Autorisatiebesluit voor de Minister van Klimaat en Groene Groei, Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Datum 27 januari 2026

Kenmerk 2026-0000009731

In het verzoek van8 december 2025, 2025-0000701674 heeft de Minister van Klimaat en Groene Groei verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen in verband met de uitvoering van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. De Minister van Klimaat en Groene Groei:

de Minister van Klimaat en Groene Groei in verband met de uitvoering van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg;

b. de Wet BRP:

de Wet basis registratie personen;

c. het Besluit BRP:

het Besluit basis registratie personen;

d. de basisregistratie personen:

de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet BRP;

e. de systematische verstrekking:

de systematische verstrekking, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;

f. de systeembeschrijving:

de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 1 van het Besluit BRP;

g. de persoonslijst:

de persoonslijst, bedoeld in artikel 1.1, onder c, van de Wet BRP;

h. de ingeschrevene:

de ingeschrevene, bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet BRP;

i. autorisatietabelregel:

de tabel ten behoeve van de systematische verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;

j. de verstrekking van gegevens op verzoek:

de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c, van het Besluit BRP, waarbij het aantal personen waarover informatie wordt verstrekt per verzoek ten hoogste tien bedraagt;

k. de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens:

de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

l. een aanvraag:

een aanvraag, zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg;

m. de aanvrager:

de ingeschrevene die een aanvrager is, zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg;

n. de gemachtigde:

de ingeschrevene die gevolmachtigd is om een aanvraag in te dienen, zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg.

Paragraaf 2. De verstrekking van gegevens op verzoek aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Artikel 2

  • 1. Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei wordt op zijn verzoek een gegeven verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van een ingeschrevene, indien het een gegeven betreft dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

  • 2. De Minister van Klimaat en Groene Groei verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, indien de verstrekking van gegevens noodzakelijk is voor de afhandeling van een aanvraag en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over:

    • a. de aanvrager;

    • b. de gevolmachtigde.

  • 3. Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei worden geen gegevens verstrekt, indien een of meer van de gegevens waarvan de Minister van Klimaat en Groene Groei bij zijn verzoek gebruik heeft gemaakt, niet is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Paragraaf 3. Overige verstrekkingen aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Artikel 3

  • 1. Indien een verstrekking aan de Minister van Klimaat en Groene Groei op grond van dit besluit een gegeven betreft dat op juistheid wordt of is onderzocht, bevat de verstrekking naast dit gegeven tevens de gegevens over dat onderzoek.

  • 2. De verstrekking van gegevens aan de Minister van Klimaat en Groene Groei die op grond van dit besluit plaatsvindt, bevat geen gegeven waarbij “indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de open bare orde” is vermeld.

  • 3. Indien aan de Minister van Klimaat en Groene Groei gegevens worden verstrekt van een persoonslijst waarvan de bijhouding is opgeschort, bevat de verstrekking tevens de gegevens omtrent de reden en de datum van de opschorting, alsmede, voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, gegevens over de verificatie en de aanlevering van de verstrekte gegevens.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 4

  • 1. De Minister van Klimaat en Groene Groei verstrekt aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld alle nieuw gebleken informatie die betrekking heeft op hetgeen geregeld is in dit besluit.

  • 2. Deze informatie betreft in ieder geval wijzigingen in:

    • a. de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de Minister van Klimaat en Groene Groei;

    • b. de regelgeving ten aanzien van de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de Minister van Klimaat en Groene Groei;

    • c. de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van de Minister van Klimaat en Groene Groei.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op 27 januari 2026 en werkt terug tot en met 22 december 2025.

Het besluit en de bijlage bij het besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 27 januari 2026

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering, namens deze, wnd. Directeur Uitvoering

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit daartegen per brief bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 10451, 2501 HL Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

BIJLAGE

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit.

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.01.20

Burgerservicenummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

TOELICHTING

1. Algemeen

Inleiding

De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vormt de juridische basis voor de basisregistratie personen. In de basisregistratie personen zijn persoonsgegevens opgeslagen in de vorm van persoonslijsten.

De basisregistratie personen bevat gegevens over personen die zijn ingeschreven bij een van de gemeenten in Nederland. De gemeenten houden deze gegevens bij.

Verder zijn in de basisregistratie personen gegevens opgenomen van personen die buiten Nederland woonachtig zijn, de niet-ingezetenen. Deze registratie van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen wordt aangeduid als de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), waarvoor de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk is. Over niet-ingezetenen wordt een beperkter aantal gegevens bijgehouden dan over ingezetenen. In dit besluit vallen onder niet-ingezetenen ook de ingezetenen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die in de Wet BRP ingezetenen van een openbaar lichaam worden genoemd. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdt de gegevens van deze niet-ingezetenen ook bij in de RNI.

De Wet BRP biedt de grondslag voor systematische gegevensverstrekking over ingezetenen en niet-ingezetenen aan overheidsorganen en daartoe aangewezen andere organisaties. Bij de systematische verstrekking worden vanuit een centraal bestand op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uit de basisregistratie personen verstrekt.

Organisaties die in aanmerking komen voor systematische gegevensverstrekking

Allereerst komen overheidsorganen in aanmerking voor systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Daarnaast kunnen ook organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang daarvoor in aanmerking komen, indien deze werkzaamheden en deze organisaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP zijn aangewezen. Voorts voorziet artikel 3.13 Wet BRP in systematische gegevensverstrekking aan onderzoeksinstellingen. Waar in het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over "de afnemer" worden daarmee zowel overheidsorganen als derden als onderzoeksinstellingen bedoeld.

Het autorisatiebesluit

Afnemers die systematisch gegevens verstrekt willen krijgen uit de basisregistratie personen dienen hiertoe een verzoek in bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een autorisatieaanvraagformulier. In dit formulier is aangegeven welke gegevens, over welke personen en voor welke taken de aanvrager op systematische wijze verstrekt wenst te krijgen. Het verzoek wordt getoetst, waarbij wordt uitgegaan van de beoordelingscriteria zoals deze zijn neergelegd in de Wet BRP en het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP). Onder meer bepalend is of en in hoeverre de verstrekking van de gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak van de aanvrager. Hierbij wordt steeds de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen, van wie de aanvrager gegevens verstrekt wenst te krijgen, gewaarborgd.

Na toetsing van het autorisatieverzoek wordt door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een autorisatiebesluit ten behoeve van de aanvrager genomen. In dit autorisatiebesluit wordt bepaald welke gegevens over welke categorieën van personen en in welke gevallen aan de afnemer worden verstrekt. Aan het autorisatiebesluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverstrekking.

Het autorisatiebesluit wordt voor zover mogelijk technisch vertaald in een zogenoemde autorisatie tabelregel. Aan de hand van de autorisatietabelregel wordt de geautoriseerde afnemer herkend en kan de gegevensverstrekking vanuit de basisregistratie personen geautomatiseerd afgewikkeld worden.

2. Toelichting op de wijzen van verstrekken

De systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Op grond van dit besluit vindt de verstrekking op de volgende manieren plaats:

De verstrekking op verzoek

Een afnemer kan op verzoek een set gegevens van een persoonslijst verstrekt krijgen. In het autorisatiebesluit is opgenomen welke gegevens van welke categorieën personen mogen worden opgevraagd.

Overige verstrekkingen

Door technische problemen kan het voorkomen dat het berichtenverkeer in een bepaalde periode niet of niet juist heeft plaatsgevonden.

Indien een onderzoek is ingesteld of afgerond naar een gegeven of een verzameling van gegevens, wordt hiervan bij het verstrekte gegeven melding gedaan.

Op een persoonslijst kan bij historische gegevens de indicatie “onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” geplaatst worden. Deze gegevens zijn foutief en worden daarom in principe niet verstrekt.

Indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, hetgeen ondermeer gebeurt indien een ingeschrevene is overleden of geëmigreerd, worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst meeverstrekt. Bij verstrekking van gegevens van een persoonslijst van een niet-ingezetene, is het van belang om aan te geven wanneer de gegevens op de persoonslijst geverifieerd zijn en welke organisatie de in een categorie opgenomen gegevens heeft aangeleverd. Om dit te bereiken, worden de verificatiegegevens of de gegevens over de aanleverende organisatie, voor zover die gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, meeverstrekt als er gegevens worden verstrekt uit een categorie waarin die gegevensgroepen voorkomen.

3. De Minister van Klimaat en Groene Groei

Dit besluit is een autorisatiebesluit dat is genomen ten behoeve van de Minister van Klimaat en Groene Groei in verband met de uitvoering van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg (in deze toelichting genoemd: de Minister van Klimaat en Groene Groei).

De Minister van klimaat en Groene Groei is een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1.1, onder t, van de Wet BRP.

3.1. Taak van de Minister van Klimaat en Groene Groei

Op grond van artikel 2 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg (hierna: het Besluit) kan de Minister van Klimaat en Groene Groei een voorziening voor schade toekennen aan een natuurlijk persoon die eigenaar is van een woning gelegen in het mijnbouwschadegebied waaraan mijnbouwschade is opgetreden. De eigenaar dient tevens hoofdbewoner te zijn van de woning. De voorziening voor schade wordt toegekend op basis van een aanvraag (artikel 6 van het Besluit).Artikel 3 van het Besluit geeft aan waar een voorziening uit bestaat. Bij kleine mijnbouwschade ziet de voorziening op een financiële tegemoetkoming. Bij middelgrote en zware mijnbouwschade ziet de voorziening op herstel in natura van de mijnbouwschade. In artikel 1 van het Besluit is omschreven welke schade als mijnbouwschade wordt gezien en in bijlage 1 bij het Besluit wordt het mijnbouwschadegebied weergegeven.

Voor de afhandeling van de aanvragen voor het toekennen van een voorziening gelden de volgende processtappen:

1. Indienen aanvraag

Op grond van artikel 2, lid 2 van het Besluit kan de Minister van Klimaat en Groene Groei de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor een voorziening openstellen voor een bepaald tijdvak en kan hij deze de openstelling beperken tot bepaalde postcodegebieden of categorieën van aanvragers.

Een aanvraag kan worden ingediend via DigiD. Met het via DigiD verkregen burgerservicenummer (hierna: BSN) wordt de basisregistratie personen bevraagd om de aanvrager te identificeren en om te controleren of deze aanvrager daadwerkelijk op het adres (schadeobject) woont waarvoor een aanvraag is ingediend. Met de adresgegevens uit de basisregistratie personen wordt ook de BAG en het Kadaster geraadpleegd. Aan de hand hiervan wordt het eigendomspercentage bepaald en worden mede-eigenaren opgevraagd.

Een aanvraag kan ook fysiek aan het loket, telefonisch of per post worden ingediend. De identiteit van de aanvrager wordt dan gecontroleerd middels een identiteitsbewijs en/of identificerende vragen. De basisregistratie personen wordt geraadpleegd om de identiteit te controleren. De aanvraag wordt vervolgens in het uitvoeringsplatform ingevuld, waarna het proces hetzelfde verloopt als een digitale aanvraag.

Mede-eigenaren

Bij een aanvraag wordt in het Kadaster gekeken of er mede-eigenaren zijn. Alle mede-eigenaren worden getoond. Een mede-eigenaar die vooraf een volmacht heeft gegeven via DigiD kan worden aangevinkt tijdens het aanvraagproces door de aanvrager, zodat de aanvraag ook namens deze mede-eigenaar kan worden ingediend. Wanneer hiervoor wordt gekozen, wordt ook de basisregistratie personen ten aanzien van deze mede-eigenaar bevraagd. De mede-eigenaar is hiermee zelf ook aanvrager geworden en zijn gegevens worden ook gebruikt ter identificatie en om te controleren of hij daadwerkelijk op het adres woont waarvoor een aanvraag is gedaan. Alle correspondentie verloopt vervolgens via de gevolmachtigde (hoofd)aanvrager. Er is dan sprake van één zaak voor beide aanvragers.

Gevolmachtigde

Het is ook mogelijk dat iemand een andere persoon (niet zijnde een mede-eigenaar) een volmacht geeft om een aanvraag namens hem in te dienen. De aanvrager is dan de persoon op wie de aanvraag inhoudelijk gezien betrekking heeft, maar de aanvraag wordt feitelijk ingediend door de gevolmachtigde. Van de gevolmachtigde persoon worden identificerende en adresgegevens opgevraagd voor identificatie en correspondentie. De correspondentie verloopt vervolgens enkel via de gevolmachtigde. Voor de inhoudelijke beoordeling zijn geen gegevens uit de basisregistratie personen nodig van de gevolmachtigde. Gegevens van de aanvrageruit de basisregistratie personen zijn nodig ter identificatie en voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.

Op verschillende momenten vindt er correspondentie plaats met de aanvrager of gevolmachtigde. Correspondentie vindt plaats bij de ontvangst van een aanvraag, bij de toets op ontvankelijkheid, bij een verzoek om informatie en bij een afspraak voor schadeopname.

2. Toekennen voorziening voor schade

De Commissie Mijnbouwschade doet inhoudelijk onderzoek naar de schade. De Commissie Mijnbouwschade heeft enkel toegang tot informatie over de woning (schadeobject), niet tot gegevens van de aanvrager of gevolmachtigde. De Commissie Mijnbouwschade komt na uiterlijk zes weken met een conceptadvies. Dit advies wordt verstuurd naar de aanvrager of de gevolmachtigde. De aanvrager of de gevolmachtigde wordt gewezen op de mogelijkheid tot het brengen van een zienswijze binnen een gestelde termijn van vier weken. Nadat de aanvrager of gevolmachtigde een zienswijze heeft ingebracht, dan wel wanneer de termijn is verstreken, volgt een definitief advies. De correspondentie met betrekking tot het (concept)advies vindt plaats nadat de Commissie Mijnbouwschade het (concept)advies in het systeem heeft afgerond. De Commissie Mijnbouwschade heeft geen inzicht in de gegevens uit de basisregistratie personen en correspondeert zelf niet met de aanvrager of gemachtigde.

Aan de hand van de adviezen van de Commissie Mijnbouwschade wordt een definitief besluit verstuurd door de Minister van Klimaat en Groene Groei over het toekennen van de voorziening.

3. Bezwaar

Tegen bovengenoemd besluit staat bezwaar open. Tijdens de bezwaarprocedure vindt een integrale heroverweging plaats. Een bezwaarschrift kan per post of digitaal worden ingediend. Correspondentie vindt zowel per post of digitaal plaats, afhankelijk van de voorkeur van de bezwaarmaker. De basisregistratie personen wordt gebruikt voor de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar en voor correspondentie met de bezwaarmaker. Een beslissing op bezwaar wordt per post verzonden naar de bezwaarmaker. De uitvoering van bezwaarprocedures ligt in het verlengde van de taak van de Minister van Klimaat en Groene Groei tot afhandeling van aanvragen om een voorziening.

Bij alle bovengenoemde correspondentie wordt telkens de overlijdensdatum van de aanvrager of gevolmachtigde gecontroleerd via de basisregistratie personen. Adresgegevens worden enkel bij het indienen van de aanvraag gecontroleerd. De manier waarop correspondentie wordt verstuurd hangt af van de aangegeven voorkeuren en de wijze waarop een aanvraag of bezwaar is ingediend.

De feitelijke uitvoering van bovengenoemde werkzaamheden vindt plaats door het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg (I3ML). Dit is een tijdelijke organisatie die onderdeel uitmaakt van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei.

3.2. Wijzen van verstrekken aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

De Minister van Klimaat en Groene Groei krijgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de hierboven beschreven taken op systematische wijze verstrekt uit de basisregistratie personen. De systematische verstrekking aan de Minister van Klimaat en Groene Groei vindt plaats door middel van gegevensverstrekking op verzoek. Tot de doelgroep van de Minister van Klimaat en Groene Groei behoren zowel ingezetenen als niet-ingezetenen.

De verstrekking van gegevens op verzoek aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

De Minister van Klimaat en Groene Groei mag op verzoek gegevens opvragen uit de basisregistratie personen. Het betreft de gegevens die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit. De Minister van Klimaat en Groene Groei mag gegevens opvragen over een ingeschrevene die een aanvrager is, zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit mijnbouwschade Limburg en over een ingeschrevene die gevolmachtigd is om een aanvraag in te dienen, zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit mijnbouwschade Limburg.

3.3. Toelichting te verstrekken gegevens

Identificatie

De Minister van Klimaat en Groene Groei gebruikt de gegevens “01.01.10 A-nummer” en “01.01.20 Burgerservicenummer” om koppelingen aan te leggen tussen de verschillende verstrekkingen die uit de basisregistratie personen worden ontvangen.

De gegevens “01.01.10 A-nummer”, “01.01.20 Burgerservicenummer”, “01.02.10 Voornamen”, “01.02.30 Voorvoegsel geslachtsnaam”, “01.02.40 Geslachtsnaam” en “01.03.10 Geboortedatum” zijn nodig om de ingeschrevene te identificeren.

De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft tevens de mogelijkheid het gegeven “07.70.10 Indicatie geheim” op te vragen. Met dit gegeven wordt aangeduid of een ingeschrevene die een aanvraag tot subsidieverstrekking heeft ingediend, de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, kan de Minister van Klimaat en Groene Groei aanvullende maatregelen treffen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.

Aanschrijven

Actuele adresgegevens zijn noodzakelijk, zodat de Minister van Klimaat en Groene Groei een ingeschrevene kan aanschrijven op het juiste adres.

Voor het aanschrijven zijn tevens de identificerende gegevens “01.02.10 Voornamen”, “01.02.30 Voorvoegsel geslachtsnaam” en “01.02.40 Geslachtsnaam” nodig om de ingeschrevene met de juiste naam aan te schrijven.

Het gegeven “06.08.10 datum overlijden” is nodig om te bepalen of een ingeschrevene is overleden. Hiermee wordt voorkomen dat deze ingeschrevene wordt aangeschreven.

Inhoudelijke beoordeling

De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft actuele adresgegevens uit de basisregistratie personen nodig om te bepalen of een ingeschrevene op het opgegeven adres woonachtig is. Dit is noodzakelijk voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.

4. Inlichtingenplicht

Teneinde de autorisatie actueel te houden dient de Minister van Klimaat en Groene Groei tijdig inlichtingen te verschaffen over wijzigingen die zich voordoen in zijn taak, in de regelingen waarop die taak is gebaseerd of wijzigingen in de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taak. Het is de uitdrukkelijke verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene Groei om deze informatie onverwijld kenbaar te maken aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eventuele gevolgen van onjuistheden in de autorisatie als gevolg van het niet of niet tijdig doorgeven van dergelijke wijzigingen komen voor de verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene Groei.

5. Publicatie

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit wordt tevens geplaatst op de internetpagina van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, publicaties.rvig.nl.

Naar boven