Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2026, 24056 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2026, 24056 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
De Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de begripsbepaling COVID-19-vaccinatieprogramma ‘wekelijks’ vervangen door ‘gedurende het jaar’.
B
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘1 januari 2025 tot en met 31 december 2025’ vervangen door ‘1 januari 2026 tot en met 31 december 2026’.
2. In het tweede lid wordt ‘1 september 2025 tot en met 31 december 2025’ vervangen door ‘1 september 2026 tot en met 31 december 2026’.
3. In het derde lid wordt ‘€ 25,89’ vervangen door ‘€ 25,62’.
4. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.
C
Artikel 4 komt te luiden:
1. In het bedrag per toegediende vaccinatie, genoemd in artikel 3, derde lid, wordt het aandeel dat bestemd is voor indirecte personele kosten vastgesteld op 26,3%.
2. De minister kan aan een GGD een aanvullende uitkering verstrekken van ten hoogste het verschil tussen:
a. het totaalbedrag dat bestemd is voor indirecte personele kosten op basis van het aantal gerealiseerde vaccinaties in 2025; en
b. het totaalbedrag dat bestemd is voor indirecte personele kosten op basis van het aantal ingeschatte vaccinaties in 2026.
3. Een aanvullende uitkering per GGD als bedoeld in het tweede lid, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals genoemd in de vierde kolom van de bijlage bij deze regeling.
D
In artikel 7, eerste lid, wordt ‘31 augustus 2025’ vervangen door ‘31 augustus 2026’.
E
Artikel 10, tweede en derde lid, worden, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, vervangen door drie leden, luidende:
2. De uitkering wordt vastgesteld op ten hoogste het aantal daadwerkelijk toegediende vaccinaties vermenigvuldigd met het in artikel 3, derde lid, genoemde bedrag.
3. Indien de gerealiseerde kosten de uitkering, bedoeld in het eerste lid, overstijgen wordt de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4, vastgesteld op het verschil tussen de gerealiseerde kosten en de uitkering, bedoeld in het eerste lid, tot ten hoogste het bij de verlening van de aanvullende uitkering genoemde bedrag.
4. Indien het aantal vaccinaties in 2026 85% of lager bedraagt dan het aantal ingeschatte vaccinaties, zoals genoemd in de tweede kolom van de tabel in de bijlage bij deze regeling, wordt de uitkering aan een GGD vastgesteld op 85% van het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
F
Onder vernummering van de artikelen 11 tot en met 13 tot artikelen 14 tot en met 16 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
1. De ontvanger van een uitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, vormt een egalisatiereserve.
2. De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van de gerealiseerde kosten.
1. Het verschil tussen de vastgestelde uitkering en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor uitkering is verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
2. De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is het bedrag dat aan de egalisatiereserve kan worden toegevoegd zonder de maximale omvang daarvan te overschrijden. De maximale onttrekking aan de egalisatiereserve is het bedrag van de egalisatiereserve.
3. Voor zover het voor de toevoeging beschikbare bedrag hoger is dan de maximale toevoeging, wordt het meerdere bij de vaststelling in mindering gebracht op de uitkering en teruggevorderd.
4. Voor de toepassing van de vorige leden worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten en de uitkering met betrekking tot activiteiten waarvoor de uitkering is verleend en die werkelijk zijn verricht.
G
De bijlage wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt ‘1 januari 2025 tot en met 31 december 2025’ vervangen door ‘1 januari 2026 tot en met 31 december 2026’ en wordt ‘artikel 3, vierde en vijfde lid’ vervangen door artikel 3, vierde lid, en artikel 4, derde lid’.
2. In de eerste alinea van de tekst onder het opschrift wordt ‘1 januari 2025 tot en met 31 december 2025’ vervangen door ‘1 januari 2026 tot en met 31 december 2026’.
3. De tabel komt te luiden:
|
Prognose aantal vaccinaties |
uitkering prijs per prik |
maximaal aanvullende uitkering |
Totaal uitkering |
|
|---|---|---|---|---|
|
GGD Amsterdam |
73.804 |
€ 1.890.858 |
€ 177.575 |
€ 2.068.433 |
|
GGD Brabant-Zuidoost |
91.747 |
€ 2.350.558 |
€ 176.962 |
€ 2.527.520 |
|
GGD Drenthe |
60.459 |
€ 1.548.960 |
€ 139.599 |
€ 1.688.559 |
|
GGD Flevoland |
30.640 |
€ 784.997 |
€ 81.369 |
€ 866.366 |
|
GGD Fryslân |
62.567 |
€ 1.602.967 |
€ 117.552 |
€ 1.720.519 |
|
GGD Gelderland-Midden |
86.144 |
€ 2.207.009 |
€ 181.389 |
€ 2.388.398 |
|
GGD Gelderland-Zuid |
62.526 |
€ 1.601.916 |
€ 133.461 |
€ 1.735.377 |
|
GGD Gooi en Vechtstreek |
29.839 |
€ 764.475 |
€ 68.661 |
€ 833.136 |
|
GGD Groningen |
62.105 |
€ 1.591.130 |
€ 109.803 |
€ 1.700.934 |
|
GGD Haaglanden |
97.759 |
€ 2.504.586 |
€ 287.486 |
€ 2.792.072 |
|
GGD Hart voor Brabant |
119.279 |
€ 3.055.928 |
€ 240.657 |
€ 3.296.585 |
|
GGD Hollands Midden |
75.869 |
€ 1.943.764 |
€ 179.360 |
€ 2.123.124 |
|
GGD Hollands Noorden |
74.040 |
€ 1.896.905 |
€ 149.080 |
€ 2.045.984 |
|
GGD IJsselland |
54.555 |
€ 1.397.699 |
€ 113.604 |
€ 1.511.303 |
|
GGD Kennemerland |
65.808 |
€ 1.686.001 |
€ 117.963 |
€ 1.803.964 |
|
GGD Limburg-Noord |
57.846 |
€ 1.482.015 |
€ 107.883 |
€ 1.589.898 |
|
GGD Noord- en Oost-Gelderland |
96.604 |
€ 2.474.994 |
€ 203.793 |
€ 2.678.787 |
|
GGD Regio Utrecht |
138.912 |
€ 3.558.925 |
€ 297.937 |
€ 3.856.862 |
|
GGD Rotterdam-Rijnmond |
110.865 |
€ 2.840.361 |
€ 165.264 |
€ 3.005.626 |
|
GGD Twente |
60.312 |
€ 1.545.193 |
€ 123.441 |
€ 1.668.635 |
|
GGD West-Brabant |
79.447 |
€ 2.035.432 |
€ 164.146 |
€ 2.199.578 |
|
GGD Zaanstreek-Waterland |
32.406 |
€ 830.242 |
€ 83.121 |
€ 913.362 |
|
GGD Zeeland |
48.742 |
€ 1.248.770 |
€ 115.470 |
€ 1.364.240 |
|
GGD Zuid-Holland Zuid |
51.262 |
€ 1.313.332 |
€ 100.370 |
€ 1.413.703 |
|
GGD Zuid-Limburg |
63.983 |
€ 1.639.244 |
€ 138.487 |
€ 1.777.732 |
|
Totaal |
1.787.520 |
€ 45.796.262 |
€ 3.774.432 |
€ 49.570.695 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans
Op grond van de Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie (hierna: de Regeling) die per 1 juli 2023 in werking is getreden, kan een specifieke uitkering (hierna: uitkering) worden verstrekt aan GGD’en voor het toedienen van COVID-19-vaccinaties. De Regeling heeft een geldingsduur tot 1 januari 2029. Aan de GGD’en is op grond van de Regeling een uitkering verstrekt voor de periodes van:
– 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023;
– 1 januari 2024 tot en met 31 juni 2024;
– 1 juli tot en met 31 december 2024 en
– 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
Omdat ook in 2026 capaciteit voor het toedienen van COVID-19-vaccinaties nodig is, wordt de Regeling en de daarbij behorende tabel geactualiseerd door middel van deze wijzigingsregeling.
In 2025 werden de activiteiten voor het toedienen van COVID-19-vaccinaties voor het eerst gefinancierd op basis van een prijs per prik (€ 25,89). Een aantal GGD’en met een hogere kostprijs per prik dan het vastgestelde normbedrag kreeg een tijdelijke compensatie om tijd te hebben om naar de prijs per prik toe te groeien. De prijs per prik was bepaald op basis van een kostprijsonderzoek.
In haar advies voor de COVID-vaccinaties heeft de Gezondheidsraad voor 2026 geadviseerd de leeftijdsgrens voor de vaccinatie te verhogen naar 70+.1 Hierdoor daalt het aantal vaccinaties, waardoor er opnieuw naar de prijs per prik gekeken moet worden. De vaste kosten wijzigen niet door de afname van het aantal vaccinaties; de kosten moeten gedragen worden door minder vaccinaties. Om dit te compenseren ontvangen GGD’en naast de prijs per prik een aanvullende uitkering. De uitkering is per GGD gemaximeerd.
De GGD’en krijgen een uitkering voor het in de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 toedienen van COVID-19-vaccinaties aan de door de Gezondheidsraad geadviseerde doelgroepen: mensen vanaf 70 jaar, medische (hoog-)risicogroepen en zorgmedewerkers met direct patiënt-cliëntcontact. De belangrijkste wijziging in 2026 betreft het verhogen van de leeftijdsgrens van 60 jaar en ouder naar 70 jaar en ouder, waardoor het aantal vaccinaties naar verwachting lager uitvalt dan in voorgaande jaren (een daling van ongeveer 2,4 miljoen naar ongeveer 1,8 miljoen vaccinaties).
Mensen die niet tot de bovenvermelde doelgroepen behoren, maar bijvoorbeeld vanwege een kwetsbaar gezinslid of op advies van een behandelend arts toch een COVID-19-vaccinatie willen ontvangen, komen ook in aanmerking voor een COVID-19-vaccinatie in de najaarsronde. Daarnaast blijft de mogelijkheid bestaan dat een behandelend arts in individuele gevallen buiten de najaarsronde om, op een moment dat dit nodig wordt geacht, COVID-19-vaccinatie kan aanbieden.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft.
Er is een prognose gemaakt van het aantal vaccinaties per GGD op jaarbasis. Er is geen sprake meer van een capaciteit die wekelijks beschikbaar moet zijn.
Voor 2026 is de bekostigingssystematiek voor COVID-19-vaccinaties gewijzigd.
In 2025 werd gewerkt met een vergoeding per vaccinatie in combinatie met een tijdelijke compensatie per vaccinatie voor GGD’en met een hogere kostprijs. Deze systematiek wordt in 2026 verlaten.
In plaats daarvan wordt de uitkering opgebouwd uit twee componenten:
1. een vast bedrag per toegediende vaccinatie; en
2. een aanvullende uitkering ter dekking van vaste kosten.
Het vaste bedrag per vaccinatie bedraagt in 2026 € 25,62. Dit bedrag is bepaald op basis van de uitkomsten van het kostprijsonderzoek uit 2025 en de afspraken die naar aanleiding van dit onderzoek met de GGD’en zijn gemaakt. Het tarief 2026 is inclusief indexering.
De aanvullende uitkering is bedoeld om GGD’en te compenseren voor vaste kosten die niet volledig worden gedekt bij een lager aantal vaccinaties. In afstemming met de GGD’en is ervoor gekozen om de kostensoort ‘indirecte personele kosten’ in het kostprijsonderzoek van KPMG als grondslag te gebruiken om de aanvullende uitkering voor de vaste kosten te bepalen. In deze kostensoort is door KPMG opgenomen: 1) de indirecte personele kosten van functies die gedurende het gehele jaar werkzaam kunnen zijn, ter ondersteuning en/of voorbereiding van de najaarsronde/campagne en/of basiscapaciteit. Denk hierbij aan HR, ICT en financiële afdelingen; 2) indirect personeel dat specifiek tijdelijk wordt ingehuurd voor de najaarscampagne/ronde, denk hierbij aan planning, KCC en/of projectmanagers; 3) functies betrokken bij de op- en afbouw van de najaarscampagne/ronde, bijvoorbeeld projectmanagers.
De hoogte van deze aanvullende uitkering is gemaximeerd en wordt bepaald op basis van het verschil tussen het ontvangen aandeel aan indirecte personele kosten op basis van het aantal gerealiseerde vaccinaties 2025 minus het ontvangen aandeel indirecte personele kosten op basis van het door het RIVM geraamde aantal vaccinaties voor 2026.
Uit het kostprijsonderzoek van KPMG volgt dat de indirecte personele kosten 26,3% van de totale kostprijs bedragen. De aanvullende uitkering wordt uitsluitend verstrekt voor zover de werkelijke kosten, oftewel de totale bestedingen, hoger zijn dan de vergoeding op basis van het aantal toegediende vaccinaties vermenigvuldigd met het vaste tarief. Hiermee wordt voorkomen dat sprake is van overcompensatie.
De bevoorschotting vindt plaats op basis van het door het RIVM geraamde aantal vaccinaties. Het voorschot wordt voorafgaand aan de najaarsronde volledig uitbetaald en omvat zowel de vergoeding op basis van het tarief per vaccinatie als de door de GGD aangevraagde aanvullende uitkering voor de vaste kostencomponent indirecte personele kosten.
Voorkomen van overcompensatie
In de Regeling is een bepaling opgenomen om overcompensatie te voorkomen. Indien de totale ontvangen uitkering hoger is dan de werkelijke kosten, kan een egalisatiereserve worden gevormd van maximaal 10% van de werkelijke kosten. Voor zover het resultaat deze grens overschrijdt, wordt dat bedrag bij de vaststelling in mindering gebracht op de uitkering.
Het verstrekken van de uitkering op aanvraag heeft de voorkeur boven het ambtshalve verlenen, gelet op foutgevoeligheid van laatstgenoemd proces. Daarom wordt ook in 2026 gebruik gemaakt van een portaal waarin de conceptaanvraag voor de GGD’en is opgenomen. De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) stuurt medio 2026 elke GGD een bericht, zodat de GGD’en binnen een bepaald tijdvak een aanvraag kunnen indienen voor de specifieke uitkering op grond van artikel 3, eerste lid, en – voor zover van toepassing, zie de tabel bij de Regeling- de aanvullende uitkering op grond van artikel 4, eerste lid. De GGD’en ontvangen de verleningsbeschikking maximaal dertien weken na het indienen van de aanvraag (artikel 7, derde lid).
De uitkering wordt vastgesteld op ten hoogste het aantal daadwerkelijk toegediende vaccinaties vermenigvuldigd met het in artikel 3, derde lid, genoemde bedrag. Indien het aantal vaccinaties hoger dreigt te worden dan het in de tabel opgenomen ingeschatte aantal, meldt de betreffende GGD dit direct.
De indicatoren voor de SiSa-verantwoording wijzigen ten opzichte van vorig jaar. Naast het aantal vaccinaties en het totaal van de bestedingen wordt ook de stand van de egalisatiereserve in de verantwoording opgenomen.
De GGD’en melden op grond van artikel 8, eerste lid, uiterlijk 4 weken na afloop van elk kwartaal na ontvangst van een uitkering het aantal gezette vaccinaties. De vergoeding per vaccinatie geldt voor alle COVID-19 vaccinaties die worden gezet (op locatie, zorginstellingen, niet mobiel thuiswonenden). Bron voor het vaststellen van het aantal gezette vaccinaties per GGD is de registratie in het landelijk registratiesysteem Coronit.
Medio februari 2027 doen de GGD’en een voorlopige opgave van de kosten. De informatieplicht laat onverlet dat GGD’en verplicht zijn om elke informatie die kan leiden tot een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering tijdig te melden (artikel 2, tweede lid, van de Regeling, in samenhang met artikel 5.7, eerste lid, onder c, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS).
Anders dan in 2025 wordt geen garantiepercentage van 75% of 85% (voor GGD’en met een aanvullende uitkering) van het toegekende bedrag gehanteerd. In 2026 geldt voor alle GGD’en, ongeacht of ze een aanvullende uitkering ontvangen, een minimumgarantie van 85% van het door het RIVM geraamde aantal vaccinaties. De maximale aanvullende uitkering blijft ongewijzigd.
Om eventuele overcompensatie te vermijden is geregeld dat een reserve kan worden gevormd van maximaal 10% van de werkelijke kosten, oftewel het totaal van de bestedingen. Een egalisatiereserve is een door de ontvanger van de uitkering te vormen reserve die een buffer vormt om overschotten vanwege onderbesteding in het ene jaar te kunnen opvangen met tekorten in een ander jaar. Na afloop van het jaar waarvoor de uitkering is verstrekt, blijkt bij de aanvraag tot vaststelling of er een overschot dan wel een tekort is.
De reservering is maximaal 10% van de totale bestedingen in het betreffende jaar. Er kan alleen een reserve worden gevormd als het totaal van de bestedingen lager is dan de uitkering en de aanvullende uitkering.
Een egalisatiereserve kan door de ontvanger van de uitkering uitsluitend worden ingezet voor de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend. De egalisatiereserve die aan het eind van een boekjaar resteert, kan alleen worden aangewend voor activiteiten die in het daaropvolgend jaar worden gefinancierd.
In afwijking van de systematiek van vaste verandermomenten en een minimuminvoeringstermijn bij regelgeving (zoals opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving), treedt deze wijzigingsregeling in werking met ingang van de dag na publicatie en wordt ook afgeweken van de minimuminvoeringstermijn. Afwijking is aangewezen, omdat de GGD’en al vanaf 1 januari 2026 bezig zijn om het COVID-19-vaccinatieprogramma te realiseren en er dus zo snel mogelijk duidelijkheid moet worden verschaft over de financiering.
De mogelijkheid een egalisatiereserve te vormen gaat in bij de vaststelling van de uitkeringen over 2026, vandaar dat voor onderdeel F een afwijkende inwerkingtredingdatum is opgenomen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans
Advies COVID-19-vaccinatie in 2026 en 2027 (advies van de Gezondheidsraad van 10 maart 2026 aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), Den Haag: Gezondheidsraad 2026, publicatienr. 2026/02.
Advies COVID-19-vaccinatie in 2026 en 2027 (advies van de Gezondheidsraad van 10 maart 2026 aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), Den Haag: Gezondheidsraad 2026, publicatienr. 2026/02.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24056.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.