Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zorginstituut Nederland | Staatscourant 2026, 23215 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zorginstituut Nederland | Staatscourant 2026, 23215 | interne regeling |
De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,
gelet op artikel 60, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
heeft in zijn vergadering van 24 februari 2026 besloten:
Besluit:
Dit reglement verstaat onder:
de leden van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut, waaronder de voorzitter;
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
rapport, dossier, advies, signalement, standpunt, richtlijn of agendapunt op de vergadering van de Raad van Bestuur;
ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de Raad van Bestuur uit hoofde van de aan hem opgedragen taak behoort te behartigen;
de plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Bestuur;
de Raad van Bestuur van het Zorginstituut;
de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut, genoemd in artikel 58, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet;
Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
1. De Raad van Bestuur bestaat uit twee of drie bestuursleden, waaronder de voorzitter.
2. Indien de Raad van Bestuur uit twee bestuursleden bestaat, treedt het andere bestuurslid op als plaatsvervangend voorzitter. Indien de Raad van Bestuur uit drie bestuursleden bestaat, wijst de voorzitter een ander bestuurslid aan als plaatsvervangend voorzitter.
3. Indien een bestuurslid langdurig afwezig is, vindt overleg plaats met de minister over de noodzaak en wijze van tijdelijke vervanging.
1. De Raad van Bestuur oefent de taken en bevoegdheden van het Zorginstituut uit.
2. De voorzitter geeft leiding aan de Raad van Bestuur.
3. De Raad van Bestuur regelt de onderlinge taakverdeling.
4. De voorzitter ondertekent de besluiten die de Raad van Bestuur heeft genomen en de adviezen, rapporten, signalementen, standpunten of richtlijnen die de Raad van Bestuur heeft vastgesteld.
5. De plaatsvervangend voorzitter treedt in alle bevoegdheden van de voorzitter wanneer hij de voorzitter vervangt.
6. De Raad van Bestuur stelt een reglement vast over de organisatie van het Zorginstituut, de mandaten, volmachten en machtigingen.
7. De Raad van Bestuur stelt een klachtenregeling vast voor interne en externe klachten.
1. De Raad van Bestuur verricht zijn taak onpartijdig en zonder vooringenomenheid.
2. Bestuursleden onthouden zich van deelname aan beraadslagingen en besluitvorming over onderwerpen waarbij sprake is van een persoonlijk belang dat de onafhankelijkheid van hun oordeel kan beïnvloeden of de schijn daarvan kan wekken.
3. Indien het bestuurslid een persoonlijk belang heeft maakt de Raad van Bestuur een expliciete afweging over de vraag of en onder welke voorwaarden het betreffende bestuurslid kan deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp. Bij stakende stemmen geeft, in afwijking van artikel 4.3, tweede lid, de stem van het bestuurslid dat geen persoonlijk belang heeft de doorslag.
De bestuursleden nemen strikte geheimhouding in acht omtrent alle informatie en documentatie die zij in het kader van hun functie verkrijgen en die als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel waarvan de vertrouwelijkheid uit de aard van de informatie voortvloeit, ook na de beëindiging van hun benoeming.
1. De Raad van Bestuur vergadert in beginsel twee keer per maand onder leiding van de voorzitter en verder zo vaak als de voorzitter of één of meer andere bestuursleden dit nodig achten. De voorzitter bepaalt de tijd, plaats en werkwijze van de vergaderingen.
2. De vergaderingen van de Raad van Bestuur zijn besloten, met dien verstande dat medewerkers van het Zorginstituut en derden op verzoek van de Raad van Bestuur de vergadering geheel of gedeeltelijk kunnen bijwonen.
1. De voorzitter stelt de agenda voor de vergadering van de Raad van Bestuur vast en maakt daarbij een onderscheid tussen:
a. onderwerpen die betrekking hebben op personeelsaangelegenheden, op benoemingen of anderszins vertrouwelijk van aard zijn;
b. onderwerpen van organisatorische of beleidsmatige aard, alsmede overige onderwerpen die niet onder onderdeel a vallen.
2. De Raad van Bestuur draagt zorg voor een voorraadagenda met de op langere termijn te behandelen onderwerpen.
3. De Raad van Bestuur draagt zorg voor publicatie van de agenda, de vergaderstukken en de voorraadagenda op het interne communicatieplatform van het Zorginstituut, met uitzondering van vergaderstukken voor de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde onderwerpen.
4. Vertrouwelijke vergaderstukken zijn uitsluitend in te zien door de indieners, team bestuursondersteuning en diegenen die de bespreking daarover bijwonen.
1. Besluitvorming binnen de Raad van Bestuur vindt plaats met instemming van de bestuursleden, waarbij ieder bestuurslid één stem heeft.
2. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter.
3. De bestuursleden stemmen zonder last.
4. De Raad van Bestuur kan tussentijdse besluiten nemen als het Zorginstituut daar een spoedeisend belang bij heeft en de eerstvolgende vergadering niet kan worden afgewacht. Tussentijdse besluiten worden bekrachtigd in de volgende vergadering.
5. De Raad van Bestuur draagt zorg voor een zakelijk verslag van elke vergadering, dat hij in de eerstvolgende vergadering vaststelt. Het verslag bevat tenminste:
a. een overzicht van de aanwezige personen;
b. de behandelde onderwerpen;
c. een korte weergave van de bespreking;
d. de genomen besluiten en actiepunten.
6. De Raad van Bestuur draagt zorg voor publicatie van het verslag op het interne communicatieplatform.
1. De Raad van Bestuur kan bij besluit een of meer al dan niet vaste commissies instellen.
2. De Raad van Bestuur stelt voor elke commissie, bedoeld in het eerste lid, een reglement vast waarin hij tenminste de benoeming, beëindiging van het lidmaatschap, samenstelling, taak en werkwijze regelt.
3. Voor een wettelijke commissie stelt de Raad van Bestuur een reglement vast waarin hij tenminste de werkwijze regelt.
4. De Raad van Bestuur legt in elk reglement vast op welke wijze wordt omgegaan met persoonlijke belangen, zodat de commissie haar werkzaamheden onpartijdig en zonder vooringenomenheid kan vervullen.
5. Elk reglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
6. De Raad van Bestuur besteedt in zijn jaarverslag aandacht aan de adviezen van de commissies en de wijze waarop hij is omgegaan met deze adviezen.
De leden van een commissie kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Indien er geen wettelijke regels voor vergoeding zijn, stelt het Zorginstituut een vergoedingsregeling vast.
Het Zorginstituut heeft een vaste commissie, genaamd Wetenschappelijke Adviesraad.
1. De Raad van Bestuur kan besluiten tot het instellen van een gezamenlijke commissie met een of meer andere bestuursorganen.
2. Voor elke gezamenlijke commissie stelt de Raad van Bestuur een reglement vast waarin hij tenminste de benoeming, beëindiging van het lidmaatschap, samenstelling, taak, werkwijze en bezoldiging regelt.
1. Bij de voorbereiding van besluiten, adviezen, rapporten, signalementen, standpunten en richtlijnen vergaart de Raad van Bestuur informatie over de relevante feiten en de af te wegen belangen.
2. Informatievergaring vindt plaats door eigen onderzoek, deelname van belanghebbenden aan project- of werkgroepen, het horen van belanghebbenden of op enige andere geschikte wijze.
3. De Raad van Bestuur kan op eigen initiatief inspraak organiseren bij de voorbereiding van besluiten, adviezen, rapporten, signalementen, richtlijnen en standpunten.
4. Bij verzoeken om inspraak beoordeelt de Raad van Bestuur of het belang van de verzoeker voldoende is.
5. Indien de Raad van Bestuur dat noodzakelijk acht, regelt hij inspraak bij een commissie in het reglement van die commissie of op een andere geschikte wijze.
Onverminderd artikel 6.1 onderhoudt de Raad van Bestuur, met het oog op een adequate uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, contacten met de vertegenwoordigende organisaties van de belanghebbende partijen.
Voorzitter Raad van Bestuur M.J. Janssen
Goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij brief van 12.06.2026, kenmerk 4371133-1096266-BPZ.
Zorginstituut Nederland (het Zorginstituut) is een zelfstandig bestuursorgaan, ingesteld in artikel 58 van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het Zorginstituut heeft wettelijke taken op het gebied van pakketbeheer en kwaliteit van zorg. Ook is het Zorginstituut belast met de uitvoering van de risicoverevening en is het beheerder van het Zorgverzekeringsfonds en het Fonds langdurige zorg.
Dit reglement legt de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut vast met inachtneming van de wettelijke kaders waarbinnen het bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. Het reglement draagt bij aan een transparante en zorgvuldige besluitvorming.
Met dit reglement wordt het Bestuursreglement Zorginstituut Nederland van 1 april 2014 ingetrokken omdat dat op een aantal onderdelen verouderd was. Met het nieuwe reglement wordt vastgelegd dat de Raad van Bestuur uit twee of drie bestuursleden kan bestaan. Daarnaast zijn onder meer de artikelen over de commissies aangepast. Zo zijn de taken van de verschillende commissies niet meer in het bestuursreglement opgenomen maar in de reglementen van de betreffende commissies. Ook is vastgelegd dat het Zorginstituut een gezamenlijke commissie met een ander bestuursorgaan kan instellen.
In dit artikel zijn de belangrijkste begrippen van het reglement gedefinieerd. De voorzitter geeft leiding aan de Raad van Bestuur. De plaatsvervangend voorzitter kan de voorzitter van de Raad van Bestuur bij afwezigheid vervangen.
In dit reglement wordt het begrip onderwerp gebruikt als verzamelnaam voor rapport, dossier, advies, signalement, standpunt, richtlijn of agendapunt. Het betreft de onderwerpen waar de Raad van Bestuur over vergadert in het kader van de wettelijke taken van het Zorginstituut.
Dit artikel regelt de samenstelling van de Raad van Bestuur. Het aantal bestuursleden is vastgesteld op twee of drie. Dit biedt de flexibiliteit om het aantal bestuursleden aan te passen aan de behoefte en omvang van de organisatie.
Indien het bestuur uit twee bestuursleden bestaat, is het andere bestuurslid automatisch plaatsvervangend voorzitter. Indien het bestuur uit drie bestuursleden bestaat, ligt de verantwoordelijkheid voor het aanwijzen van een plaatsvervanger bij de voorzitter. Hiermee wordt gewaarborgd dat ook bij afwezigheid van de voorzitter de continuïteit van de besluitvorming binnen het bestuur is geborgd.
Het derde lid is van belang als een bestuurslid van de Raad van Bestuur langdurig afwezig is, bijvoorbeeld als gevolg van ziekte. In dat geval vindt overleg plaats met de minister, dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal, over de noodzaak en wijze van tijdelijke vervanging. Het reglement legt niet vast wat onder langdurige afwezigheid moet worden verstaan, omdat de noodzaak van een tijdelijke vervanging mede wordt bepaald door de reden van afwezigheid en de verwachte datum van terugkeer van het bestuurslid. Te denken valt aan een periode van afwezigheid van twee maanden of langer.
Dit artikel regelt de wijze waarop de Raad van Bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. Binnen de Raad van Bestuur vervult de voorzitter een leidinggevende rol.
Het derde lid betreft de interne taakverdeling tussen de bestuursleden. De Raad van Bestuur regelt zelf de onderlinge taakverdeling en kan deze vorm geven door aan bestuursleden een of meer portefeuilles toe te wijzen. Dit heeft tot doel de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden binnen het bestuur efficiënt te organiseren. De taakverdeling wordt door het bestuur onderling vastgesteld en kan zo nodig worden aangepast.
Onder de taakverdeling valt ook het onderhouden van contact met de ondernemingsraad. Het bestuur kan daarbij besluiten dat het overleg met de ondernemingsraad door een ander bestuurslid dan de voorzitter wordt gevoerd. Dit is in overeenstemming met de Wet op de ondernemingsraden (WOR), die niet vastlegt wie namens het bestuur overleg voert met de ondernemingsraad.
In het zesde lid is bepaald dat de Raad van Bestuur een reglement vaststelt over de organisatie van het Zorginstituut, de mandaten, volmachten en machtigingen. Dit geeft het bestuur de ruimte om bevoegdheden op een zorgvuldige en transparante wijze binnen de organisatie te regelen.
Het zevende lid regelt dat de Raad van Bestuur een klachtenregeling vaststelt, in aanvulling op hoofdstuk 9, Titel 1, van de Algemene wet bestuursrecht. Deze klachtenregeling ziet zowel op de interne klachten als de externe klachten.
De Raad van Bestuur verricht zijn taak onpartijdig en zonder vooringenomenheid. In artikel 13 van de Kaderwet ZBO’s is onder meer geregeld dat een lid van een zelfstandig bestuursorgaan geen nevenfuncties vervult die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Ook is in die wet bepaald dat nevenfuncties anders dan uit hoofde van zijn functie openbaar worden gemaakt.
In artikel 3.1 draait het om persoonlijke belangen. Een persoonlijk belang is een belang dat niet behoort tot de belangen die de Raad van Bestuur voor zijn wettelijke taak behoort te behartigen. Zo’n belang kan in de relationele sfeer liggen (partner, familieleden, vrienden, voormalige collega’s). Het kan ook zakelijk en financieel van aard zijn (bijvoorbeeld voormalige functies en aandelen) of immaterieel van aard zijn (reputatieschade).
Bij de beoordeling of een persoonlijk belang in de weg staat aan deelname aan de beraadslagingen en besluitvorming wordt rekening gehouden met de aard van het persoonlijk belang en de duur ervan. Dit geldt ook voor belangen van een partner of familielid. Voor een beëindigde activiteit van een lid van de Raad van Bestuur (of van een partner of familielid) wordt beoordeeld of die in de weg staat van de onafhankelijkheid van zijn oordeelsvorming of van het vertrouwen daarin.
De bestuursleden leggen geen ambtseed af. Daarom is in het bestuursreglement een apart artikel over de geheimhouding en vertrouwelijkheid opgenomen die de bestuursleden in acht moeten nemen, ook na de beëindiging van hun benoeming.
Het Zorginstituut hanteert de meest recente versie van de Gedragscode Integriteit Rijk. Deze integriteitscode geldt voor de medewerkers van het Zorginstituut én voor de externe medewerkers. De gedragscode gaat onder meer in op de waarden van integriteit, belangenverstrengeling en het gebruik van publieke middelen, informatie en communicatie.
Aan medewerkers van het Zorginstituut wordt een verklaring omtrent het gedrag gevraagd. Daarnaast leggen medewerkers een ambtseed of belofte af.
Externe medewerkers van het Zorginstituut (inhuur) ondertekenen een integriteitsverklaring conform het model dat is opgenomen in de Gedragscode Integriteit Rijk. Deze integriteitsverklaring wordt door P&O bewaard.
Dit artikel bevat bepalingen over de frequentie en de toegankelijkheid van vergaderingen van de Raad van Bestuur. Het uitgangspunt is dat het bestuur tweemaal per maand vergadert onder leiding van de voorzitter. Deze frequentie waarborgt de continuïteit van besluitvorming en onderlinge afstemming. Het artikel biedt ruimte om, indien nodig, vaker bijeen te komen. Zowel de voorzitter als andere bestuursleden kunnen hiertoe het initiatief nemen. De tijd, plaats en werkwijze worden door de voorzitter vastgesteld.
Voorts is geregeld dat de vergaderingen besloten zijn. Dit betekent dat zij alleen toegankelijk zijn voor bestuursleden en dat anderen slechts op verzoek van de Raad van Bestuur de vergadering geheel of gedeeltelijk kunnen bijwonen.
Dit artikel beschrijft hoe de agenda voor de bestuursvergaderingen wordt samengesteld. De voorzitter stelt de agenda op en maakt daarbij onderscheid tussen enerzijds onderwerpen die vertrouwelijk van aard zijn, zoals personeelsaangelegenheden en benoemingen en anderzijds overige onderwerpen.
Door dit onderscheid wordt gewaarborgd dat vertrouwelijke zaken alleen met direct betrokkenen worden gedeeld. Tegelijkertijd wordt transparantie bevorderd waar dat passend is.
Dit artikel regelt de besluitvorming. Daarnaast regelt het artikel de mogelijkheid om een tussentijds besluit te nemen als vanwege het spoedeisend belang het besluit niet kan wachten tot de volgende bestuursvergadering. Om de kenbaarheid en de vindbaarheid van dergelijke besluiten te waarborgen is het van belang dat tussentijdse besluiten worden bekrachtigd in de volgende bestuursvergadering en in het verslag worden opgenomen.
Bij kortdurende afwezigheid, zoals vakanties, worden onderwerpen waarbij de aanwezigheid van meerdere bestuursleden van belang is zoveel mogelijk uitgesteld tot de eerstvolgende vergadering waarop meerdere bestuursleden aanwezig zijn. De overige onderwerpen kunnen op een reguliere vergadering worden behandeld, met de reguliere werkwijze.
In de Zvw worden twee wettelijke commissies van het Zorginstituut ingesteld, de Adviescommissie Pakket (ACP) in artikel 59a en de Kwaliteitsraad (KR) in artikel 59b. Het Zorginstituut kan andere vaste commissies en tijdelijke commissies instellen. Dat is in dit artikel geregeld. Voor elke commissie stelt het Zorginstituut een reglement vast met onder meer de werkwijze en op welke wijze wordt omgegaan met persoonlijke belangen, zodat de commissie haar werkzaamheden onpartijdig en zonder vooringenomenheid kan vervullen. Op grond van artikel 5 van de Bekendmakingswet worden deze reglementen in de Staatscourant gepubliceerd.
De leden van een commissie kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Het Zorginstituut heeft een vergoedingsregeling vastgesteld voor de bezoldiging van commissieleden van niet wettelijke commissies.
Met deze drie artikelen zijn drie vaste commissies ingesteld, te weten de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR), de Raad van Advies en de Auditcommissie.
Dit artikel regelt de mogelijkheid om met een ander bestuursorgaan een gezamenlijke commissie in te stellen. Zo’n gezamenlijke commissie kan in de rede liggen indien die commissie de vervulling van de wettelijke taken ten goede komt.
In artikel 60, derde lid, van de Zvw is bepaald dat het Zorginstituut in het bestuursreglement vastlegt hoe het voldoet aan de verplichting op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat artikel regelt de onderzoeksplicht. Dat wil zeggen dat bij de voorbereiding van besluiten, de Raad van Bestuur informatie moet verzamelen over de relevante feiten en de af te wegen belangen.
In artikel 6.1 zijn, gelet op de taken van het Zorginstituut niet alleen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht genoemd, maar ook adviezen, rapporten, signalementen, standpunten en richtlijnen. Ook daarvoor is het van belang dat het Zorginstituut informatie vergaart over de relevante feiten en de af te wegen belangen. De informatievergaring kan door eigen onderzoek, en op andere manieren plaatsvinden zoals de deelname van belanghebbenden aan project- of werkgroepen of het consulteren en horen van belanghebbenden. Verder is in het artikel geregeld dat de Raad van Bestuur inspraak kan organiseren.
Met het oog op een adequate uitvoering van zijn taken en bevoegdheden onderhoudt de Raad van Bestuur contacten met de vertegenwoordigende organisaties van de belanghebbende partijen. Ook bij deze contacten handhaaft de Raad van Bestuur zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
In dit hoofdstuk worden de inwerkingtreding en de citeertitel geregeld. Er is gekozen voor terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 omdat dat de formele ingangsdatum is.
Voorzitter Raad van Bestuur M.J. Janssen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23215.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.