Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Mondriaan Fonds | Staatscourant 2026, 23202 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Mondriaan Fonds | Staatscourant 2026, 23202 | beleidsregel |
Het bestuur van het Mondriaan Fonds,
Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
Besluit:
een project waarbij er sprake is van een integratie, kruisbestuiving of versmelting van of tussen minimaal twee kunstdisciplines die onder de werkingssfeer van verschillende rijkscultuurfondsen vallen;
o.a. beeldende kunst, architectuur, vormgeving, digitale cultuur, film, literatuur, muziek, muziektheater, dans en theater;
de kunstdiscipline(s) waar een rijkscultuurfonds zich op richt;
de professionele cultuursector, bestaande uit organisaties die zich richten op het produceren, presenteren en behouden van kunst en cultuur.
Met deze regeling willen het Mondriaan Fonds, Nederlands Filmfonds, Fonds Podiumkunsten en het Nederlands Letterenfonds interdisciplinariteit in het culturele veld stimuleren door organisaties de mogelijkheid te bieden om interdisciplinaire projecten te realiseren.
Het subsidieplafond en de indieningsperiode worden door het bestuur vastgesteld en bekendgemaakt in de Staatscourant.
De hoogte van de subsidie voor organisaties bedraagt een vaste bijdrage van:
a. € 12.500 voor een project met een totale begroting van € 15.000 tot € 60.000 of;
b. € 50.000 voor een project met een totale begroting van € 60.000 tot € 500.000.
1. De aanvrager is een culturele organisatie met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, gevestigd in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk.
2. Instellingen voor kunstonderwijs of postacademische instellingen kunnen niet aanvragen.
3. Mediabedrijven, zoals gedefinieerd in het Algemeen Reglement van het Filmfonds, kunnen niet aanvragen. Dit geldt ook voor een aanvrager waarin een mediabedrijf direct of indirect zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft dat dit mediabedrijf in belangrijke mate het beleid van de aanvrager kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van het beleid van de aanvrager of van de filmproductie.
1. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor een interdisciplinair project dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. het project vindt plaats in Nederland en/of het Caribisch deel van het Koninkrijk;
b. het project betrekt publiek, wordt voor een publiek uitgevoerd of kan door publiek worden bezocht;
c. de betrokken makers zijn aantoonbaar actief zijn binnen een professionele context;
d. indien naast professionele makers ook amateurs worden betrokken, is sprake van professionele artistiek eindverantwoordelijken en een professionele context; en
e. de totale projectbegroting bedraagt minimaal € 15.000 en maximaal € 500.000.
2. Stapeling van subsidies is niet toegestaan; geen subsidie kan worden verstrekt voor projecten waarvoor door één van de zes rijkscultuurfondsen al subsidie is verstrekt.
3. Projecten die als geheel passen binnen een andere subsidieregeling van één van de rijkscultuurfondsen komen op grond van deze regeling niet voor subsidie in aanmerking.
4. De toepassing van Fair Pay, zoals volgt uit de Fair Practice Code, is voor alle betrokkenen in het project verplicht.
1. Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een:
a. uittreksel register Kamer van Koophandel van maximaal één jaar oud;
b. feitelijke gegevens instelling: een reflectie op de recente activiteiten met daarbij een beschrijving van de rol, positie en werkwijze van de organisatie en een toelichting op de artistiek-inhoudelijke visie van de organisatie;
c. projectplan met een:
i. overzicht van het te organiseren project,
ii. inhoudelijke motivering,
iii. planning,
iv. overzicht van inhoudelijk verantwoordelijken voor het project,
v. motivatie van het interdisciplinaire karakter,
vi. beschrijving van de innovatieve waarde,
vii. toelichting op het werk en de beroepspraktijk van de betrokken makers, indien er makers betrokken zijn,
viii. toelichting op de samenwerking, indien er sprake is van een samenwerking.
d. presentatieplan: een beschrijving van de wijze waarop het project wordt gepresenteerd, inclusief een toelichting op de manier waarop een passend publiek wordt bereikt, het verwachte aantal deelnemers of bezoekers, de doelgroepen en de keuze voor deze doelgroepen;
e. gespecificeerde begroting met dekkingsplan;
f. bevestigingsbrieven van bijdragen van derden.
2. Indien bij de aanvraag één of meerdere individuele maker(s) artistiek-inhoudelijk betrokken is/zijn of in ander opzicht een grote rol spelen in het project wordt tevens aangeleverd:
a. de cv’s van alle betrokken makers of een representatieve selectie makers met de belangrijkste gegevens per maker over de beroepspraktijk, met de nadruk op de afgelopen 1 tot 4 jaar;
b. (visueel) documentatiemateriaal van alle betrokken makers of een representatieve selectie;
c. een documentatielijst die correspondeert met het documentatiemateriaal.
3. Indien inhoudelijk en op gelijkwaardige basis wordt samengewerkt met één of meerdere andere organisatie(s) die actief is/zijn op het gebied van kunst en cultuur wordt tevens aangeleverd: getekende toestemmingsverklaringen van samenwerkende organisaties voor het indienen van de aanvraag, waaruit blijkt dat de samenwerkende organisatie zich er bewust van is dat zij niet zelf nog een aanvraag bij één van de rijkscultuurfondsen kunnen indienen voor kosten die op de begroting van de aanvraag staan.
4. Indien van toepassing wordt tevens aangeleverd;
a. een recent bankafschrift met daarop de naam van de rekeninghouder en het IBAN/bankrekeningnummer van de aanvrager, indien dit de eerste aanvraag is of het rekeningnummer sinds de vorige aanvraag is gewijzigd;
b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de instelling niet btw-plichtig is, indien de instelling niet btw- plichtig is.
1. De ingezonden aanvraag met bijlagen wordt door medewerkers van het Mondriaan Fonds getoetst op volledigheid en aan de formele voorwaarden.
2. Indien de aanvraag volledig is en aan alle formele voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag voorgelegd aan de adviescommissie die beoordeelt of er sprake is van een interdisciplinair project. Indien daarvan geen sprake is, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.
3. Indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid, beoordeelt de adviescommissie de aanvraag aan de hand van onderstaande criteria, waarbij voor de criteria onder a tot en met c een score wordt toegekend op een schaal van 1 tot en met 10:
a. kwaliteit en belang eerdere activiteiten van de aanvrager
i. Wat is de (artistiek-)inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden? Denk hierbij aan de rol, positie en werkwijze van de organisatie.
ii. Geven de eerder uitgevoerde activiteiten het vertrouwen dat de aanvrager in staat is een relevant interdisciplinair project te organiseren? Denk hierbij bijvoorbeeld aan de artistiek-inhoudelijke visie, organisatorische kwaliteiten, expertise, etc.
b. kwaliteit projectplan
i. Getuigt het plan van een onderscheidende visie en komt deze visie overtuigend tot uitdrukking in het te realiseren project?
ii. Past de gekozen vorm bij het onderwerp?
iii. Is het plan haalbaar op het gebied van uitvoering?
c. kwaliteit presentatieplan
i. Wordt het project voldoende zichtbaar en passend bij het onderwerp gepresenteerd?
ii. Is het presentatieplan realistisch en doordacht?
d. Innovatie
Heeft het plan een innovatieve waarde en/of een onderscheidende vorm, door de combinatie van disciplines, ten opzichte van andere aanvragen binnen deze regeling?
4. Voor het criterium ‘innovatie’, bedoeld in het derde lid, onder d, kan ieder commissielid afzonderlijk een pre toekennen. De pre leidt tot een verhoging van het eindoordeel met maximaal 0,3 punt. De verhoging wordt naar rato vastgesteld op basis van het aantal commissieleden dat een pre heeft toegekend.
5. Indien het criterium ‘kwaliteit projectplan’ lager dan een 6 wordt beoordeeld, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.
6. Indien het criterium ‘kwaliteit projectplan’ met een 6 of hoger wordt beoordeeld, stelt de adviescommissie een eindoordeel vast op basis van de scores voor de criteria bedoeld in het derde lid, onder a tot en met c. Daarbij wordt het criterium ‘kwaliteit projectplan’ met een factor twee gewogen ten opzichte van de overige beoordelingscriteria. Het eindoordeel kan vervolgens met maximaal 0,3 punt worden verhoogd indien op grond van het vierde lid een pre is toegekend voor het criterium bedoeld in het derde lid, onder d.
7. Indien het eindoordeel een 6 of hoger is, brengt de adviescommissie een positief advies uit. Indien het eindoordeel lager is dan een 6, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.
8. Voor de toepassing van deze regeling worden scores afgerond op gehele getallen, waarbij decimalen van 0,96 of hoger worden afgerond naar het eerstvolgende gehele getal.
9. Voor de leesbaarheid worden de scores in het uiteindelijke advies omgezet in de volgende woorden: 1. t/m 3. ruim onvoldoende, 4. onvoldoende, 5. net onvoldoende, 6. voldoende, 7. ruim voldoende, 8. goed, 9. zeer goed en 10. uitmuntend.
1. Het bestuur neemt het besluit op de aanvraag met inachtneming van het advies van de adviescommissie.
2. Indien het subsidieplafond niet toereikend is om alle positief beoordeelde aanvragen te honoreren, worden deze aanvragen gerangschikt op basis van het eindoordeel waarbij aanvragen met de hoogste score eerst in de rangorde worden geplaatst.
3. Het bestuur verdeelt de beschikbare middelen overeenkomstig de rangorde totdat het subsidieplafond is bereikt. Aanvragen die niet binnen het subsidieplafond kunnen worden gehonoreerd, worden afgewezen.
4. Indien aanvragen gelijk eindigen in de rangorde en het subsidieplafond met deze aanvragen wordt overschreden, dan wordt tussen deze aanvragen onderling prioriteit gegeven aan de aanvraag die het hoogst wordt gewaardeerd op het criterium ‘kwaliteit projectplan’. Als deze score gelijk is wordt er gekeken naar de score op het criterium ‘kwaliteit presentatieplan’ en vervolgens naar het criterium ‘kwaliteit en belang eerdere activiteiten van de aanvrager’.
Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.
Stichting Mondriaan Fonds E. Postema directeur-bestuurder a.i.
Deze regeling is ontwikkeld op gezamenlijk initiatief van het Filmfonds, het Fonds Podiumkunsten, het Letterenfonds en het Mondriaan Fonds en komt voort uit een wens om projecten te ondersteunen die die onder de werkingssfeer van verschillende rijkscultuurfondsen vallen en niet als geheel passen binnen een andere subsidieregeling van één van de rijkscultuurfondsen.
Onder andere het rapport Toegang tot cultuur van de Raad voor Cultuur uit 2024 vraagt om meer aandacht voor deze groep. Met deze pilotregeling willen de rijkscultuurfondsen onderzoeken of er inderdaad een behoefte is in het veld die niet wordt ondervangen door een van de fondsen en wel subsidiabel zou moeten zijn, waar die behoefte precies ligt en hoe groot deze is. Gezien de doelstelling van de regeling zal deze tussentijds geëvalueerd worden en waar nodig aangepast worden.
Met de regeling Interdisciplinair Organisatie willen bovengenoemde rijkscultuurfondsen de mogelijkheid creëren om interdisciplinaire projecten van organisaties te ondersteunen, waarbij er sprake is van een integratie, kruisbestuiving of versmelting van of tussen minimaal twee kunstdisciplines die onder de werkingssfeer van verschillende rijkscultuurfondsen vallen.
Het kan bijvoorbeeld gaan om een presentatie op het grensvlak van podiumkunsten en beeldende kunst, een boek dat zich openbaart in een combinatie van literatuur en film, een participatief werk waarbinnen muziek en mode elkaar ontmoeten.
Er kan worden aangevraagd voor een interdisciplinair project dat een publiek betrekt, voor een publiek wordt uitgevoerd of vertoond, of door een publiek kan worden bezocht, zoals een presentatie of event.
Aanvragen kunnen worden ingediend voor een interdisciplinair project met betrekking tot alle kunstdisciplines. Onder kunstdisciplines worden onder meer verstaan: beeldende kunst, architectuur, vormgeving, digitale cultuur, film, literatuur, muziek, muziektheater, dans en theater.
Naast de regeling Interdisciplinair Organisatie is er ook de regeling Interdisciplinair Individu
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23202.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.