Mandaatbesluit Vervangingsfonds (per 26 juni 2026)

Besluit van het bestuur van de Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Primair onderwijs (hierna: ‘het Vervangingsfonds’), hierna ook te noemen ‘het fonds’, houdende regels inzake mandaat, gelet op:

  • De Wet op het primair onderwijs (WPO);

  • De Wet op de expertisecentra (WEC);

  • Het Besluit Vervangingsfonds 2022;

  • Kaderregeling Subsidieverstrekking Vervangingsfonds en Participatiefonds 2007;

  • Het Reglement Subsidie Lerend Werken;

  • De Subsidie Sluitende Aanpak;

  • Het Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs;

  • Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit Vervangingsfonds.

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a) De directeur:

de directeur van het fonds;

b) De plaatsvervangend directeur:

de plaatsvervangend directeur van het fonds;

c) De Manager Klanten:

de Manager Klanten van het fonds;

d) De Manager Dienstverlening:

de Manager Dienstverlening van het fonds;

e) Mandaat:

de bevoegdheid om namens het fonds besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

f) Volmacht:

de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

g) Machtiging:

de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

h) Het Vervangingsfonds:

het bestuursorgaan;

i) Mandaatregister:

het register waarin de verleende mandaten en ondermandaten, volmachten en machtigingen worden opgenomen.

Artikel 2. Mandaat Vervangingsfonds

  • 1. Het fonds is op grond van de Wet op het primair onderwijs (hierna: ‘WPO’), De Wet op de expertisecentra (hierna: ‘WEC’), het Besluit Vervangingsfonds 2022 en het Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs belast met de uitvoering van publiekrechtelijke taken.

  • 2. De besluiten in primo op grond van deze wet- en regelgeving worden door het fonds gemandateerd aan de functionarissen als genoemd in het mandaatregister (bijlage 1 bij dit mandaatbesluit).

  • 3. De functionarissen als genoemd in lid 2 van dit artikel worden door het fonds gemachtigd om in een bezwaarprocedure een toelichting te geven bij het genomen besluit. Tevens worden zij gemachtigd om namens het fonds te handelen bij de uitvoering van de betreffende wet- en regelgeving.

  • 4. De directeur en de plaatsvervangend directeur worden door het fonds gemandateerd om ten aanzien van deze publiekrechtelijke taken de beslissingen op bezwaar te nemen voor zover dit volgt uit het mandaatregister als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

  • 5. Voor zover in het mandaatregister als bedoeld in lid 2 van dit artikel geen functionaris wordt genoemd, wordt door het fonds voor deze besluiten geen mandaat verleend.

Artikel 3. Mandaat Subsidie

  • 1. Het fonds is op grond van de WPO en WEC bevoegd tot het verstrekken van een subsidie. In dat kader bestaat een subsidieregeling: het Reglement Subsidie Lerend Werken.

  • 2. De besluiten in primo op grond van deze subsidieregeling worden door het fonds gemandateerd aan de functionarissen als genoemd in het mandaatregister (bijlage 2 bij dit mandaatbesluit).

  • 3. De functionarissen als genoemd in lid 2 van dit artikel worden door het fonds gemachtigd om in een bezwaarprocedure een toelichting te geven bij het genomen besluit. Tevens worden zij gemachtigd om namens het fonds te handelen bij de uitvoering van de betreffende regelgeving.

  • 4. De directeur en de plaatsvervangend directeur worden door het fonds gemandateerd om ten aanzien van deze publiekrechtelijke taken de beslissingen op bezwaar te nemen voor zover dit volgt uit het mandaatregister, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel.

  • 5. Indien en voor zover in het mandaatregister zoals genoemd in lid 2 van dit artikel geen functionaris wordt genoemd, wordt door het fonds voor deze besluiten geen mandaat verleend.

Artikel 4. Mandaat vormverzuim

  • 1. Na de ontvangst van een bezwaarschrift wordt door het fonds beoordeeld of het bezwaarschrift voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 6:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: ‘Awb’) en of het bezwaarschrift tijdig door het fonds is ontvangen. Indien het bezwaarschrift niet voldoet aan voorgaande vereisten, wordt het bezwaar in gevallen door het fonds ‘niet-ontvankelijk’ verklaard.

  • 2. De functionarissen genoemd in het mandaatregister zijn tevens bevoegd tot het nemen van de besluiten, inhoudende dat het bezwaar ‘niet-ontvankelijk’ is.

Artikel 5. Algemene uitzonderingen van mandaat

Geen mandaat wordt verleend indien artikel 10:3 Awb van toepassing is.

Artikel 6. Bijzondere uitzonderingen van mandaat

  • 1. De directeur is bevoegd het mandaat van functionarissen die zijn opgenomen in het mandaatregister te beperken, nadat dit is afgestemd met het fonds.

  • 2. Het beperken van mandaat geschiedt schriftelijk en wordt als bijlage bij dit mandaatbesluit gevoegd, tenzij het een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid betreft.

Artikel 7. Ondermandaat

  • 1. De directeur en de functionarissen – met uitzondering van de plaatsvervangend directeur – die zijn opgenomen in het mandaatregister zijn bevoegd ondermandaat te verlenen.

  • 2. Op ondermandaat zijn de bepalingen van dit besluit van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Het verlenen van ondermandaat geschiedt schriftelijk en wordt als bijlage bij dit mandaatbesluit gevoegd.

  • 4. Geen ondermandaat kan worden verleend aan niet-ondergeschikten in de zin van artikel 10:4 Awb.

  • 5. De functionarissen die op grond van de artikelen 2 tot en met 4 van dit mandaatbesluit de bevoegdheid hebben verkregen om in ondermandaat te handelen, kunnen deze bevoegdheid niet in ondermandaat doorgeven.

Artikel 8. Terugkoppeling

  • 1. Het bestuur kan in het directiereglement van het fonds nadere regels stellen aan de wijze waarop de directeur en plaatsvervangend directeur hun bevoegdheden in mandaat uitoefenen.

  • 2. Inkomende klachten worden gemeld aan het bestuur van het fonds;

  • 3. Het fonds verliest de bevoegdheid om zelf het besluit te nemen niet en kan dit ook te allen tijde doen.

Artikel 9. Ondertekening

  • 1. De bevoegdheid om in mandaat beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid tot ondertekening namens het bestuursorgaan, tenzij dit anders is geregeld.

  • 2. De stukken worden als volgt ondertekend:

    namens het bestuur van het Vervangingsfonds

    gevolgd door functieaanduiding, ondertekening en naam

  • 3. Indien en voor zover sprake is van een bevoegdheid verkregen in ondermandaat wordt door de gemandateerde de naam van de ondermandaatgever in de stukken genoemd.

Artikel 10. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging, tenzij de aard van de betreffende bevoegdheid zich daartegen verzet. De volmacht en machtiging zien uitsluitend op werkzaamheden en aangelegenheden op het werkterrein van de gemandateerde, die aansluiten bij en samenhangen met de werkzaamheden waarvoor door het oorspronkelijke bestuursorgaan een mandaat is verstrekt. De mandaatregeling heeft hierdoor niet slechts betrekking op publiekrechtelijk handelen door het fonds, maar ook op het privaatrechtelijk en feitelijk handelen in de uitvoering van de werkzaamheden door de functionarissen.

Artikel 11. Intrekking

Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit worden alle eerder genomen mandaatbesluiten op grond van de voornoemde wet- en regelgeving van het fonds ingetrokken.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als “Mandaatbesluit Vervangingsfonds”.

Mededeling

Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen dit besluit binnen zes weken na publicatie. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

TOELICHTING OP HET MANDAATBESLUIT VAN HET VERVANGINGSFONDS

Voor u ligt het mandaatbesluit van het Vervangingsfonds. In artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt mandaat omschreven als de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. De bevoegdheid in mandaat wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het oorspronkelijke bestuursorgaan. De gemandateerde kan namens de mandaatgever besluiten nemen. Deze besluiten worden toegerekend aan het bestuursorgaan zelf. Het bestuursorgaan verliest de bevoegdheid om zelf het besluit te nemen niet en kan dit ook te allen tijde doen. Ook betekent dit dat bezwaar en beroep tegen een in mandaat genomen besluit wordt ingesteld tegen het bestuursorgaan zelf en niet tegen de medewerker die het besluit feitelijk heeft genomen.

In het mandaatbesluit is degene die bevoegd is in mandaat een besluit te nemen tevens bevoegd dit besluit te ondertekenen. Uitgangspunt van het mandaatbesluit is dat alle bevoegdheden beslissingsmandaten betreffen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven.

Met beslissingen worden hier zowel beslissingen gericht op rechtsgevolg bedoeld (besluiten in de zin van de Awb) als beslissingen die niet zijn gericht op rechtsgevolg.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Spreekt voor zich.

Artikelen 2 tot en met 3

In deze artikelen worden de bevoegdheden die bij het fonds berusten, gemandateerd aan de functionarissen die zijn opgenomen in het mandaatregister. In het mandaatregister wordt onderscheid gemaakt tussen de functionarissen die bevoegd zijn de besluiten in primo te nemen en de functionarissen die bevoegd zijn de beslissingen op bezwaar te nemen. Indien en voor zover in het mandaatbesluit geen functionaris wordt genoemd bij een bepaald besluit is uitsluitend het oorspronkelijke bestuursorgaan bevoegd dit besluit te nemen en wordt deze bevoegdheid niet gemandateerd.

Artikel 4

Op grond van artikel 6:5 lid 1 van de Awb dient een bezwaarschrift het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;

  • d. de gronden van het bezwaar of beroep.

Tevens bedraagt de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift zes weken.

Indien een bezwaarschrift niet voldoet aan de hiervoor genoemde opsomming of te laat door het fonds is ontvangen leidt dit tot een niet-ontvankelijkheidverklaring. Wel dient het bevoegd gezag bij een onvolledig bezwaarschrift een termijn te hebben gekregen om het verzuim te herstellen. De functionarissen zoals genoemd in het mandaatregister zijn tevens bevoegd de besluiten te nemen inhoudende de ‘niet-ontvankelijkheid’ van het bezwaar.

Artikel 5

Spreekt voor zich.

Artikel 6

Op grond van artikel 10:8 Awb kan een mandaatgever (in dit geval het fonds) het mandaat te allen tijde intrekken. Die bevoegdheid wordt in het eerste lid uitgebreid, in die zin dat de directeur van het fonds, na afstemming met de fonds, bevoegd is het mandaat van de functionarissen die zijn opgenomen in het mandaatregister te beperken. Dit zal de directeur van het fonds veelal doen in incidentele gevallen, waarin het oorspronkelijke bestuursorgaan zelf het besluit wil nemen. Gezien het incidentele karakter zal een dergelijk besluit niet schriftelijk bekend worden gemaakt.

Artikel 7

Dit is een herhaling van artikel 10:9 Awb en is hier voornamelijk voor de volledigheid en duidelijk naar de eigen organisatie opgenomen. Ondermandaten worden als bijlagen bij dit mandaatbesluit gevoerd.

Artikel 8

In dit artikel is de verhouding tussen het bestuur van het fonds, de directeur en de plaatsvervangend directeur van het fonds uitgewerkt. Het gaat bijvoorbeeld om de communicatie omtrent binnengekomen klachten. Een nadere uitwerking kan plaatsvinden in het directiereglement. Dit reglement kan de bevoegdheden van de directeur zoals verkregen met dit mandaatbesluit niet beperken. Wel worden afspraken gemaakt over de bevoegdheden in mandaat van de plaatsvervangend directeur.

Artikel 9

Degene die op grond van het mandaatregister bevoegd is in mandaat een besluit te nemen is hiermee tevens bevoegd dit besluit te ondertekenen. Uitgangspunt van het mandaatbesluit is dat alle bevoegdheden beslissingsmandaten betreffen, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven.

Artikel 10

Dit artikel vormt een weerslag van artikel 10:12 Awb. Door dit artikel wordt duidelijk dat de mandaatregeling niet slechts betrekking heeft op publiekrechtelijk handelen door het fonds, maar ook op het privaatrechtelijk en feitelijk handelen in de uitvoering van de werkzaamheden door de functionarissen.

Artikel 11

Het ‘Mandaatbesluit bezwaarschriften VfPf’ en ‘Ondermandaatbesluit bezwaarschriften’ worden met de inwerkingtreding van het onderhavige mandaatbesluit door het fonds ingetrokken.

Artikel 12

Het mandaatbesluit treedt in werking de dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 13

Spreekt voor zich.

BIJLAGE 1. MANDAATREGISTER VERVANGINGSFONDS

Wettelijke bevoegdheid

Mandaat besluit in primo

Mandaat besluit op bezwaar

Artikel 188 lid 1 WPO juncto artikel 167 lid 1 WEC, juncto artikel 3 lid 1 sub a, van het Besluit Vervangingsfonds 2022 juncto artikel 12 van het Reglement Vervangingsfonds – besluiten (toe- en afwijzingen) in het kader van het bieden van waarborgen voor de kosten voor vervanging bij afwezigheid van personeel

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 188 lid 2 WPO juncto artikel 167 lid 2 WEC en artikel 7 van het Reglement Vervangingsfonds – het vaststellen van de hoogte van de premie

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 19 tot 21 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit omtrent de bekostiging van een financiële variant

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 9 van het Reglement Vervangingsfonds – De vaststelling van de al dan niet toekenning van een bonus of het verschuldigd zijn van een malus

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 15 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit op de aanvraag van een vervangingspool

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 16 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit inzake de afrekening van de financiering van de vervangingspool

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 18 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit omtrent bekostiging van een bovenbestuurlijke vervangingspool

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 18 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit inzake de afrekening van de financiering van de bovenbestuurlijke vervangingspool

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 25 lid 1 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit inzake vaststelling onrechtmatige uitkering

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 25 lid 2 van het Reglement Vervangingsfonds – Besluit inzake vaststelling vordering premie

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 25 lid 5 van het Reglement Vervangingsfonds – Het opleggen van een waarschuwing

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 29, lid 1 van het Reglement Vervangingsfonds – afwijken van de bepalingen van het reglement, beperkt tot:

• artikel 5, lid 1.

• artikel 12, lid 12 tot en met 14 van het Reglement Vervangingsfonds.

• artikel 15, lid 3 en 4: de termijn voor het aanvragen en het opzeggen van een vervangingspool.

• artikel 19, lid 3: de termijn voor het aanvragen van een financiële variant.

• artikel 21, lid 2: de termijn voor het opzeggen van een financiële variant.

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

BIJLAGE 2. MANDAATREGISTER SUBSIDIE

Artikel 194 lid 6 WPO juncto artikel 173 lid 6 WEC, artikel 7 van de Kaderregeling Subsidieverstrekking Vervangingsfonds en Participatiefonds 2007 en artikel 12 van het Reglement Subsidie Lerend Werken – De subsidieverlening Lerend Werken

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 194 lid 6 WPO juncto artikel 173 lid 6 WEC, artikel 8 van de Kaderregeling Subsidieverstrekking Vervangingsfonds en Participatiefonds 2007 en artikel 13 onder d van het Reglement Subsidie Lerend Werken – Het op nihil vaststellen van de subsidie Lerend Werken

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Artikel 194 lid 6 WPO juncto artikel 173 lid 6 WEC, artikel 8 van de Kaderregeling Subsidieverstrekking Vervangingsfonds en Participatiefonds 2007 en artikel 14 van het Reglement Subsidie Lerend Werken – De subsidievaststelling Lerend Werken

Manager Klanten, Manager Dienstverlening

Directeur, plaatsvervangend directeur

Naar boven