Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 23946 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 23946 | overige overheidsinformatie |
2026
|
1 |
Overzicht |
|
|
1.1 |
Samenvatting |
|
|
1.2 |
Inleiding |
|
|
2 |
Doelstelling en achtergrond |
|
|
2.1 |
Doelstelling van de Nederlandse Onderwijspremie |
|
|
2.2 |
Achtergrond |
|
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
|
3.1 |
Tijdpad |
|
|
3.2 |
Wie kan een voordracht indienen |
|
|
3.3 |
Voordracht opstellen en indienen in ISAAC |
|
|
3.4 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
|
4 |
Beoordeling |
|
|
4.1 |
Criteria |
|
|
4.2 |
Procedure |
|
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
|
5 |
Subsidieverplichtingen |
|
|
5.1 |
Opstellen bestedingsplan |
|
|
5.2 |
Start van het project |
|
|
5.3 |
Wijzigingen in het project |
|
|
5.4 |
Monitoring en projectbeheer |
|
|
5.5 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering project |
|
|
5.6 |
Afronding |
|
|
5.7 |
Onderzoeksresultaten – Open Science |
|
|
5.8 |
Evaluatie |
|
|
6 |
Contact |
|
|
7 |
Bijlagen |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
|
|
7.2 |
Indexering |
|
In dit hoofdstuk vindt u een beknopte samenvatting van de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho 2027.
Titel:
De Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho 2027.
Doel:
De Nederlandse Onderwijspremie is de hoogste jaarlijkse onderscheiding voor onderwijsteams die met hun onderwijsinitiatief een uitzonderlijk succes hebben behaald in het Nederlandse middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs. De Nederlandse Onderwijspremie wordt toegekend aan bijzondere en bewezen onderwijsinitiatieven en dient om onderwijsinnovatie te waarderen en kennisdeling hierover te stimuleren.
Voor de Nederlandse Onderwijspremie is in totaal € 7.500.000 beschikbaar. Binnen het beschikbare budget kan de Programmaraad voor wetenschappelijk onderwijsonderzoek (Prowo) in totaal negen voordrachten toekennen. Het subsidiegeld is als volgt verdeeld:
1. mbo – € 2.500.000 beschikbaar voor in totaal drie voordrachten;
2. hbo – € 2.500.000 beschikbaar voor in totaal drie voordrachten;
3. wo – € 2.500.000 beschikbaar voor in totaal drie voordrachten.
Per sector maken drie onderwijsteams kans op respectievelijk een subsidie van € 500.000 (derde plaats), € 800.000 (tweede plaats) of € 1,2 miljoen (eerste plaats).
Indieningsdeadline(s):
De deadline voor het indienen van voordrachten is 29 oktober 2026, voor 14:00:00 CET.
Procedure:
– Aanvragers: indienen volledige voordrachten;
– NKO-bureau: ontvankelijkheidscontrole (let op: mogelijk actie vereist van aanvragers);
– Beoordelingscommissie: schrijft preadviezen;
– Aanvragers: weerwoord (let op: mogelijk aanvullende actie vereist van aanvragers);
– Beoordelingscommissie: interviewselectievergadering;
– Prowo: eerste besluitmoment (let op: na besluitmoment aanvullende acties van aanvragers vereist);
– Aanvragers en beoordelingscommissie: interview met beoordelingscommissie;
– Prowo: tweede besluitmoment;
– Uitreiking Nederlandse Onderwijspremie.
Veranderingen ten opzichte van de vorige Call for proposals:
– maximaal vier onderwijsteams per sector worden uitgenodigd voor een interview;
– de ondersteuning door het bestuur (zoals genoemd in paragraaf 2.1) is een losse bijlage;
– het weerwoord bestaat uit maximaal drie pagina’s.
Deze Call for proposals beschrijft hoe het voordrachtproces voor de subsidieronde ‘De Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho 2027’ is ingericht. Het document bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) dat onderdeel is van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het NRO heet per 1 januari 2026 het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO).
Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs versterkt de kwaliteit van het onderwijs met kennis uit onderzoek. We identificeren vraagstukken, signaleren trends, stimuleren innovatie, laten kennis ontwikkelen en maken kennis toegankelijk en bruikbaar. Samen met de wetenschap, de praktijk en het beleid werken we aan de kwaliteit van ons onderwijs.
Het NKO programmeert en financiert onderzoek langs de volgende lijnen:
1. onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs;
2. onderzoek naar (kansrijke) aanpakken;
3. vrij onderzoek met als doel de ontwikkeling van kennis voor de toekomst van het onderwijs;
4. talent-, innovatie- en stimuleringsbeurzen voor kennisgedreven werken door onderwijsprofessionals.
De Nederlandse Onderwijspremie draagt bij aan innovatie binnen het onderwijs en valt onder de verantwoordelijkheid van de Programmaraad voor wetenschappelijk onderwijsonderzoek (Prowo).
Op deze Call for proposals zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze subsidieronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van de Nederlandse Onderwijspremie.
De Nederlandse Onderwijspremie is de hoogste onderscheiding die jaarlijks wordt uitgereikt aan onderwijsteams die met hun onderwijsinitiatief in de afgelopen zes jaar (tussen september 2020 en oktober 2026) een bijzonder of uitzonderlijk succes hebben behaald binnen het binnen het Nederlandse middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs.1 De Nederlandse Onderwijspremie heeft als doel om de bijzondere en invloedrijke onderwijsinitiatieven binnen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) extra onder de aandacht te brengen en het onderwijs binnen deze sectoren te inspireren. Met de Nederlandse Onderwijspremie wordt er aandacht geschonken aan de onderwijsteams achter deze bijzondere onderwijsinitiatieven.
Hiermee wordt zowel waardering uitgesproken voor wat onderwijsteams reeds bereikt hebben als vertrouwen in wat ze nog zullen bereiken. De ontvangers van de Nederlandse Onderwijspremie worden zo beloond voor een uitzonderlijke prestatie op het vlak van onderwijsinnovatie en worden aangemoedigd door te gaan op de ingeslagen weg.
Onderwijsteams komen in aanmerking voor de Nederlandse Onderwijspremie als ze met hun initiatief een aantoonbare invloed hebben gehad op het onderwijs binnen de eigen instelling (en daarbuiten) of op de sector. Het vernieuwende onderwijsinitiatief hoeft niet sectorspecifiek te zijn, maar mag ook betrekking hebben op meerdere van de drie onderwijssectoren (mbo, hbo en wo). De voordracht kan echter slechts binnen één sector worden ingediend (zie paragraaf 3.2.1). In de voordracht moet duidelijk worden gemaakt waarom het voorgedragen onderwijsteam een bijzondere prestatie heeft verricht.
De Nederlandse Onderwijspremie richt zich uitsluitend op bekostigd initieel vervolgonderwijs en bekostigd hoger onderwijs. Voordrachten moeten gericht en uitgevoerd zijn op een Nederlandse bekostigde vervolgonderwijsinstelling. Projecten gericht op post-initieel vervolgonderwijs, inclusief trajecten voor promovendi, contractonderwijs of volwassenenonderwijs, zijn hiermee uitgesloten.
De voordracht wordt ondersteund door een van de volgende besturen:
– voor het mbo: het bestuur van een ROC of beroepscollege;2
– voor het hbo: het College van Bestuur van een hogeschool;3
– voor het wo: het College van Bestuur van bekostigde Nederlandse universiteiten;4
– het bestuur van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB MBO);
– het bestuur van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO);
– het bestuur van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).
In de voordracht wordt toegelicht waarom de onderwijsinnovatie wordt ondersteund door het bestuur. Een bestuur mag maximaal één voordracht ondersteunen in deze Call for proposals. In het geval dat meerdere instellingen bij een onderwijsinitiatief betrokken zijn, dient er een keuze gemaakt te worden welk bestuur de voordracht ondersteunt.
Bestedingsruimte Nederlandse Onderwijspremie wo, hbo en umc
Ontvangers genieten een ruime mate van bestedingsvrijheid: aan personeel (wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk), materieel, activiteiten met betrekking tot kennisbenutting, et cetera. Wel moet de Nederlandse Onderwijspremie besteed worden aan onderzoek naar onderwijsinnovatie, kennisdeling over de onderwijsinnovatie of activiteiten die bijdragen aan onderwijsinnovatie. Dit kan zowel binnen als buiten de eigen onderwijscontext zijn. De besteding van de Nederlandse Onderwijspremie moet ten goede te komen aan studenten en onderwijsprofessionals.
Ontvangers kunnen met de Nederlandse Onderwijspremie nieuwe initiatieven oprichten of bestaande innovaties verder uitbreiden of onder de aandacht brengen. Een deel van de middelen kan ook de onderwijsgemeenschap van de instelling als geheel ten goede komen, bijvoorbeeld middels trainingsfaciliteiten, een instellingsbreed onderwijsproject of door het opzetten van een ‘community’ van docenten. Ook kunnen onderwijsteams (meer) onderzoek doen naar de impact van hun initiatief en de opbrengsten van het initiatief breder delen, zodat de impact binnen het onderwijsveld in Nederland wordt vergroot. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
Zie hoofdstuk 5 en 7 van deze Call for proposals voor een verdere toelichting van de subsidieverplichtingen.
Bestedingsruimte Nederlandse Onderwijspremie mbo
Voor ontvangers van de Nederlandse Onderwijspremie waarvan (een deel van) het onderwijsteam werkzaam is op een mbo-instelling geldt dat de Nederlandse Onderwijspremie dient bij te dragen aan onderzoek- en kennisverspreidingsactiviteiten die ondersteunend zijn aan de publieke onderwijstaak. Ontvangers genieten een ruime mate van bestedingsvrijheid: aan personeel (wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk), materieel, activiteiten met betrekking tot kennisbenutting, et cetera. De besteding van de Nederlandse Onderwijspremie moet ten goede te komen aan studenten en onderwijsprofessionals van de eigen onderwijsinstelling of andere publiek bekostigde onderwijsinstellingen.
Ontvangers kunnen met de Nederlandse Onderwijspremie nieuwe initiatieven oprichten of bestaande innovaties verder uitbreiden of onder de aandacht brengen. Een deel van de middelen kan ook de onderwijsgemeenschap van de onderwijsinstelling als geheel ten goede komen, bijvoorbeeld middels trainingsfaciliteiten, een instellingsbreed onderwijsproject of door het opzetten van een ‘community’ van docenten. Ook kunnen onderwijsteams (meer) onderzoek doen naar de impact van hun initiatief en de opbrengsten van het initiatief breder delen, zodat de impact binnen het onderwijsveld in Nederland wordt vergroot. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
Zie hoofdstuk 5 en 7 van deze Call for proposals voor een verdere toelichting van de subsidieverplichtingen.
In 2020 heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Nederlandse Onderwijspremie voor het eerst uitgereikt aan onderwijsteams in het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs, destijds onder de naam Nederlandse Hogeronderwijspremie. In 2023 is de Nederlandse Onderwijspremie voor het eerst ook uitgereikt aan onderwijsteams in het middelbaar beroepsonderwijs. Naast waardering voor wetenschappelijk onderzoek met de NWO-Spinozapremie, NWO-Stevinpremie voor kennisbenutting en de Deltapremie voor praktijkgericht onderzoek (initiatief van de Vereniging Hogescholen en Regieorgaan SIA), wordt met de uitreiking van de Nederlandse Onderwijspremie expliciet waardering uitgesproken voor onderwijsvernieuwing door onderwijsteams in het mbo, hbo en wo in Nederland. De Minister van OCW zal de Nederlandse Onderwijspremie uitreiken tijdens het ComeniusFestival.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een voordracht.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw voordracht, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de Nederlandse Onderwijspremie. Het kan zijn dat NKO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd. Voordrachten die na de deadline zijn ingediend, neemt NKO niet in behandeling.
|
29 oktober 2026 |
Deadline indienen voordrachten, voor 14:00:00 CET. |
|
November 2026 |
Preadvisering beoordelingscommissie |
|
December 2026/Januari 2027 |
Aanvragers kunnen een weerwoord indienen |
|
Januari/Februari 2027 |
Interviewselectievergadering beoordelingscommissie |
|
Maart 2027 |
Besluit door de Prowo |
|
April 2027 |
Interviews |
|
Juni 2027 |
Besluit door de Prowo |
|
Eind juni 2027 |
Uitreiking van de Nederlandse Onderwijspremie |
Voordrachten worden ingediend door een hoofdaanvrager namens een onderwijsteam dat verantwoordelijk is voor het opzetten en uitvoeren van de onderwijsinnovatie.5 Het onderwijsteam bestaat uit minimaal één hoofdaanvrager en één medeaanvrager, en maximaal uit één hoofdaanvrager en veertien medeaanvragers. Daarnaast kunnen samenwerkingspartners deelnemen aan het onderwijsteam (zie paragraaf 3.2.2).
Hoogleraren, universitair (hoofd)docenten, docent-onderzoekers, hogeschool(hoofd)docenten, lectoren, practoren en andere onderzoekers6 , onderwijsprofessionals, docenten en studenten mogen als hoofd- of medeaanvrager een voordracht indienen als zij in dienst zijn bij één van de onderstaande organisaties:
– een universiteit of een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
– een universitair medisch centrum zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– een regionaal opleidingscentrum (ROC) of een beroepscollege zoals bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het bekostigd onderwijs7 betreft.
Aanvullende voorwaarden voor de voordracht:
– het onderwijsinitiatief uit de voordracht is ontwikkeld en uitgevoerd in de periode september 2020 – oktober 2026;8
– het onderwijsinitiatief uit de voordracht is niet eerder beloond met de Nederlandse Onderwijspremie;
– de hoofdaanvrager bepaalt bij indiening binnen welke onderwijssector de voordracht valt. Als een voordracht op meerdere sectoren betrekking heeft, dient de hoofdaanvrager te kiezen binnen welke sector de voordracht beoordeeld wordt. De sector van het in paragraaf 2.1 genoemde bestuur dat de voordracht ondersteunt dient overeen te komen met de door de hoofdaanvrager gekozen sector;
– de voordracht wordt ondersteund door één van de in paragraaf 2.1 genoemde besturen. Indien een bestuur meer voordrachten in deze Call for proposals ondersteunt, wordt alleen de voordracht die als eerste ontvangen is via ISAAC in behandeling genomen.
Aanvullende voorwaarden voor het onderwijsteam:
– aanvragers met een nuluren-arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening;
– aanvragers mogen maximaal éénmaal indienen in deze Call for proposals, hetzij als hoofdaanvrager, hetzij als medeaanvrager;
– een onderwijsteam mag maximaal één keer worden voorgedragen binnen deze Call for proposals. Indien het onderwijsteam vaker dan één keer wordt voorgedragen, wordt alleen de voordracht die als eerste ontvangen is via ISAAC in behandeling genomen;
– een onderwijsteam is een vertegenwoordiging van het projectteam dat verantwoordelijk is voor de onderwijsinnovatie. Voor aanvragers in het onderwijsteam geldt dat ze een actieve rol moeten hebben gehad bij het opstellen en doorvoeren van het onderwijsinitiatief waarvoor een voordracht wordt ingediend. De voordracht dient inzichtelijk te maken wat ieders rol is, hoe de leden van het onderwijsteam bijdragen aan het initiatief en hoe ze het bredere projectteam vertegenwoordigen;
– het onderwijsteam mag bestaan uit aanvragers vanuit één onderwijsinstelling, zoals bedoeld in paragraaf 3.2, maar het is ook toegestaan dat het onderwijsteam bestaat uit aanvragers vanuit meerdere onderwijsinstellingen, of onderwijsinstellingen vanuit meerdere sectoren;
– het onderwijsteam bevat aanvragers met verschillende rollen, zoals docenten, onderwijsdirecteurs, instructeurs, onderwijsadviseurs, onderwijsonderzoekers, practoren, promovendi, student(-assistenten), e.d.
Sommige onderwijsteams werken nauw samen met partners buiten de eigen onderwijsinstelling(en) om tot een vernieuwend onderwijsinitiatief te komen. Die partners kunnen van groot belang zijn voor uw onderwijsinitiatief. Daarom is er ruimte in de voordracht om maximaal vijf externe samenwerkingspartners op te geven die nauw betrokken zijn bij het opzetten, ontwikkelen en of uitvoeren van het onderwijsinitiatief. In de voordracht moet duidelijk worden beschreven hoe samenwerkingspartners hebben bijgedragen aan het onderwijsinitiatief en het onderwijsteam hebben ondersteund.
Een samenwerkingspartner is een externe partij die nauw betrokken is bij de opzet of uitvoering van het vernieuwende onderwijsinitiatief. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven en publieke en private organisaties. De rol die deze partijen spelen bij de uitvoering van het initiatief en de ondersteuning van het onderwijsteam dient in de voordracht beschreven te worden.
De samenwerkingspartners in deze Call for proposals kunnen zijn: medewerkers van aan het onderwijs gerelateerde instellingen, medewerkers van andere wo, hbo en mbo-instellingen, medewerkers van beleidsinstellingen, medewerkers van onderwijsadviesinstellingen, medewerkers van sociale partners, medewerkers van gemeenten, of medewerkers uit het primair en voortgezet onderwijs.
Samenwerkingspartners kunnen geen subsidie aanvragen.
NKO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de voordracht in ISAAC.
Voor het opstellen van uw voordracht doorloopt u de volgende stappen:
– maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;
– download het voordrachtformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;
– sla het ingevulde voordrachtformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in;
– in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50-100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd wegens intellectueel eigendom;
– nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;
– de voordracht is geschreven in het Nederlands of Engels.
Voorzie de voordracht van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:
– formulier projectbetrokkenen (Excel-bestand);
– verklaring en ondertekening door het bestuur dat de voordracht ondersteunt.
Gebruik voor de bijlagen alleen de door NKO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting en het overzicht betrokkenen, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting en het formulier projectbetrokkenen moeten als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.
Documentatie, zoals formats voor indiening van de voordracht, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze subsidieronde op de NKO-website.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.
NKO toetst een voordracht op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de voordracht aan deze voorwaarden voldoet, wordt de voordracht in behandeling genomen.
Voorwaarden:
– de voordracht is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 en 3.2.1 gestelde voorwaarden;
– de samenwerkingspartners voldoen aan de in paragraaf 3.2.2 gestelde voorwaarden;
– de voordracht is ondertekend door één van de partijen die is genoemd in paragraaf 2.1;
– de voordracht voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;
– de voordracht voldoet aan de aanvullende voorwaarden voor indiening zoals beschreven in paragraaf 3.2.1;
– de voordracht is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze subsidieronde op de NWO-website;
– het voordrachtformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de voordracht is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de voordracht is in het Nederlands of Engels opgesteld;
– de voordracht voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;
In het voordrachtformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
In behandeling nemen en administratieve correcties
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NKO de voordracht in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NKO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening zodat de voordracht ontvankelijk verklaard kan worden.
De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NKO de voordracht niet in behandeling.
Informeren eigen onderzoeksorganisatie
NWO gaat ervan uit dat de organisatie waar de aanvragers werkzaam zijn de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens de procedure communiceert NKO met de hoofdaanvrager.
In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een voordracht.
De voordrachten die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. Voor de Nederlandse Onderwijspremie weegt het eerste criterium Onderwijsteam en onderwijsinitiatief het zwaarst.
– Onderwijsteam en onderwijsinitiatief (50%);
– Impact binnen onderwijsveld (30%);
– Evidence-informed aanpak (20%).
1. Onderwijsteam en onderwijsinitiatief (weging 50%)
a. In hoeverre heeft het onderwijsteam in de afgelopen zes jaar (september 2020 tot en met oktober 2026) een vernieuwend, onderscheidend of bijzonder onderwijsinitiatief onderwijsinnovatie gerealiseerd?
b. In hoeverre maakt de voordracht duidelijk hoe de samenstelling en de verschillende rollen binnen het team hebben bijgedragen aan het onderwijsinitiatief? Indien er samenwerkingspartners zijn opgegeven: In hoeverre maakt de voordracht duidelijk wie de samenwerkingspartners zijn en hoe zij hebben bijdragen aan het onderwijsteam en -initiatief?
c. In hoeverre is er binnen het onderwijsinitiatief samengewerkt met andere partijen binnen en/of buiten de eigen onderwijsinstelling(en)? Denk bijvoorbeeld aan andere opleidingen, instellingen, onderwijssectoren, maatschappelijke instanties of de arbeidsmarkt.
2. Impact binnen onderwijsveld (weging 30%)
a. In hoeverre heeft het onderwijsteam met het initiatief een bewezen impact gehad op het onderwijs binnen en buiten de eigen onderwijsinstelling(en) of sector? Denk hierbij aan impact op studenten, docenten, (vervolg)opleidingen van onderwijsinstellingen in het middelbaar beroepsonderwijs en/of het hoger onderwijs in Nederland.
b. In hoeverre wordt er binnen het initiatief aan kennisdeling gedaan?
c. In hoeverre is het onderwijsinitiatief in de afgelopen zes jaar opgeschaald of gedissemineerd binnen en buiten de eigen onderwijsinstelling(en)?
d. In hoeverre is het onderwijsinitiatief bruikbaar en/of toegankelijk voor andere opleidingen, instellingen of sectoren? Denk hierbij aan ervaringen of producten die anderen zouden kunnen gebruiken.
3. Evidence-informed aanpak (weging 20%)
a. In hoeverre is er vanaf de opzet van het onderwijsinitiatief (ontwerp, uitvoering en opschaling) al rekening gehouden met een evidence-informed onderbouwing? Denk hierbij onder meer aan het werken vanuit een duidelijk (theoretisch) kader, het verwijzen naar relevante wetenschappelijke literatuur, reflectie op reeds aanwezige kennis, het ophalen van tussentijdse resultaten en het bijstellen van het initiatief op basis van periodieke reflectie.
b. In hoeverre heeft het onderwijsteam tijdens de uitvoering van het initiatief een continue evidence-informed aanpak gehanteerd? Denk aan het hanteren van een systematische werkwijze, het hebben van een lerende instelling en het openstaan voor nieuwe informatie.
Op alle criteria moet ten minste sprake zijn van een kwalificatie ‘goed’ om in aanmerking te komen voor de Nederlandse Onderwijspremie. De gehele voordracht moet op zijn minste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.
De beoordelingsprocedure van de voordracht bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):
– informatiebijeenkomst;
– indienen van de voordracht;
– in behandeling nemen van de voordracht;
– preadvisering beoordelingscommissie;
– weerwoord;
– interviewselectievergadering;
– besluitvorming;
– interview;
– vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming;
– uitreiking.
Voor deze subsidie wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie aangesteld. De leden hiervan zijn afkomstig uit de wetenschap en de praktijk, met kennis van onderwijsinnovatie. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende voordrachten te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere voordracht wordt op zichzelf staand beoordeeld.
Vanwege de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie en het bijzondere karakter van het subsidie-instrument, heeft NKO besloten om bij de beoordeling van de voordrachten gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
Het NKO organiseert een online informatiebijeenkomst. Geïnteresseerden kunnen tijdens deze informatiebijeenkomst vragen stellen over deze Call for proposals en de beoordelingsprocedure. Informatie over (het aanmelden voor) deze bijeenkomst is te vinden op de website van het NKO. Deelname aan de informatiebijeenkomst is niet verplicht.
Voor indiening van de voordracht is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NKO website. In uw voordracht moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.
Uw volledig ingevulde voordrachtformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.1). Na dit tijdstip kunt u geen voordracht meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de voordracht een ontvangstbevestiging.
Zo snel mogelijk nadat u uw voordracht heeft ingediend, hoort u of NKO uw voordracht in behandeling neemt. NKO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.4). Alleen als uw voordracht hieraan voldoet, kan NKO deze in behandeling nemen.
Houd er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.
De voordracht wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per voordracht bij voorkeur minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de voordracht. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de voordracht per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot en met 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).
De hoofdaanvrager ontvangt de geanonimiseerde preadviezen, zonder score. Hierop is weerwoord mogelijk. U krijgt vijf werkdagen de tijd om uw weerwoord te formuleren. Na deze deadline wordt een weerwoord niet meegenomen in de verdere procedure.
Bij het schrijven van uw weerwoord dient u rekening te houden met de restricties die in het weerwoordformulier staan opgenomen, zoals het maximum van drie pagina’s. U dient uw weerwoord te versturen naar programmaraad@nro.nl. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van het weerwoord een ontvangstbevestiging. Indien uw weerwoord wordt teruggeplaatst heeft u 24 uur de tijd om de verzochte aanpassingen door te voeren.
Mocht u naar aanleiding van de preadviezen besluiten de voordracht in te trekken, dan dient u dit zo snel mogelijk per e-mail aan het bureau te melden en de voordracht in ISAAC in te trekken.
Tijdens de interviewselectievergadering worden de voordrachten, de preadviezen en het weerwoord door de beoordelingscommissie besproken. De commissie weegt de argumenten van de preadviseurs en bekijkt of in het weerwoord een overtuigende reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de preadviezen. De beoordelingscommissie maakt op basis van deze documenten een eigen afweging die resulteert in een prioritering. De beoordelingscommissie geeft alle voordrachten een score, afgerond op twee decimalen. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd.
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de Prowo over de kwaliteit en prioritering van de voordrachten. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria (zoals genoemd in paragraaf 4.1). De voordracht als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor het interview met de beoordelingscommissie. Daarnaast moet de voordracht op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering voordrachten, hoe werkt dat? | NWO.
Als na de bespreking van de voordrachten blijkt dat twee of meer voordrachten op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.3.7).
De Prowo toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt zij de definitieve kwalificaties vast en besluit hij of voordrachten wel of niet worden uitgenodigd voor het interview.
Na het besluit ontvangen de aanvragers zo snel mogelijk bericht over de uitkomst. De vier hoogst geprioriteerde voordrachten per sector ontvangen een uitnodiging voor een interview. Aanvragers die geen uitnodiging voor het interview ontvangen, komen niet voor de Nederlandse Onderwijspremie in aanmerking.
Het interview heeft als doel om een beter en completer beeld van het onderwijsinitiatief en de innovatie te krijgen. Na het interview wordt de definitieve prioritering vastgesteld door de beoordelingscommissie.
Het interview bestaat uit twee onderdelen:9
– de ervaring;
– den gesprek met de beoordelingscommissie.
De ervaring is bedoeld om de beoordelingscommissie een duidelijk beeld van het onderwijsinitiatief te geven en te laten ervaren hoe uw initiatief er in de praktijk uitziet en waarom het een innovatie is. Hoe de ervaring vormgegeven wordt, is geheel aan uw team. De bedoeling is om de praktijk van uw onderwijsinitiatief duidelijk en inzichtelijk te maken voor de beoordelingscommissie.
Na de ervaring volgt een gesprek met de beoordelingscommissie. De commissie zal u en uw team vragen stellen met als doel tot een beter beeld van het onderwijsinitiatief te komen. Hier kunnen ook vragen bij zitten die nog niet eerder zijn opgeworpen. Het onderwijsteam kan tijdens het interview in de discussie met de beoordelingscommissie reageren. Op deze wijze wordt aanvullend hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling van de voordracht tot dan toe.
Houd rekening met de volgende punten voor het interview:
– u mag maximaal zes personen meenemen, waarvan maximaal drie personen buiten het onderwijsteam;
– de bijeenkomst vindt in beginsel fysiek plaats.10
Na afloop van het interview houdt de beoordelingscommissie een plenaire bespreking van de voordracht. Daarbij worden de voordracht, de preadviezen, het weerwoord en het interview besproken en beoordeeld door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie bespreekt of de aanvullende informatie uit het interview voldoende antwoord geeft op de vragen die nog openstonden. De beoordelingscommissie maakt op basis van deze documenten een eigen afweging die resulteert in een definitieve prioritering. De beoordelingscommissie geeft alle voordrachten een eindscore, afgerond op twee decimalen.
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de Prowo over de kwaliteit en prioritering van de voordrachten. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria.
De voordracht als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de Nederlandse Onderwijspremie. Daarnaast moet de voordracht op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.
Als na de bespreking van de voordrachten blijkt dat twee of meer voordrachten op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.3.7).
Voor de besluitvorming toetst de Prowo de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe- en afwijzing van de voordrachten wordt besloten.
Tijdens het uitreikingsmoment van de Nederlandse Onderwijspremie op het ComeniusFestival wordt bekend gemaakt op welke plaats in de top-drie de onderwijsteams zijn geëindigd.
Voorafgaand aan de uitreiking ontvangen de onderwijsteams van NKO schriftelijk bericht of zij worden uitgenodigd voor de uitreiking van de Nederlandse Onderwijspremie. De onderwijsteams die de Nederlandse Onderwijspremie in ontvangst mogen nemen, ontvangen na afloop van het ComeniusFestival een brief (per e-mail) met daarin het besluit tot toewijzing van hun voordracht.
Indien aanvragers niet worden uitgenodigd, ontvangen zij een brief (per e-mail) met daarin het besluit tot afwijzing van hun voordracht.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw voordracht.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een voordracht. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de voordrachten niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de voordracht. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een voordracht of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Tegemoetkomingsregeling bij overmacht
Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer voordrachten op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde voordracht binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle voordrachten met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de voordrachten geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de voordracht met de hoogste score op het criterium Onderwijsteam en onderwijsinitiatief (criterium 1) als hoogste eindigen. Als ook dan voordrachten gelijk eindigen, dan zal de voordracht met de hoogste score op het criterium Impact binnen onderwijsveld (criterium 2) als hoogste eindigen. Indien dit geen uitsluitsel geeft, bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar de Prowo.
De Nederlandse Onderwijspremie is een subsidie, zoals bedoeld in artikel 4:21 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de Onderwijspremie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk van toepassing op penvoerders van toegewezen voordrachten.
De maximale bestedingstermijn van de subsidie is 5 jaar. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
De toegewezen subsidie is in eerste instantie bestemd voor het onderwijsteam, hierna te noemen laureaten. De laureaten genieten daarbij een ruime mate van bestedingsvrijheid, maar dienen de subsidie wel in te zetten voor het doel van de Nederlandse Onderwijspremie zoals omschreven in hoofdstuk 2 van deze Call for proposals. De laureaten stellen in overleg met het bestuur van de instelling die hen heeft gesteund een beknopt bestedingsplan op. De subsidie moet in maximaal vijf jaar worden besteed. Het bestedingsplan dient door de Prowo te worden goedgekeurd voordat uit de subsidie voortkomende projecten van start mogen gaan.
In het bestedingsplan moeten de volgende punten in ieder geval worden opgenomen:
a. Het bevat een toelichting hoe de subsidie wordt besteed.
b. In het plan moet helder worden gemaakt hoe het project bijdraagt aan de vernieuwing van het onderwijs in mbo, hbo of wo in Nederland.
c. In het plan moet helder worden gemaakt hoe de laureaten betrokken zijn bij het project of de projecten.
d. In het plan moet helder worden gemaakt of en hoe er aandacht is om het onderwijsveld te laten kennisnemen van of leren door het project of de projecten.
Het plan bevat een overzicht van de te verwachten personele en materiële kosten op hoofdlijnen. De begroting wordt opgesteld volgens de budgetmodules zoals aangegeven in bijlage 7, paragraaf 7.1. Ook moet de begroting voldoen aan de voorwaarden voor een eigen bijdrage (paragraaf 7.3). In het bestedingsplan mag een uitbreiding op onderwijsteam worden voorgesteld.11 Voor het bestedingsplan wordt een format beschikbaar gesteld na toewijzing van de subsidie. De subsidie kan worden ingezet voor activiteiten die direct of indirect bijdragen aan de vernieuwing of verbetering van het onderwijs.
De projectleider dient binnen zes maanden na ontvangst van de besluitbrief het bestedingsplan bij NKO in en deze wordt gecontroleerd op de subsidievoorwaarden in paragraaf 3.2, 5.1, 5.2 en 7.
Vervolgens wordt het bestedingsplan voorgelegd aan de Prowo. De Prowo keurt het bestedingsplan goed.
Na toewijzing van een voordracht wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NKO. De projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De penvoerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
De projectleider van het project ontvangt namens de Prowo een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld.
Voor de start van het project dient u onderstaande ingevulde startdocumenten in en registreert u de aan te stellen onderzoekers via ISAAC. Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO. De subsidie wordt uitbetaald nadat het NKO de start formeel heeft bevestigd.
Startformulier
Op het startformulier vindt u het toegewezen subsidiebedrag en dit formulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd.
Datamanagementplan
Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Indien van toepassing dient u uiterlijk vier maanden na goedkeuring van het bestedingsplan een datamanagementplan in via ISAAC.
Registratie van onderzoekers
Ten slotte registreert u iedere aanstelling van een promovendus of postdoc aan een universiteit via ISAAC voor de aanstellingsduur op het project waarvoor u de subsidie inzet. Overig personeel aan een universiteit dan wel personeel aan een overige instelling of organisatie hoeft niet te worden geregistreerd.
Tussentijdse wijzigingen melden
De projectleider kan met instemming van het NKO tussentijdse wijzigingen in het bestedingsplan aanbrengen. U bent als projectleider verplicht om wijzigingen in de planning of uitvoering van het project onmiddellijk te melden via een wijzigingsformulier. In die melding geeft u het NKO een beargumenteerde motivatie voor de wijzigingen. Zie ook art. 3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Er is binnen deze subsidieronde mogelijkheid tot projectverlengingen.
De onderwijsinstelling van de projectleider beheert en verantwoordt de subsidie zoals gebruikelijk bij door NKO aan de instelling verstrekte subsidies en richt de administratie op zodanige wijze in dat controle door NKO te allen tijde mogelijk is. Het NKO zal in ieder geval een voortgangsverslag, procesverslag en financiële eindverantwoording opvragen. Bij publicaties gefinancierd door de subsidie stelt NKO het verplicht om te vermelden dat het (mede) door het NKO gefinancierd is. Zie op de website van NKO hoe u dit kunt vermelden.
Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NKO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.
Halverwege de looptijd van het onderzoek doet de projectleider verslag van het tot dan toe uitgevoerde onderzoek. Daarbij dient u aan te geven hoe het project in de resterende looptijd wordt uitgevoerd. Mocht het verslag daartoe aanleiding geven kan het NKO een voortgangsgesprek organiseren met alle betrokken partijen.
NKO wil op de hoogte blijven van alle output die het project oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.
In het kader van kennisdisseminatie en kennisbenutting kunnen uitvoerders gedurende de looptijd van het onderzoek uitgenodigd worden om in relatie tot het thema van de voordracht een bijdrage te leveren aan een themapagina op het nationale kennisknooppunt Onderwijskennis.nl. Dit platform wordt mogelijk gemaakt door NKO en toont wetenschappelijk onderbouwde bronnen van diverse partners met als doel het toegankelijk maken van kennis en het verbinden van onderwijsonderzoek met de onderwijspraktijk en onderwijsbeleid. De website biedt thematische pagina’s over relevante onderwijsthema’s, met onder andere thematische overzichten, praktische handvatten en verdiepende bronnen.
Een bijdrage kan gevraagd worden in de vorm van het aanleveren van een geschikte bron, maar ook in de vorm van het reviewen van een thematisch overzicht of van reeds geselecteerde bronnen over het onderzoeksthema van de voordracht. Een bijdrage is mogelijk ongeacht de onderwijssector of het perspectief van het onderzoek. Indien een bijdrage aan Onderwijskennis gewenst is, neemt het NKO contact op met de projectleider. U kunt ook contact opnemen via de contactpagina op Onderwijskennis.nl indien u zelf een bijdrage wilt leveren.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NKO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NKO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.
NKO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Het beleid van NKO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.
Projectleiders moeten een door NKO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NKO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.
De projectleider ontvangt over de afronding tijdig een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Het niet of niet tijdig indienen van de inhoudelijke en financiële eindverantwoording kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. Een procesverslagsjabloon en een financieel eindverslagsjabloon zijn te vinden in ISAAC.
Uiterlijk binnen drie maanden na afronding van het project dient de projectleider een procesverslag en een financiële verantwoording in.
Daarnaast registreert u afzonderlijk in ISAAC alle tot dan toe in het project gerealiseerde output. Vervolgens sluit het NKO de subsidieperiode af en stelt de definitieve subsidie vast.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften.
Overige typen publicaties
NWO moedigt aan dat ook niet-wetenschappelijke publicaties zo vroeg mogelijk en onder een open licentie open access beschikbaar gesteld worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om rapporten, working papers, posters, protocollen, prototypen, presentaties en projectwebsites. Om de vindbaarheid, hergebruik en langdurige beschikbaarheid te garanderen, is het advies:
– een DOI (Digital Object Identifier) of andere persistent identifier toe te passen;
– een open licentie, bij voorkeur een Creative Commons Licentie, te hanteren;
– het materiaal in een trusted repository op te slaan die langdurige toegankelijkheid garandeert.
NWO adviseert om gebruik te maken van Zenodo dat gratis opslag en geautomatiseerde diensten aanbiedt op deze drie terreinen
Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de voordrachtbegroting.
Leidt NKO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NKO noemen als financier.
Publicatie op NKO website
Nadat uw project succesvol is afgerond publiceert het NKO het definitieve eindrapport plus de factsheet op de website. Houd er rekening mee dat dit gevolgen kan hebben voor het publiceren van verdere (wetenschappelijk) publicaties voortkomend uit dit onderzoek.
DANS
Alle producten en tussenproducten moet u binnen drie maanden na publicatie van een rapport uploaden in DANS Data Stations. Dit is het online archiveringssysteem van Data Archiving and Networked Services (DANS) van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW, i.c. Data Stations – DANS (knaw.nl). Het gaat hier met name om de databestanden met onderzoeksgegevens die zich lenen voor meervoudig gebruik. Uiteraard moet u ervoor zorgen dat de bestanden geen vertrouwelijke gegevens en gerubriceerde gegevens bevatten. Ook schrapt u de gegevens waarvan op grond van de wet- en regelgeving het openbaar maken achterwege moet blijven. U moet bij het aanbieden van de databestanden het unieke OND-nummer vermelden. Ook moeten de databestanden voldoen aan de richtlijnen van DANS. Na opname van de databestanden in een van de vier domeinspecifieke DANS Data Stations kent DANS een Persistent Identifier toe aan het databestand.
NCO
Omvangrijke landelijk representatieve databestanden moet u mogelijk ter beschikking stellen aan het CBS. Daarmee is een verbinding mogelijk met het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO), dat gefinancierd wordt door het NKO. De NCO-coördinatoren adviseren over de wenselijkheid hiervan bij de start van het project. Als het bestand integraal onderdeel wordt van het NCO dan ontvangt u instructies en handleidingen over de voorwaarden waaraan de dataverzameling moet voldoen en hoe u de respondenten informeert.
Vragen over de financiering van voordrachten?
Kijk voor meer informatie op Financiering voordrachten, hoe werkt dat? | NWO.
Vragen over de inhoud van de Nederlandse Onderwijspremie?
Voor inhoudelijke vragen over de Nederlandse Onderwijspremie kan contact worden opgenomen met:
Ellen Hensels en Allison Luger, beleidsmedewerkers
e-mail: programmaraad@nro.nl
Telefoon: +31 (0) 70 – 349 4670
Technische vragen over het elektronische voordrachtsysteem ISAAC?
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Wanneer u een subsidie ontvangt en een bestedingsplan moet indienen zijn de budgetmodules beschikbaar die hieronder staan vermeld. Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, en is of wordt aangesteld bij een organisatie van de aanvrager, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt. De kosten voor de inzet van studenten begroot u onder de budgetmodule materieel. De kosten voor de inzet van samenwerkingspartners begroot u onder de budgetmodule materieel en/of kennisbenutting.
Een nadere toelichting op de budgetmodules vindt u hieronder.
Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, of een universitair medisch centrum (umc) kunnen loonkosten worden opgevoerd voor onderstaande personeelsposities.
Promovendus
Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Engineering Doctorate
Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende onderzoeksorganisatie en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.
Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Postdoc
Een postdoc wordt aangesteld voor een specifieke periode en fte.
Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Arts-onderzoeker
Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts-onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts-onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van UMCNL. Voor iedere arts-onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Niet-wetenschappelijk personeel
Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectmanagers. De inzet van NWP moet worden beschreven in het bestedingsplan.
Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Overig personeel universiteit of umc
Voor alle overige personele inzet aan een universiteit en/of een umc zijn de HOT-tarieven van toepassing.
Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van universitair (hoofd)docenten, hoogleraren, junior onderzoekers/onderzoeksassistenten en andere onderwijsprofessionals. Begeleiding van een promovendus of postdoc komt niet in aanmerking voor financiering.
Gebruik de tarieven volgens de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 1 onder 2.1, ‘gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal bepaalt het tarief. Voor hoogleraren geldt maximaal schaal 17.
Voor overig personeel aan een universiteit of umc is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, ROC’s en beroepscolleges. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’.
De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het NKO subsidiebedrag. Van dit maximum mag alleen worden afgeweken indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering. In het bestedingsplan moet dan worden toegelicht waarom deze afwijking noodzakelijk is. Project-specifieke materiële kosten hebben onder meer betrekking op verbruiksgoederen, inkoop van diensten/inhuur van derden, personele inzet en/of onderzoekskosten vanuit samenwerkingspartners, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.
De kosten voor studenten kunt u opvoeren als materiële kosten indien deze ingezet worden voor het project en ze studeren aan een (onderzoeks)organisatie genoemd in paragraaf 3.2.
Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit, hogeschool of mbo-instelling. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.7 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;
– reguliere onderwijsactiviteiten.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Subsidiabel zijn:
– kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;
– kosten voor investeringen in datasets;
– loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.
Niet-subsidiabel zijn:
– kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden (volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);
– dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;
– overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;
– kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut12, om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten. Er kan alleen financiering worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan de verbetering van het publiek bekostigde onderwijs.
Het aangevraagde budget dient in het bestedingsplan adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
Een eigen bijdrage is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk een eigen bijdrage toe te voegen in het bestedingsplan.
Zowel de instelling van een hoofd- en/of medeaanvrager als een samenwerkingspartner kunnen een cash of in-kind bijdrage leveren aan het project. Deze bijdrage wordt gezien als een eigen bijdrage. Een bijdrage kan alleen worden aangemerkt als een eigen bijdrage indien het gaat om subsidiabele kosten (zie paragraaf 7.1.1 t/m 7.1.4), bijvoorbeeld indien de instelling (een deel van) het salaris van de onderzoeker betaalt dat geen onderdeel uitmaakt van de kosten die NKO al vergoedt.
Steunverklaring
U moet de rol en de garantie van de eigen bijdrage duidelijk toelichten in het bestedingsplan en opnemen in de begroting. Tevens dient een ‘Steunverklaring (met eigen bijdrag)’ te worden aangeleverd als bijlage bij het bestedingsplan. In deze verklaring spreekt u zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het project en bevestigt de toegezegde eigen bijdrage.
De verklaring moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon. Het NKO stelt een verplicht format beschikbaar in ISAAC.
Tariefstelling
De tariefstelling voor de personele inzet onder de eigen bijdrage is gelijk aan de tariefstelling voor de personele inzet onder de subsidie. Nadere toelichting op de tariefstelling is te vinden in paragraaf 7.1.
Verantwoording eigen bijdrage(n)
De eigen bijdrage(n) maken onderdeel uit van de financiële verantwoording aan NKO. Ambtshalve indexeren van de personele vergoeding vanuit de subsidie (zie paragraaf 7.2) heeft geen invloed op de verhouding en de hierboven gestelde eis voor de NKO-bijdrage.
Te allen tijde dient NKO op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte eigen bijdrage (cash en/of in-kind). Naast mogelijke financiële gevolgen voor een project, kan NKO ook adequate wijzigingen in een project verlangen, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
Ter inspiratie, zie eerdere initiatieven die de Nederlandse Onderwijspremie hebben ontvangen: Laureaten Nederlandse Onderwijspremie | Nationaal Kennisinstituut Onderwijs. Zie de volgende pagina’s op Onderwijskennis.nl voor achtergrondinformatie over onderwijsinnovaties: Complexiteit van onderwijsinnovaties | Onderwijskennis en Innoverend vermogen als motor voor succesvolle onderwijsvernieuwingen | Onderwijskennis.
Zoals bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2. van de Wet educatie beroepsonderwijs, voor zover het bekostigd beroepsonderwijs betreft.
Zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden.; Een universitair medisch centrum zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Het onderwijsteam kan bestaan uit een selectie van het projectteam dat verantwoordelijk is voor de onderwijsinnovatie waarvoor de voordracht wordt ingediend. Achter onderwijsinnovatieprojecten kunnen immers grote projectteams zitten. Het projectteam bepaalt wie deelneemt aan het onderwijsteam dat de voordracht indient.
Dit betreft bekostigd beroepsonderwijs: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Andere vormen van niet-bekostigd onderwijs, zoals contractonderwijs, niet-bekostigde derde leerweg en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO), dat wordt aangeboden door de mbo-instelling valt buiten de scope van deze Call for proposals.
Hiermee wordt De Nederlandse Hogeronderwijspremie van 2021 en 2022 bedoeld en vanaf 2023 De Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho.
Meer informatie over het interview vindt u in het informatiedocument over de interviewfase op de Callpagina.
Tenzij vanwege omstandigheden anders wordt aangegeven. Teams zullen worden geïnformeerd over de mogelijkheden op dat moment.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Ter inspiratie, zie eerdere initiatieven die de Nederlandse Onderwijspremie hebben ontvangen: Laureaten Nederlandse Onderwijspremie | Nationaal Kennisinstituut Onderwijs. Zie de volgende pagina’s op Onderwijskennis.nl voor achtergrondinformatie over onderwijsinnovaties: Complexiteit van onderwijsinnovaties | Onderwijskennis en Innoverend vermogen als motor voor succesvolle onderwijsvernieuwingen | Onderwijskennis.
Zoals bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2. van de Wet educatie beroepsonderwijs, voor zover het bekostigd beroepsonderwijs betreft.
Zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden.; Een universitair medisch centrum zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Het onderwijsteam kan bestaan uit een selectie van het projectteam dat verantwoordelijk is voor de onderwijsinnovatie waarvoor de voordracht wordt ingediend. Achter onderwijsinnovatieprojecten kunnen immers grote projectteams zitten. Het projectteam bepaalt wie deelneemt aan het onderwijsteam dat de voordracht indient.
Dit betreft bekostigd beroepsonderwijs: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Andere vormen van niet-bekostigd onderwijs, zoals contractonderwijs, niet-bekostigde derde leerweg en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO), dat wordt aangeboden door de mbo-instelling valt buiten de scope van deze Call for proposals.
Hiermee wordt De Nederlandse Hogeronderwijspremie van 2021 en 2022 bedoeld en vanaf 2023 De Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho.
Meer informatie over het interview vindt u in het informatiedocument over de interviewfase op de Callpagina.
Tenzij vanwege omstandigheden anders wordt aangegeven. Teams zullen worden geïnformeerd over de mogelijkheden op dat moment.
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23946.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.