Deelregeling Interdisciplinair Individu

Het bestuur van het Mondriaan Fonds,

Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. interdisciplinaire praktijk:

een professionele praktijk waarin minimaal twee kunstdisciplines worden geïntegreerd of gecombineerd, die onder de werkingssfeer van verschillende rijkscultuurfondsen vallen.

b. kunstdisciplines:

o.a. beeldende kunst, architectuur, vormgeving, digitale cultuur, film, literatuur, muziek, muziektheater, dans en theater;

c. werkingssfeer:

de kunstdiscipline(s) waar een rijkscultuurfonds zich op richt;

d. professionele maker;

een maker die aantoonbaar actief en zichtbaar is binnen de professionele cultuursector, bestaande uit organisaties die zich richten op het produceren, presenteren en behouden van kunst en cultuur.

Artikel 2. Doel

Met deze regeling willen het Mondriaan Fonds, Nederlands Filmfonds, Fonds Podiumkunsten en het Nederlands Letterenfonds interdisciplinariteit in het culturele veld stimuleren door de mogelijkheid te creëren om makers met een interdisciplinaire praktijk te ondersteunen.

Artikel 3 Subsidieplafond en indieningsperiode

Het subsidieplafond en de indieningsperiode worden door het bestuur vastgesteld en bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel 4 Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie bedraagt € 24.900 voor 12 maanden.

Artikel 5 Aanvrager

  • 1. De aanvrager is een natuurlijk persoon met een professionele interdisciplinaire praktijk van minimaal één jaar. Daarbij geldt:

    • a. Indien de aanvrager een hbo-bacheloropleiding gericht op een kunstdiscipline heeft afgerond, wordt de diplomadatum beschouwd als start van de professionele beroepspraktijk. Wanneer een periode tussen de diplomadatum van de hbo- bacheloropleiding gericht op een kunstdiscipline en de start van de masteropleiding zit, wordt deze periode meegerekend als onderdeel van de professionele beroepspraktijk.

    • b. Indien de aanvrager geen hbo-bacheloropleiding gericht op een kunstdiscipline heeft afgerond, wordt het moment waarop de aanvrager voor het eerst zijn praktijk heeft gepresenteerd binnen een relevant kunstcircuit beschouwd als de start van de professionele beroepspraktijk.

  • 2. Een periode waarin de aanvrager een masteropleiding volgt telt niet mee voor de duur van de professionele beroepspraktijk. De periode van deelname aan postdoctorale opleidingen en programma’s van postacademische instellingen, zoals de Rijksakademie, de Ateliers, de Jan van Eyck, EKWC of Das Arts, wordt wel beschouwd als onderdeel van de professionele beroepspraktijk.

  • 3. Uit het aangeleverde cv blijkt dat de aanvrager op het moment van aanvragen artistiek inhoudelijk actief is als interdisciplinair maker en als zodanig zichtbaar is in de professionele praktijk van de desbetreffende disciplines in Nederland en/of het Caribisch deel van het Koninkrijk.

  • 4. Subsidie wordt niet verstrekt aan aanvragers die op het moment van aanvragen of tijdens de looptijd van de subsidie onderwijs volgen aan instellingen, zoals bachelor-, master- of postdoctorale opleidingen. Dit geldt ook voor deelname aan programma’s van postacademische instellingen en PhD trajecten. Tenzij het een deeltijdopleiding betreft, niet zijnde een bachelor, van minder dan twintig uur per week.

  • 5. Het verzamelinkomen van de aanvrager mag in de periode waarvoor wordt aangevraagd niet hoger zijn dan € 55.000.

  • 6. De aanvrager waarvan de aanvraag is afgewezen, kan binnen 12 maanden geen nieuwe aanvraag indienen binnen deze regeling.

Artikel 6 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Er kan subsidie worden aanvraagt voor het ontwikkelen van de interdisciplinaire praktijk gedurende één jaar.

  • 2. Geen subsidie wordt verstrekt voor het volgen van onderwijs aan instellingen, bedoeld in artikel 5, vierde lid.

  • 3. Stapeling van subsidies is niet toegestaan; een aanvrager die in het kader van deze regeling een subsidie ontvangt, kan voor dezelfde periode geen vergelijkbare bijdrage aanvragen bij één van de zes rijkscultuurfondsen. Ook kan geen subsidie worden aangevraagd tijdens de looptijd van een andere subsidie van een rijkscultuurfonds als het bestuur van het Mondriaan Fonds van mening is dat met de bijdrage dezelfde kosten gedekt worden.

  • 4. Een aanvrager kan maximaal één keer een subsidie Interdisciplinair Individu ontvangen.

Artikel 7 Aanvraag

  • 1. Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een:

    • a. toelichting op het werk en het cultureel ondernemerschap;

    • b. curriculum vitae;

    • c. plan, met daarin beschreven wat de plannen voor het komende jaar zijn, welke richting de aanvrager op wil met zijn werk, hoe dat aansluit op eerder gerealiseerd werk, of de aanvrager gaat samenwerken en wat het eigen aandeel daarin is, hoe het werk en/of werkproces wordt gepresenteerd, welke publiek de aanvrager voor ogen heeft en waarom dat relevant publiek is;

    • d. (visueel) documentatiemateriaal van de belangrijkste werken/vertoningen/publicaties/films/voorstellingen/concerten uit de afgelopen 4 jaar;

    • e. documentatielijst die correspondeert met het documentatiemateriaal;

    • f. kopie belastingaangifte of -aanslag inkomstenbelasting premie volksverzekeringen.

  • 2. Indien van toepassing wordt tevens aangeleverd een:

    • a. uittreksel (niet ouder dan 1 jaar) van de Basis Registratie Personen (BRP) of een bewijs van inschrijving binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk, indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit;

    • b. recent bankafschrift met daarop de naam van de rekeninghouder en het IBAN/bankrekeningnummer van de aanvrager, indien dit de eerste aanvraag is of het rekeningnummer sinds de vorige aanvraag is gewijzigd;

    • c. uittreksel van de Kamer van Koophandel van maximaal 3 maanden oud, indien de aanvrager een zakelijk rekeningnummer van een eigen eenmanszaak heeft.

Artikel 8 Beoordeling

  • 1. De ingezonden aanvraag met bijlagen wordt door medewerkers van het Mondriaan Fonds getoetst op volledigheid en aan de formele voorwaarden.

  • 2. Indien de aanvraag volledig is en aan alle formele voorwaarden voldoet wordt de aanvraag voorgelegd aan de adviescommissie die beoordeelt of er sprake is van een professionele interdisciplinaire praktijk van minimaal één jaar. Indien daarvan geen sprake is, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.

  • 3. Indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid, beoordeelt de adviescommissie, met inachtneming van achtergrond en context van de praktijk, de aanvraag aan de hand van onderstaande criteria, waarbij een score wordt toegekend op een schaal van 1 tot en met 10:

    • a. de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre

      • i. Is sprake van een onderscheidende artistieke visie en komt deze overtuigend tot uitdrukking in eerder gerealiseerd werk?

      • ii. Blijkt uit de kwaliteit van het werk tot nu toe potentie of opvallend talent om van belang te zijn of te worden voor het culturele veld?

    • b. de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap

    Zet de aanvrager zich er op overtuigende wijze voor in dat de intenties van het werk begrepen en gewaardeerd worden? En leidt dit tot een toename van zichtbaarheid van de praktijk binnen een relevant cultureel circuit?

  • 4. De adviescommissie stelt op basis van de criteria, bedoeld in het derde lid, een gewogen tussenoordeel vast. Hierbij wordt de beoordeling voor het criterium ‘de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre’ met een factor drie ten opzichte van het criterium ‘de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap’ gewogen.

  • 5. Indien het tussenoordeel lager is dan een 6, wordt de beoordeling beëindigd en brengt de adviescommissie een negatief advies uit.

  • 6. Indien het tussenoordeel een 6 of hoger is, beoordeelt de adviescommissie tevens de kwaliteit van het plan en de manier waarop de aanvrager publiek voor het werk probeert te vinden:

    • i. Draagt het werkplan bij aan de artistieke ontwikkeling en de ontwikkeling van het cultureel ondernemerschap van de aanvrager?

    • ii. Blijkt uit het plan voldoende dat het werk en/of werkproces wordt gepresenteerd aan relevante professionals en/of publiek?

    • iii. Heeft het plan een onderscheidende vorm, in de combinatie van diverse disciplines, ten opzichte van andere aanvragen binnen deze regeling?

  • 7. Voor het subcriterium bedoeld in het zesde lid, onder iii, kan ieder commissielid afzonderlijk een pre toekennen. De pre leidt tot een verhoging van de gemiddelde score voor het criterium bedoeld in het zesde lid met maximaal 0,3 punt. De verhoging wordt naar rato vastgesteld op basis van het aantal commissieleden dat een pre heeft toegekend.

  • 8. De adviescommissie stelt op basis van de criteria, bedoeld in het derde en zesde lid, een gewogen eindoordeel vast. Daarbij wordt het criterium “kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre” met een factor drie gewogen ten opzichte van de overige beoordelingscriteria.

  • 9. Indien het eindoordeel een 6 of hoger is, brengt de adviescommissie een positief advies uit. Indien het eindoordeel lager is dan een 6, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.

  • 10. Voor de toepassing van deze regeling worden scores afgerond op gehele getallen, waarbij decimalen van 0,96 of hoger worden afgerond naar het eerstvolgende gehele getal.

  • 11. Voor de leesbaarheid worden de scores in het uiteindelijke advies omgezet in de volgende woorden: 1. t/m 3. ruim onvoldoende, 4. onvoldoende, 5. net onvoldoende, 6. voldoende, 7. ruim voldoende, 8. goed, 9. zeer goed en 10. uitmuntend.

Artikel 9 Honorering en verdeling budget

  • 1. Het bestuur neemt het besluit op de aanvraag met inachtneming van het advies van de adviescommissie.

  • 2. Indien het subsidieplafond niet toereikend is om alle positief beoordeelde aanvragen te honoreren, worden deze aanvragen gerangschikt op basis van het eindoordeel, waarbij aanvragen met de hoogste score eerst in de rangorde worden geplaatst.

  • 3. Het bestuur verdeelt de beschikbare middelen overeenkomstig de rangorde totdat het subsidieplafond is bereikt. Aanvragen die niet binnen het subsidieplafond kunnen worden gehonoreerd, worden afgewezen.

  • 4. Indien aanvragen gelijk eindigen in de rangorde en het subsidieplafond met deze aanvragen wordt overschreden, dan wordt tussen deze aanvragen onderling prioriteit gegeven aan de aanvraag die het hoogst wordt gewaardeerd op het criterium ‘de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre'. Als deze score gelijk is wordt er gekeken naar de score op het criterium 'de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap’ en vervolgens naar ‘de kwaliteit van het plan en de manier waarop de aanvrager publiek voor het werk probeert te vinden’.

Artikel 10 Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een belanghebbende van bepalingen in dit reglement afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Interdisciplinair Individu.

Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

Stichting Mondriaan Fonds E. Postema directeur-bestuurder a.i.

TOELICHTING

Deze regeling is ontwikkeld op gezamenlijk initiatief van het Filmfonds, het Fonds Podiumkunsten, het Letterenfonds en het Mondriaan Fonds en komt voort uit een wens om makers met een interdisciplinaire praktijk te ondersteunen.

Onder andere het rapport Toegang tot cultuur van de Raad voor Cultuur uit 2024 vraagt om meer aandacht voor deze groep. Met deze pilotregeling willen de rijksfondsen onderzoeken of er een behoefte is in het veld die niet wordt ondervangen door een van de fondsen en wel subsidiabel zou moeten zijn, waar die behoefte precies ligt en hoe groot deze is. Gezien de doelstelling van de regeling zal deze tussentijds geëvalueerd worden en waar nodig aangepast worden.

Met de regeling Interdisciplinair Individu willen bovengenoemde rijkscultuurfondsen de mogelijkheid creëren om de praktijk te ondersteunen van interdisciplinaire en multidisciplinaire makers. Met interdisciplinaire praktijken bedoelen we professionele praktijken waarin minimaal twee kunstdisciplines worden gecombineerd of geïntegreerd. Onder culturele disciplines worden onder meer verstaan: beeldende kunst, architectuur, vormgeving, digitale cultuur, film, literatuur, muziek, muziektheater, dans en theater.

Het kan bijvoorbeeld gaan om een maker die in diens werk mode integreert met digitale fictie, film met literatuur of theater met beeldende kunst. Het kunnen ook makers zijn die bijvoorbeeld zowel een praktijk hebben als filmmaker, beeldend kunstenaar en schrijver. Onder het begrip ‘interdisciplinaire praktijk’ wordt in deze regeling tevens verstaan: multidisciplinaire, hybride, gemixte, transdisciplinaire, pluridisciplinaire en disciplineoverschrijdende praktijken, voor zover deze aan de definitie van deze regeling voldoen. We hanteren voor makers een ruimere doelgroep dan bij organisaties in de regeling Interdisciplinair Organisatie, omdat we niet bij voorbaat de groep potentiële aanvragers te zeer willen vernauwen. Doel van de pilotregeling is immers gerichte verzameling van informatie.

Naast de regeling Interdisciplinair Individu is er ook de regeling Interdisciplinair Organisatie.

Naar boven