Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 29 juni 2026, 2026-0000016062, tot wijziging van het Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet in verband met de actualisatie van dit besluit

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 93, derde lid, van de Woningwet,

Gezien de schriftelijke instemming van de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport van d.d. 4 juni 2026;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Het Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet als volgt te wijzigen:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1, onderdeel f, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

g. de verordening bouwproducten 2024:

verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011.

B

In artikel 2, eerste lid, wordt na ‘van overtredingen voortvloeiend uit de verordening bouwproducten,’ ingevoegd ‘de verordening bouwproducten 2024,’.

C

In artikel 6 wordt ‘artikel 119, tweede lid, en 119a, tweede lid van de Woningwet’ vervangen door ‘artikel 119, tweede lid, 119a, tweede lid, en artikel 120, tweede lid, van de Woningwet’ en na ‘de verordening bouwproducten’ ingevoegd ‘, de verordening bouwproducten 2024’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

TOELICHTING

Op 7 januari 2025 is Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011 (hierna: de verordening bouwproducten 2024) in werking getreden. Deze verordening vervangt gefaseerd de verordening bouwproducten 2011.1

Om toezicht op en handhaving van de voorschriften voortvloeiende uit de nieuwe verordening bouwproducten 2024 mogelijk te maken, worden in nationale wet- en regelgeving uitvoeringsbepalingen opgenomen. Op grond hiervan heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de bevoegdheid om handhavend op te treden bij overtredingen (Besluit bouwwerken leefomgeving in samenhang met artikel 120b, tweede lid, Woningwet) en is het toezicht op de naleving van de voorschriften rechtstreeks bij door deze minister aangewezen ambtenaren belegd (artikel 93, derde lid, Woningwet). Het voorliggende besluit actualiseert de mandatering van de bestuursbevoegdheden van de minister en de aanwijzing van de toezichthouders door de minister.

De handhavingsbevoegdheid van de minister wordt in het voorliggende besluit gemandateerd aan de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Met deze mandatering wordt de bestaande systematiek zoals deze geldt voor de verordening bouwproducten 2011 voortgezet. Dit is geregeld in artikel 2 van dit besluit. De aanpassing breidt overigens ook de bestaande machtiging en volmacht aan de Inspecteur-Generaal uit. Eventueel ondermandaat is geregeld in het eigen mandaatbesluit van de ILT.

Voor de aanwijzing van de toezichthouders wordt eveneens aangesloten bij de bestaande aanwijzing. Dit betekent dat de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, worden aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de verordening bouwproducten 2024. Omdat artikel 120, tweede lid, van de Woningwet de grondslag vormt voor het toezicht op en de handhaving van voorschriften uit de verordening bouwproducten 2024 wordt ook verwezen naar dit artikel in de Woningwet. Dit is geregeld in artikel 6 van dit besluit.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad.


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad.

Naar boven