Besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 29 juni 2026, nr. WJZ/102409432, tot wijziging van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025, het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VertiCer B.V. inzake garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong 2023, het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Nederlandse Emissieautoriteit 2021 en het Besluit mandaat en machtiging Belastingdienst voor uitvoering Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;

Gezien de schriftelijke instemming van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, en het bestuur van VertiCer B.V., en het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 4°, komt te luiden:

  • de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie;

B

In artikel 4, eerste lid, onderdeel e, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

  • de Raad voor Energie;

C

In artikel 6, eerste lid, onder a, wordt ‘artikel 13’ vervangen door ‘artikel 7’.

D

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:

  • g. de artikelen 5.19, tweede lid, en 5.20, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Energiewet, voor zover het de handhaving betreft van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.48, 3.74, en 3.79, onderdeel a, van de Energiewet ten aanzien van onderwerpen die betrekking hebben op veiligheid in verband met gas.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Voorts wordt aan de inspecteur-generaal der mijnen volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.

E

In artikel 9, vierde lid, wordt ‘De Minister/Staatssecretaris van Economische Zaken’ vervangen door ‘De Minister/Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei’.

F

Na artikel 28 wordt en artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 28a RDI

Aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

  • a. het uitvoeren, het houden van toezicht op de naleving en de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.46, eerste en derde lid, voor zover het een aangeslotene met een kleine aansluiting betreft, 2.47, eerste lid, 3.18, 3.53, derde lid, 4.3, 4.4, eerste en tweede lid, 4.14, 4.20, 4.21, eerste en tweede lid, 4.22 en 7.28, zesde lid, van de Energiewet;

  • b. het uitvoeren van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.49, 3.61 en 4.4, derde en vierde lid, van de Energiewet en artikel 4.14, tweede lid, van het Energiebesluit in samenhang met de artikelen 2.49, 4.3 en 4.4 van de Energiewet, en artikel 5.7 van het Energiebesluit;

  • c. het uitvoeren van de artikelen 8, eerste, vijfde en tiende lid, voor zover dit de toepassing van artikelen 29 en 33 betreft, 17, 20, eerste en tweede lid, 25, 26, achtste lid, 27, 29, tweede lid, 30, eerste en tweede lid, 31, eerste en vijfde lid, 32, derde lid, 33, zesde lid, en 41, zestiende lid van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie van 11 maart 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad door middel van de vaststelling van een netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen;

  • d. het houden van toezicht op de naleving en de handhaving van de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 26, 27, 28, tweede en derde lid, 29, zesde lid, 30, eerste en tweede lid, 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste en tweede lid, 33, derde, vierde en vijfde lid, 38, eerste, derde, vierde, zesde tot en met negende lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 40, vierde lid, 41, vijfde, zesde, achtste, negende, tiende, dertiende tot en met zestiende lid, 43, eerste tot en met vierde lid, 44, eerste lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid, en 48, tiende lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie van 11 maart 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad door middel van de vaststelling van een netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen.

G

In artikel 31, eerste lid, wordt na ‘de directeur Mens en Organisatie’ ingevoegd ‘, de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur’.

H

De bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan paragraaf I, onderdeel A, tweede lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. het opdrachtgeverschap van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie in de zin van vragen van advies en het in voorkomend geval wijzigen van het werkprogramma op grond van artikel 26, vierde lid, van de Kaderwet adviescolleges.

2. In paragraaf I, onderdeel D, tweede lid, onderdeel e, wordt na ‘de Wet windenergie op zee’ een komma geplaatst.

3. Paragraaf IV komt te luiden:

IV. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie

  • 1. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie staat onder leiding van een secretaris-directeur.

  • 2. Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Energie heeft de volgende kerntaken:

    • a. het voorbereiden van (wetenschappelijke) onderbouwde nota’s en beleidsadviezen, waarover de raden kunnen beraadslagen en besluiten.

    • b. het voorbereiden van een jaarlijks werkprogramma en een jaarlijks verslag van werkzaamheden van de raden;

    • c. het geven van briefings over adviezen aan regering en parlement en het organiseren van bijeenkomsten over adviezen.

4. Paragraaf V, tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. het toezien op de naleving en het uitvoeren van het bij of krachtens de Energiewet bepaalde ten aanzien van veiligheid in verband met gas;

ARTIKEL II

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VertiCer B.V. inzake garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong 2023 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘artikel 73 van de Elektriciteitswet 1998, artikel 66i van de Gaswet’ vervangen door ‘artikel 2.58 van de Energiewet’.

2. Aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd: ‘Bij de bevoegdheden zijn inbegrepen de behandeling van en de beslissing op klachten en verzoeken op grond van de Wet open overheid en de Wet hergebruik overheidsinformatie.’

B

In artikel 2, eerste lid, wordt ‘de artikelen 1 en 2’ vervangen door ‘artikel 1’.

C

In artikel 3 wordt ‘De Minister voor Klimaat en Energie’ vervangen door ‘De Minister van Klimaat en Groene Groei’.

ARTIKEL III

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Nederlandse Emissieautoriteit 2021 wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 5 worden de volgende leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit kan volmacht en machtiging verlenen aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor inkooptrajecten en daarmee verband houdende gerechtelijke procedures. Het bestuur kan de directeur-generaal toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 4. De volmacht en machtiging bedoeld in het derde lid worden uitgeoefend met inachtneming van de vigerende rijksbrede kaders met betrekking tot inkoop en aanbesteden.

ARTIKEL IV

Het Besluit mandaat en machtiging Belastingdienst voor uitvoering Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘mandaat en machtiging’ vervangen door ‘mandaat, volmacht en machtiging’.

2. In het tweede lid wordt ‘Het mandaat en de machtiging’ vervangen door ‘Het mandaat, de volmacht en de machtiging’.

B

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

  • 1. De directeur-generaal kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2. De directeur-generaal kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-bestuurder kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 3. De directeur-generaal wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het tweede lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden.

  • 4. De directeur-generaal kan mandaat verlenen aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid om namens de directeur-generaal beleidsregels te ondertekenen met betrekking tot de mogelijkheid voor het Centraal Justitieel Incassobureau om als onderdeel van de aan die dienst toevertrouwde innings- en incassowerkzaamheden betalingsregelingen te treffen.

  • 5. Een afschrift van een besluit als bedoeld in de vorige leden wordt gezonden aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat, volmacht en machtiging is verleend.

C

In artikel 4 wordt ‘De Minister voor Klimaat en Energie’ vervangen door ‘De Minister van Klimaat en Groene Groei’.

ARTIKEL V

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdelen A, B en H, onder 1 en 3, werken na inwerkingtreding terug tot en met 2 februari 2026.

  • 3. Artikel I, onderdelen D, onder 1, F, G, en H, onder 4, werken na inwerkingtreding terug tot en met 1 januari 2026.

  • 4. Artikel I, onderdeel D, onder 2, werkt na inwerkingtreding terug tot en met 1 augustus 2025.

  • 5. Artikel II, onderdeel A, onder 1, werkt na inwerkingtreding terug tot en met 1 januari 2026.

  • 6. Artikel II, onderdeel A, onder 2, werkt na inwerkingtreding terug tot en met 1 juli 2023.

  • 7. Artikel IV, onderdeel A, werkt na inwerkingtreding terug tot en met 2 maart 2024.

  • 8. Artikel IV, onderdeel B, werkt na inwerkingtreding terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 29 juni 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Klimaat en Groene Groei, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Het ondertekende bezwaarschrift kan ook als bijlage bij een e-mail worden toegezonden aan wjz-bb@minezk.nl.

TOELICHTING

Artikel I

Onderdelen A, B en H, onder 1 en 3

Het secretariaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad gaat ook werken voor de Raad voor Energie. De naamgeving wordt hierop aangepast. Het eigenaarschap en het opdrachtgeverschap van de Raad voor Energie wordt net als bij de Wetenschappelijke Klimaatraad belegd bij de secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal Klimaat en Energie. Het opdrachtgeverschap is wel beperkt tot het vragen van advies en de bevoegdheid om het werkprogramma van de raden te wijzigen op grond van artikel 26, vierde lid, van de Kaderwet adviescolleges.

Onderdeel C

Hiermee wordt een verkeerde verwijzing hersteld.

Onderdelen D, onder 1, en H, onder 4

Deze wijzigingen zien op de inwerkingtreding van de Energiewet.

Onderdeel D, onder 2

Dit artikellid was ten onrechte niet opgenomen bij de vaststelling van het nieuwe mandaatbesluit. Met deze wijziging wordt dit hersteld.

Onderdeel E

Hiermee wordt een omissie hersteld.

Onderdelen F en G

Met deze wijziging wordt aan de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur bevoegdheden verleend met het oog op de inwerkingtreding van de Energiewet en daarmee verband houdende Europese regelgeving. Teneinde de inspecteur-generaal in staat te stellen ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan onder deze ressorterende functionarissen, wordt de inspecteur-generaal toegevoegd aan de opsomming van functionarissen in artikel 31, eerste lid.

Onderdeel H, onder 2

Dit betreft een redactionele aanpassing.

Artikel II

De wijzigingen in dit artikel zien onder andere op de inwerkingtreding van de Energiewet en de behoefte om expliciet te duiden dat het mandaat verleend aan VertiCer vergezeld gaat van de bevoegdheid om klachten en verzoeken op grond van de Wet open overheid (voorheen Wet openbaarheid van bestuur) en Wet hergebruik overheidsinformatie te behandelen en een besluit op te nemen.

Artikel III

In het nieuwe derde lid wordt het mogelijk gemaakt dat het bestuur van de NEa inkooptrajecten uitbesteedt aan het Inkoopuitvoeringscentrum Economische Zaken (IUC EZ), onderdeel van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel IV

De Belastingdienst is gemandateerd en gemachtigd om de Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming blokaansluitingen uit te voeren. Daaraan wordt volmacht toegevoegd. De Belastingdienst krijgt in deze bepaling de mogelijkheid om de terugvordering van subsidies uit te besteden aan het CJIB. Het CJIB verricht dergelijke werkzaamheden voor tal van organisaties op rijksniveau en is derhalve daarvoor bij uitstek geschikt. De Belastingdienst kan daarbij ook instructies geven die ook beleidsregels kunnen omvatten. Verder is voorzien in de mogelijkheid van een ondertekeningsmandaat in verband met het volgende. De Belastingdienst is aangesloten bij de Betalingsregeling Rijk. Vanwege het grote aantal aangesloten overheidspartijen en de mogelijke aansluiting van toekomstige partijen is het niet praktisch meer om bij iedere vernieuwing van de beleidsregels met betrekking tot betalingsregelingen een ondertekening te verlangen van de daartoe bevoegde bewindspersonen, besturen of functionarissen. Dit ondertekeningsmandaat maakt het mogelijk dat de ondertekening van de beleidsregels door de Belastingdienst wordt overgelaten aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De directeur-generaal, die binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid de rol van opdrachtgever van het CJIB vervult, is daarvoor bij uitstek de geschikte persoon.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

Naar boven