Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 23463 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 23463 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 1, tweede lid, van de Wet rechtspositie Ministers en staatssecretarissen, artikel 1, zevende lid, van de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman, de artikelen 2, tweede lid, en 6a, tweede lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, artikel 9 van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, de artikelen 2.1.2, derde lid, 2.1.4, derde lid, 2.1.5, vierde lid, 2.1.10, derde lid, 2.2.1, derde lid, 2.2.15, derde lid, 3.1.2, derde lid, 3.1.4, derde lid, 3.1.5, vierde lid, 3.1.10, derde lid, 3.2.1, zevende lid, 3.2.5, derde lid, 3.2.7, zesde lid, 3.2.15, tweede lid, 4.1.2, derde lid, 4.1.4, derde lid, 4.1.5, vierde lid, 4.1.10, derde lid, 4.2.1, vierde lid, 4.2.7, zesde lid, en 4.2.15, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, artikel 2, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES en artikel 2, vierde lid, van het Rijksbesluit rechtspositie Gouverneurs;
Besluit:
In de bepalingen die worden aangeduid in de kolommen C en D van tabel 1 van de in kolom B genoemde wetten en besluiten worden de in kolom E opgenomen bedragen vervangen door de in kolom F opgenomen bedragen met ingang van 1 juli 2026.
|
A |
B |
C |
D |
E |
F |
|---|---|---|---|---|---|
|
Nr. |
Wet/besluit |
artikel |
lid |
Bedragen per 1-7-2024 |
Bedragen per 1-7-2026 |
|
1 |
Wet rechtspositie Ministers en staatssecretarissen |
1 |
1 |
€ 14.760,00 |
€ 15.158,52 |
|
2 |
Wet rechtspositie Ministers en staatssecretarissen |
1 |
1 |
€ 13.787,12 |
€ 14.159,37 |
|
3 |
Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman |
1 |
1 |
€ 14.760,00 |
€ 15.158,52 |
|
4 |
Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman |
1 |
2 |
€ 13.787,12 |
€ 14.159,37 |
|
5 |
Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman |
1 |
3 |
€ 12.875,98 |
€ 13.223,63 |
|
6 |
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer |
2 |
1 |
€ 10.133,92 |
€ 10.407,54 |
|
7 |
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer |
6a |
1 |
€ 856,61 |
€ 879,74 |
|
8 |
Wet vergoeding leden Eerste Kamer |
4 |
€ 2.867,80 |
€ 2.945,23 |
|
|
9 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.1.2 |
1 |
€ 153,33 |
€ 157,47 |
|
10 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.1.4 |
1 |
€ 153,33 |
€ 157,47 |
|
11 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.1.5 |
1 |
€ 89,46 |
€ 91,88 |
|
12 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.1.5 |
1 |
€ 12,77 |
€ 13,11 |
|
13 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.1.5 |
1 |
€ 191,67 |
€ 196,85 |
|
14 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.1.10 |
1 |
€ 136,85 |
€ 140,54 |
|
15 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.2.1 |
1 |
€ 14.760,00 |
€ 15.158,52 |
|
16 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.2.1 |
2 |
€ 11.036,48 |
€ 11.334,46 |
|
17 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
2.2.15 |
1 |
€ 753,94 |
€ 774,30 |
|
18 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.1.2 |
1 |
€ 153,33 |
€ 157,47 |
|
19 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.1.4 |
1 |
€ 153,33 |
€ 157,47 |
|
20 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.1.5 |
1 |
€ 89,46 |
€ 91,88 |
|
21 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.1.5 |
1 |
€ 12,77 |
€ 13,11 |
|
22 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.1.5 |
1 |
€ 191,67 |
€ 196,85 |
|
23 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.1.10 |
1 |
€ 136,85 |
€ 140,54 |
|
24 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 7.975,69 |
€ 8.191,03 |
|
25 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 8.760,55 |
€ 8.997,08 |
|
26 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 9.539,58 |
€ 9.797,15 |
|
27 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 10.358,31 |
€ 10.637,98 |
|
28 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 11.218,35 |
€ 11.521,25 |
|
29 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 12.152,10 |
€ 12.480,21 |
|
30 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 12.875,98 |
€ 13.223,63 |
|
31 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 13.787,12 |
€ 14.159,37 |
|
32 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
1 |
€ 14.760,00 |
€ 15.158,52 |
|
33 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 6.110,94 |
€ 6.275,94 |
|
34 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 6.907,67 |
€ 7.094,18 |
|
35 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 7.747,70 |
€ 7.956,89 |
|
36 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 8.281,86 |
€ 8.505,47 |
|
37 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 9.042,33 |
€ 9.286,47 |
|
38 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 9.841,08 |
€ 10.106,79 |
|
39 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 10.735,89 |
€ 11.025,76 |
|
40 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 11.364,41 |
€ 11.671,25 |
|
41 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.1 |
3 |
€ 12.875,98 |
€ 13.223,63 |
|
42 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.5 |
1 |
€ 12.700,20 |
€ 13.043,11 |
|
43 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 334,80 |
€ 343,84 |
|
44 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 387,19 |
€ 397,64 |
|
45 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 438,31 |
€ 450,14 |
|
46 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 471,53 |
€ 484,26 |
|
47 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 523,91 |
€ 538,06 |
|
48 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 575,04 |
€ 590,57 |
|
49 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 627,44 |
€ 644,38 |
|
50 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 661,93 |
€ 679,80 |
|
51 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
3.2.15 |
1 |
€ 753,94 |
€ 774,30 |
|
52 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.1.2 |
1 |
€ 153,33 |
€ 157,47 |
|
53 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.1.4 |
1 |
€ 153,33 |
€ 157,47 |
|
54 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.1.5 |
1 |
€ 89.46 |
€ 91,88 |
|
55 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.1.5 |
1 |
€ 12,77 |
€ 13,11 |
|
56 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.1.5 |
1 |
€ 191,67 |
€ 196,85 |
|
57 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.1.10 |
1 |
€ 136,85 |
€ 140,54 |
|
58 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.2.1 |
2 |
€ 12.021,01 |
€ 12.345,58 |
|
59 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.2.1 |
3 |
€ 9.841,08 |
€ 10.106,79 |
|
60 |
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers |
4.2.15 |
1 |
€ 753,94 |
€ 774,30 |
|
61 |
Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES |
2 |
1 |
€ 12.875,98 |
€ 13.223,63 |
|
62 |
Rijksbesluit rechtspositie Gouverneurs |
2 |
1 |
Afl. 30.841,28 |
Afl. 31.673,99 |
|
63 |
Rijksbesluit rechtspositie Gouverneurs |
2 |
2 |
NAF. 30.841,28 |
XCG 31.673,99 |
De Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 3.4, eerste lid, wordt toegevoegd ‘, bedoeld in artikel 3.2.1, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het besluit’.
B
In het opschrift van artikel 4.3 vervalt ‘en leden dagelijks bestuur’.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Artikel I van deze regeling behelst het aanpassen van de bedragen van diverse bij wet en besluit geregelde salarissen en toelagen voor politieke ambtsdragers. Artikel II strekt tot het aanbrengen van twee technische verbeteringen in de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.
Ten aanzien van een aantal bezoldigingsbedragen en bedragen van overige vergoedingen voor politieke ambtsdragers in diverse wetten en besluiten is bepaald dat deze bij ministeriële regeling aangepast moeten worden als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van BZK in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) een wijziging van het loon is overeengekomen. De vakbonden en de werkgever van de sector Rijk hebben op 2 juni 2026 een akkoord getekend over de CAO Rijk 2026. De afspraken uit dit akkoord zijn verwerkt in een nieuwe cao die geldt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. Op grond van deze cao is met ingang van 1 juli 2026 een salarisverhoging afgesproken van 2,7%.
Als gevolg van de afgesproken salarisverhoging zijn in artikel I van de onderhavige regeling de bezoldigingsbedragen van Ministers, staatssecretarissen, de Vice-President van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de overige leden van de Raad van State, de staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, de substituut-ombudsmannen, de commissarissen van de Koning, de gedeputeerden, de burgemeesters, de wethouders, de voorzitters en de dagelijks bestuursleden van de waterschappen, de Rijksvertegenwoordiger BES en de Gouverneurs, alsmede de schadeloosstelling voor de leden van de Tweede Kamer en de vergoedingen voor de werkzaamheden voor de leden van de Eerste Kamer per 1 juli 2026 verhoogd met 2,7%.
Voor een aantal vaste toelagen en vergoedingen op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers geldt dat deze aan de loonafspraak gekoppelde bedragen per 1 juli 2026 eveneens worden verhoogd met 2,7%.
In de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (hierna: Rechtspositieregeling) worden ingevolge artikel II twee technische verbeteringen aangebracht.
De tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten voor een burgemeester of wethouder is op grond van artikel 3.4, eerste lid, van de Rechtspositieregeling gemaximeerd op een percentage van diens bezoldiging. In tegenstelling tot de eerste leden van de artikelen 2.4, 4.4, en ook 3.3 en 3.5, was in artikel 3.4, eerste lid, echter geen verwijzing opgenomen naar de definitie van de bedoelde bezoldiging. Daarom wordt nu ook in artikel 3.4, eerste lid, van de Rechtspositieregeling een verwijzing opgenomen naar de bedoelde bezoldiging, namelijk die van een burgemeester of wethouder op grond van artikel 3.2.1, eerste respectievelijk derde lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (onderdeel A).
Daarnaast bevatte het opschrift van artikel 4.3 van de Rechtspositieregeling, waarin regels worden gesteld over vergoeding voor de kosten van tijdelijke huisvesting voor de voorzitter van een waterschap, per abuis ook een verwijzing naar de leden van het dagelijks bestuur (onderdeel B). Omdat een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap bij benoeming al in dat waterschap gevestigd moet zijn, zijn ten aanzien van dagelijks bestuurders geen verhuisvoorzieningen opgenomen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 4.3 van de Rechtspositieregeling ziet dan ook niet op dagelijks bestuurders maar enkel op de voorzitters van waterschappen die verplicht zijn om hun werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben. Hoewel op grond van de Waterschapswet voor voorzitters geen woonplaatsvereiste geldt, wordt in de praktijk regelmatig bij provinciale verordening bepaald dat zij bij benoeming verplicht zijn in het waterschap te wonen.
Aan artikel I, dat bedragen aanpast naar aanleiding van de CAO Rijk 2026, wordt ingevolge artikel III van deze regeling terugwerkende kracht verleend tot en met 1 juli 2026. Hierbij is afgeweken van de minimale invoeringstermijn van twee maanden. Dit is een gevolg van het feit dat pas op 2 juni 2026 een definitief akkoord is gesloten over de arbeidsvoorwaardenovereenkomst en het omzetten van de afspraken uit het akkoord in onderhavige ministeriële regeling enige tijd vergde. De doelgroepen zijn bekend met de voorgenomen wijzigingen: de personen die de regeling uitvoeren zijn goed in staat om deze op korte termijn door te voeren. De terugwerkende kracht is in dit geval niet bezwaarlijk, aangezien de wijzigingen in artikel I een begunstigende werking voor de betrokkenen hebben.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23463.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.