Besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 27 juni 2026, nr. WJZ/105322554, tot vaststelling van de definitieve correctiebedragen voor 2024 en 2025 voor de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

Besluit:

Artikel 1

Het definitieve correctiebedrag, bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse, wordt voor 2024 vastgesteld op de som van de volgende correcties:

  • a. € 2,8437/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse;

  • b. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse;

  • c. € 0,0000/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse.

Artikel 2

Het definitieve correctiebedrag, bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse, wordt voor 2024 vastgesteld op de som van de volgende correcties:

  • a. € 2,8437/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

  • b. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

  • c. € 0,0000/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.

Artikel 3

Het definitieve correctiebedrag, bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse, wordt voor 2025 vastgesteld op de som van de volgende correcties:

  • a. € 2,0985/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse;

  • b. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse;

  • c. € 0,0000/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse.

Artikel 4

Het definitieve correctiebedrag, bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse, wordt voor 2025 vastgesteld op de som van de volgende correcties:

  • a. € 2,0985/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

  • b. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

  • c. € 0,0000/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 27 juni 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Doel en inhoud besluit

Onderhavig besluit strekt tot vaststelling van de definitieve correctiebedragen voor 2024 en 2025 voor:

  • 1. De Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse; en

  • 2. De Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.

De Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse (OWE 1) en de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse (OWE 2) zijn bedoeld om waterstofproductie door elektrolyse in Nederland te stimuleren. Momenteel komen elektrolyseprojecten onvoldoende tot stand vanwege een substantiële onrendabele top en grote technologische en financiële risico’s. De onderhavige subsidieregelingen geven investeringssteun en exploitatiesteun. De rangschikking van de projecten vindt plaatst op basis van gevraagde subsidie per MW vermogen.

2. Regeldruk

De vaststelling van de definitieve correctiebedragen van 2024 en 2025 voor de OWE 1 en OWE 2 regelingen heeft naar verwachting geen gevolgen voor de regeldruk. Omdat in beide jaren voor beide regelingen geen exploitatiesubsidievoorschotten zijn uitbetaald, leiden de definitieve correctiebedragen niet tot een bijstelling van verleende voorschotten. Een ontwerp van dit besluit is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

II. Artikelsgewijs

Artikelen 1 tot en met 4. Vaststelling definitief correctiebedrag 2024 en 2025

Deze artikelen bevatten de definitieve correctiebedragen voor het jaar 2024 en 2025, welke bedragen de Minister van Klimaat en Groene Groei op grond van artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en artikel 6.12, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse moet vaststellen.

Op grond van beide regelingen wordt bij de vaststelling van de definitieve correctiebedragen onderscheid gemaakt tussen de volgende drie componenten: de gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie, de waarde van de garanties van oorsprong voor

hernieuwbare waterstof, en de ETS-correctie (de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten). De ETS-correctie is alleen van toepassing als de subsidieontvanger een ETS-bedrijf is.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Dit is geen vast verandermoment als bedoeld in Aanwijzing 4.17, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Dit is echter gerechtvaardigd omdat daarmee kenbaar wordt wat de hoogte van de bedragen is die ingevolge de artikelen 1 tot en met 4 van dit besluit zijn vastgesteld.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

Naar boven