Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Algemene Zaken | Staatscourant 2026, 24057 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Algemene Zaken | Staatscourant 2026, 24057 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad,
Gelet op de noodzaak om de toekomst van de Rijksdienst te onderzoeken en hierover advies uit te brengen,
Gelet op de bevoegdheid om commissies in te stellen ter ondersteuning van het kabinetsbeleid,
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Commissie Toekomst Rijksdienst; en
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
De Commissie is belast met de uitvoering van een doorlichting op het functioneren van de Rijkdienst. Daarbij staat de vraag centraal hoe de Rijkdienst toekomstgerichter, efficiënter en structureel beter in staat is om ambities waar te maken en resultaten te leveren voor mensen en bedrijven. De commissie doet concrete aanbevelingen op basis waarvan stappen gezet kunnen worden naar een slagvaardiger overheid.
1. De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 4 andere leden.
2. De benoeming geschiedt voor de duur van de Commissie.
3. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister op voordracht van de voorzitter onderscheidenlijk de resterende leden een ander lid dan wel een andere voorzitter benoemen.
4. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
5. De Commissie bestaat uit:
• Mevrouw H. Verhagen, voorzitter
• Mevrouw L. van Geest
• Mevrouw D.T.H. Starmans
• De heer D. Knibbe
• De heer T. Overmans
1. De Commissie wordt ingesteld met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit en wordt opgeheven per 31 december 2026.
2. De Commissie brengt uiterlijk aan het einde van de in het eerste lid bedoelde periode een adviesrapport uit aan de Minister-President.
1. De Commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een (extern) secretariaat, met aan het hoofd de secretaris van de Commissie.
2. De secretaris wordt door de Minister van BZK ter beschikking gesteld.
3. De minister draagt, op verzoek van de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie.
4. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de Commissie.
5. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.
6. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de Commissie.
1. De Commissie stelt zelf haar eigen werkwijze vast.
2. De Commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.
3. De Commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
1. Aan de voorzitter kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van X/36.
2. Aan de andere leden kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van X/36.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen vergoeding verstrekt aan leden die op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies zijn uitgesloten van een vergoeding.
1. De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde kostenraming, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen, huisvesting en voor secretariële ondersteuning,
b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en
c. de kosten voor oplevering van het rapport.
2. De Commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de minister en staatssecretarissen aan.
3. De Commissie voert een eigen financiële administratie en levert een financieel overzicht op.
Aanleiding
De Rijksdienst staat voor een fundamentele opgave. De context waarin de overheid opereert verandert snel en ingrijpend. Technologische ontwikkelingen zoals artificiële intelligentie, digitalisering en datagedreven werken veranderen de verhouding tussen overheid, samenleving en economie. Tegelijkertijd nemen geopolitieke spanningen toe, verandert de internationale orde en worden maatschappelijke vraagstukken complexer. Opgaven als woningbouw, klimaat, migratie, veiligheid, vergrijzing, economische weerbaarheid en digitalisering grijpen steeds sterker op elkaar in.
Ook de verwachtingen van burgers en bedrijven veranderen. Zij verwachten een Rijksdienst die toegankelijk, begrijpelijk, responsief en effectief is. Een Rijksdienst die maatschappelijke vraagstukken niet alleen analyseert, maar ook oplossingen realiseert. Tegelijkertijd staat het vertrouwen in instituties onder druk wanneer besluitvorming traag verloopt, beleid onvoldoende uitvoerbaar blijkt, dienstverlening tekortschiet of verantwoordelijkheden versnipperd raken.
Daar komt bij dat de Rijksdienst meer moet doen met minder ruimte. Naast eerdere taakstellingen ligt er opnieuw een forse opgave om efficiënter te werken en scherper te prioriteren. Ook de arbeidsmarkt zet de overheid onder druk. Nieuwe opgaven vragen bovendien om specialistische kennis, samenwerking over organisatiegrenzen heen en het vermogen om verschillende belangen en perspectieven te verbinden.
Deze uitdagingen vragen om een Rijksdienst die anders werkt: wendbaar, slagvaardig en gericht op zichtbare resultaten. Een Rijksdienst die eenvoudiger en doelmatiger is georganiseerd, effectief samenwerkt en voldoende uitvoeringskracht heeft om beleid daadwerkelijk waar te maken. Dat vraagt om een fundamentele blik op de inrichting, sturing, cultuur en werkwijzen van de Rijksdienst als geheel.
Opdracht en inhoudelijke focus
Deze ontwikkelingen vormen de aanleiding voor de instelling van de Commissie Toekomst Rijksdienst. De Commissie krijgt de opdracht om met een brede blik te kijken naar het functioneren van de Rijksdienst en aanbevelingen te doen voor een toekomstbestendige, slagvaardige en doelmatige overheid.
De Commissie is belast met de uitvoering van een doorlichting op het functioneren van de Rijksdienst. Daarbij staat de vraag centraal hoe de Rijksdienst toekomstgerichter, efficiënter en structureel beter in staat is om ambities waar te maken en resultaten te leveren voor mensen en bedrijven. De Commissie doet concrete aanbevelingen op basis waarvan stappen gezet kunnen worden naar een slagvaardiger overheid.
Tegen deze achtergrond luidt de centrale vraag van de Commissie:
Hoe kan de Rijksdienst zich zodanig ontwikkelen dat zij toekomstbestendig is, efficiënter wordt en structureel beter in staat is om maatschappelijke opgaven aan te pakken en resultaten te leveren voor mensen en bedrijven?
Deze doorlichting is daarmee nadrukkelijk geen reguliere evaluatie, maar een brede en fundamentele analyse van het functioneren van de Rijksdienst als geheel. De inzet is om scherp bloot te leggen waar het systeem niet goed genoeg werkt en welke keuzes nodig zijn om dit te verbeteren. Zo worden ook keuzemogelijkheden scherp in het kader van de taakstelling.
De doorlichting wordt open ingestoken, zonder vooraf vastgestelde uitkomsten. Het doel is een objectieve analyse die leidt tot concrete en richtinggevende aanbevelingen die ook daadwerkelijk het verschil maken in de praktijk. Het eindproduct moet bestaan uit een gerichte set aanbevelingen die voldoende concreet zijn om stappen te zetten richting een toekomstbestendige en slagvaardige Rijksdienst. Dat vraagt ook dat er vooraf al bereidheid is om deze aanbevelingen straks te vertalen naar acties en opvolging, en deze consequent door te voeren. De waarde van de doorlichting zit uiteindelijk in wat ermee gebeurt.
Dit artikel bevat de begripsbepalingen die in het besluit worden gebruikt. Onder de Commissie wordt verstaan de Commissie Toekomst Rijksdienst. Onder de minister wordt verstaan de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
Dit artikel regelt dat er een Commissie Toekomst Rijksdienst is. De Commissie wordt in het besluit aangeduid als ‘de Commissie’.
Dit artikel regelt de opdracht van de Commissie. De Commissie is belast met de uitvoering van een doorlichting op het functioneren van de Rijksdienst.
Daarbij staat de vraag centraal hoe de Rijksdienst toekomstgerichter, efficiënter en structureel beter in staat is om ambities waar te maken en resultaten te leveren voor mensen en bedrijven.
De Commissie doet concrete aanbevelingen op basis waarvan stappen gezet kunnen worden naar een slagvaardiger overheid.
De Commissie doet geen aanbevelingen over op welke wijze specifieke wetten of algemene verbindend voorschriften aangepast moeten worden.
Dit artikel regelt de samenstelling, benoeming en het ontslag van de Commissie. De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier andere leden. De benoeming geschiedt voor de duur van de Commissie.
Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister op voordracht van de voorzitter een ander lid benoemen. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter kan de minister op voordracht van de resterende leden een andere voorzitter benoemen.
De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
In het vijfde lid worden de voorzitter en de overige leden van de Commissie genoemd.
Het eerste lid regelt dat de Commissie wordt ingesteld met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit en wordt opgeheven per 31 december 2026.
Het tweede lid regelt dat de Commissie uiterlijk aan het einde van de in het eerste of tweede lid bedoelde periode een adviesrapport uitbrengt aan de Minister-President.
Dit artikel regelt de ondersteuning van de Commissie door een secretariaat. Het secretariaat ondersteunt de Commissie bij haar werkzaamheden en staat onder leiding van de secretaris van de Commissie.
De secretaris wordt door de Minister van BZK ter beschikking gesteld. De minister draagt, op verzoek van de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie.
Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de Commissie. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de Commissie.
Dit artikel regelt dat de Commissie zelf haar eigen werkwijze vaststelt.
Dit artikel regelt de vergoeding voor de voorzitter en de overige leden van de Commissie. Aan de voorzitter kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 18, vermenigvuldigd met de vastgestelde arbeidsduurfactor. Aan de overige leden kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 17, vermenigvuldigd met de vastgestelde arbeidsduurfactor.
Geen vergoeding wordt verstrekt aan leden die op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies zijn uitgesloten van een vergoeding.
Dit artikel regelt de kosten van de Commissie. De kosten komen, voor zover op basis van een goedgekeurde kostenraming, voor rekening van de minister. Onder deze kosten vallen in ieder geval de kosten voor vergaderfaciliteiten, huisvesting, secretariële ondersteuning, externe deskundigheid, onderzoek en oplevering van het rapport.
De Commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een kostenraming aan. De Commissie voert een eigen financiële administratie en levert een financieel overzicht op.
Dit artikel regelt dat verslagen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd of vergaard, niet door de Commissie openbaar worden gemaakt, maar uitsluitend aan de minister worden overgedragen.
Dit artikel bevat de citeertitel van het besluit. Het besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Toekomst Rijksdienst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24057.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.