De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 8, vijfde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 en artikel 35d,
vijfde lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers;
Besluit:
Artikel 1
De rekenfactor, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wet buitengewoon pensioen
1940–1945, alsmede in artikel 35d, vijfde lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers
bedraagt voor het jaar 2025:
100
3592
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen
TOELICHTING
Om de hoogte van het buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen
1940–1945 (Wbp) en de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Wbpzo)
vast te stellen, moet eerst de juiste grondslag worden berekend. Als uitgangspunt
voor de vaststelling van die grondslag geldt het gezinsinkomen in 1947. Om dat inkomen
te kunnen berekenen, dienen de inkomsten van de betrokkene en zijn echtgeno(o)t(e)
uit het zogeheten peiljaar – het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag
op het buitengewoon pensioen is ingediend – te worden herleid tot een jaarinkomen
in 1947.
Voor het herleiden van het inkomen uit het peiljaar tot een inkomen uit 1947 wordt
elk jaar een rekenfactor vastgesteld op basis van indexcijfers van de lonen (artikel 8,
vijfde lid, van de Wbp en artikel 35d, vijfde lid, van de Wbpzo). Meer specifiek is
de rekenfactor berekend aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek
gehanteerde indexcijfer van de CAO-lonen per maand, inclusief bijzondere beloningen
voor werknemers in de particuliere bedrijven (2020=100). Onderhavige regeling voorziet
in de vaststelling van deze rekenfactor voor het jaar 2025. Voor 2024 was de rekenfactor
vastgesteld op 3.414. Het indexcijfer van de CAO-lonen was voor 2024 vastgesteld op
118,7. Voor 2025 is dit indexcijfer vastgesteld op 124,9. Dit leidt ertoe dat de rekenfactor
voor 2025 vastgesteld wordt op 3.592.
De aan deze regeling verbonden kosten zijn zeer afhankelijk van het aantal mensen
dat een pensioen of een herziening aanvraagt en hun financiële situatie. Dat aantal
fluctueert al enige jaren tussen de 0 en 4. De aan deze regeling verbonden budgettaire
effecten zijn daarom naar verwachting verwaarloosbaar.
In het kader van de vaste verandermomenten (vvm) wordt normaal gesproken het uitgangspunt
gehanteerd dat een invoeringstermijn van twee maanden vereist is tussen de publicatie
van een regeling en de feitelijke inwerkingtreding ervan. Dit is op de onderhavige
regeling niet van toepassing. Gelet op de strekking van deze regeling, te weten de
jaarlijkse indexering van de rekenfactor ingevolge de Wbp en de Wbpzo, is de in het
kader van vvm gehanteerde uitzonderingsgrond ‘Reparatieregelgeving’ van toepassing,
als bedoeld in Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel c, van de Aanwijzingen voor
de regelgeving.
De regeling treedt met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 januari 2026.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen