

Geometrische begrenzing militaire explosieaandachtsgebieden A

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2022/or_militaire_explosieaandachtsgebieden/nld@2022‑01‑15

2.27, tweede lid

Geometrische begrenzing militaire explosieaandachtsgebieden B

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2022/or_militaire_explosieaandachtsgebieden/nld@2022‑01‑15

2.27, derde lid

Geometrische begrenzing militaire explosieaandachtsgebieden C

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2022/or_militaire_explosieaandachtsgebieden/nld@2022‑01‑15

2.28, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden voor de uitbreiding van een autoweg of autosnelweg

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_reserveringsgebieden_uitbreiding_hoofdwegen/nld@2025‑01‑17

2.28, tweede lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden voor de aanleg van een autoweg of autosnelweg

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_reserveringsgebieden_uitbreiding_hoofdwegen/nld@2025‑06‑20

2.28, derde lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden voor de aanleg van een hoofdspoorweg

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_reserveringsgebieden_nieuwe_hoofdspoorwegen/nld@2020‑10‑01

2.29, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden wegen in beheer bij het Rijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_wegen_rijk/nld@2026‑01‑29

2.29, tweede lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden wegen in beheer bij het Rijk die horen bij een verzorgingsplaats

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_wegen_rijk_verzorgingsplaatsen/nld@2024‑06‑27

2.30, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden hoofdspoorwegen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_beperkingengebied_hoofdspoorwegen/nld@2026‑01‑29

2.30, tweede lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing kernzones van beperkingengebieden hoofdspoorwegen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_hoofdspoor_kernzone/nld@2026‑01‑29

2.30, derde lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing overwegzones van beperkingengebieden hoofdspoorwegen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_hoofdspoor_overwegen/nld@2026‑01‑29

2.30, vierde lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing beschermingszones van beperkingengebieden hoofdspoorwegen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_hoofdspoor_beschermingszone/nld@2026‑01‑26

2.31, eerste lid

Geometrische begrenzing gebieden waar bouwwerken apparatuur van luchthavens kunnen verstoren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_verstoringsgebieden_buiten_burgerluchthavens_geen_bouwwerken/nld@2025‑05‑07

2.31, tweede lid

Geometrische begrenzing maximaal toelaatbare hoogte voor bouwwerken buiten beperkingengebieden luchthavens

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_verstoringsgebieden_buiten_burgerluchthavens_bouwwerken/nld@2025‑05‑07

2,31, derde lid

Geometrische begrenzing maximaal toelaatbare hoogte voor windturbines buiten beperkingengebieden luchthavens

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_verstoringsgebieden_buiten_burgerluchthavens_windturbines/nld@2025‑05‑07

2.31, vierde lid

Geometrische begrenzing gebieden waar bouwwerken het civiele radarbeeld kunnen verstoren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_defensie_radarverstoringsgebied_bouwwerken/nld@2020‑10‑01

2.31, vijfde lid

Geometrische begrenzing van gebieden waar windturbines het civiele radarbeeld kunnen verstoren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_defensie_radarverstoringsgebied_windturbines/nld@2020‑10‑01

2.32, eerste lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden buisleidingen van nationaal belang

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_buisleidingen_reserveringsgebieden/nld@2022‑01‑15

2.32, tweede lid

Aanwijzing en geometrische begrenzing zoekgebieden

buisleidingen van nationaal belang

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_buisleidingen_zoekgebieden/nld@2020‑10‑01

2.33, eerste lid

Geometrische begrenzing aanleggebied Maasvlakte 2

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_PMR_landaanwinningsgebied_Maasvlakte2/nld@2020‑10‑01

2.33, tweede lid

Geometrische begrenzing aanleggebied compensatie van open droog duin en natte duinvallei

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_PMR_compensatie_opendroog_duin/nld@2020‑10‑01

2.33, derde lid

Geometrische begrenzing aanleggebied compensatie van zeenatuur

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_PMR_compensatie_verlies_zeenatuur/nld@2020‑10‑01

2.34, eerste lid

Geometrische begrenzing openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Midden-IJsselmonde

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_PMR_natuur_recreatie_IJsselmonde/nld@2020‑10‑01

2.34, tweede lid

Geometrische begrenzing openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiebroekse en Zuidpolder

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_PMR_natuur_recreatie_Schiebroek_Zuidpolder/nld@2020‑10‑01

2.34, derde lid

Geometrische begrenzing openbaar toegankelijk natuur- en recreatiegebied Schiezone

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_PMR_natuur_recreatie_Schiezone/nld@2020‑10‑01

2.36, eerste lid

Geometrische begrenzing locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_elektriciteit_locaties_grootschalige_opwekking/nld@2020‑10‑01

2.36, tweede lid

Geometrische begrenzing locaties voor een kernenergiecentrale

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_elektriciteit_vestigingsplaats_kernenergie/nld@2020‑10‑01

2.36, derde lid

Geometrische begrenzing locaties voor het gebied binnen een straal van één km rondom een kernenergiecentrale

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_elektriciteit_waarborgzones_kernenergie/nld@2020‑10‑01

2.36, vierde lid

Geometrische begrenzing locaties voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_elektriciteit_hoogspanningsverbindingen/nld@2020‑10‑01

2.36a

Geometrische begrenzing van het uitsluitingsgebied hyperscale datacentra

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2023/or_uitsluitingsgebied_hyperscale_datacentra/nld@2023‑09‑15

2.37

Geometrische begrenzing uitgezonderde locaties niet in betekenende mate luchtkwaliteit

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_uitgezonderde_locaties_luchtkwaliteit/nld@2020‑10‑01

2.41, eerste lid

Geometrische begrenzing militaire terreinen en terreinen met een militair object

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_defensie_terreinen_objecten/nld@2022‑04‑01

2.41, tweede lid

Geometrische begrenzing van de onveilige gebieden bij militaire schietbanen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_defensie_terreinen_schietbanen/nld@2022‑01‑15

2.41, derde lid

Geometrische begrenzing van de gebieden waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_defensie_verstoring_zend_ontvangstinstallaties/nld@2020‑10‑01

2.41, vierde lid

Geometrische begrenzing van gebieden waar zich een militaire laagvliegroute bevindt

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_defensie_laagvliegroutes_transportvliegtuigen/nld@2024‑04‑30

2.41, vijfde lid

Geometrische begrenzing van gebieden waar bouwwerken het militaire radarbeeld kunnen verstoren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_defensie_radarverstoringsgebied_bouwwerken/nld@2020‑10‑01

2.41, zesde lid

Geometrische begrenzing van gebieden waar windturbines het militaire radarbeeld kunnen verstoren

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_defensie_radarverstoringsgebied_windturbines/nld@2020‑10‑01

2.42, eerste lid

Geometrische begrenzing van de Droogmakerij de Beemster

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_werelderfgoed_Beemster/nld@2020‑10‑01

2.42, tweede lid

Geometrische begrenzing van de Hollandse Waterlinies

Exact

/join/id/regdata/mnre1109/2025/or_werelderfgoed_Hollandse_Waterlinies/nld@2025‑10‑31

2.42, derde lid

Geometrische begrenzing van Schokland en omgeving

Exact

/join/id/regdata/mnre1109/2025/or_werelderfgoed_Schokland/nld@2025‑10‑31

2.42, vierde lid

Geometrische begrenzing van de Neder-Germaanse Limes

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_werelderfgoed_Romeinse_Limes/nld@2025‑10‑31

2.42, vijfde lid

Geometrische begrenzing van de Koloniën van Weldadigheid

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/or_werelderfgoed_Kolonien_van_Weldadigheid/nld@2025‑10‑31

2.43, eerste lid

Geometrische begrenzing herkomstgebieden mijnsteen en vermengde mijnsteen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/OrBodemMijnsteenHerkomstgebieden/nld@2020‑12‑01

2.43, tweede lid

Geometrische begrenzing toepassingsgebieden mijnsteen en vermengde mijnsteen

Exact

/join/id/regdata/mnre1034/2020/OrBodemMijnsteenToepassingsgebieden/nld@2020‑12‑01

2.46, tweede lid

Geometrische begrenzing bodembeheergebied Grebbedijk

Exact

/join/id/regdata/mnre1130/2025/or_bodembeheergebied_grebbedijk/nld@2025‑06‑20

2.46, derder lid

Geometrische begrenzing bodembeheergebied Dijkversterking Hansweert

Exact

/join/id/regdata/mnre1130/2025/or_bodembeheergebied_hansweert/nld@2025‑06‑20

2.46, vierde lid

Geometrische begrenzing bodembeheergebied Meanderende Maas

Exact

/join/id/regdata/mnre1130/2025/or_bodembeheergebied_meanderende_maas/nld@2025‑06‑20

2.46, vijfde lid

Geometrische begrenzing bodembeheergebied Uiterwaarden Oeffelt

Exact

/join/id/regdata/mnre1130/2025/or_bodembeheergebied_oeffelt/nld@2025‑06‑20

  • 1

    Het GML-bestand voor de werkingsgebieden is via Internet raadpleegbaar door de URL https://identifier.officielebekendmakingen.nl voor /join/.. te zetten (bijvoorbeeld https://identifier.officielebekendmakingen.nl/join/id/regdata/mnre1034/2019/or_kustfundament/nld@2020‑10‑01. Terug naar link van noot.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 29 juni 2026 tot wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving in verband met actualisatie van de Beleidslijn grote rivieren (Stb. 2026, 167) in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage,

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

V. Karremans

Toelichting

I. Algemeen deel

1. Inleiding

Deze regeling voorziet in wijzigingen van de Omgevingsregeling met betrekking tot het rivierbed van de grote rivieren.

Deze regeling hangt samen met een wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 juli 2026 en het in 2025 opnieuw vaststellen van de Beleidsregels grote rivieren.1 Deze regeling is bovendien noodzakelijk voor de actualisatie van de Beleidsregels grote rivieren die dit voorjaar wordt gepubliceerd (beoogde inwerkingtreding per 1 juli 2026, tegelijk met deze regeling).

De zogeheten Beleidslijn grote rivieren (hierna: de Beleidslijn) is vastgelegd in de Beleidsregels grote rivieren 2025 (hierna: Bgr 2025). De Beleidslijn bevat een kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. Doel van de Beleidslijn is dat er nu en in de toekomst voldoende ruimte in het rivierbed blijft voor waterberging en waterafvoer en voorkomen dat nieuwe activiteiten of objecten in het rivierbed toekomstige verruiming van de rivier duurder of onmogelijk maken.

De wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal), het in 2025 opnieuw vaststellen van de Bgr 2025 en deze regeling dienen dat doel.

Het Bkl is gebaseerd op de Omgevingswet en bevat instructieregels over de fysieke leefomgeving die kaderstellend zijn voor de bevoegdheden van decentrale overheden, zoals ruimtelijke ordening door gemeenten in het omgevingsplan. De wijziging van het Bkl voorziet in het beperken van de mogelijkheden om niet-riviergebonden activiteiten toe te laten in een omgevingsplan dat van toepassing is op het rivierbed.

Het Bal is gebaseerd op de Omgevingswet en bevat de algemene rijksregels voor burgers en bedrijven, waaronder een verplichting om een omgevingsvergunning aan te vragen voor bepaalde activiteiten in het rivierbed.

De Bgr 2025 bevat beleidsregels over hoe de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: de Minister) omgaat met zijn bevoegdheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor bepaalde activiteiten in het rivierbed. Onder de Bgr 2025 zijn de mogelijkheden voor vergunningverlening voor niet-riviergebonden activiteiten ingeperkt ten opzichte van de beleidsregels die daarvoor golden.

De Omgevingsregeling (Or) onder de Omgevingswet bevat onder meer de geometrische begrenzing van allerlei soorten objecten in de fysieke leefomgeving, zodat hun locatie bekend is en grafisch zichtbaar kan worden op een kaart in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De Omgevingsregeling regelde voorheen de geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel en het bergend deel van het rivierbed. In deze delen van een rivierbed golden verschillende regels (regimes).

Met deze regeling worden twee wijzigingen aangebracht in de Or. Deze wijzigingen hebben betrekking op:

  • 1.

    de keuze voor één regime en in samenhang daarmee

  • 2.

    het uitbreiden van het toepassingsgebied van de vergunningplicht voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken tot het gehele nieuwe regime.

De wijziging van het Bal voorziet in overgangsrecht in verband met de uitbreiding van deze vergunningplicht.

2. Aanleiding

Belang water en bodem

Bij brief van 25 november 2022 aan de Tweede Kamer hebben de Minister en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het belang van water en de bodem sturend bij besluitvorming over ruimtelijke ordening benadrukt en in dat kader aangegeven geen nieuwe bebouwing meer toe te staan in het rivierbed, waaronder de uiterwaarden (hierna: WBS-brief).2

Deze nieuwe koers om geen nieuwe bebouwing meer toe te staan in het rivierbed is nader uitgewerkt in een brief aan de Tweede Kamer van 5 oktober 2023.3 Deze brief bevat een redeneerlijn over hoe het Rijk wil omgaan met nieuwe en lopende buitendijkse projecten in onder andere de uiterwaarden in het rivierengebied. Hiermee worden projecten bedoeld op gronden die zijn gelegen aan de rivierzijde van een dijk. De redeneerlijn benadrukt de noodzaak van meer ruimte voor waterberging en waterafvoer in de toekomst. Buitendijkse plannen mogen het waterbergend vermogen en de afvoercapaciteit van de rivieren niet aantasten, toekomstige rivierbeheermaatregelen niet belemmeren en het risico op overstromingsschade niet vergroten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat activiteiten die binnendijks mogelijk zijn ook binnendijks moeten plaatsvinden, zoals woningbouw en andere activiteiten die niet watergebonden zijn. De ruimte voor watergebonden activiteiten zoals havens en watergerelateerde bedrijven blijft wel behouden. Daarnaast blijven gebruikers van uiterwaarden zelf verantwoordelijk voor schade door hoog- of laagwater, net als voorheen.

Met deze nieuwe koers geeft het Rijk invulling aan het principe van ‘niet afwentelen’,4 zoals benoemd in de WBS-brief en in de Nationale Omgevingsvisie5 en volgt het Rijk ook het advies van het College van Rijksadviseurs (Cra) in de brief van 28 maart 2023.6 In dat advies geeft het Cra aan dat het voorbereiden van grote veranderingen in het water(veiligheids)systeem veel tijd kost. Het advies van de Cra is dan ook om voor de kortere termijn bouwstenen te benutten waarmee we ‘tijd kopen’ en om uit te gaan van het voorzorgbeginsel. Dit betekent onder meer dat het niet verstandig is om ruimte in het rivierbed weg te geven die in de nabije toekomst weer nodig kan blijken te zijn. Deze nieuwe koers is in lijn met de aanbevelingen van de Deltacommissaris met betrekking tot woningbouw en klimaatadaptatie.7

Beleidstafel wateroverlast en hoogwater

Naar aanleiding van de wateroverlast en het hoogwater in Limburg in de zomer van 2021 is door de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater (Beleidstafel) onderzocht hoe Nederland zich beter kan voorbereiden op een periode van een extreme neerslag. Door de Beleidstafel is onder meer geadviseerd de Beleidslijn aan te passen. In het eindrapport van de Beleidstafel staat hierover: ‘Actualiseer de Beleidslijn grote rivieren, zodat het risico op schade door hoogwater en wateroverlast niet toe-, maar afneemt zowel op gebiedsniveau als over het totaal van de rivier. Dit is een ondersteuning van het aangekondigde beleid in de WBS-brief.’8

Extremer weer

Op 9 oktober 2023 publiceerde het KNMI de nieuwste klimaatscenario’s voor Nederland. Deze nieuwe scenario’s laten zien dat we te maken krijgen met een toename van de gemiddelde temperatuur, drogere zomers en nattere winters.9 Tegelijk nemen de weersextremen toe en kunnen er in de zomer zwaardere buien voorkomen. Daarom is het belangrijk om in het beleid meer dan nu rekening te houden met extremen. Worstcasescenario’s zijn door het veranderende klimaat vanzelfsprekender geworden en maken het noodzakelijk daar nog beter op voor te bereiden.

Hogere rivierafvoeren en zeespiegelstijging

Deltares heeft in samenwerking met Rijkswaterstaat en het KNMI een analyse gemaakt van de effecten van de KNMI’23-scenario’s op de afvoerregimes van de Rijn en Maas.10 Hoewel de prognoses voor extreem hoogwater/piekafvoeren nog moeten komen, is nu al duidelijk dat de gemiddelde winter- en voorjaarsafvoeren van de Rijn en de Maas toenemen.

De ruimte voor het riviersysteem is daarvoor ontoereikend. Dat blijkt ook uit het programma Integraal Riviermanagement (IRM).11 Uit dit programma komt ook naar voren dat de nu beschikbare ruimte in het rivierbed op sommige riviertrajecten in de Rijn en de Maas al onvoldoende is voor de huidige opgaven. Die opgaven bestaan uit het opvangen van hogere piekafvoeren door vergroting van de afvoer- en bergingscapaciteit, de compensatieopgave voor natuur, de waterkwaliteit, buitendijkse dijkversterking en riviergebonden ontwikkelingen. Opgeteld is het ruimtebeslag voor deze opgaven groter dan in het huidige rivierbed gerealiseerd kan worden.

Naast de toenemende rivierafvoeren heeft ook de toenemende zeespiegelstijging gevolgen voor de waterstanden in onze rivieren. Wanneer de zeespiegel stijgt, kunnen de rivieren minder goed water afvoeren. Dit zorgt voor hogere waterstanden; niet alleen bij de monding, maar ook verder stroomopwaarts. Bij hoge rivierafvoeren neemt daardoor het risico op hoogwater en wateroverlast in het rivierbed nog meer toe.

Eindrapport actualisatie Beleidslijn grote rivieren

Volgend op de WBS-brief, de gedeeltelijke uitwerking daarvan in de brief aan de Tweede Kamer van 5 oktober 2023 en het eindadvies van de Beleidstafel is in opdracht van het Ministerie van IenW onderzoek gedaan naar welke aanpassingen in de Beleidslijn nodig zouden zijn om uitvoering te geven aan de WBS-brief. Op 27 september 2023 is het eindrapport gepubliceerd.12

Op 11 oktober 2023 heeft de minister in het Bestuurlijk Overleg Water aangegeven dat de Beleidslijn wordt geactualiseerd, waarbij de adviezen uit het eindrapport worden overgenomen. Voor zover voor deze regeling relevant houdt dit in dat er één regime komt voor het rivierbed. Dit betekent dat het bestaande onderscheid tussen het ‘bergend’ regime en het ‘stroomvoerend’ regime vervalt. In dit regime is in beginsel nieuwe niet-riviergebonden bebouwing niet toegestaan.

Vervolgens is het eindrapport voorgelegd aan de waterveiligheid- en rivierexperts van het Expertise Netwerk Waterveiligheid (ENW). In algemene zin concludeert ENW dat het eindrapport een goede studie bevat van het functioneren van de huidige Beleidslijn en de aanpassingen die nodig zijn in de toekomst. Voor de lange termijn acht ENW nader onderzoek nodig, onder meer naar de in de toekomst benodigde ruimte voor afvoer- en bergingscapaciteit.

Actualisatie Beleidslijn

Tegen deze achtergrond is de Beleidslijn geactualiseerd. In dat kader is de Beleidsregels grote rivieren 2006 (Bgr 2006) vervangen door de Bgr 2025 en zijn het Bkl en de Or (deze regeling) gewijzigd.

3 Inhoud

3.1 Naar één regime in het rivierbed

Zoals hiervoor is aangegeven, is besloten om af te stappen van het maken van onderscheid in het rivierbed tussen een bergend en stroomvoerend regime.

In het deel van het rivierbed waarop het bergend regime van toepassing was, gold dat een omgevingsplan naast een aantal kleine, tijdelijke of voor het rivierbed noodzakelijke activiteiten ook andere activiteiten kon toelaten, mits een afname van het bergend vermogen van de rivier als gevolg van die andere activiteiten werd gecompenseerd.

In het deel van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van toepassing was, gold dat een omgevingsplan naast de hiervoor genoemde kleine, tijdelijke en noodzakelijke activiteiten alleen de activiteiten kon toelaten die waren opgenomen in artikel 5.46 Bkl en onder de voorwaarde dat een waterstandsverhoging van de rivier als gevolg van die activiteiten werd gecompenseerd.

Vanwege extremer weer, hogere rivierafvoeren en zeespiegelstijging is het nodig om terughoudend te zijn met het toestaan van ontwikkelingen in het rivierbed en dus ook in het deel waarop het bergend regime van toepassing was. Daarnaast blijkt het onderscheid tussen bergend en stroomvoerend in de praktijk moeilijk te maken vanwege de complexe (rivierkundige) rol van gebieden tijdens hoogwater.

Daarom geldt nu één regime voor alle beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, voor zover gelegen in het rivierbed van de grote rivieren (hierna: beperkingengebieden in het rivierbed). In dit regime gelden grotendeels dezelfde regels die golden in het stroomvoerend regime.

In verband met de keuze voor één regime is het niet langer nodig om het bergend en stroomvoerend deel van het rivierbed geometrisch te begrenzen. Daarom zijn de verwijzingen naar die geometrische begrenzingen geschrapt en ook de geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel van het rivierbed.

Wel is het nodig om geometrisch te begrenzen op welke locaties de instructieregels uit het Bkl over beperkingengebieden in het rivierbed van de grote rivieren van toepassing zijn. Artikel 2.8, tweede lid, Or, bepaalt dat die geometrische begrenzing in bijlage III bij de Omgevingsregeling wordt vastgelegd.

3.2 Uitbreiden toepassingsgebied vergunningplicht voor permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken

In het stroomvoerend deel van het rivierbed gold een vergunningplicht voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken. In het bergend deel van het rivierbed gold deze vergunningplicht niet en volstond een melding.

Gelet op de keuze voor één regime voor beperkingengebieden in het rivierbed waarvoor grotendeels dezelfde regels gelden als die vóór inwerkingtreding van deze regeling in het stroomvoerend regime golden, is het logisch om de vergunningplicht voor het permanent afmeren ook op het voormalige bergend deel van het rivierbed toe te passen. Het toevoegen van nieuwe woon- en logiesfuncties in het rivierbed is om drie redenen onwenselijk.

Ten eerste kan hoogwater aanzienlijke materiële schade veroorzaken aan (recreatie)woningen. Het rivierbed is van origine bedoeld voor het bergen en afvoeren van water. De bewoners en gebruikers van het rivierbed zijn dan ook zelf verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om de gevolgen van een overstroming te beperken en dragen zelf het risico voor schade als gevolg van overstromingen. Voor een gebruiker van het rivierbed bestaat bij een overstroming in beginsel geen recht op een tegemoetkoming op basis van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts). Dit kan de financiële lasten voor bewoners bij calamiteiten enorm verhogen. Verzekeringen voor woningen in risicogebieden zoals het rivierbed zijn vaak duur of moeilijk af te sluiten, waardoor de financiële druk toeneemt.

Ten tweede vergroot een toename van bewoning in het rivierbed de complexiteit en risico’s van evacuatie bij hoogwater. In crisissituaties moeten niet alleen meer bewoners worden gewaarschuwd, maar moeten infrastructuur en transportmiddelen ook geschikt zijn voor evacuatie.

Ten derde zorgen woon- en logiesfuncties voor kapitaalintensivering; niet alleen vanwege de functies zelf maar ook vanwege bijvoorbeeld de voor die functies benodigde infrastructuur. Dit zorgt voor meer schade bij hoogwater en voor hogere kosten bij het nemen van rivierverruimende maatregelen.

Effectief betekent dit dat de minister in het deel van het rivierbed waarvoor dit nieuwe regime geldt geen nieuwe niet-riviergebonden activiteiten meer vergunt. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor deze activiteiten, wordt op grond van de Bgr 2025 geen toestemming gegeven voor niet-riviergebonden activiteiten. Voor de motivering wordt verwezen naar de Bgr 2025. Het permanent afmeren van werken met een riviergebonden functie (ten behoeve van scheepvaart of scheepsbouw) en tijdelijk afmeren blijft wel mogelijk.

De reden voor deze keuze is dat woonschepen en ander drijvende werken, net als andere permanente bouwwerken in het rivierbed, permanent beslag leggen op schaarse ruimte in beperkingengebieden in het rivierbed, waardoor ook toekomstige rivierverruimende maatregelen in het rivierbed bemoeilijkt kunnen worden. Als gevolg van de schaarse ruimte zijn woonschepen ook moeilijk of niet verplaatsbaar, nog los nog van eventuele financiële consequenties voor het Rijk indien verplaatsing noodzakelijk is. Niet alleen het object zelf, maar ook bijbehorende voorzieningen, toegangswegen, kabels en leidingen, voorzieningen aan de wal (erven met omheiningen, schuurtjes, parkeerplaatsen) zijn belemmerend voor de waterberging en afvoer en zorgen voor een toename van wateroverlast en evacuatiedruk. Dit vanwege het feit dat de werken niet meer bereikbaar zijn bij hoogwater.

Overigens blijft de geometrische begrenzing van het voormalig bergend deel van het rivierbed van belang voor overgangsrecht voor woonschepen en drijvende werken die voor de inwerkingtreding van dit besluit aanwezig zijn in dat deel van het rivierbed. Om die reden blijft die geometrie behouden, zij het dat die nu verbonden is met regels van het Bal en niet meer met regels van het Bkl.

4 Verhouding tot nationaal recht

De Omgevingswet biedt voor deze regeling het juridisch kader. De Omgevingswet maakt het in artikel 2.21a, eerste lid, mogelijk om beperkingengebieden met betrekking tot waterstaatswerken in beheer bij het Rijk, aan te wijzen en geometrisch te begrenzen.

Daarnaast maakt artikel 2.24, tweede lid, onderdeel a, het mogelijk om de locatie aan te wijzen en geometrisch te begrenzen, waarop een of meer instructieregels betrekking hebben.

Verder is in artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel e, Bal opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een woonschip of een ander drijvend werk permanent af te meren in een oppervlaktewaterlichaam voor zover dat werk bij ministeriële regeling is aangewezen.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat naast deze omgevingsvergunning nog andere vergunningen nodig kunnen zijn om deze activiteit te kunnen verrichten. Zo kan er bijvoorbeeld ook op basis van het omgevingsplan een omgevingsvergunningplicht gelden.

5 Financiële effecten

De financiële effecten van deze regeling voor burgers, bedrijven en overheden zijn beperkt.

De keuze voor één regime leidt niet tot meer regeldruk; deze wijziging leidt er niet toe dat voor meer of andere activiteiten in het rivierbed een vergunningplicht gaat gelden. Wel leidt deze wijziging naar verwachting tot lagere bestuurslasten voor Rijkswaterstaat. Het werken met één uniform regime vergt minder tijd en geld dan het werken met twee regimes, zoals dat voorheen het geval was.

De keuze om de vergunningplicht voor het permanent afmeren voor woonschepen of andere drijvende werken binnen dit hele regime van toepassing te verklaren leidt slechts in zeer beperkte mate tot meer regeldruk. In het overgangsrecht in het Bal is opgenomen dat deze vergunningplicht niet geldt voor bestaande woonschepen en andere drijvende werken in het voormalige bergend deel van het rivierbed. In het voormalige stroomvoerend deel van het rivierbed gold deze vergunningplicht al. Daarnaast wordt op grond van de Bgr 2025 in het nieuwe regime geen omgevingsvergunning verleend voor nieuwe niet-riviergebonden activiteiten, zoals voor woonschepen. De regeldruk neemt alleen toe waar het gaat om het permanent afmeren van werken met een riviergebonden functie in het voormalige bergend deel van het rivierbed; voorheen volstond daarvoor een melding en nu geldt er een vergunningplicht.

De ‘uitbreiding’ van de vergunningplicht vraagt aanvankelijk een grotere inzet van Rijkswaterstaat, die wordt geraamd op ongeveer 1 fte per jaar. Deze extra inzet omvat voornamelijk de benodigde personele capaciteit voor het in kaart brengen van de woonschepen en andere drijvende werken die onder het overgangsrecht vallen en het afhandelen van administratieve taken. Daarnaast zijn er kosten verbonden aan administratieve processen, waaronder documentatie, registerbeheer en IT-ondersteuning.

Deze extra kosten zijn gerechtvaardigd. Door de bestaande situatie goed in beeld te brengen, wordt voorkomen dat later in het kader van toezicht en handhaving discussie ontstaat over of een bepaalde activiteit vergunningplichtig is.

6 Regeldruk

Met dit besluit worden verschillende wijzigingen aangebracht in de Or.

Hieronder wordt voor de in dit kader relevante wijzigingen toegelicht wat de verandering in de regeldruk is.

Keuze voor één regime – regeldruk blijft gelijk

In het rivierbed werd onderscheid gemaakt tussen een bergend en stroomvoerend regime.

Besloten is om hiervan af te stappen en in het rivierbed één regime te laten gelden. Dit besluit voorziet erin dat in de Or een geometrische begrenzing wordt opgenomen waarvoor dit nieuwe regime geldt. Deze wijziging heeft op zichzelf geen gevolgen voor de regeldruk. Dit besluit bevat namelijk niet de regels die in dit regime gelden; die regels zijn opgenomen in het Bal, Bkl en de Bgr 2025. Voor een toelichting op de regels die in dit regime gelden en de effecten daarvan op de regeldruk wordt verwezen naar de Bgr 2025 en de met dit besluit samenhangende wijziging van het Bkl en Bal.

Uitbreiden van het toepassingsgebied van de vergunningplicht voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken – regeldruk neemt deels toe

Dit besluit voorziet erin dat een vergunningplicht gaat gelden voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken in het voormalige bergend deel van het rivierbed waar deze plicht eerder niet gold.

De met dit besluit samenhangende wijziging van het Bal en Bkl voorziet erin dat deze vergunningplicht niet gaat gelden voor bestaande gevallen. Daarvoor blijft de regeldruk gelijk; degene die deze activiteit al voor inwerkingtreding van dit besluit in het voormalige bergend deel verrichtte hoeft voor deze activiteit geen vergunningaanvraag in te dienen.

Voor nieuwe gevallen gaat de vergunningplicht wel gelden. De minister kan onder voorwaarden die zijn opgenomen in de Bgr 2025 een omgevingsvergunning verlenen voor deze activiteit als het gaat om:

  • -

    uitbreiden of slopen en vervangen van bestaande woonschepen en andere bestaande drijvende werken;

  • -

    nieuwe permanent af te meren drijvende werken met een riviergebonden functie.

Er worden jaarlijks maximaal 40 aanvragen verwacht voor het verrichten van deze activiteit in wat vroeger het bergend deel was. De tijdsbesteding per aanvraag inclusief de kennismakingstijd wordt ingeschat op 5 uur. Dit komt neer op een administratieve lastenverhoging van ongeveer 200 uur per jaar met bijkomende legeskosten van € 1.127,- per aanvraag. Dit resulteert (worst-case) in een toename van de regeldruk (administratieve kosten) van € 48.480,- per jaar.

7 Advies en consultatie

7.1 Inleiding

In november 2022 is in de WBS-brief het nieuwe beleid voor bouwen in het rivierbed aangekondigd. Deze brief is in nauwe afstemming met de andere ministeries en de decentrale overheden tot stand gekomen. Daarnaast hebben natuur- en landbouworganisaties kunnen reageren op de inhoud van de gehele brief en op de afzonderlijke 33 structurerende keuzes, waaronder de keuze om niet meer te bouwen in de uiterwaarden van de grote rivieren.

Verder zijn verschillende belanghebbenden betrokken geweest bij het onderzoek in het kader van de actualisatie van de Beleidslijn. Er is gewerkt met een begeleidingscommissie. Aan deze commissie namen vertegenwoordigers deel van een aantal ministeries, de Staf Deltacommissaris, de deltaprogramma’s, de provincies, de Vereniging van Nederlandse riviergemeenten en de rivierwaterschappen. In oktober 2023 zijn de bevindingen, voorstellen en aanbevelingen uit het rapport met de bestuurlijke partners in het Bestuurlijk Overleg Water gedeeld en besproken en is ENW gevraagd advies uit te brengen over het rapport. Bij de bestuurlijke partners was veel steun voor de nieuwe koers en ENW was positief over het rapport. Op basis daarvan heeft een nadere uitwerking plaatsgevonden, waarbij riviergemeenten betrokken zijn.

De regeling is van 11 oktober 2024 tot en met 15 november 2024 geconsulteerd via internetconsultatie.nl. Daarnaast heeft van 11 oktober 2024 tot en met 11 december 2024 de bestuurlijke consultatie plaatsgevonden. Bij de consultatie is ook ruimte geboden om te reageren op de met deze regeling samenhangende voorstellen tot vaststelling van de Bgr 2025 en wijziging van het Bkl en het Bal. Verder is op verzoek van de Minister door RWS in juli 2024 een uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd. Ook is de regeling in januari 2025 ter advisering aangeboden aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR).

7.2 Internetconsultatie

In totaal zijn 101 reacties ontvangen. Uit de ontvangen reacties blijkt dat burgers, bedrijven en overheden de actualisatie van de Beleidslijn over het algemeen steunen maar nog wel verschillende opmerkingen hebben. Hieronder volgen de belangrijkste opmerkingen en de reactie daarop.

Een eerste punt betreft de zorg dat de actualisatie leidt tot een zodanige inperking van de ontwikkelmogelijkheden in het rivierbed dat deze gebieden in feite ‘op slot’ gaan. Dit beeld is onjuist. Ook na de actualisatie blijft er in ruimte voor ontwikkelingen binnen het rivierbed. Zo zijn er delen van het rivierbed waarop de instructieregels uit dit besluit niet van toepassing zijn. In deze gebieden staat het de gemeente vrij om in het omgevingsplan (ook) andere activiteiten toe laten dan die in de opsomming van artikel 5.46 Bkl zijn opgenomen.

Daarnaast blijft er ruimte voor riviergebonden functies, zoals scheepswerven en waterrecreatie, evenals voor niet-riviergebonden activiteiten die van groot openbaar belang zijn. Ook activiteiten van grondgebonden agrarische bedrijven, verduurzaming van energievoorzieningen en initiatieven voor duurzame energieopwekking blijven mogelijk binnen de gestelde kaders. Tijdelijke en periodieke activiteiten en activiteiten van ondergeschikt belang zijn ook nog steeds toelaatbaar.

Een tweede punt is de wens van een deel van de respondenten om vast te houden aan twee regimes en om de ‘minder strenge’ regels die golden voor het bergend deel van het rivierbed dus te behouden. Dit is echter niet wenselijk. Uit onderzoek blijkt dat de bestaande benadering in het bergend deel ertoe leidde dat in het rivierbed te veel ruimte werd weggegeven aan niet-riviergebonden activiteiten, zoals grootschalige woningbouw en vakantieparken. Met de verwachte hogere rivierafvoeren en zeespiegelstijging is terughoudendheid noodzakelijk bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed om schade te voorkomen en ruimte te houden voor rivierverruiming en dijkversterking. Waterveiligheidsexperts hebben dan ook geadviseerd uniforme regels te hanteren voor het gehele beperkingengebied in het rivierbed.

Ten derde wordt gepleit voor een integrale ruimtelijke afweging van ontwikkelingen in het rivierbed waarbij water(veiligheid) één van de belangen is. Vanwege de cruciale rol van het rivierbed voor rivierbeheer en waterveiligheid is echter van belang dat activiteiten slechts onder strikte voorwaarden kunnen plaatsvinden. Vandaar ook dat er beleidsregels en instructieregels zijn opgesteld om de waterveiligheid te waarborgen. De aanscherping van deze regels voorkomt ongewenste ontwikkelingen en waarborgt de waterveiligheid zonder het rivierbed op slot te zetten. Dit is een uitwerking van de wettelijk vastgelegde systeemverantwoordelijkheid.

Ten vierde geeft RWS aan de wijziging van de Beleidslijn te ondersteunen en dat de wijzigingen uitvoerbaar zijn. Wel geeft RWS een aantal aandachtspunten mee. RWS wijst onder meer op de personele consequenties; de implementatie vraagt tijdelijk extra inzet en het is nog onduidelijk of er structureel meer capaciteit nodig is. Met RWS wordt afgestemd in hoeverre extra capaciteit nodig is.

Verder wijst RWS op een mogelijk juridisch risico. In de WBS-brief is opgenomen dat de nieuwe koers is om geen nieuwe bebouwing meer toe te staan in het rivierbed. RWS geeft aan dat aan deze koerswijziging geen (kwantitatieve) onderbouwing ten grondslag ligt en dat daardoor onduidelijk is of deze wijziging stand zal houden bij de rechter. Daarbij veronderstelt RWS dat het besluit voorziet in een (vrij absoluut) bouwverbod voor alle niet-riviergebonden activiteiten.

Deze veronderstelling is onjuist; het besluit beperkt weliswaar de mogelijkheden om niet-riviergebonden activiteiten te verrichten maar van een absoluut bouwverbod is geen sprake. Daarnaast is de inschatting dat de nu beschikbare onderzoeken (zoals de KNMI’23 klimaatscenario’s, de analyse van Deltares van de effecten van die scenario’s op de afvoerregimes van de Rijn en de Maas en het ontwerp-programma Integraal Riviermanagement (IRM), de zeer ingrijpende gevolgen als niets extra’s wordt gedaan en de noodzaak om onomkeerbare ontwikkelingen te voorkomen, een voldoende deugdelijke onderbouwing vormen voor dit besluit. De andere aandachtspunten uit de uitvoerbaarheidstoets zijn voor zover nodig ook opgepakt.

7.3 Advies Adviescollege toetsing regeldruk

De ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 29 juni 2026 tot wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving in verband met actualisatie van de Beleidslijn grote rivieren (Stb. 2026, 167) in werking treedt.

Het moment dat deze regeling in werking treedt, treden ook de hiermee samenhangende wijzigingen van het Bkl in werking.

Er wordt niet afgeweken van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn.

9 Overgangsrecht

In deze regeling is geen overgangsrecht opgenomen. Het overgangsrecht in verband met het uitbreiden van het toepassingsgebied van de vergunningplicht voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken is in artikel 6.17a Bal geregeld. Voor een toelichting op dit overgangsrecht wordt verwezen naar de nota van toelichting bij het Besluit actualisatie Beleidslijn grote rivieren (Stb. 2026, 167).

Artikelsgewijs deel

Artikel I

Onderdelen A en C

Voor een toelichting op dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van het algemeen deel van deze toelichting.

Onderdeel B

Met dit onderdeel wordt artikel 2.16 Omgevingsregeling zodanig gewijzigd dat de in dit artikel bedoelde vergunningplicht gaat gelden voor beperkingengebieden in het rivierbed van de grote rivieren, als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid. Het betreft de beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, voor zover die gelegen zijn in het rivierbed van de grote rivieren.

Voor een toelichting op dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van het algemeen deel van deze toelichting.

Artikel II

Voor een toelichting op dit artikel, wordt verwezen naar paragraaf 8 van het algemeen deel van deze toelichting.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

V. Karremans

  • 1

    Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 januari 2025, nr. IENW/BSK-2025/15528, tot vaststelling van de Beleidsregels grote rivieren 2025, Staatscourant 2025, 2595. Terug naar link van noot.

  • 2

    Kamerstukken II 2022/23, 27 625, nr. 592. Terug naar link van noot.

  • 3

    Kamerstukken II 2023/24, 27 625, nr. 654. Terug naar link van noot.

  • 4

    Dit principe houdt in dat bij de uitwerking van de WBS-brief er geen afwenteling van risico’s en kosten plaatsvindt op toekomstige generaties, op andere gebieden of functies dan wel van privaat naar publiek. Terug naar link van noot.

  • 5

    Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Nationale Omgevingsvisie, september 2020. Terug naar link van noot.

  • 6

    Brief van College van Rijksadviseurs aan Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, PBL-verkenning, 28 maart 2023, briefkenmerk 5732065. Terug naar link van noot.

  • 7

    Deltacommissaris, briefadvies woningbouw en klimaatadaptatie, 1 september 2021 en Deltacommissaris, ‘Spoor 2’ briefadvies woningbouw en klimaatadaptatie, 3 december 2021. Terug naar link van noot.

  • 8

    Kamerstukken II 2022/23, 32 698, nr. 74 en Eindadvies Beleidstafel wateroverlast en hoogwater, ‘Voorkomen kan niet, voorbereiden wel’, 19 december 2022. Terug naar link van noot.

  • 9

    KNMI, KNMI’23 klimaatscenario’s voor Nederland, 9 oktober 2023. Terug naar link van noot.

  • 10

    Deltares, Implications of de KNMI’23 climate scenarios for the discharge of the Rhine and Meuse, 11209265-002-ZWS-003, 7 december 2023. Terug naar link van noot.

  • 11

    Kamerstukken II 2023/24, 31 710, nr. 84. Terug naar link van noot.

  • 12

    TwynstraGudde en Sweco, Eindrapport Actualisatie Beleidslijn grote rivieren, 27 september 2023. Terug naar link van noot.

Naar boven