Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 28 juni 2026, nr. WJZ/105682550, tot wijziging van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren in verband met uitvoering van verordeningen (EU) 2019/6 en (EU) 2025/901 [KetenID WGK 029232]

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op Verordening (EU) 2019/6 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG, Uitvoeringsverordening (EU) 2025/901 van de Commissie van 19 mei 2025 tot vaststelling van een lijst van stoffen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen of die klinische toegevoegde waarde bieden in vergelijking met andere beschikbare behandelingsmogelijkheden voor paardachtigen en waarvoor de wachttijd voor paardachtigen zes maanden bedraagt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1950/2006, artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2.2, derde lid, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1.1, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma, een begripsbepaling toegevoegd, luidende:

verordening (EU) 2025/901:

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/901 van de Commissie van 19 mei 2025 tot vaststelling van een lijst van stoffen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen of die klinische toegevoegde waarde bieden in vergelijking met andere beschikbare behandelingsmogelijkheden voor paardachtigen en waarvoor de wachttijd voor paardachtigen zes maanden bedraagt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1950/2006.

B

Artikel 1.14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel al wordt ‘artikel 115, eerste lid, in samenhang met het tweede en vierde lid’ vervangen door ‘artikel 115, eerste lid, in samenhang met het tweede en vierde lid, en vijfde lid, in samenhang met verordening (EU) 2025/901’.

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • bc. van verordening (EU) 2025/901:

    • artikel 2, in samenhang met de bijlage.

C

De tabel in de bijlage wordt als volgt gewijzigd:

1. In het onderdeel Verordening (EU) nr. 2019/6 komt de rij die betrekking heeft op artikel 115 te luiden:

artikel 115, eerste lid, in samenhang met het tweede en vierde lid, en vijfde lid, in samenhang met verordening (EU) 2025/901

4

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

Verordening (EU) 2025/901

 

Artikel 2, in samenhang met de bijlage

4

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 juni 2026

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

TOELICHTING

Inleiding

Deze regeling geeft uitvoering aan verordening (EU) 2019/61 en uitvoeringsverordening (EU) 2025/9012 via een wijziging van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren. Het gaat hier om de strafbaarstelling van overtredingen van in de verordeningen opgenomen rechtstreeks werkende regels, voor zover die vallen binnen de reikwijdte van de Wet dieren. Aangezien Europese verordeningen rechtstreeks werkend zijn, hoeven de aan bedrijven en burgers gerichte voorschriften niet te worden geïmplementeerd in de Nederlandse regelgeving. Wel is nodig dat overtredingen van deze voorschriften strafbaar worden gesteld, zodat handhaving mogelijk is. Daarnaast worden de boetecategorieën vastgesteld voor het opleggen van een bestuurlijke boete ten aanzien van de nieuwe strafbaar gestelde overtredingen.

De voorschriften van EU-verordeningen zijn opgenomen in artikel 1.14, onderdelen al en bc (nieuw) van en de bijlage bij de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren.

Inhoud

Overtredingen

Het eerste onderdeel van artikel I, onderdeel B, van deze regeling betreft de toevoeging van artikel 115, vijfde lid, van verordening (EU) 2019/6 in samenhang met uitvoeringsverordening (EU) 2025/901, aan de lijst van voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet dieren.

In artikel 115, vijfde lid, van verordening (EU) 2019/6 is een bevoegdheid aan de Europese Commissie opgenomen om door middel van uitvoeringshandelingen een lijst van stoffen vast te stellen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen, of die klinische toegevoegde waarde bieden in vergelijking met andere beschikbare behandelingsmogelijkheden voor paardachtigen. Daar is bij opgenomen dat de wachttijd voor paardachtigen zes maanden bedraagt. Strafbaarstelling van overtreding van die wachttijd was per abuis nog niet eerder ingevoerd. Dit artikel moet in samenhang gelezen worden met uitvoeringsverordening (EU) 2025/901. In deze verordening is de lijst van stoffen opgenomen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen of die klinische toegevoegde waarde bieden in vergelijking met andere beschikbare behandelingsmogelijkheden voor paardachtigen en waarvoor de wachttijd voor paardachtigen zes maanden bedraagt.

Het tweede onderdeel van artikel I, onderdeel B, van deze regeling betreft toevoeging van artikel 2, in samenhang met de bijlage, van uitvoeringsverordening (EU) 2025/901 aan de lijst van voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet dieren. In dit artikel en de bijlage zijn regels opgenomen voor het gebruik van in de bijlage van die uitvoeringsverordening opgenomen stoffen.

Boetecategorie

Met de indeling in boetecategorieën is bepaald wat de maximale bestuurlijke boete is die kan worden opgelegd voor overtreding van de desbetreffende overtreding. Door de aanwijzing van boetecategorieën is het mogelijk om bestuurlijke boetes op te leggen bij overtreding van de desbetreffende voorschriften. Met de indeling in boetecategorieën is uitvoering gegeven aan artikel 2.2, derde lid, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren. Voor overtreding van de onderhavige voorschriften is gekozen voor boetecategorie 4. Deze categorie is bestemd voor onder andere regels over de productie en handel in diergeneesmiddelen en bestuurlijke maatregelen hierover. Hoewel er ook een verband is met categorie 3 (die gaat over onder andere bepalingen, gericht tot de houder van een dier, die vooral dienen ter bescherming van de volksgezondheid) is boetecategorie 4, gelet op de categorieën die zijn toegewezen aan vergelijkbare overtredingen en gelet op het verband met de handel in diergeneesmiddelen, het meest passend.

Regeldruk en notificatie

Aangezien het gaat om de uitvoering van Europese regels, waarbij Nederland geen ruimte heeft om zelf invulling te geven aan de regels, is afgezien van een adviesaanvraag aan het Adviescollege toetsing regeldruk, een uitvoerings- en handhavingstoets en internetconsultatie. Ook is er om deze reden geen notificatie bij de Europese Commissie vereist in het kader van richtlijn (EU) 2015/15353 of van de Dienstenrichtlijn4.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt de dag na publicatie in de Staatscourant in werking. De genoemde verordeningen zijn reeds van toepassing en daaraan moet uitvoering worden gegeven. Dat maakt dat de inwerkingtreding van deze regeling afwijkt van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens


X Noot
1

Verordening (EU) 2019/6 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PbEU 2019, L 4).

X Noot
2

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/901 van de Commissie van 19 mei 2025 tot vaststelling van een lijst van stoffen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen of die klinische toegevoegde waarde bieden in vergelijking met andere beschikbare behandelingsmogelijkheden voor paardachtigen en waarvoor de wachttijd voor paardachtigen zes maanden bedraagt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1950/2006.

X Noot
3

Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.

X Noot
4

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.


X Noot
1

Verordening (EU) 2019/6 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PbEU 2019, L 4).

X Noot
2

Uitvoeringsverordening (EU) 2025/901 van de Commissie van 19 mei 2025 tot vaststelling van een lijst van stoffen die essentieel zijn voor de behandeling van paardachtigen of die klinische toegevoegde waarde bieden in vergelijking met andere beschikbare behandelingsmogelijkheden voor paardachtigen en waarvoor de wachttijd voor paardachtigen zes maanden bedraagt en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1950/2006.

X Noot
3

Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.

X Noot
4

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

Naar boven