Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 23257 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 23257 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Gelet op de artikelen 2, 3, 4, 5, eerste en tweede lid, 16, 17 en 32 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3.11.1, derde lid, worden, onder vervanging van de puntkomma door een punt aan het slot van onderdeel b van de begripsbepaling innovatieve MKB-ondernemer, in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
de lijst met energie-investeringen in de bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001;
een investering van ten minste het borgstellingskrediet in:
a. overige bedrijfsmiddelen die leiden tot een energiebesparing van ten minste 15 procent; of
b. werkkapitaal om tijdelijke liquiditeitsdruk op te vangen als gevolg van de energiecrisis, veroorzaakt door het conflict in het Midden-Oosten en de langdurige sluiting van de Straat van Hormuz;
een investering van ten minste het borgstellingskrediet in:
a. bedrijfsmiddelen als bedoeld in de EIA-energielijst, al dan niet in combinatie met onlosmakelijk verbonden zaken of activiteiten, voor zover die niet meer dan 50 procent van het investeringsbedrag bedragen; of
b. de aanpassing of vervanging van bedrijfspanden, niet zijnde commercieel verhuurd vastgoed, naar ten minste energielabel C;.
B
In artikel 3.11.2, derde lid, onderdeel b, vervalt ‘Artikel 3.11.4, eerste lid, onderdeel a, onder 1, is niet van toepassing op de in dit lid bedoelde MKB-ondernemers.’
C
In artikel 3.11.4 wordt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
4 In afwijking van het eerste lid, bedraagt het tarief voor een kredietovereenkomst met een MKB-ondernemer die een energie investering doet eenmalig 3,9 procent, indien de overeenkomst van borgtocht een bedrijfsborgstellingskrediet betreft met een looptijd van niet langer dan twaalf jaar.
D
Artikel 3.11.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1 De minister verdeelt het subsidieplafond voor financiers als bedoeld in artikel 3.11.1, eerste lid, en kredietinstellingen in de zin van de Wet financiële markten BES als bedoeld in artikel 3.11.1, tweede lid, door vaststelling van een maximumbedrag per financier respectievelijk kredietinstelling die zich bij de minister heeft aangemeld.
2. In het tweede lid wordt na ‘stelt het maximumbedrag per financier’ ingevoegd ‘, en per kredietinstelling in de zin van de Wet financiële markten BES,’.
3. Het derde lid vervalt.
E
Artikel 3.11.8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘bedriijfsborgstellingsovereenkomst’ vervangen door ‘bedrijfsborgstellingsovereenkomst’.
2. In het derde lid wordt ‘artikel 3.2.2, eerste en tweede lid’ vervangen door ‘artikel 3.11.1, eerste en tweede lid’.
F
In de bijlagen 3.11.1, 3.11.2 en 3.11.3 wordt ‘Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies’ telkens vervangen door ‘Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies’.
G
Bijlagen 3.11.1 en 3.11.2 worden als volgt gewijzigd:
1. Artikel 1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. De begripsbepalingen EIA-energielijst en groene investering komen te vervallen.
b. Onderdeel f vervalt onder verlettering van onderdelen g tot en met m tot f tot en met l.
2. Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel d, wordt na ‘die een groene investering doet’ ingevoegd ‘, of een energie investering doet,’.
b. Aan onderdeel k, subonderdeel 4° wordt toegevoegd ‘of een energie investering’.
3. Artikel 5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. onderdeel a komt te luiden:
a. de verlening van de borgstelling leidt er niet toe dat de MKB-ondernemer een bedrag van meer dan € 300.000 aan de-minimissteun ontvangt over de periode van het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren. Een bedrijfsborgstellingskrediet wordt aangemerkt als de-minimissteun voor 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet. Bij de bepaling of de verlening van de borgstelling niet leidt tot overschrijding van het desbetreffende maximum wordt rekening gehouden met de-minimissteun die is verleend aan ondernemingen die deel uitmaken van één onderneming;.
b. onderdeel b, tweede gedachtestreepje komt te luiden:
– de MKB-ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over de de-minimissteun die hij of, indien hij deel uitmaakt van een groep, deze groep heeft ontvangen in het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren en schriftelijk heeft verklaard dat het totaal van deze de-minimissteun en de de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan € 300.000;.
4. In artikel 7 wordt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot vijfde tot en met achtste lid, na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
4 In afwijking van het eerste lid, bedraagt het tarief voor een kredietovereenkomst met een MKB-ondernemer die een energie investering doet eenmalig 3,9 procent, indien de overeenkomst van borgtocht een bedrijfsborgstellingskrediet betreft met een looptijd van niet langer dan twaalf jaar.
5. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
a. In het derde lid wordt na ‘indien de MKB-ondernemer een groene investering’ ingevoegd ‘,of een energie investering,’.
b. In lid 6a wordt na ‘indien de MKB-ondernemer een groene investering’ ingevoegd ‘of een energie investering’.
c. In het zevende lid, onderdeel b, subonderdeel 4°, wordt na ‘ten behoeve van een groene investering’ ingevoegd ‘of een energie investering’.
6. In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, wordt na ‘indien sprake is van een groene investering’ ingevoegd ‘of een energie investering’.
H
Bijlage 3.11.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. De begripsbepalingen EIA-energielijst en groene investering komen te vervallen.
b. Onderdeel f vervalt onder verlettering van onderdelen g tot en met m tot f tot en met k.
2. Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel d, wordt na ‘die een groene investering doet’ ingevoegd ‘, of een energie investering doet,’.
b. Aan onderdeel k, subonderdeel 4° wordt toegevoegd ‘of een energie investering’.
3. Artikel 5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
a. onderdeel a komt te luiden:
a. de verlening van de borgstelling leidt er niet toe dat de MKB-ondernemer een bedrag van meer dan € 300.000 aan de-minimissteun ontvangt over de periode van het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren. Een bedrijfsborgstellingskrediet wordt aangemerkt als de-minimissteun voor 13% van het staatsgegarandeerde deel van het krediet. Bij de bepaling of de verlening van de borgstelling niet leidt tot overschrijding van het desbetreffende maximum wordt rekening gehouden met de-minimissteun die is verleend aan ondernemingen die deel uitmaken van één onderneming;.
b. onderdeel b, tweede gedachtestreepje komt te luiden:
– de MKB-ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over de de-minimissteun die hij of, indien hij deel uitmaakt van een groep, deze groep heeft ontvangen in het lopende en de twee voorafgaande fiscale jaren en schriftelijk heeft verklaard dat het totaal van deze de-minimissteun en de de-minimissteun ingevolge de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan € 300.000;.
4. In artikel 7 wordt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot vijfde tot en met achtste lid, na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
4 In afwijking van het eerste lid, bedraagt het tarief voor een kredietovereenkomst met een MKB-ondernemer die een energie investering doet eenmalig 3,9 procent, indien de overeenkomst van borgtocht een bedrijfsborgstellingskrediet betreft met een looptijd van niet langer dan twaalf jaar.
5. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
a. In het derde lid wordt na ‘indien de MKB-ondernemer een groene investering’ ingevoegd ‘,of een energie investering,’.
b. In lid 6a wordt na ‘indien de MKB-ondernemer een groene investering’ ingevoegd ‘of een energie investering’.
c. In het zevende lid, onderdeel b, subonderdeel 4°, wordt na ‘ten behoeve van een groene investering’ ingevoegd ‘of een energie investering’.
6. In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, wordt na ‘indien sprake is van een groene investering’ ingevoegd ‘of een energie investering’.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 24 juni 2026
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
De aanleiding van deze wijzigingsregeling is de introductie van het BMKB-Energie luik (hierna: BMKB-E) in de subsidiemodule Borgstelling MKB-kredieten (hierna: BMKB) die in titel 3.11 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: RNES) is opgenomen. Dit luik wordt geïntroduceerd vanwege de economische onzekerheid en energieschaarste die het gevolg is van het conflict in het Midden-Oosten en de langdurige sluiting van de Straat van Hormuz. Hierdoor kunnen mkb’ers mogelijk kortstondige liquiditeitsproblemen ondervinden. Bijvoorbeeld wanneer de hogere energieprijzen nog niet doorgerekend kunnen worden in de kosten van langlopende contracten. Werkkapitaal kan dan een kortstondige overbrugging vormen. Daarnaast worden investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen onder de gunstigere voorwaarden van het BMKB-E luik mogelijk. Dit leidt op de lange termijn tot een kostenbesparing en minder energieafhankelijkheid voor ondernemers.
De BMKB is dit jaar al opengesteld tot en met 31 december 2026. Omdat de onderhavige aanpassing in het voordeel is van nieuwe aanvragers, en overige aanvragers niet benadeeld worden omdat het subsidieplafond dermate ruim is dat een overschrijding niet denkbaar is, wordt de BMKB tijdens de openstellingsperiode aangepast.
Tevens worden er enkele andere kleine correcties doorgevoerd in de regeling zoals foutieve verwijzingen.
Op grond van de subsidiemodule BMKB kunnen borgstellingen verstrekt worden aan een bank of een aangewezen kredietverstrekker voor het sluiten van bepaalde kredietovereenkomsten met MKB-ondernemers. In het geval er een verlies optreedt, en aan de voorwaarden is voldaan, dekt de Staat het borg gestelde deel van het verlies van de financier. De borgstelling wordt tegen een provisie verstrekt.
De subsidie die verstrekt wordt op grond van deze subsidiemodule bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de algemene de-minimisverordening. De in deze wijzigingsregeling opgenomen wijzigingen hebben geen gevolgen met betrekking tot de staatssteun.
De BMKB-E wordt naast de bestaande garantiemodule ingevoerd zodat deze in belangrijke mate op die module kan worden gebaseerd. De overige wijzigingen in de regelingen zijn niet relevant in het kader van regeldruk. Procedure en kosten bij een BMKB-E zijn voor de ondernemer niet anders dan voor het afsluiten van een lening zonder overheidsgarantstelling. Deze regeling heeft derhalve geen invloed op de regeldruk voor de ondernemer.
Voor de banken geldt dat de regeldrukeffecten zeer beperkt zijn nu wordt aangesloten bij de bestaande BMKB-procedure. Bij een verliesdeclaratie achteraf door RVO wordt getoetst of de BMKB-E rechtmatig is verstrekt. Daarnaast kunnen de banken optioneel vooraf een krediet dat ze willen onder brengen bij de BMKB-E ter toetsing aan RVO voorleggen. RVO toetst dan of het voldoet aan voorwaarden van de regeling en het specifieke luik.
Verwacht wordt dat ongeveer 100 kredieten op grond van de BMKB-E zullen worden verstrekt. De totale tijdsbesteding bij 100 aanvragen is 163,5 uur (zie tabel hieronder). Per aanvraag gaat het dus om 1,635 uur.
|
Activiteit |
Aantal |
Tijdsbesteding (uren) |
Tijdsbesteding totaal (uren) |
|---|---|---|---|
|
Verstrekking |
100 |
1.00 |
100 |
|
Beheeracties |
17 |
0.5 |
8.5 |
|
Wijzigingen registreren |
67 |
0.35 |
23.5 |
|
Verliesdeclaraties |
7 |
4.00 |
28 |
|
Regresactie |
14 |
0.25 |
3.5 |
|
Totaal |
163,5 |
Uitgaande van een uurtarief van € 63 voor de behandelend medewerker van de financier en circa 100 verwachte aanvragen, leidt dit tot circa 163,5 × 63 = € 10.300,5 aan regeldruk voor de banken ten gevolge van de BMKB-E.
Dit staat los van de gebruikelijke kosten die de bank moet maken voor het verstrekken en beheren van een lening. Deze kosten zijn voor de bank echter niet anders dan voor een lening zonder overheidsgarantstelling en vloeien derhalve niet voort uit deze regeling.
Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft het voorstel niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van de BMKB gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.
Met dit onderdeel wordt een nieuwe begripsbepaling voor energie investering opgenomen. Het betreft dan een investering van ten minste het borgstellingskrediet in overige bedrijfsmiddelen die leidt tot een energiebesparing van ten minste 15 procent dan wel werkkapitaal om tijdelijke liquiditeitsdruk als gevolg van de energiecrisis op te vangen. Daarnaast worden de begripsbepalingen EIA-energielijst en groene investering aan artikel 3.11.1, derde lid, toegevoegd. Deze stonden in bijlagen 3.11.1 tot en met 3.11.3 maar worden overgebracht naar de subsidiemodule zelf omdat de bepalingen ook in de subsidiemodule gebruikt worden. Met deze overzetting is geen inhoudelijke wijziging beoogd. Deze begripsbepalingen blijven ook van toepassing op de bijlagen 3.11.1 tot en met 3.11.3 op grond van artikel 1, eerste lid, van de genoemde bijlagen.
Met dit onderdeel wordt een foutieve verwijzing verwijderd uit artikel 3.11.2, derde lid, onderdeel b.
Met dit onderdeel wordt een nieuw luik geïntroduceerd in deze subsidiemodule voor energie investeringen.
Op grond van artikel 3.11.6, eerste lid, kon de minister het subsidieplafond voor banken en kredietinstellingen in de zin van de Wet financiële markten BES verdelen door vaststelling van een maximumbedrag per bank respectievelijk kredietinstelling die zich bij de minister heeft aangemeld. Dit maximumbedrag per financier werd uiterlijk 1 februari van elk kalenderjaar ambtshalve vastgesteld voor het voorgaande kalenderjaar. Het is echter de bedoeling dat ook andere door de minister aangewezen kredietverstrekkers onder deze voorwaarden gaan vallen. Dat wordt met dit onderdeel geregeld door wijziging van artikel 3.11.6, eerste en tweede lid. Door deze wijziging is het derde lid niet meer nodig en komt daarom te vervallen.
Dit onderdeel corrigeert een typefout en een foutieve verwijzing.
Dit onderdeel wijzigt bijlagen 3.11.1 tot en met 3.11.3 zodat de juiste (gewijzigde) naam wordt weergegeven van de ministeriële regeling waarin de onderhavige subsidiemodule is opgenomen.
Deze onderdelen brengen bijlagen 3.11.1 tot en met 3.11.3 in lijn met de in deze wijzigingsregeling opgenomen wijzigingen van de subsidiemodule. Dit geldt niet voor artikel 5 van de bijlagen. Deze wijziging houdt verband met de wijziging van de de-minimisverordening.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23257.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.