Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 24207 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 24207 | delegatie- of mandaatbesluit |
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011, afdeling 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 34 van het Organisatiebesluit BZK 2025 en artikel 10.1 van het Mandaatbesluit BZK 2025
Mede in afstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Besluit
het Organisatiebesluit BZK 2025 als volgt te wijzigen:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b komt te luiden:
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
2. Onderdeel c komt te luiden:
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, of de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, afhankelijk van wie het aangaat;
B
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt, onder verlettering van onderdeel k tot en met q tot onderdeel l tot r, een onderdeel toegevoegd, luidende:
k. de regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe;
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r (nieuw) door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
s. het Bureau Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG).
3. Het derde lid komt te luiden:
De secretaris-generaal geeft leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen genoemd in het eerste lid, met uitzondering van:
a. het agentschap Dienst Huurcommissie dat ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie;
b. de dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw die ressorteert onder het bestuur van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.
c. het Bureau Instituut Mijnbouwschade Groningen dat ressorteert onder het bestuur van het Instituut Mijnbouwschade Groningen.
4. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid.
C
Artikel 3, vierde lid, vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met het negende lid tot het vierde tot en met het achtste lid.
D
In artikel 4 vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid.
E
Artikel 6, derde lid, komt als volgt te luiden:
3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:
a. de directie Democratie en Bestuur;
b. de directie Bestuur, Financiën en Regio’s;
c. de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
d. de directie Herstel en Perspectief Groningen.
F
In artikel 7, tweede lid, onderdeel g, vervalt ‘van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening’.
G
In artikel 8 wordt onder vernummering van het tweede lid tot en met het vierde lid tot het derde lid tot en met het vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. De directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen treedt op als gemandateerd continuïteitsverantwoordelijke van het Rijksvastgoedbedrijf.
H
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid komt als volg te luiden:
4. Het directoraat-generaal kent geen directies, maar wel de volgende verantwoordelijken:
a. de directeur Beleid;
b. de Vertegenwoordiger;
c. de afdeling Bedrijfsbureau.
2. Het vijfde lid komt als volgt te luiden:
5. De Vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten geeft leiding aan de Vertegenwoordiging. De Vertegenwoordiger heeft de taken als bedoeld in het besluit in het tweede lid onder h.
3. Het zesde lid komt te vervallen.
I
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid, onderdeel d, vervalt:
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. De regeringscommissaris Omgevingswet wordt voor de werkzaamheden ondersteund door de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving en heeft een budget voor de toebedeelde taken. De middelen hiervoor worden verstrekt door het Ministerie.
J
1. De artikelen 17 tot en met 29 worden vernummerd tot 18 tot en met 30.
2. De paragrafen 3.11 tot en met 3.17 worden vernummerd tot 3.12 tot en met 3.18.
3. Na artikel 16 wordt de volgende paragraaf en artikel ingevoegd:
1. De regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe staat beheersmatig onder leiding van de secretaris-generaal.
2. De regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe heeft de volgende taken:
a. het creëren van bestuurlijke rust en stabiliteit voor bewoners en uitvoeringsorganisaties in Groningen en Noord-Drenthe;
b. het verbinden en aanjagen van bij de uitvoering van Nij begun betrokken uitvoeringsorganisaties, overheden, maatschappelijke partijen en bewonersorganisaties, kennisinstellingen, bedrijven, alsmede de verantwoordelijke bewindspersonen van het kabinet;
c. het adviseren van de minister over het wegnemen van knelpunten die de voortgang van de versterking en de schadeafhandeling als gevolg van de aardgaswinning in Groningen belemmeren en over het versnellen van de schadeafhandeling en versterking rekening houdend met de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de adviezen in de praktijk;
d. het fungeren als aanjager en verbinder in Groningen en Noord-Drenthe vanuit het Rijk alsmede in Den Haag vanuit de regio voor de sociale en economische agenda’s en verduurzaming en isolatieaanpak.
3. De regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe wordt voor de werkzaamheden ondersteund door de directie Herstel en Perspectief Groningen. De middelen hiervoor worden verstrekt door het ministerie.
K
In artikel 24 (nieuw), tweede lid, onderdeel a, vervalt ‘en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening’.
L
Artikel 25 (nieuw), tweede lid, komt als volgt te luiden:
2. De directie heeft onder meer de volgende taken:
a. de inhoudelijke, strategische agenda versterken;
b. het Europees en internationaal beleid coördineren;
c. de economische rationaliteit inbrengen in het beleid.
het Mandaatbesluit BZK 2025 als volgt te wijzigen:
M
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te luiden:
de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
1. Onderdeel d komt te luiden:
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, afhankelijk van wie het aangaat;
N
Artikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d vervalt ‘hiërarchisch’.
2. Onderdeel e vervalt, onder verlettering van onderdeel f tot en met t tot e tot en met s.
O
Aan artikel 3.3, eerste lid, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
c. de bevoegdheden die zijn toebedeeld aan het bestuur en de voorzitter van de Huurcommissie;
d. de bevoegdheden die zijn toebedeeld aan het bestuur en de voorzitter van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.
P
Artikel 3.6 komt als volgt te luiden:
Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken uitgeoefend door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij diens afwezigheid wordt één van de directeuren-generaal belast, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van directeur-generaal binnen BZK Kerndepartement.
Q
1. De artikelen 5.3 tot en met 5.9 worden vernummerd tot 5.4 tot en met 5.10.
2. Na artikel 5.2 wordt het volgende artikel ingevoegd:
Het mandaat van de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf omvat tevens:
a. het verlenen van volmacht aan medewerkers van notariskantoren voor het passeren van notariële akten ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen;
b. het verlenen van volmacht aan medewerkers van rechtbanken voor het beneficiair aanvaarden of verwerpen van nalatenschappen welke door de Staat worden verkregen.
R
In artikel 5.5 (nieuw) vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt, onderdeel c.
S
Aan artikel 5.8 (nieuw) wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
9. De directeur-generaal kan voor de in artikel 5.3 genoemde bevoegdheden uitsluitend ondermandaat verlenen aan directeuren, afdelingshoofden en sectiehoofden van het Rijksvastgoedbedrijf.
T
Aan artikel 6.2 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de algemeen directeur betreft.
U
In artikel 6.2a, eerste lid, onderdeel b, vervalt ‘de Wet open overheid,’.
V
Aan artikel 7.2 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Het eerste lid, onder i, is niet van toepassing op de directeuren van het Rijksvastgoedbedrijf.
W
Artikel 8.4 komt als volgt te luiden:
1. Het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal omvat tevens het eigenaarschap van de rijksbrede inkoopcategorie Energie.
2. De uitvoering van de rijksbrede inkoopcategorie Energie is belegd bij de Rijksinkoopsamenwerking.
3. Voor het aangaan van (meerjarige) verplichtingen voor de rijksbrede inkoopcategorie Energie heeft de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat.
4. Voor het aangaan van (meerjarige) verplichtingen tot € 4.800.000,– inclusief btw voor de rijksbrede inkoopcategorie Energie heeft (ook) de categoriemanager Energie mandaat.
5. Voor het verhandelen van groencertificaten tot € 85.000,– inclusief btw t.b.v. de rijksbrede inkoopcategorie Energie heeft de Strategisch Adviseur Categorie Energie mandaat.
X
Bijlage 1 komt te luiden:
Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 5.6, eerste lid, 6.4, eerste en vierde lid, en 7.6 eerste en vijfde lid, van het Mandaatbesluit BZK 2025.
Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.
Deze bijlage is niet van toepassing op het Rijksvastgoedbedrijf. Deze bijlage is ook niet van toepassing op de dienst Nationaal Coördinator Groningen, voor zover het beslissingen betreft die zien op de taakuitvoering van de dienst Nationaal Coördinator Groningen (zie artikel 6.2a Mandaatbesluit BZK 2025).
|
BZK Kerndepartement en Algemene Bestuursdienst (ABD) |
|
|
Plaatsvervangend secretaris-generaal, directeur-generaal, clusterdirecteur Mensen & Middelen en clusterdirecteur Bestuursondersteuning |
tot € 10.000.000 |
|
Directeur SSO-CN1, voor zover het de salarisbetalingen betreft |
tot € 5.000.000 |
|
Directeur |
tot € 2.000.000 |
|
Manager SSO-CN |
tot € 230.000 |
|
Middenmanager, programmamanager, afdelingshoofd en bureauhoofd |
tot € 50.000 |
|
Team- en projectleiders SSO-CN |
tot € 46.000 |
|
Managementondersteuner, (directie)secretaresse, directiesecretaris |
tot € 2.000 |
|
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) |
|
|
Directeur-generaal |
tot € 10.000.000 |
|
Directeur |
tot € 2.000.000 |
|
Unit-huishoofden |
tot € 250.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 50.000 |
|
Teamhoofd en bureauhoofd |
tot € 5.000 |
|
FMHaaglanden |
|
|
Directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Manager |
tot € 125.000 |
|
Facilitair manager (op locatie), centraal afdelingshoofd, leveranciersmanager |
tot € 125.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Teamleider (op locatie) |
tot € 30.000 |
|
Logius |
|
|
Algemeen directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Directeur, Chief information Officer (CIO), algemeen manager van de directie KOOP |
tot € 500.000 |
|
Productmanager, afdelingshoofd Resourcing & Flow, manager/business owner van de waardestroom/stafonderdeel van de directie KOOP |
tot € 145.000 |
|
HR manager |
tot € 100.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Clustermanager, ondersteuner secretariaat van de directie KOOP |
tot € 2.500 |
|
SSC-ICT |
|
|
Directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Chief Operations Officer (COO) |
tot € 5.000.000 |
|
Chief Technology Officer (CTO), Chief Financial Officer (CFO) en Business Unit Manager (BUM) |
tot € 1.000.000 |
|
Afdelingsmanager |
tot € 50.000 |
|
Teammanager |
tot € 15.000 |
|
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) |
|
|
Algemeen directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Directeur |
tot € 500.000 |
|
Afdelingsmanager |
tot € 10.000 |
|
Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) |
|
|
Directeur RBL |
tot € 5.000.000 |
|
Manager IPKD, Manager RBO/Operatie, Manager Bedrijfsvoering, Manager SBZ |
tot € 500.000 |
|
Regiomanager RBO, Manager K&T/RD, Coördinerend specialistisch adviseurs en operationeel manager binnen Bedrijfsvoering, Teamleiders SBZ |
tot € 150.000 |
|
Managementondersteuners en de daartoe door de directeur RBL aangewezen overige functionarissen binnen RBL |
tot € 1.000 |
|
Organisatie & Personeel Rijk (O&P-Rijk) |
|
|
Directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Manager organisatie-eenheid |
tot € 500.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Teamleider |
tot € 15.000 |
|
Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie (ODI) |
|
|
Directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Manager organisatie-eenheid |
tot € 500.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Teamleider |
tot € 15.000 |
|
Kasdienst Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH) |
|
|
Directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Plaatsvervangend directeur RvIHH |
tot € 5.000.000 |
|
Manager organisatie-eenheid |
tot € 500.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Teamleider |
tot € 15.000 |
|
Kasdienst Rijksinkoopsamenwerking (RIS) |
|
|
Directeur |
tot € 2.000.000 |
|
Manager organisatie-eenheid |
tot € 500.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Teamleider |
tot € 15.000 |
|
Kasdienst Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) |
|
|
Directeur |
tot € 2.000.000 |
|
Manager organisatie-eenheid |
tot € 500.000 |
|
Afdelingshoofd |
tot € 30.000 |
|
Teamleider |
tot € 15.000 |
|
De dienst Nationaal Coördinator Groningen (NCG) |
|
|
Algemeen directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Dienst van de Huurcommissie |
|
|
Directeur |
tot € 5.000.000 |
|
Plaatsvervangend directeur |
tot € 500,000 |
|
Strategisch manager |
tot € 150.000 |
|
Teammanager |
tot € 5.000 |
|
Managementondersteuners |
tot € 2.000 |
De functiebenaming directeur SSO-CN, zoals in deze bijlage 1 opgenomen, is in lijn met het Organisatiebesluit BZK 2025. De werktitel behorend bij deze functie betreft Directeur-generaal SSO-CN.
De Tijdelijke regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksvastgoed, het Volmacht- en machtigingsbesluit roerende zaken Rijksvastgoedbedrijf 2018 en het Besluit machtiging horen Titel IV onteigeningswet worden met ingang van 23 februari 2026 ingetrokken.
Het Organisatiebesluit VRO 2025 en het Mandaatbesluit VRO 2025 worden met ingang van 23 februari 2026 ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant en heeft terugwerkende kracht tot 23 februari 2026, met uitzondering van artikel I, onderdeel B.1 en J.1, die terugwerken tot 20 april 2026, artikel I, onderdeel E, dat terugwerkt tot 1 juli 2026 en artikel II, onderdeel W, dat terugwerkt tot 1 maart 2026.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Met dit wijzigingsbesluit worden het Organisatiebesluit BZK 2025 en het Mandaatbesluit BZK 2025 op verschillende punten gewijzigd.
Met de instelling van het Kabinet Jetten is besloten om het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening volledig op te nemen in de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De organisatorische wijzigingen die hiermee samenhangen zijn in het Organisatiebesluit BZK 2025 en in het Mandaatbesluit BZK 2025 verwerkt. Ook is de regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe in het Organisatiebesluit BZK verwerkt.
Verder is een aantal andere belangrijke wijzigingen doorgevoerd. In het Organisatiebesluit BZK 2025 is verwerkt dat de directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen de gemandateerd continuïteitsverantwoordelijke van het Rijksvastgoedbedrijf is. Verder zijn organisatorische wijzigingen van de directoraten-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat en Koninkrijksrelaties doorgevoerd.
De uitvoering van de rijksbrede inkoopcategorie Energie is per 1 maart 2026 van het Rijksvastgoedbedrijf naar de Rijksinkoopsamenwerking overgegaan. Deze wijziging is in het Mandaatbesluit BZK 2025 verwerkt.
Tot slot worden het Organisatiebesluit VRO 2025 en het Mandaatbesluit VRO 2025 per 23 februari 2026 ingetrokken.
De politieke leiding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bestaat uit de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De begripsbepalingen zijn hieraan aangepast.
Er is een regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe ingesteld (Stcrt. 2026/15872) die onder verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ie belast met de advisering over het verloop van de schadeafhandeling en de afronding van de versterkingsoperatie en het aanjagen van de uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in Nij Begun. De regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe is aan de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegevoegd.
Verder is het Bureau Instituut Mijnbouwschade Groningen aan de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegevoegd. Het Bureau Instituut Mijnbouwschade Groningen is op grond van artikel 5 van de Tijdelijke Wet Groningen aan het zelfstandig bestuursorgaan Instituut Mijnbouwschade ter beschikking gesteld.
Deze aanpassingen vloeien voort uit het feit dat het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgenomen.
Binnen het directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat zijn de directies Schadeherstel Groningen en Versterken en Perspectief Groningen samengevoegd tot één directie. De nieuwe directie heet de directie Herstel en Perspectief Groningen. De aanleiding voor deze samenvoeging is de omvang van de twee relatief kleine directies. Daarnaast is de hersteloperatie Groningen de afgelopen tijd in een nieuwe fase gekomen met minder accent op beleidsontwikkeling maar meer op implementatie en uitvoering.
De directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen is de gemandateerd continuïteitsverantwoordelijke, in de zin van de Regeling agentschappen, van het Rijksvastgoedbedrijf.
De organisatiestructuur van het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties (DGKR) is gewijzigd als gevolg van het feit dat een aantal substantiële taken verdwijnen en middelen aflopen. De organisatie is zodanig aangepast dat er robuuste organisatieonderdelen ontstaan. Hierbij is de keuze gemaakt om de nieuwe organisatie vorm te geven op basis van vakinhoud, met daarbij een platte structuur.
In dit artikel is verduidelijkt dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de middelen verstrekt voor het budget van de regeringscommissaris Omgevingswet.
In het coalitieakkoord 2026 – 2030 ‘Aan de slag’, dat op 30 januari 2026 is gepresenteerd, is opgenomen dat een regeringscommissaris wordt aangesteld, die de opdracht krijgt de schadeafwikkeling soepel te laten verlopen en de versterkingsoperatie zo voortvarend mogelijk af te ronden. Ook is opgenomen dat deze regeringscommissaris medeverantwoordelijk is voor de uitvoering van de maatregelen zoals opgenomen in Nij begun over perspectief voor Groningen en Noord-Drenthe. Met het instellingsbesluit van 20 april 2026 is de regeringscommissaris Groningen en Noord-Drenthe ingesteld. De regeringscommissaris is als ambtenaar aangesteld bij het Ministerie van BZK en hangt hiërarchisch rechtstreeks onder de secretaris-generaal.
Deze aanpassingen vloeien voort uit het feit dat het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgenomen.
De politieke leiding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bestaat uit de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De begripsbepalingen zijn hieraan aangepast.
Deze aanpassingen vloeien voort uit het feit dat het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgenomen.
In dit onderdeel wordt de vervanging van de secretaris-generaal geregeld. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de organisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgenomen.
In artikel 5.3 worden bijzondere mandaten van de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf geregeld.
De toelichting op artikel 5.7 (nieuw) komt als volgt te luiden:
Het mandaat van de directeur-generaal is beperkt tot bestedingen op grond van een goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de directeur-generaal verantwoordelijk is. De departementale kaders voor de budgettaire uitwerking worden in de Bestuursraad vastgesteld op voorstel van de directeur FEZ. Het financiële kader wordt gevormd door de begroting.
In algemene zin geldt dat aan een (meerjarige) verplichting een maximumbedrag is gekoppeld. De maximumbedragen staan vermeld in bijlage 1 van dit besluit. Een meerjarige verplichting is een verplichting die zich uitstrekt over meerdere begrotingsjaren. Het bedrag van een meerjarige verplichting is het totaal van de bedragen die voor de verschillende begrotingsjaren worden aangegaan. Dat wil zeggen dat een verplichting in jaar t met een doorlooptijd langer dan jaar t, moet worden aangemerkt als een meerjarige verplichting.
Hoe moet dit specifiek worden geïnterpreteerd voor het Rijksvastgoedbedrijf? De verantwoordelijkheid van de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf is tweeledig. Enerzijds is hij verantwoordelijk voor het draaiende houden van het Rijksvastgoedbedrijf binnen de in de begroting aangegeven grenzen en de overige departementale spelregels. Als directeur-generaal van het agentschap met een rijksbrede rol op het gebied van de rijkshuisvesting, heeft hij tevens de bevoegdheid bijvoorbeeld vastgoed te kopen, huren, ontwikkelen, verbouwen, onderhouden en beheren. In dit kader worden regelmatig zeer lang lopende contracten met marktpartijen gesloten. Hierbij gaat de Staat een langdurige juridische verplichting aan, zonder dat de daarmee gepaard gaande budgettaire verplichtingen aan het begin van de contractperiode bijvoorbeeld in een separaat fonds op de BZK-begroting staan.
Vanuit de rijksbrede verantwoordelijkheid voor het rijksvastgoed, doet het Rijksvastgoedbedrijf een beroep op de leenfaciliteit om met name investeringen te kunnen doen voor het realiseren van grote projecten in het kader van het rijkshuisvestingsstelsel. Voor het agentschap Rijksvastgoedbedrijf is in de begroting, net als voor andere agentschappen een paragraaf opgenomen die bestaat uit een begroting van het desbetreffende jaar en een meerjarenraming (t+4). Daarnaast staat in de begroting het maximale beroep op de leenfaciliteit (leenplafond) vermeld. Voor de zogenaamde DBFMO-contracten voor PPS-projecten geschiedt de financiering voor een belangrijk deel met privaat kapitaal, maar de jarenlange betaling van beschikbaarheidsvergoedingen door de Staat wordt geregeld via de rijksbegroting op dezelfde manier als hierboven bedoeld. Op de hierboven beschreven manier wordt dus voor de korte en middellange termijn zichtbaar gemaakt hoe de rijkshuisvesting gefinancierd wordt, ook buiten het bestek van de jaarlijks vast te stellen en door de Kamers goed te keuren rijksbegroting. Op de keper beschouwd wordt echter gedurende de totale looptijd van het contract elk jaar opnieuw in het kader van de rijksbegroting dekking aangegeven voor het nakomen van de ten laste van de Staat aangegane privaatrechtelijke verplichting, in plaats van dat het uiteindelijk vereiste budget voor betaling van jaar t tot en met (bijv.) t+30 op de begroting van één van de departementen staat op het moment dat de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf in jaar t (of t-1) het contract sluit. Het agentschap Rijksvastgoedbedrijf levert de producten die beleidsverantwoordelijken (departementen en overige deelnemers van het rijkshuisvestingsstelsel) vragen en waarvoor ze instemmen de kosten, ook meerjarig, te vergoeden. Het bepaalde in artikel 5.4, eerste lid, staat uitoefening van deze contracteerbevoegdheid niet in de weg; de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf is in deze gevallen bevoegd de Staat der Nederlanden te binden voor de totale looptijd van het contract.
Deze wijzigingen vloeien voort uit het feit dat de algemeen directeuren binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzoeken op grond van de Wet open overheid zelfstandig afhandelen.
Dit betreft een beperking op het verlenen van ondermandaat die enkel voor het Rijksvastgoedbedrijf geldt.
Binnen het Rijksvastgoedbedrijf geldt dat uitsluitend het hoofd Juridisch Advies mandaat heeft om een opdracht te verlenen aan de Landsadvocaat.
Dit onderdeel is aangepast omdat de uitvoering van de categorie Energie is overgeheveld van het Rijksvastgoedbedrijf naar de Rijksinkoopsamenwerking.
Een aantal financiële mandaten in Bijlage 1 is aangepast. Het financiële mandaat van de COO van SSC-ICT is verhoogd van € 2.500.000,– naar € 5.000.000,–. Verder is de functie van afdelingsmanager bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens met een bijbehorend financieel mandaat van € 10.000,– opgenomen. Vanwege de intrekking van het Mandaatbesluit VRO 2025 zijn de financiële mandaten van de Dienst van de Huurcommissie in Bijlage 1 opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24207.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.