Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 3 juli 2026, nr. WJZ/107042987, tot wijziging van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies in verband met de invoering en openstelling van de subsidiemodule Jong Leren Eten 2027–2028 [KetenID WGK 29210]

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 5, 15, 16, 17, eerste en derde lid, 19, tweede lid, 25, artikel 44, tweede lid, en artikel 50, zevende lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV- subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.17.1 wordt als volgt gewijzigd:

a. De begripsomschrijving van ‘aanvrager’ wordt vervangen door:

aanvrager:

organisatie, gemeente of gemeentelijke gezondheidsdienst met expertise op het raakvlak van natuur en voedseleducatie of op het raakvlak van gezondheid en voedseleducatie, dan wel de deelnemer aan een samenwerkingsverband daarvan, waarvoor een aanvraag voor subsidie in het kader van deze titel is gedaan;

b. De begripsomschrijving van ‘Jong Leren Eten-makelaar’ wordt vervangen door:

Jong Leren Eten-makelaar:

een natuurlijk persoon met aantoonbare expertise op het raakvlak van gezondheid en voedseleducatie of op het raakvlak van natuur en duurzaamheid en voedseleducatie, die in het werkplan van de aanvrager wordt genoemd;

c. Na de begripsomschrijving van ‘Programma Jong Leren Eten 2025–2026’ wordt de volgende begripsomschrijving ingevoegd:

Programma Jong Leren Eten 2027–2028:

tweejarig beleidsprogramma waarin de Rijksoverheid provincies, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties stimuleert om samen te werken om kinderen en jongeren structureel meer kennis te bieden over de herkomst van voedsel en hen te leren over verstandige, gezonde, duurzame keuzes op het gebied van voeding.

d. De begripsomschrijvingen van ‘groene Jong Leren Eten-makelaar’, ‘Programma Jong Leren Eten 2022–2024’ en ‘witte Jong Leren Eten-makelaar’ vervallen.

B

Artikel 2.17.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt ‘2022–2024’ telkens vervangen door ‘2027–2028’;

2. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. het bestendigen van netwerken voor structurele ondersteuning van voedseleducatie;

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Geen subsidie wordt verstrekt in geval een Jong Leren Eten-makelaar optreedt als aanbieder van projecten uit de eigen organisatie, tenzij aannemelijk is gemaakt dat er geen andere partijen voor deze projecten uit de eigen organisatie beschikbaar zijn.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De makelaar, bedoeld in het eerste lid, beschikt over aantoonbare kennis en ervaring en relevante netwerken op het terrein van het stimuleren en borgen van voedseleducatie.

C

Artikel 2.17.3 komt te luiden:

Artikel 2.17.3. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste voor de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.17.4, eerste lid, onderdelen a en b samen:

€ 200.000 voor de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen en Zeeland afzonderlijk;

€ 260.000 voor de provincies Limburg, Overijssel en Utrecht afzonderlijk;

€ 330.000 voor de provincies Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland en Zuid-Holland afzonderlijk.

D

Aan artikel 2.17.4 worden een derde en een vierde lid toegevoegd die komen te luiden:

  • 3. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van het besluit zijn de kosten, bedoeld in het eerste lid, voor Programma Jong Leren Eten 2027–2028 subsidiabel vanaf 1 januari 2027.

  • 4. Het vaste uurtarief, bedoeld in artikel 14 van het besluit, voor de loonkosten van een makelaar wordt voor de subsidieperiode 2027–2028 vastgesteld op 110 euro per uur.

E

Artikel 2.17.5 komt te luiden:

Artikel 2.17.5. Verdeling per provincie

  • 1. De minister verstrekt per provincie maximaal 1 subsidie.

  • 2. De minister wijst per provincie de subsidie toe op volgorde van rangschikking.

F

In artikel 2.17.7 wordt na ‘toegekend’ ingevoegd ‘, dan wel afzonderlijk per criterium niet ten minste vijf punten zijn toegekend’.

G

Artikel 2.17.8 komt te luiden:

Artikel 2.17.8. Rangschikkingscriteria

  • 1. De minister rangschikt de aanvragen hoger naarmate:

    • a. het werkplan meer bijdraagt aan de doelen van het Programma Jong Leren Eten 2027–2028;

    • b. de kwaliteit van het werkplan en de begroting hoger is;

    • c. de makelaar meer beschikt over een voor het Programma Jong Leren Eten 2027–2028 relevant netwerk, en de benodigde competenties, kennis, en ervaring.

  • 2. De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe aan een aanvraag.

H

Artikel 2.17.9 komt te luiden als volgt:

Artikel 2.17.9 Informatieverplichtingen

  • 1. De aanvraag voor Programma Jong Leren Eten bevat ten minste:

    • a. een werkplan voor 2027 tot en met 2028, inclusief een jaarplan voor 2027;

    • b. een begroting voor 2027 tot en met 2028, inclusief een specifieke begroting voor 2027;

    • c. het curriculum vitae van de Jong Leren Eten-makelaar.

  • 2. Het werkplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is enerzijds gericht op stimulering en continuering van voedseleducatie, anderzijds op borging en bevat in ieder geval een beschrijving van:

    • a. de geplande activiteiten voor 2027–2028 en hoe deze activiteiten bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Programma Jong Leren Eten 2027–2028;

    • b. de activiteiten die de Jong Leren Eten-makelaar voornemens is te organiseren ten behoeve van de samenwerking tussen de verschillende partijen die een rol spelen bij de uitvoering van het Programma Jong Leren Eten 2027–2028 in de provincie waarin de Jong Leren Eten-makelaar wordt ingezet en de doelstellingen van dat programma die daarmee worden bereikt;

    • c. de kansen en mogelijke risico’s door samenwerking met de verschillende partijen, bedoeld in onderdeel b, voor zover zij activiteiten uitvoeren ten behoeve van kinderopvangcentra of onderwijsinstellingen.

  • 4. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, dient de aangeleverde informatie een duidelijk inzicht te geven in de organisatie van het samenwerkingsverband, waaronder het aandeel van elke deelnemer in het samenwerkingsverband in werkplan en begroting.

I

Artikel 2.17.10 komt te luiden als volgt:

Artikel 2.17.10. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. Uiterlijk op 31 januari 2028 worden de jaarrapportage 2027 en een jaarplan en begroting voor 2028 ingediend;

  • 2. De aanvraag om subsidievaststelling en de jaarrapportage 2028 worden uiterlijk ingediend voor de in de beschikking tot subsidieverlening te vermelden datum.

  • 3. De subsidieontvanger waarborgt de kwaliteit en inzet van de Jong Leren Eten-makelaar.

  • 4. In afwijking van artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het besluit, behoeft, indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, het verzoek om subsidievaststelling niet vergezeld te gaan van een accountantsverklaring, maar wel van een directieverklaring.

J

In artikel 2.17.12 wordt ‘28 januari 2027’ vervangen door ‘29 januari 2029’.

ARTIKEL II

In de tabel in artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt in de numerieke volgorde een rij ingevoegd, luidende:

Titel 2.17: Programma Jong Leren Eten 2027–2028

2.17.2

   

1 september 2026 t/m 25 september 2026

Ten hoogste € 200.000 tot € 330.000 voor activiteiten die in dezelfde provincie worden uitgevoerd, afhankelijk van de provincie.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juli 2026

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

TOELICHTING

1. Aanleiding en doel

De subsidiemodule Jong Leren Eten is zowel in 2021 als 2024 opengesteld voor subsidies in de respectievelijke periodes 2022–2024 en 2025–2026. Deze subsidie in het kader van voedseleducatie is verleend aan organisaties, gemeenten en gemeentelijke gezondheidsdiensten die een zogenoemde Jong Leren Eten-makelaar (ook wel: JLE-makelaar) inzetten om het Programma Jong Leren Eten (JLE) uit te voeren. Dit programma heeft als doel om maatschappelijke initiatieven op het terrein van voedseleducatie te verbinden en te versterken. Op die manier komen zoveel mogelijk kinderen en jongeren via kinderopvang en het onderwijs meer structureel in aanraking met informatie over duurzaam en gezond voedsel.

De Tweede Kamer is op 19 januari 2026 (36 800 XIV, nr. 12) geïnformeerd over de verlenging van JLE tot en met 2028 en de resultaten van de evaluatie (2021–2024). Deze evaluatie geeft aan dat JLE een belangrijke impuls gegeven heeft aan de aandacht rondom voedseleducatie door het bij elkaar brengen van partijen. De kwaliteit van het aanbod voor voedseleducatie is sterk verbeterd. Activiteiten zijn beter belegd bij de samenwerkingspartners en zij zijn positief over het bereik van de activiteiten. Geconcludeerd wordt dat de aanjaagrol van JLE komende jaren nog noodzakelijk blijft om de aandacht voor voedseleducatie te behouden bij zowel de onderwijsorganisaties als de ondersteunende partijen.

Aangezien de subsidiemodule voor de eerste keer gepubliceerd is in 2021 en nu verlengd wordt tot 29 januari 2029 is artikel 4.10 van de Compatibiliteitswet van toepassing. Deze wet geeft aan dat een subsidiemodule verlengd mag worden indien het stoppen van een activiteit afbreuk doet aan de effectiviteit van de activiteit waarvoor subsidie verleend wordt.

De JLE-evaluatie geeft aan dat de inzet van JLE noodzakelijk blijft. De aanjaagrol wordt hoofdzakelijk door de JLE-makelaars vervuld. Met de wijziging van de subsidiemodule JLE kunnen organisaties, of een samenwerkingsverband daarvan, subsidie aanvragen voor de inzet van JLE-makelaars in 2027 en 2028. Hierdoor kan de inzet van JLE-makelaars in 2027–2028 gecontinueerd worden om daarmee de aandacht voor voedseleducatie te behouden. Aan 16 organisaties is in de voorgaande periode subsidie verleend vanuit de JLE-subsidiemodule.

Het wijzigen van de vervaldatum (de zogenaamde horizonbepaling) van de subsidiemodule van 2027 naar 2029 heeft geleid tot een voorhangprocedure van de ontwerp-wijzigingsregeling bij de Tweede Kamer conform artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Dat heeft geen reactie opgeleverd. De subsidiemodule kan aldus verlengd worden.

2. Hoofdlijnen subsidie

Het zwaartepunt van de uitvoering van het programma JLE ligt op regionaal niveau en wordt uitgevoerd via de hierboven reeds geïntroduceerde JLE-makelaars. Een JLE-makelaar werkt bij een organisatie, gemeente of gemeentelijke gezondheidsdienst met expertise op het raakvlak van natuur, duurzaamheid en voedseleducatie en/of op het raakvlak van gezondheid en voedseleducatie.

Sinds 2017 werken twee à drie JLE-makelaars per provincie aan het koppelen van de vraag van scholen en kinderopvangcentra naar voedseleducatie aan het landelijke en regionale aanbod van voedseleducatie. Hierbij hebben de JLE-makelaars aansluiting gezocht bij bestaande netwerken, programma’s en initiatieven, wat geleid heeft tot verbindingen tussen partners die gezamenlijk werken aan voedseleducatie. De komende periode richten JLE-makelaars zich, naast het bevorderen en faciliteren van voedseleducatie, vooral op de structurele borging van voedseleducatie binnen bestaande netwerken, partners en beleidsterreinen. Zij maken daartoe een gezamenlijk werkplan voor de werkzaamheden in de gehele provincie. De organisaties van de JLE-makelaars kunnen een samenwerkingsverband aangaan, waarmee zij gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering van dit werkplan, voor de rechtmatige besteding van de middelen en voor het leveren van een gekwalificeerde medewerker als JLE-makelaar. Bij een samenwerkingsverband treedt één van de organisaties op als penvoerder voor de subsidieaanvraag.

De wijziging betreft een nieuwe openstelling voor de periode 2027–2028, waarbij op basis van de rangschikkingscriteria bepaald wordt aan welke organisaties subsidie verleend wordt.

Deze wijzigingsmodule wordt eenmalig opengesteld van 1 september 2026 tot en met 25 september 2026. Hiervoor geldt een subsidieplafond van € 3.100.000, waarvoor ten hoogste € 330.000 bedoeld is voor activiteiten die in dezelfde provincie worden uitgevoerd.

3. Uitvoering door RVO

De aanvraag wordt conform artikel 50, tweede lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. De subsidieaanvraag verloopt digitaal via het e-Loket van RVO. Subsidieaanvragers die gebruik willen maken van deze subsidiemodule dienen een verzoek in om in aanmerking te komen voor subsidie voor de nieuwe periode. Namens de minister zal RVO in mandaat de aanvragen voor deze subsidie beoordelen en al dan niet de subsidie verlenen.

Op basis van opgedane ervaring met de subsidiemodules 2022–2024 en 2025–2026 is de subsidiemodule 2027–2028 beperkt aangepast. Binnen één provincie maakten de JLE-makelaars veelal één gezamenlijk werkplan. De subsidieaanvraag werd in negen provincies ingediend door één organisatie voor de inzet van JLE-makelaars vanuit meerdere organisaties. Vaak beheerde één organisatie het gehele werkbudget. De aanvrager was verantwoordelijk voor de financiën rondom de subsidie en daarmee de afstemming met de andere organisatie(s). Dit zorgde voor uitvoeringslasten bij de aanvragers.

Om de uitvoeringslasten te verlagen biedt de subsidiemodule 2027–2028 de optie om één aanvraag in te dienen namens een samenwerkingsverband, waarbij RVO na subsidieverlening de voorschotten overmaakt naar de afzonderlijke deelnemers.

4. Regeldruk

Deze subsidiemodule levert eenzelfde type administratieve lasten op als bij JLE-subsidiemodules 2022–2024 en 2025–2026. In deze paragraaf wordt een inschatting gegeven van de kosten van de administratieve lasten voor de nieuwe openstelling, waarbij gekeken is naar de lastendruk bij de modules 2022–2024 en 2025–2026.

Subsidieaanvragers die gebruik willen maken van de subsidiemodule moeten administratieve handelingen verrichten om de aanvraag in te dienen, om aan verplichtingen tijdens de looptijd van een gesubsidieerd project te voldoen en voor subsidievaststelling.

Voor indiening van de subsidieaanvraag moet een aanvrager kennis nemen van de regeling (2 uur), gegevens verkrijgen (2 uur) een projectplan en begroting opstellen (24 uur) en de aanvraag invullen (2 uur). In totaal wordt ingeschat dat hiervoor 30 uur nodig is.

17 organisaties hebben subsidie aangevraagd vanuit de JLE-subsidiemodule 2025–2026. Aan 16 subsidieaanvragers is subsidie verleend. Eén aanvrager voldeed niet aan de voorwaarden van de regeling. Aangezien maximaal 1 subsidieaanvraag per provincie gehonoreerd kan worden, wordt ingeschat dat in de nieuwe periode maximaal 16 organisaties subsidie aanvragen en 12 subsidie ontvangen.

De aanvragers zijn verplicht om tijdens de projectfase een jaarplan voor 2028 (8 uur) op te stellen evenals de jaarrapportage 2027 (8 uur). Samen met het indienen van het jaarplan en de jaarrapportage (2 uur) komt dit neer op naar verwachting 18 uur per aanvraag.

Bij de subsidievaststelling moet het subsidievaststellingsformulier ingevuld worden (2 uur) en moet een eindverslag (16 uur) en financiële verantwoording (4 uur) opgesteld worden. Voor subsidievaststelling wordt 22 uur aan administratieve lasten per aanvraag verwacht.

Tabel 1: Administratieve lasten verbonden aan de indiening van een subsidieaanvraag en de verplichtingen na subsidieverlening, per aanvraag en in totaal, uitgaande van een uurtarief van € 100,00.

Handeling

Uitgangspunt berekening

Administratieve lasten per aanvraag

Totale administratieve lasten

Subsidieverlening

30 uur * € 100,00

€ 3.000

Bij 16 subsidieaanvragen: 48.000

Tijdens looptijd project

18 uur * € 100,00

€ 1.800

Bij 12 subsidieverleningen: € 21.600

Subsidievaststelling

22 uur * € 100,00

€ 2.200

Bij 12 subsidieverleningen: € 26.400

Totaal

 

€ 7.000

€ 96.000

De totale administratieve lasten die voortvloeien uit deze module, onder de aanname van maximaal 16 aanvragen en van 12 toegekende subsidies, worden daarmee ingeschat op € 96.000.

Er is een budget van € 3.100.000 miljoen waarmee 12 projecten worden gefinancierd. Aanvragen die niet in aanmerking komen voor subsidie hebben administratieve lasten van € 3.000. Aanvragen die gesubsidieerd worden, ontvangen maximaal € 200.000, € 260.000 of € 330.000 subsidie, afhankelijk van de provincie waarvoor de subsidie aangevraagd wordt. De verhouding (per aanvraag) tussen de administratieve lasten (€ 7.000) en de subsidie is daarmee respectievelijk 3,5%, 2,7% en 2,1%.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

5. Artikelsgewijs

Artikel I

Met onderdeel A worden enkele begripsomschrijvingen in artikel 2.17.1 aangepast, toegevoegd en geschrapt. Deze aanpassingen zijn nodig om de subsidiemodule uit te breiden voor de jaren 2027–2028. Voorts wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen een ‘witte’ en ‘groene’ JLE-makelaar. Dit aangezien educatie over voedsel in relatie tot gezondheid en natuur- en duurzaamheidseducatie steeds meer samengaan.

In 2027–2028 ligt de focus op de borging van JLE. Aan artikel 2.17.2, lid 1, is daarom toegevoegd dat de JLE-makelaar ook moet gaan werken aan het bestendigen van netwerken voor structurele ondersteuning van voedseleducatie. Tijdens de uitvoeringsperiode van de JLE-subsidiemodule 2025–2026 is gebleken dat de situatie zich kan voordoen dat de organisatie waar de JLE-makelaar voor werkt, de enige geschikte uitvoerende partij is voor een activiteit. Artikel 2.17.2, lid 2, geeft nu de mogelijkheid om een opdracht uit te zetten bij de organisatie waar de JLE-makelaar voor werkt, mits aannemelijk is gemaakt dat dit de enige geschikte partij betreft.

Artikel 2.17.3, lid 3, geeft aan dat de JLE-makelaar over aantoonbare kennis en ervaring en relevante netwerken moet beschikken, wat getoetst wordt op basis van het curriculum vitae en het werkplan volgens onderstaande rangschikkingscriteria.

Artikel 2.17.3 geeft de hoogte van de subsidie aan voor 2027–2028. Bij eerdere openstellingen was voor iedere provincie hetzelfde subsidiebedrag beschikbaar. Uit de evaluatie van 2020–2024 en de rapportages is gebleken dat grotere provincies meer moeite hadden met het realiseren van de doelstellingen van de regeling dan kleinere provincies. Daarom is gekozen om voor 2027–2028 de hoogte van de subsidie per provincie te bepalen aan de hand van het aantal gemeenten dat die provincie telt (peildatum 1 januari 2026). Immers, voor het bestendigen en borgen van voedseleducatie richten JLE-makelaars zich op gemeenten en regionale maatschappelijke partners. Hoe meer gemeenten een provincie telt, hoe groter de capaciteit moet zijn om alle gemeenten en doelgroepen daar effectief te kunnen bereiken.

Er is voor gekozen om de provincies in drie categorieën in te delen, te weten van 1–20 gemeenten, van 20–40 gemeenten en van meer dan 40 gemeenten. Deze indeling vormt een vereenvoudiging die nodig is om de uitvoerbaarheid van de regeling te waarborgen, terwijl tegelijkertijd recht wordt gedaan aan verschillen in schaal tussen provincies.

Ten aanzien van de vorige openstellingen is het totale budget met ongeveer 21% verlaagd, wat betekent dat de subsidie per aanvraag niet op hetzelfde niveau als voorheen kan worden gehandhaafd. Omdat de grote provincies in het verleden in verhouding tot hun opgave minder subsidie hebben ontvangen dan de middelgrote en kleine, is besloten de hoogte van de subsidie voor de grote provincies ongewijzigd te laten en het budget voor de middelgrote en kleine provincies lager vast te stellen.

Afhankelijk van het aantal gemeenten en in welke categorie een provincie valt, kan een aanvrager die een JLE-makelaar inzet eenmalig hoogstens € 200.000 tot € 330.000 aan subsidie ontvangen.

Artikel 2.17.4 geeft aan dat de subsidiabele kosten vanaf 1 januari 2027 subsidiabel zijn. Artikel 14 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies geeft aan dat er drie vormen van tarieven mogelijk zijn, waarbij het vaste uurtarief in de subsidiemodule aangegeven moet worden. Dit uurtarief is nu vastgesteld. Dit uurtarief mag worden verhoogd met btw indien er sprake is van externe inhuur en de btw niet kan worden teruggevorderd (niet btw-plichtig) bij de Belastingdienst.

Artikel 2.17.5 geeft aan dat per provincie één subsidie verleend wordt, in plaats van drie. Dit komt doordat de praktijk geleerd heeft dat een samenwerkingsverband de gezamenlijke verantwoordelijkheid en daarmee de borging van voedseleducatie in de provincie versterkt. Om te zorgen dat JLE in iedere provincie vertegenwoordigd wordt, is het budget per provincie vastgelegd.

Artikel 2.17.8 geeft de rangschikkingscriteria aan op basis waarvan beoordeeld wordt of een aanvraag kwalitatief voldoende is. Van belang is dat de aanvragende organisatie en de JLE-makelaar de kwaliteiten hebben om een goede uitvoering te geven aan JLE. De rangschikking wordt verricht aan de hand van drie criteria: (a) bijdrage aan de doelen van JLE, zoals beschreven in het werkplan, (b) de kwaliteit van het werkplan en de begroting en (c) competenties en kennis. Aangezien alle drie de criteria van belang zijn, moet voor elk criterium afzonderlijk minimaal 5 punten behaald worden. De criteria zijn onderverdeeld in subcriteria zoals weergegeven in onderstaande tabel.

Criterium

Subcriteria

Maximaal aantal punten

Aantal punten

Bijdrage aan doelen JLE, zoals beschreven in het werkplan

• Inzicht in huidige stand van zaken rondom voedsel/ natuur/ milieueducatie in de gehele provincie (SWOT-analyse)

• Aandacht voor zowel thema’s gezond als natuur/milieu binnen voedseleducatie

• Visie op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van voedseleducatie voor de verschillende doelgroepen in synergie met andere programma’s

• Visie op borging van structurele ondersteuning van voedseleducatie

• Strategische samenwerking met partners

   

Kwaliteit werkplan

• Concreet stappenplan voor borging per doelgroep

• Realistische doelen en concrete activiteiten in relatie tot de doelgroepen, beschikbare budget en omvang provincie, inclusief risico’s

• Duidelijke planning

• Omschrijving regionale en landelijke samenwerking en professionalisering met partners, waaronder JOGG, Gezonde School, NME-centra, IVN, organisaties voor boerderijeducatie, provincie en gemeenten

• Communicatieplan

• Samenwerking met andere JLE-makelaars

• Mate van detaillering van begroting

• Mate van aansluiting tussen begroting en werkplan

• Verdeling van het budget over inzet van uren en overige kosten in relatie tot de voorgenomen activiteiten

   

Competenties en kennis

Relevant netwerk van de makelaar:

• Beoordeling loopbaan makelaar (cv)

• Regionale rol, netwerk, kennis en ervaring van de subsidieaanvrager (= werkgever(s) JLE-makelaar)

   

Kennis en ervaring van de makelaar:

• Voedseleducatie

• Gezondheidseducatie

• Natuur/duurzaamheidseducatie

• Aantal jaren ervaring

• Opleidingsniveau

   

Competenties van de makelaar:

• Omgevingsbewustzijn

• Strategisch inzicht

• Bestuurlijk inzicht

• Visie op voedseleducatie

   

Artikel 2.17.9 geeft de informatieverplichtingen aan waaraan een subsidieaanvraag moet voldoen. Deze zijn overeenkomstig de verplichtingen zoals opgenomen in zowel de subsidiemodule Jong Leren Eten 2022–2024 als de module 2025–2026. Voor de periode 2027–2028 worden de verplichtingen samengevoegd met beide eerdere modules. Daarbij komt voor samenwerkingsverbanden de verplichting om in het werkplan en de begroting een duidelijk inzicht te geven in het aandeel van elke deelnemer van het samenwerkingsverband.

Artikel 2.17.10 geeft de verplichtingen voor de subsidieontvangers aan. Uiterlijk 31 januari 2028 dienen subsidieontvangers een gecombineerde jaarrapportage 2027 en werkplan plus begroting 2028 in bij RVO. De jaarrapportage 2028 en het vaststellingsverzoek worden ingediend voorafgaand aan een in de subsidieverleningsbeschikking opgenomen datum.

Artikel II

In de tabel in artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2026 is de periode aangegeven in welke de subsidiemodule is opengesteld en wat het subsidiebudget bedraagt.

Voor de onderhavige subsidiemodule loopt de openstellingsperiode van 1 september 2026 tot en met 25 september 2026. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 3.100.000, waarbij er een maximum van € 330.000 geldt voor de subsidiabele activiteiten die in dezelfde provincie worden uitgevoerd. Het programma JLE is een landelijk programma met als doel om regionale netwerken op te zetten tussen organisaties die inzetten op voedseleducatie en organisaties die natuur- en duurzaamheidseducatie verzorgen, waarbij al deze organisaties zich richten op het vergroten van de voedselvaardigheden bij kinderen en jongeren. Voor het opzetten van regionale netwerken is het belangrijk dat in iedere regio JLE-makelaars actief zijn.

Artikel III

Publicatie en inwerkingtreding

De wijzigingsregeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie. Hiermee wordt ten voordele van de doelgroep afgeweken van het vaste kabinetsbeleid voor vaste verandermomenten, te weten dat een regeling regulier in werking treedt op de eerste dag van een nieuw kwartaal.

Rekening houdend met de openstellingsperiode van 1 september 2026 tot en met 25 september 2026 zal de regeling, met inachtneming daarbij van een daaraan voorafgaande invoeringstermijn, al in werking treden met ingang van de dag na de datum van publicatie. Zodoende hebben subsidieaanvragers eerder zekerheid over de vastgestelde subsidievoorwaarden en kunnen zij zich beter voorbereiden op het indienen van de subsidieaanvraag.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

Naar boven