Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 23445 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 23445 | overige overheidsinformatie |
Datum openstelling: dinsdag 14 juli 2026
Deadline subsidieoproep: dinsdag 1 september 2026, 14.00 uur
Datum: 13 juli 2026
Plaats: Den Haag
Inhoud
1. Samenvatting
2. Doel subsidieoproep
3. Voorwaarden en verplichtingen
3.1. Voorwaarden
3.1.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?
3.1.2. Staatssteun voorkomen
3.1.3. Samenwerking en bijdrage van derden
3.1.4. Welk bedrag kunt u aanvragen?
3.1.5. Praktische voorwaarden
3.2. Verplichtingen
4. Beoordeling en prioriteitstelling
4.1. Beoordelingsprocedure
4.2. Relevantiecriteria
4.3. Kwaliteitscriteria
4.4. Prioriteitstelling
5. Indienen
5.1. Indiening via Mijn ZonMw
5.2. Tips
5.3. Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
5.4. Inhoudelijke vragen
5.5. Technische vragen
5.6. Downloads en links
6. Bijlagen
Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV
Bijlage 2 – Staatssteun – de-minimisverordening
Wie
Een subsidieaanvraag voor de vierde cohortstudie huiselijk geweld en kindermishandeling kan uitsluitend ingediend worden door het Verwey-Jonker Instituut in samenwerking met regionale Veilig Thuis-organisaties. Daarnaast is samenwerking mogelijk met onderzoeksorganisaties die als zodanig kwalificeren volgens de definitie van de O&O&I kaderregeling1.
Waarvoor
Deze subsidieoproep richt zich op de uitvoering van de vierde cohortstudie huiselijk geweld en kindermishandeling, waarmee nieuwe kennis wordt ontwikkeld over het welzijn van kinderen en volwassenen en het verminderen van geweld.
Wat
In deze subsidieronde kan maximaal € 1.285.000,– worden aangevraagd voor een project met een looptijd van maximaal 48 maanden. Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt € 1.285.000,–. Cofinanciering is verplicht: iedere deelnemende Veilig Thuis-organisatie is verplicht een financiële bijdrage te leveren aan het project.
Wanneer
Tijdpad
|
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
Dinsdag 1 september 2026, 14.00 uur |
|
Ontvangst commentaar referenten |
Donderdag 17 september 2026 |
|
Deadline indienen wederhoor |
Donderdag 1 oktober 2026, 14.00 uur |
|
Besluit |
Medio november 2026 |
|
Uiterlijke startdatum |
Medio december 2026 |
Het doel van deze subsidieoproep is de uitvoering van de vierde cohortstudie huiselijk geweld en kindermishandeling, waarmee nieuwe kennis wordt ontwikkeld over het welzijn van kinderen en volwassenen en het verminderen van geweld.
In deze cohortstudie worden gezinnen en huishoudens waar huiselijk geweld en kindermishandeling plaatsvindt 2,5 jaar gevolgd, nadat zij in één van de geselecteerde Veilig Thuis-regio’s (VT-regio’s) aangemeld zijn. Er wordt onderzocht of het geweld daadwerkelijk stopt of verminderd, wat deze afname van geweld bijdraagt aan het welzijn van betrokken volwassenen en kinderen en welke vorm(en) van hulpverlening daaraan heeft/hebben bijgedragen.
Dit onderzoek is onderdeel van een reeks opeenvolgende cohortstudies, die is begonnen in 2009. Met als centrale vraag: wat is ervoor nodig om het geweld te stoppen en wat zijn daar de gunstige omstandigheden voor? Eerder zijn verschenen Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp (2014), Kwestie van lange adem (2020) en Huiselijk geweld een complex en hardnekkig probleem (2023). De afgeronde cohortstudies geven belangrijke inzichten over wat wel en niet werkt in de aanpak van (het stoppen van) huiselijk geweld en kunnen gebruikt worden om trends in het aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland te zien.
Voor de uitvoering van de vierde cohortstudie worden de 13 VT-regio’s benaderd die participeerden in de tweede cohortstudie uit 2020 ‘Kwestie van lange adem’. Deze selectie ligt in lijn met de cyclus van de systematiek, waarbij deze VT-regio’s conform de werkwijze aan de beurt zijn voor herhaalde deelname.
Programma Wat werkt voor de jeugd 2026–2032
Deze subsidieoproep is een aanvullende opdracht binnen het ZonMw programma Wat werkt voor de jeugd 2026-2032. Dit programma draagt met kennis bij aan de uiteindelijke impact dat meer kinderen en jongeren in Nederland veerkrachtig, veilig en gezond opgroeien.
Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMwvan toepassing.
Uw subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.
Een subsidieaanvraag voor de vierde cohortstudie huiselijk geweld en kindermishandeling kan uitsluitend ingediend worden door het Verwey-Jonker Instituut in samenwerking met regionale Veilig Thuis-organisaties, conform de voor dit programma geldende opdracht zoals door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan ZonMw opgenomen in haar brief van 24 april 2026.
Voor deze subsidieoproep geldt dat samenwerking met Veilig Thuis-organisaties een vereiste is.
Daarnaast kan worden samengewerkt met onderzoeksorganisaties die als zodanig kwalificeren volgens de definitie van de O&O&I kaderregeling2.
ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun3. Voor deze subsidieronde gelden voor verschillende partijen verschillende maatregelen:
− Onderzoeksorganisaties die als zodanig kwalificeren volgens de definitie van de O&O&I kaderregeling hebben een speciale positie binnen het staatssteunrecht. ZonMw hanteert hiervoor de definitie uit het Europese staatssteunrecht. De algemene regel is dat primaire activiteiten van onderzoeksorganisaties geen economisch karakter hebben. Tot deze primaire activiteiten behoren onder andere onafhankelijk onderzoek in de vorm van fundamenteel onderzoek.
− Alle andere organisaties die niet vallen binnen de criteria van Onderzoeksorganisatie, worden aangeduid als ‘Ondernemingen’. Dit sluit aan bij het begrip dat wordt gehanteerd in het Europese staatssteunrecht. Voor organisaties die kwalificeren als Onderneming verstrekt ZonMw de subsidie onder de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of de De-minimisverordening.
Algemene groepsvrijstellingsverordening
In deze subsidieronde wordt gebruikgemaakt van de algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna te noemen ‘AGVV’), waardoor er bij subsidieverlening op basis van deze subsidieoproep sprake is van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat betekent dat er financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV vindt u meer informatie over de AGVV, evenals de vereisten van de AGVV waaraan moet worden voldaan.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen4 begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV eveneens in volle omvang van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband. ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.
De-minimisverordening
Bij de de-minimisverordening is er sprake van specifieke financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 2 vindt u meer informatie over de de-minimisverordening, evenals de vereisten waaraan moet worden voldaan.
Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.
Binnen deze subsidieoproep wordt subsidie verstrekt voor activiteiten die vallen binnen de categorie fundamenteel onderzoek zoals gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (artikel 25, lid 2, sub a). Dit onderzoek richt zich met name op het verwerven van nieuwe kennis en data middels een cohortonderzoek, waarbij een groep mensen met een gemeenschappelijk kenmerk (gezinnen waarbij huiselijk geweld en kindermishandeling plaatsvindt) over een langere periode herhaaldelijk wordt gemeten om verbanden tussen factoren en uitkomsten vast te stellen.
ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.
Voor deze subsidieoproep geldt dat samenwerking tussen het Verwey-Jonker Instituut en Veilig Thuis- organisaties een vereiste is. Ook met andere partijen kan worden samengewerkt. De partijen leggen hun samenwerking vast bij de subsidieaanvraag in Letters of Commitment en na honorering maar voor de start van het project in een samenwerkingsovereenkomst.
Uit de subsidieaanvraag en begroting moet duidelijk naar voren komen:
− met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project. Dit zijn in elk geval partijen die op de begroting voorkomen als een partij die aanspraak wenst te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen maken onderdeel uit van de samenwerking.
− met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.
− welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerking en sponsoring moeten definitief geregeld zijn bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag.
Letter of Commitment
Omdat ZonMw zeker wil weten dat samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage, is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerkings- en sponsorovereenkomst
Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht) met voorbeeldovereenkomsten als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst en de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen in de daarbij horende uitleg. De op deze webpagina en in de uitleg genoemde voorwaarden maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Na honorering van de subsidieaanvraag vraagt ZonMw een definitieve samenwerkingsovereenkomst op en verleent subsidie op voorwaarde dat de overeenkomst door haar geaccepteerd wordt.
In deze subsidieronde kan maximaal € 1.285.000,– worden aangevraagd voor een project met een looptijd van maximaal 48 maanden. Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt € 1.285.000,–.
Cofinanciering is verplicht: iedere deelnemende Veilig Thuis-organisatie is verplicht een financiële bijdrage te leveren aan het project.
Binnen deze subsidieoproep worden projecten gefinancierd die vallen onder de categorie fundamenteel onderzoek.5 De maximale steunintensiteit bedraagt 100% van de in aanmerking komende kosten. De in aanmerking komende kosten hebben betrekking op de kosten van het onderzoek:
− personeelskosten;
− kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij gebruikt worden voor het project;
− kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zijn gebruikt worden voor het project;
− kosten voor contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm’s length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen;
− kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt;
− bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.
Bij de berekening van de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Deze bewijsstukken kunnen, na honorering, op elk moment worden opgevraagd en dienen vervolgens binnen afzienbare tijd te worden aangeleverd aan ZonMw.
Accountantskosten tot een maximum van € 7.500,– mogen bij projecten van € 500.000,– of meer opgenomen worden in de begroting. Door de wijziging van de Algemene subsidiebepalingen ZonMw per 1 april 2022 moet er na afronding van een project van € 125.000,– of meer naast de financiële eindverantwoording ook een controleverklaring van een accountant aangeleverd worden.
– Schrijf uw aanvraag in het Nederlands.
– Reserveer 5% van uw projectbudget voor communicatie en implementatie. Neem dit op in de begroting bij de uitgewerkte subsidieaanvraag.
– De volgende bijlage(n) zijn verplicht om toe te voegen:
• Een ondertekende Letter of Commitment per samenwerkende partij en/of sponsor
• In het geval van staatssteunmaatregel AGVV:
○ ingevulde en ondertekende verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun;
○ ingevulde en ondertekende verklaring onderneming niet in moeilijkheden;
○ ingevulde en ondertekende verklaring cumulatie van staatssteun.
• In het geval van staatssteunmaatregel de-minimis: ingevulde en ondertekende Verklaring de-minimissteun.
• 1 A4 met tijdspad van de cohortstudie.
− Andere bijlagen of meer dan 1 A4 met afbeeldingen, figuren of tabellen worden niet meegenomen bij de beoordeling van uw aanvraag.
Verplichtingen zijn van toepassing wanneer u een subsidie krijgt toegekend. Hiervoor volgt ZonMw de Algemene subsidiebepalingen ZonMw. Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:
− Open Access
Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties). Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.
− Voorwaarden voor valorisatie
ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom dienen de 10 principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de 10 principes zullen naleven.
U dient direct een uitgewerkte subsidieaanvraag in. De uitgewerkte aanvraag wordt door 4 externe referenten op kwaliteit beoordeeld (hoor), waarna de aanvrager de gelegenheid krijgt om hierop schriftelijk te reageren (wederhoor). De uitgewerkte aanvraag inclusief hoor en wederhoor wordt door de beoordelingscommissie Vierde cohortstudie huiselijk geweld en kindermishandeling beoordeeld. De commissie geeft een eindoordeel over de relevantie en kwaliteit. Bij de kwaliteitsbeoordeling baseert zij zich op de aanvraag, de beoordeling van referenten en op het wederhoor van de indieners. De relevantie beoordeelt de commissie zelf. Om voor honorering in aanmerking te komen dient een subsidieaanvraag minimaal de beoordeling relevant en van voldoende kwaliteit te krijgen.
Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers.
De uitgewerkte subsidieaanvraag wordt beoordeeld op relevantie. De relevantiecriteria zijn hieronder nader beschreven.
Aansluiting bij het doel
De doelstelling van het project sluit goed aan bij het doel van de subsidieoproep, zoals beschreven in hoofdstuk 2.
Samenwerking
Uit de subsidieaanvraag blijkt:
• met welke Veilig Thuis-regio’s wordt samengewerkt en hoe zij in het onderzoek betrokken worden. Voor de uitvoering van de vierde cohortstudie worden de 13 VT-regio’s benaderd die participeerden in de tweede cohortstudie uit 2020 ‘Kwestie van lange adem’. Deze selectie ligt in lijn met de cyclus van de systematiek, waarbij deze VT-regio’s conform de werkwijze aan de beurt zijn voor herhaalde deelname.
• hoe de begeleidingscommissie van de vierde cohortstudie is ingericht, welke rol en verantwoordelijkheden zij heeft en op welke momenten zij bij elkaar komt. De begeleidingscommissie dient te bestaan uit (een afvaardiging van) vertegenwoordigers van de deelnemende VT-regio’s, vertegenwoordigers vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van Justitie en Veiligheid, VNG, Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, CBS, ervaringsdeskundige ouders en jongeren en wetenschappelijke experts. ZonMw wordt als waarnemer hiervoor uitgenodigd. Het Verwey-Jonker Instituut is verantwoordelijk voor de samenstelling en coördinatie van de begeleidingscommissie.
Impact
Uit de subsidieaanvraag blijkt:
• dat de studie een identieke systematiek en methodologie volgt in de uitvoering als de in 2020 gepubliceerde cohortstudie. Afwijkingen daarvan zijn passend gemotiveerd.
• hoe inzicht wordt verkregen in de effecten en resultaten van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling en de hulpverleningstrajecten voor gezinnen.
• hoe de cohortstudie landelijk en lokaal inzichten geeft in trends, en een verdiepingsslag kan geven op vraagstukken die uit vorige cohortstudies naar boven zijn gekomen, zoals het belang van het begrijpen van de functie van geweld in een gezin en/of tussen partners.
• hoe de cohortstudie input oplevert voor de impactmonitor van het CBS als het gaat om de outcome-indicatoren op landelijk niveau. Het is duidelijk hoe de outcome-variabelen worden meegenomen in de landelijke en regionale gegevens van de landelijke impactmonitor Huiselijk geweld en Kindermishandeling van het CBS. Het aanpassen en aanleveren van gegevens voor deze impactmonitor, is onderdeel van dit project.
• hoe de cohortstudie informatie oplevert voor het dashboard Veilig Thuis, dat gebruikt kan worden om regionaal beleid te monitoren en aan te scherpen. Inmiddels hebben alle Veilig Thuis-regio’s een keer deelgenomen aan de cohortstudie huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is duidelijk hoe een herhaling van de cohortstudie regio’s belangrijke inzichten kan geven in de ontwikkelingen die zij hebben ingezet.
• hoe verschillen tussen de Veilig Thuis-regio’s in kaart worden gebracht en hoe daarover wordt gerapporteerd.
• hoe, in overleg met de VT-regio’s, de resultaten uit het onderzoek verder regionaal gedeeld en verspreid worden, zodat ze een bijdrage leveren aan het verbeteren van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.
• hoe er wordt aangesloten op de eerdere cohortstudies en hoe er gebruik gemaakt wordt van de ervaringen die daarmee zijn opgedaan.
Diversiteit
• Beschrijf hoe u aandacht besteedt aan diversiteit en differentiatie van de doelgroep naar kenmerken zoals sekse en gender, leeftijd, sociaaleconomische situatie, opleidingsniveau, migratie- en culturele achtergrond en seksuele diversiteit, waar relevant voor de thematiek van het project. Zie ook Diversiteit in de samenleving, zorg en onderzoek | ZonMw
Participatie
• Beschrijf hoe u belanghebbenden, de einddoelgroep of eindgebruiker die beschikt over ervaringsdeskundigheid, betrekt bij het project. Met ‘betrekken’ bedoelen we concreet het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten (mee)beslissen van betrokkenen bij het opstellen van de subsidieaanvraag en het uitvoeren van het project. Zie ook: Participatie en Citizen Science | ZonMw
Toegang tot data
• ZonMw stimuleert optimaal gebruik van data. Geef aan hoe u toekomstige data/resultaten FAIR deelt. Houd bij de planning en begroting van uw project rekening met de kansen en vereisten met betrekking tot FAIR data en datamanagement. Zie ook FAIR-metadata en data in onderzoeksprojecten | ZonMw
De uitgewerkte aanvraag wordt beoordeeld op kwaliteit. De kwaliteitscriteria zijn hieronder nader beschreven.
Doelstelling en vraagstelling
• De doelstelling is concreet beschreven. Hierbij wordt in het bijzonder gelet op helderheid, reikwijdte en op een SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) formulering.
• De vraagstelling sluit aan op de doelstelling en is toetsbaar. Begrippen zijn duidelijk gedefinieerd en geoperationaliseerd.
Plan van aanpak
• Het plan van aanpak sluit aan op de doelstelling, vraagstelling en op te leveren producten.
• De gekozen methoden, instrumenten en analyses zijn goed uitgewerkt, inclusief de theoretische en/of empirische onderbouwing.
• De volgende outcome-indicatoren worden (in ieder geval) gemeten:
○ percentage afname en stoppen van het huiselijk geweld en kindermishandeling in gezinnen.
○ ervaren veiligheid van volwassenen en kinderen (veiligheid en emotionele veiligheid).
○ beoordeling welzijn van ouders en kinderen (o.a. kwaliteit van leven, traumatisering, gedragsproblematiek).
○ opvoedrelatie (veiligheid in de hechting, opvoedingsstress, ouderschapsvaardigheden).
○ welke (in)formele hulp is ingeschakeld.
○ tevredenheid van volwassenen en kinderen over de geboden hulp.
○ de elementen van veerkrachtig functioneren bij kinderen (voortbouwend op de pilot die is uitgevoerd in de derde cohortstudie).
• Het is duidelijk hoe deze outcome-indicatoren worden gemeten en de passendheid is onderbouwd.
• Bij de subsidieaanvraag zit een powerberekening. Hierbij is het van belang om op een aantal kernindicatoren per respondent-categorie met voldoende power mogelijke effecten te kunnen meten.
• De dataverzameling betreft ten minste 3 momenten: het eerste vlak na melding bij Veilig Thuis (T0), het tweede 1 jaar na melding (T1) en het derde 2,5 jaar na melding (T2).
• Beschrijf helder welke strategieën worden ingezet om voldoende deelnemers te werven en uitval te voorkomen.
• Er is een duidelijke fasering en tijdsplanning van het project.
Haalbaarheid
• Maak aannemelijk dat het doel van de subsidieaanvraag binnen de gestelde tijd wordt bereikt met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen.
• Beschrijf een realistisch beeld van de kansen en belemmeringen bij de uitvoering, en hoe hiermee wordt omgegaan.
Projectgroep
• Beschrijf hoe de samenstelling van de projectgroep bijdraagt aan de kwaliteit van de cohortstudie.
• De projectgroep heeft aantoonbaar ervaring met het uitvoeren van een cohortstudie.
• De projectgroep heeft aantoonbaar ervaring in het doen van onderzoek op het terrein van huiselijk geweld en kindermishandeling.
• De projectgroep heeft uitstekende kennis van de Nederlandse situatie op het gebied van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Begroting
• Uit de begroting wordt duidelijk wie van welke organisatie in welke functie voor hoeveel uur wordt ingezet. De bijdrage van alle deelnemende partijen wordt hierdoor inzichtelijk.
• De verplichte cofinanciering van de deelnemende VT-organisaties is in de begroting opgenomen.
• De begroting is realistisch en in overeenstemming met het plan van aanpak van de subsidieaanvraag.
• Er is voldoende budget opgenomen voor de participatie van jongeren en ouders met ervaringskennis/ervaringsdeskundigheid.
• 5% van het budget is gereserveerd voor communicatie en implementatie.
Meer informatie over deze criteria vindt u in de procedurebrochure.
Om voor honorering in aanmerking te komen moet de uitgewerkte subsidieaanvraag minimaal de beoordeling ‘relevant’ en van ‘voldoende’ kwaliteit hebben gekregen. Valt de aanvraag in een van de niet-genummerde cellen (zie prioriteringsmatrix) dan komt deze niet voor honorering in aanmerking.
Bij een ‘zeer relevant’ of ‘relevant’ voorstel met ‘matige’ kwaliteit kan de commissie besluiten de subsidieaanvraag aan te houden. De aanvrager ontvangt dan aanwijzingen om de kwaliteit te verbeteren. Daarna beoordeelt de commissie de aanvraag opnieuw. Afhankelijk van het oordeel volgt subsidietoekenning of afwijzing.
|
Kwaliteit |
Relevantie |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
Zeer relevant |
Relevant |
Laag relevant |
Onvoldoende relevant |
|||
|
Zeer goed |
1 |
4 |
||||
|
Goed |
2 |
5 |
||||
|
Voldoende |
3 |
6 |
||||
|
Matig |
||||||
|
Onvoldoende |
||||||
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Sluitingsdatum voor het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag is dinsdag 1 september, om 14.00 uur.
Het gehele tijdpad voor deze subsidieronde kunt u hier zien.
− Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt moet u zich eerst registreren als 'Nieuwe gebruiker'.
− Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
− Wij raden u aan om, voordat u uw aanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw aanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw aanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.
Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met ValidSign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken. U kunt controleren of uw PDF een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt ook de PDF in een browser openen, indien uw bestand beveiligd is komt dit in een balkje bovenin te staan.
De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw of per mail gestuurd worden naar ZonMw, ter attentie van Daniela van Elburg, watwerktjeugd@zonmw.nl. De verklaring moet uiterlijk één week na indiening binnen zijn.
Neem voor inhoudelijke vragen contact op met: Yvonne Benard, 070 349 51 75, watwerktjeugd@zonmw.nl. Werkdagen: ma, di, wo-ochtend, do.
Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.
– Op de ZonMw website leest u meer over:
– Instructies over FAIR-datamanagement voor subsidieaanvragers
– Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de AGVV. Deze vindt u hieronder.
− ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.6
− ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project of van aanvang van de activiteiten eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.7
− ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.8 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun ingevuld en ondertekend toe.
− ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden.9 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring onderneming niet in moeilijkheden ingevuld en ondertekend toe.
− Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Indien reeds door een bestuursorgaan of door de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, dan zal ZonMw slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekken dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag dat op basis van de AGVV mag worden verleend.10 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring cumulatie van staatssteuningevuld en ondertekend toe.
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de de-minimisverordening moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de de-minimisverordening. Deze vindt u hieronder.
Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000, – aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de twee voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen. Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, zou dat in de betreffende subsidiebeschikking of andere document uitdrukkelijk moeten zijn aangegeven.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat alle ondernemingen die binnen het project subsidie ontvangen een eigen de-minimisverklaring moeten aanleveren.
Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun, vermeerderd met wettelijke rente.
Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) geeft aan wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.
Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:
a. één van de situaties bedoeld in artikel 1 van de de-minimisverordening zich voordoet waarbij toepassing van de de-minimisverordening is uitgesloten;
of
b. door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond zou worden overschreden;
of
c. uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Paragraaf 1.3. onder 15 onder (ee) van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2014/C 198/01) (hierna: Kaderregeling).
Paragraaf 1.3. onder 15 onder (ee) van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2014/C 198/01) (hierna: Kaderregeling).
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV
Paragraaf 1.3. onder 15 onder (ee) van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2014/C 198/01) (hierna: Kaderregeling).
Paragraaf 1.3. onder 15 onder (ee) van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (2014/C 198/01) (hierna: Kaderregeling).
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23445.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.