Uitvraag van de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, van 11 juni 2026, kenmerk DGBI, ZK-0000146334, houdende de oproep om belangstelling kenbaar te maken voor deelname aan een IPCEI Innovative Nuclear Technologies

1. Oproep voor voorstellen

Dit is een oproep om uw belangstelling te tonen om mee te doen aan een potentieel Europees IPCEI (Important Project of Common European Interest, ofwel Belangrijk Project van Gemeenschappelijk Europees Belang) op het gebied van nucleaire technologieën. Met deze call for expression of interest (EoI) wordt geïnventariseerd welke belangstelling er bij bedrijven in Nederland is voor eventuele deelname aan een IPCEI Innovative Nuclear Technologies (IPCEI-INT).

Deze oproep betreft slechts een inventarisatie en is niet een oproep om subsidieaanvragen voor concrete projecten op het gebied van nucleaire technologieën in te dienen. Het is van belang om uw interesse naar aanleiding van deze uitvraag kenbaar te maken. Doet u dat pas in een later stadium, dan is het waarschijnlijk niet meer mogelijk om nog onderdeel te worden van het geïntegreerde Europese project zoals dat op dit moment in verschillende lidstaten wordt vormgegeven. Aan deze inventarisatie kunnen geen rechten worden ontleend. Er zullen aan de hand van deze vrijblijvende inventarisatie geen besluiten worden genomen die gericht zijn op een rechtsgevolg. In deze fase verplicht u zich niet tot deelname aan een mogelijke Europese IPCEI dan wel tot het aangaan van financiële verplichtingen. Ook de Rijksoverheid verplicht zich met deze oproep niet tot het aangaan van verplichtingen. De kosten die u maakt in verband met deelname aan deze interessepeiling worden niet vergoed.

Deze inventarisatie is alleen bedoeld voor voorstellen die voldoen aan de Nederlandse focusgebieden van de werkstromen, zoals omschreven in paragraaf 1.4.

1.1 Wat is een IPCEI?

Een IPCEI is een geïntegreerd Europees project dat bestaat uit meerdere nationale projecten van bedrijven en/of onderzoeksinstellingen uit diverse EU-lidstaten die complementair zijn aan elkaar, synergie hebben, aantoonbaar bijdragen aan de doelen van de EU (zoals omschreven in paragraaf 1.2) en die noodzakelijk zijn om het doel van de IPCEI te bereiken. Wil een IPCEI-project kunnen slagen, dan gaat het dus niet alleen om de projecten die in Nederland worden aangemeld, maar zeker ook om het samenhangende geheel aan projecten uit andere lidstaten van de Europese Unie. Het IPCEI-project moet concreet, duidelijk en aanwijsbaar bijdragen aan één of meer Uniedoelstellingen en moet een aanzienlijk effect hebben op het concurrentievermogen van de Unie, op duurzame groei, op het aangaan van maatschappelijke uitdagingen of waardecreatie in de hele Unie.

De Europese Commissie kan lidstaten goedkeuring geven, mits wordt voldaan aan de criteria uit de IPCEI-mededeling van de Europese Commissie, om meer steun te verlenen aan de nationale projecten dan onder de gebruikelijke staatssteunkaders, waardoor grote, grensoverschrijdende innovaties en infrastructuurontwikkelingen mogelijk worden.1 Het maximale steunbedrag dat toegekend kan worden tot en met de pre-commerciële, ook wel ‘eerste industriële toepassingsfase’ is 100 procent van de onrendabele top.2

1.2 Aanleiding

  • Op 9 april 2025 hebben 13 Europese lidstaten zich binnen de Joint European Forum for IPCEI verbonden aan het ontwerpen van een potentiële IPCEI Innovative Nuclear Technologies. Het doel van deze IPCEI is het creëren van een innovatief Europees ecosysteem voor nucleaire toepassingen. Dit is gericht op het versterken van het concurrentievermogen en de veerkracht van de EU. Sindsdien werken de lidstaten en de Europese Commissie gezamenlijk aan het identificeren van kansen om Europa’s positie als technologische leider te versterken.

  • Een IPCEI op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën kan bijdragen aan het aanpakken van vier belangrijke industriële en maatschappelijke uitdagingen voor de EU:

    • o klimaatneutraliteit, door de productie van koolstofarme energie;

    • o het bevorderen van het concurrentievermogen en het stimuleren van werkgelegenheid, door industriële innovatie en leiderschap op het gebied van innovatieve nucleaire technologieën in de EU te versterken;

    • o strategische autonomie en leveringszekerheid, door een vermindering in afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en externe invloeden;

    • o innovatieve gezondheidsoplossingen, voortbouwend op de medische toepassingen van nucleaire technologieën.

1.3 Doel van deze interesse-uitvraag

De gezamenlijke activiteiten van de lidstaten rond deze potentiële IPCEI-INT bevinden zich op dit moment in de ontwerpfase. Daarbij onderzoeken de lidstaten gezamenlijk en ieder afzonderlijk de haalbaarheid van een potentiële IPCEI-INT. Als onderdeel hiervan brengen lidstaten potentiële nationale projecten in kaart, die gezamenlijk met nationale projecten uit andere lidstaten een integraal project zouden kunnen vormen. Het uiteindelijke doel is om te komen tot een combinatie van projecten met een onderlinge samenhang en versterkend effect voor Nederland en voor Europa.

Ook dienen lidstaten in deze fase hun nationale budgetten te bepalen en beschikbaar te stellen. Naast voldoende commitment van andere lidstaten, hangt directe IPCEI-deelname door de industrie mede af van of de projecten aan gestelde IPCEI-criteria voldoen.

Met deze interesse-uitvraag wordt beoogd te inventariseren welke concrete projectideeën er leven bij de Nederlandse nucleaire industrie en aanpalende industrieën voor actieve deelname aan het IPCEI-INT-ecosysteem.

Bedrijven die geïnteresseerd zijn in deelname aan deze IPCEI en die door het doen van concrete investeringen willen bijdragen aan de doelstellingen van dit initiatief, worden opgeroepen om hun belangstelling kenbaar te maken via deze call for EoI.

1.4 Technologische scope van deze IPCEI: naar wat voor projecten zijn we op zoek?

De betrokken Europese lidstaten werken nauw samen aan het identificeren van de meest veelbelovende domeinen waarin Europa, in potentie, mondiaal het onderscheid kan maken binnen de innovatieve nucleaire sector. Voorlopig zijn er 3 werkstromen geïdentificeerd binnen de IPCEI-INT.

  • WS1: Een eerste werkstroom richt zich op innovatieve reactortechnologieën, waaronder reactoren voor de productie van koolstofarme elektriciteit, warmtekrachtkoppeling of warmteproductie, de productie van radioisotopen, toepassingen voor voortstuwing en off-gridtoepassingen, evenals radioisotopische energiesystemen.

  • WS2: Een tweede werkstroom richt zich op innovatie aan de voor- en achterkant van de nucleaire brandstofcyclus, zoals innovaties in de productie van nucleaire brandstoffen of de productie van doelmaterialen voor medische toepassingen, evenals innovatie in het beheer en/of de valorisatie van verbruikte splijtstof.

  • WS3: Een derde werkstroom richt zich op innovatie in materialen, componenten en diensten die nodig zijn voor de ontwikkeling, bouw, exploitatie en ontmanteling van nucleaire reactoren of installaties, of op waardeketendiensten voor de tijdige levering van radioisotopen.

Nederland speelt alleen in op delen van werkstroom 1 (WS1) en indien mogelijk werkstroom 2 (WS2). Voor WS1 gaat de focus uit naar innovatieve reactortechnologieën op het gebied van small modular reactors (SMR's) en advanced modular reactors (AMR's). Voor WS2 gaat de focus uit naar innovaties op het gebied van het beheer en de eindberging van verbruikte splijtstof. Deze call for expression of interest is alleen bedoeld voor projecten in de focusgebieden van WS1 en WS2.

In het door de deelnemende lidstaten vastgestelde document “common building blocks IPCEI INT” is meer informatie beschikbaar over de IPCEI-INT en de werksporen. Dit document kan opgevraagd worden via IPCEI.INT@rvo.nl.

1.5 IPCEI – Grote ontwikkelingsprojecten met een pre-commercieel karakter op basis van innovatieve technologie (‘direct participant’)

In deze interessepeiling worden alleen directe IPCEI-projecten in kaart gebracht. De Europese Commissie kan goedkeuring geven om overheidssteun te verlenen aan belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang3. Om als directe participant deel te nemen aan een IPCEI, moet een project hoog innovatief zijn, aantoonbare Europese spill-over effecten hebben en aansluiten bij de gespecificeerde waardeketen. Het dient bijzonder groot in omvang of reikwijdte te zijn en/of een zeer aanzienlijke technologische of financiële risicograad te vertonen. Het ambitieniveau moet dermate hoog zijn dat zonder publieke financiering de projecten niet of slechts beperkt mogelijk zijn, door marktfalen of andere systematische en maatschappelijke tekortkomingen. Voor projecten die onderdeel zijn van een IPCEI mogen overheden, mits voldaan wordt aan de criteria uit de IPCEI-mededeling van de Europese Commissie en de steun wordt goedgekeurd door de Europese Commissie, meer steun geven dan binnen de gebruikelijke staatssteunkaders, tot maximaal 100% van de onrendabele top (financieringsgat).

Projecten moeten voldoen aan algemene IPCEI criteria, zoals vermeld in de IPCEI mededeling,4 en aan nationale criteria. Dit houdt in dat het project voldoet aan onderstaande criteria:

  • is hoogst (disruptief) innovatief;

  • wordt binnen Nederland uitgevoerd;

  • valt binnen de onder 1.4 vermelde focusgebieden onder WS1 en WS2;

  • past binnen de reikwijdte van het centrale narratief van de IPCEI-INT;

  • draagt nadrukkelijk bij aan het versterken en toekomstbestendig maken van de nucleaire waardeketen in Europa;

  • kent een aanzienlijk technologisch en financieel risico;

  • kent een zodanig hoog ambitieniveau, dat uitvoering zonder publieke middelen niet of slechts beperkt mogelijk zou zijn;

  • biedt nadrukkelijk de mogelijkheid en bereidheid tot samenwerking met Nederlandse en verdere Europese bedrijven, inclusief mkb en start-ups;

  • levert aantoonbare spillovers op Unieniveau, door actieve kennisverspreiding (zoals dat ze systemische effecten hebben op meerdere niveaus van de waardeketen of op up- of downstreammarkten, of alternatieve toepassingen bieden in andere sectoren of voor de modale shift);

  • partijen hebben duidelijke zichtbaarheid en een sterke rol binnen de IPCEI INT-community voor wat betreft spillover effecten en samenwerking;

  • bedraagt ook een aanzienlijk eigen bijdrage vanuit de indiener(s). Op dit moment wordt hiervoor een cofinanciering van de subsidiabele kosten van ongeveer 30% verwacht;

  • omvang onrendabele top (gevraagde overheidsbijdrage):

    • o voor projecten onder WS1: 75 tot 125 miljoen euro per project (ontwikkelkosten en initiële kosten tot EBITDA positief fase);

    • o voor projecten onder WS2: 50 miljoen euro per project (ontwikkelkosten en initiële kosten tot EBITDA positief fase).

    • o om te zorgen dat een breder aantal bedrijven gebruik kan maken van een potentiële IPCEI-INT-subsidiemodule bestaat het voornemen om het steunbedrag voor IPCEI-INT deelnemers in WS1 te maximeren op € 75 tot 125 miljoen per project en in WS2 te maximeren op € 50 miljoen per project, ongeacht het aantal in te dienen projecten;

  • projectduur van 2 t/m 7 jaar (ontwikkelingsfase + eventuele opschalingsfase tot de 'eerste industriële toepassing’);

  • goedkeuring Europese Commissie voor verlenen van de steun;

  • de nadruk ligt vooral op ‘onderzoek, ontwikkeling, en innovatie (O&O&I) en/of een significante ontwikkeling richting de ‘eerste industriële toepassing5’;

  • er dient sprake te zijn van een aantoonbaar marktfalen;

  • er wordt voldaan aan het Do no significant harm-criterium, in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852;

  • zo min mogelijk verstoring van de markt;

  • de in aanmerking komende kosten zijn de in bijlage 1 opgenomen kosten van de Mededeling van de Europese Commissie6;

    • o een eventuele subsidie is in ieder geval geen prijssubsidie. IPCEI is namelijk niet bedoeld om continue steun over een langere periode te geven. Het doel van IPCEI is om een ‘kick start’ te geven aan bepaalde projecten;

  • projecten die op het moment van het kenbaar maken van belangstelling in het kader van deze call al zijn gestart, komen niet in aanmerking voor steun onder de IPCEI-INT. De steun moet namelijk een stimulerend effect hebben.

2. Proces: hoe gaat het in zijn werk?

Het proces van de IPCEI Innovative Nuclear Technologies bestaat, na de publicatie van de interessepeiling, uit de volgende stappen:

Uw belangstelling kenbaar maken

U dient vóór 7 augustus, 17:00 uur uw belangstelling kenbaar te maken. Dit doet u door uw inzending te mailen naar IPCEI.INT@rvo.nl. De voorkeur gaat uit naar een Engelstalige inzending, gezien het Europese karakter van de IPCEI. Op de website https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/ipcei/interessepeiling-ipcei-int vindt u nadere informatie, inclusief de formulieren die als onderdeel van de inzending moeten worden gebruikt.

Wij verzoeken u de volgende ingevulde formulieren mee te sturen:

  • Template projectplan interessepeiling IPCEI-INT

  • Begroting interessepeiling IPCEI-INT

  • IPCEI funding gap template 2026 (voor zover mogelijk ingevuld)

Hoe concreter deze formulieren worden ingevuld, des te beter kan worden beoordeeld of het project potentieel aansluit bij de doelstellingen van deze IPCEI en de voorgenomen subsidiemodule. Daarmee kan een betere inschatting worden gemaakt van de kansrijkheid van deelname aan deze specifieke IPCEI.

Overleg met andere Europese lidstaten

De ingediende projecten in deze inventarisatie worden na de sluitingsdatum beoordeeld op onder meer hun aansluiting bij de doelstellingen van deze IPCEI en de voorgenomen subsidiemodule. Op basis van de aangeleverde informatie wordt, met het oog op de vorming van een geïntegreerd Europees project, het gesprek aangegaan met andere lidstaten en bedrijven. Op basis hiervan zullen de verschillende lidstaten, in onderlinge afstemming, openstelling voor subsidieaanvragen organiseren. Deze fase is voorzien voor eind 2026.

In een vervolgstap worden bedrijven, indien het ingediende voorstel voldoende aansluit bij de gestelde criteria, uitgenodigd om deel te nemen aan één of meerdere Europese matchmakingbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten worden in het kader van de ontwikkeling van het IPCEI-INT-ecosysteem georganiseerd door de coördinerende lidstaten (Frankrijk en Italië) en de Europese Commissie. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen potentiële samenwerkingspartners uit andere deelnemende lidstaten worden geïdentificeerd.

De datum of data van deze matchmakingbijeenkomsten wordt nog vastgesteld en de planning hiervan is afhankelijk van de voortgang in andere lidstaten.

Indienen van een subsidieaanvraag en besluit daarover

Als er voldoende belangstelling is vanuit de industrie en voldoende potentieel van de voor dit doel beoogde projecten en wanneer (voldoende) budget beschikbaar kan worden gesteld, dan wordt er mogelijkerwijs een subsidiemodule IPCEI-INT vastgesteld en wordt deze subsidiemodule opengesteld voor aanvragen.

De subsidieaanvraag zal onder meer moeten bestaan uit een gedetailleerde beschrijving van uw project met onderbouwende stukken, waaronder een financiële onderbouwing. Een mogelijk steunvoornemen voor uw project zal vooraf door de Europese Commissie op de geldende staatssteunregels worden getoetst. Elke lidstaat zal individueel en ongeveer gelijktijdig haar nationale projecten notificeren bij de Europese Commissie. Dit goedkeuringsproces bij de Europese Commissie vraagt capaciteit van bedrijven en duurt minstens enkele maanden en kan wel tot een jaar of langer in beslag nemen. Let wel, op dit moment kan nog niet aangegeven worden of zo’n Europese IPCEI er ook daadwerkelijk gaat komen.

Als de Europese Commissie het steunvoornemen goedkeurt, volgt uit het goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie welk steunbedrag een lidstaat maximaal aan het project kan toekennen. Hierop volgt een subsidiebeschikking op grond van de hiervoor genoemde mogelijke nationale subsidiemodule.

3. Toelichting

3.1 Voorwaarden en financiering

Wie kan zijn belangstelling kenbaar maken en informatie over zijn initiatief indienen?

Ondernemingen die in Nederland een project willen uitvoeren binnen de gestelde focusgebieden van de werkstromen (zie paragraaf 1.4) en welke voldoen aan de gestelde voorwaarden (zie paragraaf 1.5), kunnen hun interesse kenbaar maken.

Wanneer starten en eindigen de activiteiten?

Om in aanmerking te komen voor subsidies mogen projecten nog niet gestart zijn. In aanmerking komen projecten waarvan de zogeheten final investment decision nog niet genomen is, en die, mocht er een overheidsbijdrage voor beschikbaar gesteld kunnen worden, in de komende jaren hun final investment decision willen nemen en willen gaan starten met de realisatie van het project. Er bestaat een brede wens in Europa om de IPCEI Innovative Nuclear Technologies snel te starten en tot meetbare resultaten te komen. Geïnteresseerde partijen wordt gevraagd in hun projectplannen nadrukkelijk aan te geven of de projecten aan deze criteria zullen kunnen voldoen.

Hoeveel kan de overheid bijdragen aan de eventuele directe IPCEI Innovative Nuclear Technologies deelname (zoals bedoeld onder 1.5) en voor welke kosten?

  • De toekenning van budget is nog onzeker. Naar verwachting is er eind Q3 2026 meer duidelijk over het beschikbare budget.

  • Wat de overheid kan bijdragen wordt bepaald door de Europese Commissie. Die zal een eventuele overheidsbijdrage in ieder geval op de volgende elementen toetsen7.

    • o De steun mag niet de projectkosten subsidiëren die een onderneming sowieso zou moeten maken, noch mag deze een vergoeding zijn voor het normale zakelijke risico van een economische activiteit. De verwezenlijking van het project dient zonder de steun onmogelijk te zijn of te worden verwezenlijkt in beperktere omvang of op beperktere schaal of op een andere manier wat de van het project verwachte voordelen aanzienlijk zou beperken. Steun zal alleen als evenredig worden beschouwd indien hetzelfde resultaat niet met minder steun zou kunnen worden behaald.

    • o Indien er geen alternatief project is, zal de Commissie zeker willen stellen dat het steunbedrag niet hoger uitkomt dan het minimum dat voor het gesteunde project noodzakelijk is om voldoende winstgevend te zijn, doordat daarmee bijvoorbeeld een interne opbrengstvoet (IRR) kan worden behaald die overeenstemt met de sectorale of ondernemingsspecifieke benchmark of hurdle rate.

    • o Het maximale subsidiebedrag per deelnemer en per project zal worden bepaald aan de hand van de vastgestelde financieringskloof8 afgezet tegen de in aanmerking komende kosten. Indien dit door de analyse van de financieringskloof wordt gerechtvaardigd, kan de steunintensiteit oplopen tot 100% van de in aanmerking komende kosten.

3.2 Overwegingen of het zin heeft om aan een IPCEI Innovative Nuclear Technologies deel te nemen

Met uw reactie op de EoI vraagt u geen subsidie aan, maar maakt u uitsluitend uw interesse kenbaar. In deze fase worden geen besluiten genomen over het al dan niet verlenen van subsidie.

Indien u overweegt deel te nemen aan een mogelijke IPCEI Innovative Nuclear Technologies, kunnen de onderstaande overwegingen u helpen bij de beoordeling of deelname zinvol is.

U moet bij de subsidieaanvraag (de stap na EoI), naast de in paragraaf 1.5 eerdergenoemde criteria, voor het project aannemelijk kunnen maken dat:

  • er voldoende vertrouwen is in de technische en economische haalbaarheid;

  • er voldoende vertrouwen is dat de deelnemers hun eigen aandeel in de projectkosten kunnen financieren;

  • het project zonder overheidsbijdrage geen doorgang kan vinden vanwege een financieringskloof. Dit vereist een gedetailleerde financiële onderbouwing van het project.

’s-Gravenhage, 7 juli 2026

De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, namens deze, M. Heijdra Directeur-Generaal Klimaat en Energie


X Noot
1

Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02), hierna ook: IPCEI Mededeling.

X Noot
3

Cf. voetnoot 1 Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02).

X Noot
4

Zie IPCEI mededeling

X Noot
5

IPCEI mededeling, punt 24

X Noot
6

IPCEI Mededeling, – BIJLAGE “Subsidiabele kosten”, cf. voetnoot 1.

X Noot
7

IPCEI Mededeling, cf. voetnoot 1.Zie ook een technische guidance die de Europese Commissie heeft opgesteld met nadere toelichting van de vereisten

X Noot
8

Met de financieringskloof wordt het verschil bedoeld tussen de positieve en negatieve kasstromen gedurende de levensduur van de investering, contant gemaakt op basis van een passende disconteringsfactor waarin het rendement tot uiting komt dat de begunstigde verlangt om het project uit te voeren, met name gelet op de daaraan verbonden risico’s.


X Noot
1

Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02), hierna ook: IPCEI Mededeling.

X Noot
3

Cf. voetnoot 1 Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02).

X Noot
4

Zie IPCEI mededeling

X Noot
5

IPCEI mededeling, punt 24

X Noot
6

IPCEI Mededeling, – BIJLAGE “Subsidiabele kosten”, cf. voetnoot 1.

X Noot
7

IPCEI Mededeling, cf. voetnoot 1.Zie ook een technische guidance die de Europese Commissie heeft opgesteld met nadere toelichting van de vereisten

X Noot
8

Met de financieringskloof wordt het verschil bedoeld tussen de positieve en negatieve kasstromen gedurende de levensduur van de investering, contant gemaakt op basis van een passende disconteringsfactor waarin het rendement tot uiting komt dat de begunstigde verlangt om het project uit te voeren, met name gelet op de daaraan verbonden risico’s.

Naar boven