Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24299 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24299 | beleidsregel |
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gelet op artikel 17, eerste en vierde lid, van de Wet windenergie op zee en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
aanvraag voor intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de wet;
kavel Gamma-A als bedoeld in artikel 1 van de Regeling vergunningverlening kavel Gamma-A in windenergiegebied IJmuiden Ver;
kavel Gamma-B als bedoeld in artikel 1 van de Regeling vergunningverlening kavel Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver;
Minister van Klimaat en Groene Groei;
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 van de Commissie van 23 mei 2025 tot nadere specificering van de voorselectie- en gunningscriteria bij veilingen voor de uitrol van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU L 2025/1176);
Wet windenergie op zee;
aanvraag voor wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de wet.
Deze beleidsregel is van toepassing op een wijzigingsaanvraag en intrekkingsaanvraag ten aanzien van de kavel Gamma-A of de kavel Gamma-B.
De minister beschouwt de verstrekte gegevens en bescheiden voldoende voor de beoordeling van de wijzigingsaanvraag en voor de voorbereiding van de beschikking indien de aanvrager hiermee inzichtelijk maakt hoe de beoogde wijziging van de vergunning van invloed is op:
a. de locatie van de productie-installatie;
b. het geïnstalleerde vermogen van de productie-installatie;
c. de mate waarin wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen d en f, van de wet;
d. de uitvoerbaarheid van het plan;
e. de technische haalbaarheid van het plan;
f. de financiële haalbaarheid van het plan; en
g. de economische haalbaarheid van het plan.
1. Dit artikel is van toepassing op een wijzigingsaanvraag die een wijziging beoogt van:
a. het aantal turbines dat deel uitmaakt van de productie-installatie;
b. de positionering van de turbines;
c. de ashoogte van de turbines;
d. het type turbine; of
e. overige onderdelen die van invloed zijn op de windenergie-opbrengstberekening.
2. Onverminderd artikel 3 beschouwt de minister het door de aanvrager verstrekken van een windenergie-opbrengstberekening voldoende voor de beoordeling van de wijzigingsaanvraag en voor de voorbereiding van de beschikking.
De minister beslist afwijzend op een wijzigingsaanvraag die een wijziging beoogt van:
a. het geboden bedrag, indien de vergunning is verstrekt volgens de procedure van een veiling;
b. het tenderbedrag, indien de vergunning is verstrekt volgens de procedure met subsidie.
1. Dit artikel is van toepassing op een wijzigingsaanvraag die een wijziging beoogt van een verplichting ter uitvoering van artikel 7 van uitvoeringsverordening 2025/1176.
2. Onverminderd artikel 3 kan de minister een wijzigingsaanvraag slechts toewijzen indien de vergunninghouder aannemelijk maakt dat:
a. nakoming van de verplichting door overmacht redelijkerwijs onmogelijk is; of
b. nakoming van de verplichting leidt tot aantoonbare onevenredig hogere kosten van ten minste 20%.
1. De minister wijst een intrekkingsaanvraag door de vergunninghouder slechts toe indien:
a. de vergunninghouder de intrekkingsaanvraag heeft gedaan binnen twee jaren nadat de vergunning is verleend; en
b. de vergunninghouder heeft aangetoond dat het technisch, financieel of economisch niet haalbaar is om aan de verplichtingen uit de vergunning te voldoen.
2. Indien de minister voornemens is de intrekkingsaanvraag toe te wijzen, zendt de minister voorafgaand aan het nemen van het intrekkingsbesluit de bank of de verzekeraar een verzoek tot uitbetaling van de bankgarantie of de waarborgsom ter hoogte van een bedrag van € 100.000.000, bedoeld in artikel 15a van de wet.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 20 juni 2026
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
De Wet windenergie op zee (hierna: de wet) biedt het integrale kader voor het realiseren van windenergieprojecten in de Nederlandse Noordzee. Op grond van de wet worden kavels aangewezen waar windparken op zee gebouwd mogen worden. Voor een dergelijke kavel wordt een exclusieve vergunning verleend aan een exploitant van een windpark op zee. Aanvragen voor een vergunning voor de kavels Gamma-A en Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver kunnen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: de minister) worden ingediend. Op grond van artikel 17, vierde lid, van de wet heeft de minister de bevoegdheid om op aanvraag van de vergunninghouder een vergunning te wijzigen of in te trekken.
Onderhavige beleidsregel geeft aan onder welke voorwaarden de minister overgaat tot een wijziging van de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder. Op grond van artikel 3 gaat een aanvraag tot wijziging vergezeld van een toelichting die inzichtelijk maakt wat de invloed is op de in dat artikel genoemde factoren. Een aanvraag moet volledig worden ingediend, zodat de minister in staat wordt gesteld om een inhoudelijk oordeel over de aanvraag tot wijziging van de vergunning te vellen. In de aanvraag wordt onder andere toegelicht wat de gevolgen zijn van de beoogde wijziging voor de locatie, het vermogen van de productie-installatie en de technische en financiële haalbaarheid van het windpark. Als de wijziging betrekking heeft op de turbines, zal tevens een nieuwe windenergie-opbrengstberekening meegestuurd moeten worden (artikel 4). Als een leverancier wijzigt moet inzichtelijk gemaakt worden dat de nieuwe leverancier over voldoende kennis en ervaring beschikt voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van het plan.
Artikel 5 regelt dat een wijzigingsaanvraag wordt afgewezen voor zover een wijziging wordt gevraagd van het geboden bedrag in de veiling of, indien de vergunning is verleend in de procedure met subsidie, wordt verzocht om wijziging van het tenderbedrag. Een dergelijke wijziging is onwenselijk. De vergunning is immers een schaarse vergunning die is verleend in een procedure met concurrentie tussen aanvragers. Een wijziging van het bod of tenderbedrag doet dan ook afbreuk aan het mededingingsresultaat. Dit betekent dat aanvragers na indiening van de aanvraag aan het geboden (tender)bedrag zijn gehouden.
De vergunningen bevatten een voorschrift ter uitvoering van artikel 7 van uitvoeringsverordening 2025/11761, het zogenoemde veerkrachtcriterium dat op grond van de Verordening nettonultechnologie is vastgesteld. Naar verwachting is voldoende productiecapaciteit beschikbaar om aan het voorschrift te kunnen voldoen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een wijzigingsaanvraag toegewezen worden. Gewone marktontwikkelingen, zoals prijsstijgingen, langere levertijden of een beperkte beschikbaarheid van componenten, vormen op zichzelf geen grond voor wijziging. Van overmacht als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, kan sprake zijn indien de voor nakoming noodzakelijke componenten objectief niet tijdig verkrijgbaar zijn of de beschikbaarheid daarvan aantoonbaar zodanig beperkt is dat tijdige nakoming redelijkerwijs onmogelijk is. De grond voor wijziging wegens overmacht betreft een uitzonderlijke situatie waarin nakoming objectief onmogelijk is en het niet redelijk is een niet naleefbare verplichting te handhaven. Het betreft dus geen algemene afwijkingsmogelijkheid van het veerkrachtcriterium.
Van onevenredige kosten als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, kan sprake zijn indien op basis van objectieve en transparante gegevens wordt aangetoond dat de kosten van nakoming ten minste 20% hoger zijn dan de kosten die zonder toepassing van het voorschrift redelijkerwijs zouden zijn gemaakt. Deze drempel sluit aan bij artikel 25, tiende lid, van Verordening (EU) 2024/1735. De vergunninghouder toont dit aan met gegevens van ten minste twee onafhankelijke leveranciers.
De mogelijkheid bestaat dat na het verkrijgen van de vergunning de financiële of technische mogelijkheden van de vergunninghouder dermate verslechteren dat deze partij het niet meer haalbaar acht om het windpark te realiseren en exploiteren. In dat geval kan de vergunninghouder een intrekkingsaanvraag indienen. Artikel 7, eerste lid, regelt in welk geval de minister een verzoek van de vergunninghouder tot het intrekken van de vergunning zal honoreren. De eerste voorwaarde is dat het intrekkingsverzoek binnen twee jaar na het verkrijgen van de vergunning is ingediend. Er wordt verondersteld dat de vergunninghouder in de eerste twee jaar van de vergunningsduur de finale investeringsbeslissing zal nemen, waardoor er op dat moment voldoende zekerheid is dat de bouw en realisatie van het windpark financieel en technisch haalbaar is. De tweede voorwaarde is dat de vergunninghouder heeft aangetoond dat het technisch, financieel of economisch niet haalbaar is om aan de verplichtingen uit de vergunning te voldoen. Op die manier wordt gewaarborgd dat enkel tot intrekking wordt overgegaan wanneer bijzondere omstandigheden de intrekking rechtvaardigen.
Indien de intrekkingsaanvraag wordt toegewezen, is de vergunninghouder een bedrag van € 100.000.000 verschuldigd dat de minister kan innen vanwege de waarborgsom of bankgarantie. Artikel 7, tweede lid, regelt daarom dat de minister bij een voornemen tot toewijzing van de intrekkingsaanvraag, aan de bank of de verzekeraar een verzoek doet tot uitbetaling van de volledige bankgarantie of waarborgsom (€ 100.000.000). Dit is in lijn met artikel 6, zevende lid, sub a van de Regeling subsidie- en vergunningverlening kavel IJmuiden Ver Gamma-A (of Gamma-B) in windenergiegebied IJmuiden Ver en ook onderdeel van het ‘model bankgarantie en waarborgsom’ voor de kavels van windenergiegebied IJmuiden Ver. Ook dit voorkomt dat een vergunninghouder te gemakkelijk een intrekkingsaanvraag doet. Het intrekken van de vergunning leidt immers tot vertraging van en meer kosten voor de bouw en exploitatie van het windpark op zee doordat opnieuw de tenderprocedure doorlopen moet worden, met alle gevolgen van dien voor de energie-onafhankelijkheid, de klimaatdoelstellingen en de economie.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 van de Commissie van 23 mei 2025 tot nadere specificering van de voorselectie- en gunningscriteria bij veilingen voor de uitrol van energie uit hernieuwbare bronnen.
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 van de Commissie van 23 mei 2025 tot nadere specificering van de voorselectie- en gunningscriteria bij veilingen voor de uitrol van energie uit hernieuwbare bronnen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24299.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.