Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2026, 2324 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2026, 2324 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 5, 6, derde lid, 7, eerste lid, 15, 16, 17, derde en vierde lid, en 19 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3.28.3, wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, bedraagt de subsidie voor een project, bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdeel b, ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekkingen hebben op experimentele ontwikkeling.
B
In artikel 3.28.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
2. Voor subsidie, bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdeel b, komen uitsluitend in aanmerking:
a. de kosten, die betrekking hebben op een niet-economische activiteit;
b. de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel of industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling;
c. de kosten, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie;
d. de kosten, bedoeld in artikel 27, achtste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; en
e. de kosten bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. In onderdeel b van het vierde lid (nieuw) wordt ‘€ 2.133.000’ vervangen door ‘€ 1.636.418,80’.
C
In het tweede lid van artikel 3.28.7 wordt ‘samenwerkingsovereenkomst’ vervangen door ‘samenwerkingsplan’.
D
Na artikel 3.28.7 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdeel b, draagt er zorg voor dat bij de levering van diensten aan ondernemingen de voorwaarden van hoofdstuk I en artikelen 25 en 28, van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden nageleefd door deze ondernemingen.
De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdeel b, verleent, op verzoek van de minister, medewerking in verband met de verplichtingen die zijn opgenomen in hoofdstuk I van de algemene groepsvrijstellingsverordening en draagt er zorg voor dat hij alle maatregelen neemt om die medewerking te kunnen verlenen.
E
Artikel 3.28.9 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt ‘samenwerkingsovereenkomst’ vervangen door ‘samenwerkingsplan’.
b. Onder vervanging van de puntkomma aan het einde van onderdeel g door een punt vervalt onderdeel h.
In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt onder de rij van titel 3.26 een rij ingevoegd, luidende:
|
3.28.2, eerste lid, onderdeel b |
02-02-2026 t/m 13-02-2026 |
€ 8.182.100 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 27 januari 2026
De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
Met de onderhavige regeling wordt de wijziging en openstelling van één onderdeel van de subsidiemodule Programma Digitaal Europa (titel 3.28 van de Regeling Nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (RNES)) geregeld. Dit in verband met de nationale cofinanciering van de Europese digitale-innovatiehubs (EDIHs). Programma Digitaal Europa (hierna: DIGITAL) is een fondsenprogramma van de Europese Commissie dat ontwikkeling en toepassing van digitale technologieën door ondernemingen, onderzoeksinstellingen, burgers en overheden stimuleert. De Europese Commissie vraagt voor een groot deel van de projecten cofinanciering van deelnemende partijen of nationale overheden. Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) beschikt over een budget van 75 miljoen euro voor het verlenen van subsidies voor DIGITAL-projecten voor de jaren 2025 tot en met 2027. De Europese Commissie heeft onder DIGITAL de EDIHs in 2023 opgezet om publieke en private organisaties te ondersteunen bij hun digitale transitie. In Nederland zijn er als gevolg daarvan 5 EDIHs die zich richten op het ondersteunen van met name MKB bij hun digitalisering.
Bij de start van het EDIH netwerk in 2023 is voor de Nederlandse EDIHs de additionele eis opgelegd dat zij zich zouden inzetten voor bovenregionale samenwerking en afstemming. Omdat de exacte inhoud van de samenwerking nog verder vormgegeven zou worden, is bij de eerste openstelling de verplichting tot het aanleveren van een samenwerkingsovereenkomst opgelegd. Daarmee werd de intentie en richting van samenwerking onderstreept. De huidige openstelling zet in op de bestendiging van de Nederlandse EDIHs en de bovenregionale samenwerking. Deze samenwerking is vastgelegd in een door de vijf EDIHs ondersteund samenwerkingsplan. Er is daarmee geen sprake meer van een samenwerkingsoperovereenkomst, maar van een samenwerkingsplan. De regeling wordt daarom aangepast.
Onderdeel van het voornoemde samenwerkingsplan, is dat het EDIH netwerk samenwerkt met meerdere landelijke en regionale initiatieven in Nederland. Bij de eerste openstelling waren er alleen afspraken met de Stichting Smart Industry. Inmiddels is de samenwerking met andere netwerkorganisaties uitgebreid. Zo wordt er, bijvoorbeeld, samengewerkt met het National Cybersecurity Center (NCC), het Enterprise Europe Netwerk (EEN) en de AI coalitie voor Nederland (AIC4NL). De aard en inhoud van de samenwerking moeten worden beschreven in het samenwerkingsplan.
Voor de uitvoering van het bovenregionale samenwerkingsplan is een deel van het budget beschikbaar gesteld. Daarom wordt het bedrag dat per EDIH beschikbaar gesteld via deze regeling verlaagd naar € 1.636.418,80 per EDIH.
Met betrekking tot de regels die gelden vanuit de algemene groepsvrijstellingsverordening (agvv) worden enkele verplichtingen geëxpliciteerd. Deze verplichtingen waren reeds van toepassing op de beschikkingen die eerder onder deze regeling zijn uitgegeven, maar worden nu expliciet opgenomen in de regeling zodat er geen onduidelijkheid over kan bestaan. Met artikel 3.27.7b wordt de informatieverplichting uit de agvv verduidelijkt. De EDIHs zijn in dat kader verplicht om medewerking te verlenen, zodat kan worden voldaan aan de eisen uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c en artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de agvv. In dat kader zijn zij verplicht om, op verzoek van de minister, informatie te verschaffen over ondernemingen die meer dan 100.000 euro aan steun hebben ontvangen en om jaarlijks aan te geven voor hoeveel geld aan steun aan andere ondernemingen is verleend en onder welk artikel van de agvv dit kan worden gerechtvaardigd. Zodat de EDIHs kunnen voldoen aan deze eisen zijn zij verplicht om een administratie bij te houden waarin is aangegeven hoeveel geld zij hebben verleend per onderneming. Daarnaast moeten de EDIHs aan deze ondernemingen voorwaarden opleggen zodat de EDIHs aan de informatieverplichting kunnen voldoen. Ten slotte moet er aan deze ondernemingen kenbaar worden gemaakt dat deze informatie openbaar kan worden gemaakt. Deze eisen zijn reeds van toepassing en worden met deze wijziging verduidelijkt.
De subsidiemodule Programma Digitaal Europa wordt voor de consolidatie van het netwerk van EDIHs opengesteld, met een bijzondere focus op AI. Er wordt van 02-02-2026 t/m 13-02-2026 opengesteld, voor een bedrag van € 8.182.100. Daartoe wordt de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 gewijzigd.
De subsidies voor de EDIHs met betrekking tot subsidiemodule Programma Digitaal Europa kwalificeren voor ondernemingen als staatssteun in de zin van het Verdrag inzake de werking van de EU. De subsidies kunnen worden verleend met toepassing van de Algemene de-minimisverordening of met toepassing van de artikelen 25, 27 en 28 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Hieronder wordt de berekening van de regeldruk weergegeven van het onderdeel in de subsidiemodule Programma Digitaal Europa die met de onderhavige wijzigingsregeling worden opengesteld.
Alle aanvragers van subsidie moeten in eerste instantie een aanvraagformulier inclusief projectplan en begroting bij de Europese Commissie indienen. Zij zullen vervolgens moeten voldoen aan de verplichtingen van de verordening Digitaal Europa1, eventueel aanvullende verplichtingen in de subsidieovereenkomsten met de Europese Commissie, het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies en de RNES. Er wordt bij deze regeling niet afgeweken van de standaardbepalingen en -formulieren die zijn ingericht op minimale administratieve lasten.
Er dient gedurende de looptijd van een project meerdere malen aan de Europese Commissie gerapporteerd te worden. De intervallen worden vastgelegd in het contract van de subsidieontvanger met de Europese Commissie. De subsidieontvanger informeert RVO met de rapportage, zoals ingediend bij de Europese Commissie, over de voortgang van het project. Bij afronding van het project gelden de vereisten van de Europese Commissie ten aanzien van de eindrapportage. Deze eindrapportage is voor RVO de basis om tot een (inhoudelijk en financieel) eindoordeel te komen over het gerealiseerde project. De eindrapportage voor de Europese Commissie dient vergezeld te gaan van een rapport van bevindingen. Nederland stelt hier dus géén aanvullende eisen om de regeldruk voor indieners zo beperkt mogelijk te houden.
De onderhavige subsidiemodule is zo regeldrukarm mogelijk vormgegeven. RVO beoordeelt de aanvragen op basis van het oordeel van de Europese Commissie en er worden geen aanvullende voorwaarden gesteld. De aanvrager hoeft derhalve voor de aanvraag van nationale cofinanciering aan minimale administratieve verplichtingen te voldoen. Deze lasten voor de aanvraag van nationale cofinanciering zijn hieronder in kaart gebracht.
De regeldrukkosten die uit deze regeling voortvloeien betreffen:
• Kennisnamekosten;
• Kosten in verband met het indienen van de aanvraag;
• Kosten in verband met de uitvoering;
• Kosten voor de eindverantwoording (voor vaststelling);
• Kosten voor monitoring en evaluatie.
Er wordt verwacht dat er 5 aanvragen zullen worden ingediend.
Organisaties die een aanvraag willen indienen zullen zich op de hoogte moeten stellen van de eisen waaraan zij moeten voldoen. De eenmalige kennisnamekosten komen naar verwachting uit op € 162.000 in totaal.
De regeldrukkosten in verband met het indienen van de aanvragen worden ingeschat op € 75.300 in totaal.
Daarnaast zijn er kosten die verband houden met de uitvoering van de verplichtingen die voortkomen uit de regeling, zoals urenregistratie en kennisoverdracht. Voor de vier onderdelen worden deze kosten ingeschat op € 2.400 in totaal.
De kosten voor eindverantwoording worden ingeschat op € 60.300 in totaal.
Tenslotte is er sprake van regeldrukkosten als gevolg van monitoring en het schrijven van tussentijdse rapportages en dienen de aanvragers mee te werken aan evaluatie en effectmeting. De regeldrukkosten die hieruit voortvloeien worden ingeschat op € 45.000 in totaal.
De totale regeldrukkosten komen dan in totaal uit op € 345.000 (3,30%) in totaal.
ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de bekendmaking en inwerkingtreding van deze regeling wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien worden bekendgemaakt. Dat is in dit geval gerechtvaardigd omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van deze regeling.
De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240 (PbEU 2021, L 166).
Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240 (PbEU 2021, L 166).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-2324.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.