Mededeling Implementatie wijziging Richtlijn (EU) 2024/1265

Mededeling van de Minister van Financiën van 22 juni 2026, 2026-0000263641, betreffende implementatie in Nederlandse wetgeving van Richtlijn (EU) 2024/1264 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten

In aanvulling op de mededeling van 17 november 2025, 2025-0000534900, deelt de Minister van Financiën mede dat Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (hierna: de richtlijn) in Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd op de wijze zoals weergegeven in de transponeringstabel bij deze mededeling. In de tabel is tevens vermeld aan welke bepalingen door middel van bestaand recht uitvoering is gegeven. De datum met ingang waarvan de gewijzigde richtlijn in de Nederlandse rechtsorde van toepassing wordt, is 31 december 2025. Deze mededeling zal tevens aan de Europese Commissie worden gestuurd ter voldoening aan artikel 2 van de richtlijn.

De Minister van Financiën, Namens deze, de Directeur Juridische Zaken K. Werkhorst

BIJLAGE. AANGEPASTE TRANSPONERINGSTABEL

Aangepaste transponeringstabel behorende bij Richtlijn 2024/1265/EU van de Raad tot wijziging van de Richtlijn 2011/85/EU betreffende de voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten

Artikel, -lid of – onderdeel EU-

regeling

Bepaling richtlijn 2011/85/EU

Bepaling in implementatieregeling of

bestaande regeling

Omschrijving beleidsruimte

Art. 1, eerste lid, onder a

Art. 2, eerste alinea

Reeds onderdeel van het bestaand recht (artikel 1 van de Wet Hof).

N.v.t.

Art. 1, eerste lid, onder b, i) en ii)

Art. 2, tweede alinea, onder a en c

Behoeft geen implementatie. Beperkte wijziging van definitiebepaling, wordt niet gebruikt in nationale

wetgeving.

N.v.t.

Art. 1, eerste lid, onder b, iii)

Art. 2, tweede alinea, onder e

Behoefte geen implementatie. Beperkte wijziging van definitiebepaling.

N.v.t.

Art. 1, eerste lid, onder b, iv)

Art. 2, tweede alinea, onder h

Beperkte wijziging van definitiebepaling, behoeft geen implementatie.

N.v.t.

Art. 1, tweede lid

Art. 3, eerste lid

Reeds onderdeel van het bestaande recht (artikel 1 Wet Hof). Definitiebepaling EMU-saldo en EMU-schuld.

N.v.t.

Art. 1, tweede lid

Art. 3, tweede lid

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Relevant voor deze verplichting zijn artikel 2, zesde lid, van de Wet Hof en de Voorschriften voor statistieken over de overheidsfinanciën.1

N.v.t.

Art. 1, tweede lid

Art. 3, derde lid

Behoeft geen implementatie. Betreft een verplichting gericht aan de Commissie.

N.v.t.

Art. 1, derde lid, onder a

Art. 4, eerste lid

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Betreft een verplichting tot feitelijk handelen gericht aan de lidstaat. Relevant voor deze verplichting zijn: artikel 2, tweede lid, sub c (bestaand recht) en artikel 2a, derde lid van de Wet Hof (geïntroduceerd in artikel I. onderdeel C, van de Implementatiewet herziene

Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, derde lid, onder b en d

Art. 4, vierde en zevende lid

Behoeft geen implementatie. Artikelen richtlijn worden geschrapt.

N.v.t.

Art. 1, derde lid, onder c

Art. 4, vijfde lid

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Relevant voor deze verplichting zijn: artikel 2, tweede lid, onder c (bestaand recht), artikel 2a, derde lid en artikel 2b, eerste lid, onder a van de Wet Hof. (Beide artikelen zijn geïntroduceerd in Artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, derde lid, onder c

Art. 4, zesde lid

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Relevant voor deze verplichting zijn: artikel 4 en 5 van de Wet voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan en aanwijzing 5 van de Aanwijzingen voor de Planbureaus (beide artikelen zijn onderdeel van het bestaand recht).

N.v.t.

Art. 1, vierde lid

Art. 5

Geïmplementeerd door middel van artikel 2 derde lid, onderdeel a, subonderdeel i van de Wet Hof (artikel I, onderdeel B, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, vijfde lid, onder a

Art. 6, eerste lid

Behoeft geen implementatie. Taken begrotingsinstellingen zijn neergelegd in artikel 2b van de Wet Hof (geïntroduceerd in artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, vijfde lid, onder b

Art. 6, tweede lid

Behoefte geen implementatie, betreft een beperkte wijziging van de richtlijn.

N.v.t.

Art. 1, zesde lid

Art. 7

Behoefte geen implementatie, betreft een beperkte wijziging van de richtlijn.

N.v.t.

Art. 1, zevende lid

Art. 8

Behoeft geen implementatie. Het geschrapte artikel is niet gericht aan Nederland.

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, eerste lid

Geïmplementeerd door middel van artikel 2a, eerste lid, van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels). Zowel de Afdeling advisering van de Raad van State (Afdeling advisering) als het Centraal Planbureau (CPB)

zijn in dit artikel opgenomen.

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, tweede lid

Behoeft geen implementatie. Nederland kent twee onafhankelijke begrotingsinstellingen: de Afdeling advisering en het

CPB.

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, derde lid

Behoeft geen implementatie Relevant voor deze verplichting is artikel 8 van de Wet op de Raad van State (bestaand recht).

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, vierde lid, onder a

Reeds onderdeel van het bestaand recht voor de Afdeling advisering (artikel 73 e.v. van de Grondwet). Voor het CPB geïmplementeerd in artikel 2b, derde lid, van de

N.v.t.

   

Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

 

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, vierde lid, onder b

Reeds onderdeel van het bestaand recht voor de Afdeling advisering (artikel 73 Grondwet e.v.). Voor het CPB onderdeel van het bestaande recht in aanwijzing 9 van de Aanwijzingen voor de Planbureaus en geïmplementeerd in artikel 2b, vierde lid, van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, vierde lid, onder c

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Betreft een verplichting tot feitelijk handelen gericht aan de lidstaat.

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, vierde lid, onder d

Artikel 2b, vierde lid, van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, vierde lid, onder e

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Betreft een verplichting tot feitelijk handelen gericht aan lidstaat. Relevant voor deze verplichting voor het CPB zijn artikel 4 van de Wet op de Voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan en aanwijzing 5 van de Aanwijzingen voor de Planbureaus (allebei bestaand recht).

N.v.t.

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, vijfde lid

Geïmplementeerd door middel van artikel 2b, eerste lid, van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

De taakverdeling is als volgt:

a) Opstellen, beoordelen en bekrachtigen van jaarlijkse en meerjarige macro-economische prognoses: Deze taak zal worden uitgevoerd door het CPB.

b) Monitoren van de naleving van de landspecifieke cijfermatige begrotingsregels overeenkomstig artikel 6, tenzij andere instanties daarvoor instaan: deze taak zal worden uitgevoerd door de Afdeling advisering.

c) Uitvoeren van taken overeenkomstig artikel 11, artikel 15, derde lid, en artikel 23 van Verordening (EU) 2024/1263 en artikel 3, vijfde lid, van

Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad:

c-1) Artikel 11 en 15, derde lid, van Verordening 2024/1263: deze taak zal worden uitgevoerd door het CPB.

c-2) Artikel 23 van Verordening 2024/1263: het monitoren van de naleving van de landspecifieke cijfermatige begrotingsregels wordt deels uitgevoerd door de Afdeling advisering en deels uitgevoerd door het CPB.

c-3) Artikel 3, vijfde lid, van Verordening 1467/97: het CPB zal het budgettaire effect van de genomen maatregelen ramen, op basis waarvan een vergelijking met de doelstellingen kan worden gemaakt.

d) Beoordelen de consistentie, samenhang en doeltreffendheid: De exacte invulling van deze taak moet nog worden ingevuld. Het CPB heeft een rol als onderdeel van de onafhankelijke

Adviesgroep Studiegroep

N.v.t.

   

Begrotingsruimte (SBR). De Afdeling advisering heeft een rol in het kader van de reflectie op de budgettaire kaders en begrotingsregels.

e) op uitnodiging deelnemen aan regelmatige hoorzittingen en debatten in het nationale parlement: geldt voor zowel de Afdeling advisering als het CPB.

 

Art. 1, achtste en negende lid

Art. 8 bis, zesde lid

Geïmplementeerd door middel van artikel 2b, tweede lid, van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene

Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, tiende lid, onder a

Art. 9, eerste lid

Behoeft geen implementatie. Betreft een beperkte wijziging. Relevant is artikel 2, tweede lid, van de Wet

Hof.

N.v.t.

Art. 1, tiende lid, onder b (i)

Artikel 9, tweede lid

Behoeft geen implementatie. Betreft een beperkte wijziging van de richtlijn.

N.v.t.

Art. 1, tiende lid, onder b (ii)

Art. 9, tweede lid, onder a

Behoeft geen implementatie. Betreft een beperkte wijziging van de richtlijn. Relevant voor deze verplichting zijn artikel 2, derde lid, onder a(ii) en

(iii) en artikel 2, derde lid, onder a(i) van de Wet Hof.

N.v.t.

Art. 1, tiende lid, onder b (iii)

Art. 9, tweede lid, onder c

Geïmplementeerd door middel van artikel 2c van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, tiende lid, onder b (iii)

Art. 9, tweede lid, onder d

Artikel 2c van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, elfde lid (art. 10)

Art. 10

Reeds onderdeel van het bestaande recht in artikel 2, tweede lid, en artikel 2, derde lid, subonderdeel ii en iii van de Wet Hof. Deels geïmplementeerd door middel

van artikel 2, derde lid,

N.v.t.

   

subonderdeel i van de Wet Hof (artikel I, onderdeel B, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

 

Art. 1, elfde lid (art. 11)

Art. 11

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Betreft een beperkte wijziging ten opzichte van oorspronkelijk richtlijn.

N.v.t.

Art. 1, twaalfde

Titel hoofdstuk IV

Behoeft naar zijn aard geen implementatie.

N.v.t.

Ar. 1, dertiende lid

Art. 12

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Betreft een beperkte wijziging ten opzichte van oorspronkelijk richtlijn.

N.v.t.

Art. 1, veertiende lid

Art. 14, eerste lid

Reeds onderdeel van het bestaand recht (artikel 1 van de Wet Hof – definitiebepaling ‘begrotingsbeleid’).

N.v.t.

Art. 1, vertiende lid

Art. 14, derde lid

Geïmplementeerd door middel van artikel 2c van de Wet Hof (artikel I, onderdeel C, van de Implementatiewet herziene Europese begrotingsregels).

N.v.t.

Art. 1, vijftiende lid

Art. 16

Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Betreffen verplichtingen gericht aan de Commissie.

N.v.t.

Art. 2

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 3

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Art. 4

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Naar boven