Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 23166 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 23166 | overige overheidsinformatie |
|
1 |
Overzicht en inleiding |
|
|
1.1 |
Kort overzicht |
|
|
1.2 |
Inleiding |
|
|
2 |
Doelstelling en achtergrond |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma en de ronde |
|
|
2.2 |
Profiel en projecten van de Teaching Fellow |
|
|
2.3 |
Thema’s Comeniusprogramma 2027 |
|
|
2.4 |
Achtergrond |
|
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
|
3.1 |
Tijdpad |
|
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
|
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
|
3.4 |
Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC |
|
|
3.5 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
|
4 |
Beoordeling |
|
|
4.1 |
Criteria |
|
|
4.2 |
Procedure |
|
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
|
5 |
Na de toewijzing |
|
|
5.1 |
Start van het project |
|
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
|
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering project |
|
|
5.4 |
Afronding |
|
|
5.5 |
Onderzoeksresultaten – Open Science |
|
|
5.6 |
Evaluatie |
|
|
6 |
Contact |
|
|
7 |
Bijlagen |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
|
|
7.2 |
Indexering |
|
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.
Titel: Comenius Teaching Fellows ho 2027
Doel: In de eerste plaats financiert het Comeniusprogramma onderwijsinnovatieprojecten die direct bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het vervolgonderwijs in Nederland, ten behoeve van studenten. Daarnaast draagt het Comeniusprogramma bij aan het mogelijk maken van veelzijdige carrièrepaden voor onderzoekers en onderwijsprofessionals aan mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten, door excellent en bevlogen docentschap zichtbaar te waarderen. De projecten van de Teaching, Senior en Leadership Fellows onderscheiden zich doordat de impact op het onderwijs, op iedere ‘trede’ in het programma breder wordt.
Aan te vragen financiering: De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 50.000. Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.000.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 40 aanvragen toegewezen. Er zijn maximaal 20 beurzen beschikbaar voor aanvragen uit het hoger beroepsonderwijs (hbo) en maximaal 20 voor aanvragen uit het wetenschappelijk onderwijs (wo)1 volgens onderstaande verdeling.
|
hbo |
wo |
totaal |
|
|---|---|---|---|
|
Thema 1: Onderwijsvormen van de toekomst |
4 |
4 |
8 |
|
Thema 2: Studentenwelzijn |
4 |
4 |
8 |
|
Thema 3: Aansluiting op de arbeidsmarkt |
4 |
4 |
8 |
|
Vrije thema |
8 |
8 |
16 |
|
totaal |
20 |
20 |
40 |
Additionele financiering: Een eigen bijdrage is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk een eigen bijdrage toe te voegen in de aanvraag.
Indieningsdeadline(s):
De deadline voor het indienen van aanvragen is 12 november 2026, voor 14:00:00 CET.
Procedure: Deze ronde maakt gebruik van peer review; de aanvragers beoordelen elkaars aanvraag. Aanvragen worden op basis van de sector (hbo of wo) en het gekozen thema ingedeeld in een panel. Per panel worden de aanvragen vervolgens verdeeld in twee groepen die elkaar beoordelen, Groep A en Groep B. De beoordelingen leiden per groep tot een prioritering van de aanvragen in die groep. De eindprioriteringen die daaruit volgen blijven gescheiden. Er is geen mogelijkheid tot weerwoord.
Veranderingen ten opzichte van de vorige Call for proposals: Comenius Teaching Fellows ho 2027 kent een beoordelingsprocedure die afwijkt van voorgaande procedures. Onderwijsprofessionals die een aanvraag indienen worden ook beoordelaar van andere ingediende aanvragen. Deze keuze is gemaakt, omdat het gaat om innovatieprojecten met een beperkte duur, een klein budget en een korte doorlooptijd. Om deze procedure mogelijk te maken dienen alle aanvragen in het Engels en anoniem opgesteld te worden.
Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde ‘Comenius Teaching Fellows ho 2027’ is ingericht en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) dat onderdeel is van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het NRO heet per 1 januari 2026 het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO).
Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs versterkt de kwaliteit van het onderwijs met kennis uit onderzoek. We identificeren vraagstukken, signaleren trends, stimuleren innovatie, laten kennis ontwikkelen en maken kennis toegankelijk en bruikbaar. Samen met de wetenschap, de praktijk en het beleid werken we aan de kwaliteit van ons onderwijs.
Het NKO programmeert en financiert onderzoek langs de volgende lijnen:
1. onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs;
2. onderzoek naar (kansrijke) aanpakken;
3. vrij onderzoek met als doel de ontwikkeling van kennis voor de toekomst van het onderwijs;
4. talent-, innovatie- en stimuleringsbeurzen voor kennisgedreven werken door onderwijsprofessionals.
Deze subsidieronde valt onder de verantwoordelijkheid van de Programmacommissie Hoger Onderwijs van het NKO. De Programmacommissie Hoger Onderwijs is verantwoordelijk voor de programmering van subsidierondes voor onderwijsonderzoek en -innovatie. De financiering wordt beschikbaar gesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het programma voor innovatie in het vervolgonderwijs bestaat uit vier subsidierondes: het voorliggende Comeniusprogramma, de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho, de Opschalingsbeurs en de SoTL-beurs. Meer informatie over dit subsidieprogramma is te vinden op de NKO-website. Aanvragers mogen maximaal eenmaal een uitgewerkte aanvraag als hoofdaanvrager indienen binnen de subsidierondes voor innovatie in het hoger onderwijs 2027. Hieronder vallen de Opschalingsbeurs 2027, de SoTL-beurs 2027 en de drie subsidierondes binnen het Comeniusprogramma ho 2027. Het doel van deze voorwaarde is om het toewijzingspercentage binnen een subsidieronde te verhogen.
Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling 2024 van toepassing, met uitzondering van de artikelen 2.2.4, 2.2.5 en 3.4.3. Het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek is ook van toepassing.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van het programma en de ronde. Paragraaf 2.1 omschrijft hoe de Comeniusprojecten bijdragen aan de doelstellingen van het Comeniusprogramma. Paragraaf 2.2 omschrijft het profiel van een Teaching Fellow en de kenmerken van een Teaching Fellowproject. Paragraaf 2.3 omschrijft de thema’s voor de ronde Teaching Fellows 2027. Paragraaf 2.4 omschrijft ten slotte de achtergrond van het Comeniusprogramma.
Het doel van het Comeniusprogramma is tweeledig. In de eerste plaats financiert het Comeniusprogramma onderwijsinnovatieprojecten die direct bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het vervolgonderwijs in Nederland, ten behoeve van studenten. Daarnaast draagt het Comeniusprogramma bij aan het mogelijk maken van veelzijdige carrièrepaden voor onderzoekers en onderwijsprofessionals aan mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten, door excellent en bevlogen docentschap zichtbaar te waarderen. De projecten van de Teaching, Senior en Leadership Fellows onderscheiden zich doordat de impact op het onderwijs, op iedere ‘trede’ in het programma breder wordt. De treden van het Comeniusprogramma waarbinnen docenten zich kunnen ontwikkelen, zijn gebaseerd op het Career Framework for University Teaching van Ruth Graham.
Het Comeniusprogramma financiert innovatieprojecten die dermate vernieuwend zijn of een ambitieuze verbetering implementeren, dat ze ook buiten de instelling waar het project plaatsvindt als vernieuwend worden beschouwd. Projecten kunnen 1) een geheel nieuwe onderwijskundige, technologische of vakinhoudelijke innovatie in het onderwijs doorvoeren, of 2) een bestaande innovatie in een specifieke onderwijscontext toepassen – zolang men overtuigend uiteenzet wat het onderscheidende karakter is van het project voor deze onderwijscontext en wat andere onderwijsprofessionals hieraan kunnen hebben. In beide gevallen reikt een Comeniusproject verder dan een reguliere curriculumherziening.
Het doel van de innovatie is om het onderwijs te verbeteren. De innovatie wordt uitgevoerd in de (online) onderwijsomgeving van de student. Bij het doel van het project houdt men rekening met de volgende aspecten:
– Projecten dienen gericht te zijn op programma’s in het initieel vervolgonderwijs of op trajecten die de toegang tot het initieel vervolgonderwijs verbeteren (bijvoorbeeld mbo-hbo schakelprogramma’s). Projecten gericht op post-initieel vervolgonderwijs, inclusief trajecten voor promovendi, contractonderwijs en volwassen onderwijs (vavo), zijn hiermee uitgesloten.
– De innovatie komt tijdens de looptijd van het project direct ten goede aan studenten van een Nederlandse bekostigde vervolgonderwijsinstelling. Het ontwikkelen van onderwijs(materiaal) dat pas na afloop van het Comeniusproject in het onderwijs wordt geïmplementeerd of gebruikt, kan niet met een Comeniusbeurs worden gefinancierd.
– Projecten waarvan docentprofessionalisering het primaire doel is, zijn uitgesloten. Uiteraard kan docentprofessionalisering wel een (noodzakelijk) onderdeel zijn van het succesvol doorvoeren van een innovatie in de leeromgeving van de student.
Aanvragers maken in het voorstel duidelijk wat de onderscheidende en toegevoegde waarde van het project is ten opzichte van andere projecten met een gelijksoortige doelstelling. Zij doen dit door aan te tonen dat zij zich hebben georiënteerd op bestaande ontwikkelingen in het vervolgonderwijs binnen dit project. Wanneer aanvragers in het project een bestaande innovatie willen doorvoeren die elders al succesvol is gebleken, leggen zij uit hoe de vertaalslag naar deze andere onderwijscontext tot nieuwe inzichten of kennis kan leiden voor het vervolgonderwijs. Als het project voortbouwt op een pilot tonen de aanvragers aan op welke wijze de verdere ontwikkeling en/of opschaling van de pilot een vernieuwde, originele aanpak vraagt en nieuwe resultaten kan opleveren.
De innovatie is evidence-informed opgezet. Dat wil zeggen dat de aanvraag duidelijk maakt waarom het aannemelijk is dat de voorgestelde vernieuwing tot een verbetering zal leiden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verwijzingen naar relevante (vak)literatuur en eventueel voorbeelden uit de praktijk. De aanvrager laat zo zien op de hoogte te zijn van relevante ontwikkelingen binnen én buiten de eigen instelling. Het projectplan in de aanvraag maakt de haalbaarheid van de beoogde innovatie verder duidelijk. Hierin wordt toegelicht hoe het project wordt opgezet en uitgevoerd en welke expertise hiervoor nodig is in het projectteam. Bovendien wordt duidelijk omschreven hoe studenten betrokken zijn bij het project. Het projectplan bevat tevens een beknopte risicoanalyse die potentiële obstakels inventariseert.
Vanwege het vernieuwende karakter zijn de resultaten van de projecten ook interessant voor andere docenten en onderwijsprofessionals in Nederland. Het evalueren en kunnen delen van ervaringen en resultaten is een essentieel onderdeel van een Comeniusproject. De aanvraag maakt duidelijk hoe de innovatie wordt geëvalueerd, zodat de projectresultaten inzichtelijk worden. Bovendien besteedt de aanvrager aandacht aan de manier waarop de resultaten en ervaringen gedeeld worden met onderwijsprofessionals binnen en buiten de eigen instelling.
Met het toewijzen van een beurs voor onderwijsinnovatie wordt excellent docentschap en het geven van bevlogen onderwijs nadrukkelijk erkend en gewaardeerd. Toewijzing van de beurs biedt Comenius Fellows de kans zich gedurende de looptijd van het project te richten op de verbetering van hun onderwijs en zich verder te ontwikkelen als onderwijsprofessional.
In het professional statement in het aanvraagformulier legt de aanvrager uit wat de eigen visie op het vervolgonderwijs en de vernieuwing daarvan is. Ook wordt de onderwijservaring en het beoogde project expliciet geplaatst binnen deze bredere onderwijsvisie. Er zijn verschillende activiteiten die de aanvrager kan beschrijven om onderwijservaring te illustreren. Te denken valt aan een selectie van onderwezen vakken, curriculumontwikkeling, studentbegeleiding, het ontwikkelen van onderwijsmateriaal, peer-coaching en voorbeelden van eerder uitgevoerde onderwijsinnovaties.
Deelname aan of het organiseren van professionaliseringsactiviteiten, zoals workshops, seminars en conferenties, laat zien dat aanvragers het belangrijk vinden zichzelf en collega’s verder te ontwikkelen als docent. Deelname aan lokale en landelijke commissies, advies- of werkgroepen en netwerken die bijdragen aan docentschap zijn een andere manier om dit te laten zien. Ook kunnen eerder behaalde vormen van erkenning, zoals onderwijs- en docentprijzen, blijk geven van de verdiensten als docent. Tot slot beschrijft de aanvrager hoe een Comeniusbeurs kan bijdragen aan de eigen professionele ontwikkeling of onderwijscarrière.
Comenius Fellows worden lid van het ComeniusNetwerk. Dit is een netwerk van erkende onderwijsvernieuwers in het vervolgonderwijs (wo, hbo, mbo). Ook de landelijk genomineerde Docenten van het Jaar (ho), Leraar van het Jaar (mbo), prijswinnende teams van de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho en andere gemotiveerde en ervaren onderwijsvernieuwers maken onderdeel uit van dit netwerk.
Binnen het ComeniusNetwerk leren leden van elkaar en met elkaar over onderwijsvernieuwing. Daarvoor organiseert het netwerk verschillende activiteiten, zoals het jaarlijkse ComeniusFestival waar leden en niet-leden kennis en inspiratie opdoen over onderwijsinnovatie. Speciaal voor leden die net hun Comeniusbeurs hebben ontvangen, is het buddysysteem ingericht: vier regionale intervisiebijeenkomsten onder leiding van een ervaren onderwijsvernieuwer. Samen maak je een sterke start met je Comeniusproject. Daarnaast zijn er verschillende circles (learning communities) waarin leden samenkomen om met en van elkaar te leren rondom verschillende thema’s. Binnen deze circles staan kennisdeling en visievorming centraal. Lees meer over het netwerk op www.comeniusnetwerk.nl.
De Teaching Fellow
De Teaching Fellow heeft met het voorgestelde project impact op de eigen studenten en directe collega’s. In het dagelijks werk als docent, studieadviseur, stagecoördinator, etc. heeft de Teaching Fellow zelf direct contact met de studenten die het onderwijs volgen dat in het project wordt vernieuwd.
Teaching Fellows hebben ten minste twee jaar onderwijservaring in het vervolgonderwijs en tonen ambitie in de eigen ontwikkeling als onderwijsprofessional. Zij krijgen daartoe de mogelijkheid door op projectbasis een vernieuwing door te voeren, nieuwe inzichten op te doen en zich zo te ontwikkelen tot erkende onderwijsvernieuwer in het eigen vakgebied.
Het Teaching Fellowproject
Een Teaching Fellowproject vindt plaats binnen de context van één afgebakend studieonderdeel (bijvoorbeeld een cursus, vak, leerlijn, traject, etc.) waarvoor de Fellow verantwoordelijk is. Een Teaching Fellowproject heeft de potentie om binnen én buiten de eigen instelling te fungeren als voorbeeld van een best practice, dan wel als waardevolle les voor het vervolgonderwijs. Gezien de beperkte schaal en looptijd van de projecten wordt niet van de Teaching Fellows verwacht dat zij op een abstracter niveau publiceren dan over het concrete project.2
Overweegt u een aanvraag in te dienen? De kwaliteit van een aanvraag wordt vaak versterkt door al in een vroeg stadium samen te werken met collega’s en commitment te vragen van de indienende instelling. Aanvragers worden daarom aangemoedigd om tijdens het schrijfproces samen te werken met een subsidiebureau van de eigen instelling, een Centre for Teaching and Learning of een lectoraat.
Teaching Fellowprojecten sluiten aan bij één van de vier onderstaande thema’s. In de aanvraag dient men de beoogde innovatie expliciet te verbinden aan het thema waarbinnen wordt ingediend.
De thema’s zijn afkomstig uit de Kennisagenda voor het hoger onderwijs 2023–2026. Bekijk deze kennisagenda op www.nko.nl/kennisagenda voor de volledige beschrijvingen van de onderstaande thema’s.
Aanvragen worden binnen één thema ingediend. De aansluiting bij het thema vormt één van de beoordelingscriteria waarop de aanvraag wordt beoordeeld. Het is denkbaar dat een project raakvlakken vertoont met meerdere thema’s. In dat geval wordt aangeraden in te dienen binnen het thema dat het dichtst aansluit bij de belangrijkste motivatie van de aanvrager om het project uit te voeren.
Thema 1: Onderwijsvormen van de toekomst
Projecten binnen dit thema richten zich op de vraag hoe nieuwe onderwijsvormen op een succesvolle manier ontwikkeld en geïmplementeerd kunnen worden in het vervolgonderwijs, zodat deze ten goede komen aan studenten. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld studentgedreven onderwijs, learning communities, challenge based learning of aan technologische innovaties. Zie voor de volledige beschrijving de kennisagenda.
Thema 2: Studentenwelzijn
Projecten binnen dit thema richten zich op het bijdragen aan het welzijn van studenten, zodat hun beleving tijdens hun studietijd wordt bevorderd. Hierbij kan gedacht worden aan projecten die pogen de binding bij het onderwijs, de energiebronnen of de weerbaarheid van studenten te versterken. Zie voor de volledige beschrijving de kennisagenda.
Thema 3: Aansluiting op de arbeidsmarkt
Hogescholen en universiteiten hebben als doel om studenten goed voor te bereiden op hun loopbaanontwikkeling. De arbeidsmarkt verandert snel, met verschuivingen in vraag en aanbod, waardoor het een uitdaging voor het vervolgonderwijs blijft om ook in de toekomst de aansluiting met het werkveld te behouden. Zie voor de volledige beschrijving de kennisagenda.
Thema 4: Vrij thema
Binnen het vrije thema is het mogelijk om te kiezen uit een breed scala aan onderwerpen. Het gaat hierbij om projecten die bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het vervolgonderwijs ten behoeve van studenten. Projecten binnen dit thema richten zich op onderwerpen die voortkomen uit de nieuwsgierigheid van de docent.
Johannes Amos Comenius (1592–1670) was een zeventiende-eeuwse pedagoog en onderwijsvernieuwer. Hij wordt de grondlegger van het moderne onderwijs genoemd. In zijn zoektocht naar goed onderwijs combineerde hij onderwijsonderzoek met het ontwikkelen en in de praktijk brengen van vernieuwende onderwijsmethoden. Het Comeniusprogramma stelt onderwijsprofessionals in staat om, in de geest van de naamgever van het programma, hun onderwijs te innoveren en hun onderwijsvisie in de praktijk te brengen.
In 2015 publiceerde het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek van 2015–2025, De waarde(n) van weten. In de agenda lag de nadruk op ruimte voor de professionals van het Nederlandse hoger onderwijs en werd aangekondigd dat er een beurzenprogramma kwam voor docenten in het hoger onderwijs. Naar aanleiding daarvan is in het najaar van 2016 het Comeniusprogramma opgericht door het Ministerie van OCW en het NKO.
Ook in het middelbaar beroepsonderwijs wil het Ministerie van OCW docenten stimuleren die met onderwijsinnovatie bezig zijn. Op 14 februari 2023 bood Minister Dijkgraaf de Werkagenda mbo 2023–2027 Samen Werken aan Talent aan de Tweede Kamer aan. Een van de doelstellingen is: ‘We zorgen ervoor dat het mbo op het gebied van onderzoek en innovatie een volwaardige en gelijkwaardige partner in het onderzoeks- en kennisnetwerken wordt’. In dat kader werd het Comeniusprogramma uitgebreid naar het mbo in 2023 voor Teaching Fellowprojecten en in 2025 is de financiering vanuit NKO uitgebreid voor het mbo naar Senior Fellowprojecten.
Het Comeniusprogramma biedt beurzen aan Teaching Fellows ho (€ 50.000), Teaching Fellows mbo (€ 50.000), Senior Fellows ho (€ 100.000), Senior Fellows mbo (€ 100.000) en Leadership Fellows (€ 500.000). De genoemde budgetten zijn maximale budgetten. De Fellows onderscheiden zich onderling op basis van onderwijservaring en de reikwijdte van hun impact op het onderwijs. Met de beurs kunnen zij onderwijsinnovaties en -verbeteringen doorvoeren in hun eigen onderwijs op een schaal die past bij hun positie en de looptijd van het project.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NKO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.
Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NKO niet in behandeling.
Aanvragen
|
12 november 2026 voor 14:00:00 CET |
Deadline aanvragen |
|
November – december 2026 |
Toets op voorwaarden voor indiening en inventarisatie persoonlijke belangen |
|
Half januari – begin februari 2027 |
Aanvragers stellen beoordelingsrapporten op |
|
Februari – maart 2027 |
Controle beoordelingsrapporten door NKO en mogelijke terugplaatsing |
|
April 2027 |
Besluit door de Programmacommissie Hoger Onderwijs |
Onderwijsprofessionals mogen als hoofd- of medeaanvrager een aanvraag indienen als zij in dienst zijn bij één van de onderstaande organisaties:
– een universiteit of een hogeschool, zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
– een universitair medisch centrum zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Er is geen limiet aan het aantal aanvragen voor een Teaching Fellowbeurs per instelling, faculteit of opleiding. Binnen een hoger-onderwijsinstelling kunnen echter aanvullende procedures opgesteld zijn voor selectie en/of ondersteuning van aanvragers. Aanvragers wordt aangeraden hierover navraag te doen bij de contactpersoon van de instelling.
Duoaanvraag
Wanneer de aanvraag voortkomt uit de gezamenlijke visie van twee onderwijsprofessionals die een gelijke bijdrage zullen leveren aan het project, is het mogelijk om een duoaanvraag in te dienen.
Aanvragers kunnen werkzaam zijn aan dezelfde of aan verschillende onderwijsinstellingen, indien het project ook gelijkwaardig wordt uitgevoerd op beide instellingen. Beide aanvragers worden lid van het ComeniusNetwerk in het geval van toewijzing.
Er moet één hoofdaanvrager worden aangewezen die de aanvraag indient via ISAAC en het aanspreekpunt is voor NWO. De tweede aanvrager wordt in ISAAC als ‘medeaanvrager’ opgegeven en wordt in het aanvraagformulier toegevoegd. Wanneer aanvragers van verschillende faculteiten of instellingen afkomstig zijn, wordt de aanvraag ingediend vanuit het onderwijsonderdeel van de hoofdaanvrager. Het is mogelijk om als onderwijsprofessionals vanuit verschillende onderwijssectoren een duoaanvraag in te dienen. In dat geval is de instelling van de hoofdaanvrager bepalend voor de onderwijssector waarin de aanvraag wordt beoordeeld.
De hoofdaanvrager is tevens verantwoordelijk voor het beoordelen van de aanvragen, zie 4.2 voor informatie over de beoordelingsprocedure.
Een samenwerkingspartner is een partij die nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven en publieke en private organisaties. De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in de aanvraag beschreven te worden.
De samenwerkingspartners in deze Call for proposals kunnen zijn: hogeronderwijsinstellingen die niet als hoofd- of medeaanvrager optreden en mbo-instellingen.
Let op: Voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan alleen een vergoeding voor salaris- en/of onderzoekskosten worden aangevraagd via de budgetmodules ‘materieel’ (zie paragraaf 3.3.2 en 7.1.2).
Aanvullende voorwaarden:
– aanvragers mogen per jaar slechts één aanvraag binnen het Comeniusprogramma indienen3 , hetzij als hoofdaanvrager, hetzij als medeaanvrager;
– een Comenius Fellow die eerder een Comeniusbeurs toegekend heeft gekregen, kan binnen het programma ‘klimmen’, maar mag niet nogmaals een aanvraag indienen voor dezelfde beurs (zowel ho als mbo), of voor een beurs op een ‘lagere trede’. De aanvraag voor een beurs in de volgende trede mag niet voor het laatste jaar van het lopende Comeniusproject worden ingediend;
– aanvragers mogen in achtereenvolgende jaren maximaal twee aanvragen indienen in dezelfde trede in het Comeniusprogramma. Deze voorwaarde heeft geen betrekking op ingediende vooraanmeldingen in dezelfde trede;
– aanvragers mogen maximaal eenmaal een uitgewerkte aanvraag als hoofdaanvrager indienen binnen de subsidierondes voor innovatie in het hoger onderwijs 2027. Hieronder vallen de Opschalingsbeurs 2027, de SoTL-beurs 2027 en de drie subsidierondes binnen het Comeniusprogramma ho 2027;
– aanvragers moeten een dienstverband hebben voor de duur van het gehele project en van ten minste 0,5 fte in omvang bij de instelling waar men het project beoogt uit te voeren. Wanneer dit niet het geval is, dient de aanvrager in de verklaring aanstelling en projectbegeleiding op te nemen dat de aanstelling bij toewijzing uitgebreid wordt voor ten minste de looptijd van het project;
– aanvragers hebben bij de start van het project ten minste twee jaar onderwijservaring in het vervolgonderwijs;
– aanvragers zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en/of de organisatie van het onderwijs in de context waar het project plaatsvindt (deze verantwoordelijkheid wordt eventueel gedeeld door de projectleden);
– alleen in het geval van een duoaanvraag kan er maximaal één ‘medeaanvrager’ worden opgegeven in ISAAC. Van beide aanvragers wordt een vergelijkbare inzet gevraagd in het project;
– de keuze voor de hoofdaanvrager en eventuele medeaanvrager is definitief bij het indienen van de aanvraag en kan gedurende het beoordelingsproces niet meer gewijzigd worden.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.000.000. Per project is minimaal € 45.000 en maximaal € 50.000 subsidie aan te vragen. De minimale looptijd van het voorgestelde project is 12 maanden, de maximale looptijd is 18 maanden. De aanvrager en medeaanvrager kunnen kosten opvoeren voor personeel en materieel. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, en is of wordt aangesteld bij de organisatie van de aanvrager, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Dit betreft alleen personeel dat in dienst is bij een organisatie waarvan onderwijsprofessionals, conform paragraaf 3.2 als aanvrager mogen indienen. De tariefstelling is afhankelijk van het type organisatie waar het personeel werkzaam is.
Minimaal 30% van de aangevraagde uren moet worden gereserveerd voor de hoofdaanvrager. In geval van een duo-aanvraag moet minimaal 50% van de aangevraagde uren gereserveerd worden voor de aanvragers.
Loonkosten van personeel van een samenwerkingspartner, studenten of inhuur van derden kan worden aangevraagd via het materieel budget. Een nadere toelichting is te vinden in de bijlage (H7).
NKO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;
– download het aanvraagformulier, het budgetformulier voor de begroting, het formulier projectbetrokkenen en het informatieformulier. Deze zijn te downloaden vanuit het online aanvraagsysteem ISAAC of vanaf de website van NKO (op de financieringspagina van de betreffende ronde);
– vul het informatieformulier in voor gegevens die geen onderdeel uitmaken van de geanonimiseerde aanvraag;
– vul het aanvraagformulier in. Let hierbij goed op dat u dit anoniem doet en geen verwijzingen opneemt die terug te verwijzen zijn naar de eigen persoon. Zie ook de voorwaarden voor in behandeling nemen (3.5);
– sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlagen in;
– in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom;
– nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;
– de aanvraag is geschreven in het Engels.
Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:
– begroting (Excel-bestand);
– formulier projectbetrokkenen (Excel-bestand);
– informatieformulier.
Optionele bijlagen uitsluitend (onderdeel van informatieformulier):
– verklaring aanstelling en projectbegeleiding (pdf);
– steunverklaring (met eigen bijdrage) (pdf).
Gebruik voor de bijlagen alleen de door NKO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting en het formulier met de projectbetrokkenen, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting en het formulier met de projectbetrokkenen moeten als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.
Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NKO-website.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.
Een eigen bijdrage is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk een eigen bijdrage toe te voegen in de aanvraag(begroting).
Zowel de instelling van een hoofd- en/of medeaanvrager als een samenwerkingspartner kunnen een cash of in-kind bijdrage leveren aan het project. Deze bijdrage wordt gezien als een eigen bijdrage. Een bijdrage kan alleen worden aangemerkt als een eigen bijdrage indien het gaat om subsidiabele kosten (zie paragraaf 3.3 Wat kan worden aangevraagd), bijvoorbeeld indien de instelling (een deel van) het salaris van de onderzoeker betaalt dat geen onderdeel uitmaakt van de kosten die NKO al vergoedt.
Steunverklaring (met eigen bijdrage of cofinanciering)
U moet de rol en de garantie van de eigen bijdrage duidelijk toelichten in het aanvraagformulier en opnemen in de aanvraagbegroting. Tevens dient een ‘Steunverklaring’ te worden aangeleverd als bijlage bij het informatieformulier. In deze verklaring spreekt u zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het project en bevestigt de toegezegde eigen bijdrage.
De verklaring moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon. Het NKO stelt een verplicht format beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NKO website en in ISAAC.
Tariefstelling
De tariefstelling voor de personele inzet onder de eigen bijdrage is gelijk aan de tariefstelling voor de personele inzet onder de subsidie. Nadere toelichting op de tariefstelling is te vinden in paragraaf 7.1.
Verantwoording eigen bijdrage(n)
De eigen bijdrage(n) maken onderdeel uit van de financiële verantwoording aan NKO. Ambtshalve indexeren van de personele vergoeding vanuit de subsidie (zie paragraaf 7.2) heeft geen invloed op de verhouding voor de NKO bijdrage. NKO gaat daarvoor uit van de goedgekeurde aanvraagbegroting.
Te allen tijde dient NKO op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte eigen bijdrage (cash en/of in-kind). Naast mogelijke financiële gevolgen voor een project, kan NKO ook adequate wijzigingen in een project verlangen, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
NKO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Voorwaarden:
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager voldoen aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;
– de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;
– het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is in het Engels opgesteld;
– de aanvraag is anoniem opgesteld, dat wil zeggen dat het aanvraagformulier aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. aanvragers vermelden niet hun eigen naam of namen van personen uit hun opleiding;
b. aanvragers vermelden niet hun verbondenheid aan een instituut of kennisinstelling;
c. aanvragers gebruiken geen referenties waarvan zij zelf (co)auteur zijn;
d. aanvragers vermelden geen namen van (potentiële) samenwerkingspartners.
– de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– de eigen bijdrage is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels verklaringen cofinanciering;
– het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 12 en maximaal 18 maanden.
In het aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
Bij indiening van een aanvraag stemt de aanvrager in met het beoordelen van aanvragen van andere aanvragers uit dezelfde ronde. Als de deadline voor het aanleveren van de beoordelingsrapporten door een aanvrager niet wordt gehaald, dan wordt de aanvraag van deze aanvrager uit de procedure gehaald. Zie voor de procedure paragraaf 4.2.
Aanvragers moeten zich ervan bewust zijn dat zij ongeveer tien aanvragen ter beoordeling krijgen toegewezen uit het panel waarin zij de aanvraag hebben ingediend. De eigen aanvraag wordt door andere aanvragers uit het panel beoordeeld en moet om die reden breed toegankelijk worden opgesteld.
In behandeling nemen en administratieve correcties
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NKO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NKO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NKO de aanvraag niet in behandeling.
Informeren eigen onderzoeksorganisatie
NKO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NKO met de hoofdaanvrager.
Dit hoofdstuk somt allereerst de criteria op waaraan de beoordelaars uw aanvraag toetst (paragraaf 4.1). Vervolgens beschrijft het hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Daarnaast worden de richtlijnen en kaders voor de beoordeling beschreven (paragraaf 4.3).
Om tot een prioritering van de aanvragen te komen kijkt de beoordelaar naar onderstaande aspecten. In het geval van een duoaanvraag wordt met ‘aanvrager’ gedoeld op beide aanvragers. Alle aspecten mogen naar inzicht van een beoordelaar gebruikt worden om tot een prioritering te komen. Wel dient deze prioritering per criterium vergezeld te gaan van een korte schriftelijke toelichting die de gegeven prioritering onderbouwt op basis van de onderstaande beoordelingsaspecten.
1. Innovatief karakter van het project (30%)
a) In hoeverre maakt de aanvrager duidelijk dat het project beoogt:
• een vernieuwende oplossing beoogt te implementeren,
• óf een bestaande innovatie in een nieuwe onderwijscontext beoogt door te voeren die een ambitieuze verbetering omhelst?
2. Verwachte opbrengsten van het project (20%)
a) Wordt in de probleemverkenning overtuigend uiteengezet dat het project tegemoetkomt aan een behoefte in het vervolgonderwijs?
b) Past het voorstel bij deze Call for proposals en het gekozen thema?
c) Worden de beoogde opbrengsten duidelijk omschreven? Zijn deze van meerwaarde voor studenten?
d) Maakt de aanvrager aannemelijk dat het project ook buiten de eigen onderwijscontext interessant kan zijn?
3. Kwaliteit van het projectplan (20%)
a) Maakt de aanvrager aannemelijk dat het project haalbaar en praktisch uitvoerbaar is?
4. Onderwijsprofiel van de aanvrager(s) (30%)
a) Maakt de aanvrager duidelijk hoe het project zal bijdragen aan de professionele groei van de aanvrager?
b) Maakt de aanvrager duidelijk dat het project voortvloeit uit de eigen onderwijsvisie?
c) Toont de aanvrager een bevlogen docent te zijn die betrokken is bij studenten?
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):
– verdeling van aanvragen in panels en groepen;
– beoordeling door aanvragers zelf;
– besluitvorming.
Voor deze Call for proposals zijn de aanvragers ook de beoordelaars. De taak van de beoordelaars is om de ingediende aanvragen en de daarop betrekking hebbende stukken in onderlinge samenhang en op eigen merites te beoordelen op basis van de gegeven beoordelingscriteria in deze Call for proposals.
Vanwege de geringe omvang van de subsidie heeft NKO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen en zonder weerwoordmogelijkheid.
Binnen de gekozen sector (hbo of wo) worden de in behandeling genomen aanvragen ingedeeld in een panel. Het panel komt overeen met het thema waar aanvragers zich voor inschrijven (zie hoofdstuk 2.3). Binnen een sector zijn er vier panels:
– Panel 1: Onderwijsvormen van de toekomst
– Panel 2: Studentenwelzijn
– Panel 3: Aansluiting op de arbeidsmarkt
– Panel 4: Vrije thema
Op deze manier ontstaan er acht panels, vier voor hbo en vier voor wo. Per panel worden in behandeling genomen aanvragen verdeeld over twee groepen, waardoor elk panel uit groep A en groep B bestaat. De verdeling over de groepen gebeurt in beginsel op basis van moment van indiening bij NKO, met in achtneming van de door aanvragers opgegeven persoonlijke belangen. Indien er een oneven aantal aanvragen per panel in behandeling genomen wordt, wordt groep A de grootste groep.
Voordat de aanvragen ter beoordeling verdeeld worden, geven de beoordelaars op basis van een lijst van aanvragers en eventuele projectleden (voorletters, achternaam en affiliatie) hun mogelijke persoonlijke belangen aan. Als een persoonlijk belang geconstateerd wordt, dan zal de beoordelaar de betreffende aanvraag niet ter beoordeling ontvangen. Aanvragen kunnen van groep worden gewisseld indien dit nodig is om aan de NWO Code omgang met persoonlijke belangen te voldoen.
Het aantal toekenning per thema is als volgt verdeeld:
|
hbo |
wo |
totaal |
|
|---|---|---|---|
|
Thema 1: Onderwijsvormen van de toekomst |
4 |
4 |
8 |
|
Thema 2: Studentenwelzijn |
4 |
4 |
8 |
|
Thema 3: Aansluiting op de arbeidsmarkt |
4 |
4 |
8 |
|
Vrije thema |
8 |
8 |
16 |
|
totaal |
20 |
20 |
40 |
Binnen een panel wordt het aantal toekenningen gelijk verdeeld over de twee groepen: Groep A en Groep B. Voor panels 1 t/m 3 geldt dat per panel vier aanvragen kunnen worden toegekend, de twee hoogst geprioriteerde uit Groep A en de twee hoogst geprioriteerde uit Groep B. Voor panel 4 geldt dat er acht aanvragen per panel worden gehonoreerd, de vier hoogst geprioriteerde uit Groep A en de vier hoogst geprioriteerde uit Groep B.
Indien er minder dan 30 aanvragen binnen een panel in behandeling genomen kunnen worden, dan wordt het betreffende panel gecombineerd met een ander panel om tot meer dan dertig aanvragen te komen in het nieuw gevormde panel. Combinaties van panels vinden altijd plaats binnen dezelfde sector (hbo of wo). Het aantal toekenningen dat binnen een panel kan plaatsvinden wordt samengevoegd met het aantal toekenningen van de panels waarmee het panel gecombineerd wordt. Het NKO bepaalt de combinatie van panels als volgt: als er minder dan 30 aanvragen binnen panels 1, 2 of 3 in behandeling genomen kunnen worden, worden deze aanvragen gecombineerd met panel 4. Als er minder dan 30 aanvragen in panel 4 in behandeling genomen kunnen worden, worden deze aanvragen gecombineerd met het panel dat binnen de sector het laagste aantal in behandeling genomen aanvragen bevat. Indien er minder dan 30 aanvragen binnen twee verschillende panels binnen één sector in behandeling kunnen worden genomen, worden de twee betreffende panels gecombineerd.
De aanvragers van de gecombineerde panels krijgen na berichtgeving dan vijf werkdagen de tijd om hun aanvraag aan te passen aan de nieuwe panelindeling. Er mogen alleen aanpassingen gemaakt worden die ten goede komen aan de leesbaarheid en toegankelijkheid maken voor de aanvragers uit het andere panel.
De beoordeling wordt via anonieme peer review uitgevoerd door de aanvragers zelf. In het geval van een duoaanvraag is de hoofdaanvrager verantwoordelijk voor de beoordeling. De aanvragen uit groep A in een panel worden beoordeeld door de aanvragers uit groep B in datzelfde panel en de aanvragen uit groep B worden beoordeeld door de aanvragers uit groep A. Hiertoe worden de aanvragen uit groep A verdeeld over de aanvragers uit groep B en de aanvragen uit groep B worden verdeeld over de aanvragers uit groep A. Op deze manier ontvangt iedere beoordelende aanvrager (binnen deze subsectie hierna “beoordelaar” genoemd) een aantal aanvragen ter beoordeling uit het deel van de set waar de eigen aanvraag niet tussen zit. Uitgangspunt is dat elke beoordelaar tien aanvragen ter beoordeling krijgt en dat elke aanvraag door een vergelijkbaar aantal beoordelaars wordt beoordeeld. De beoordelaars van een panel komen niet bij elkaar om de aanvragen onderling te bespreken.
De beoordeling door aanvragers onderling geschiedt op basis van de innovatieve karakter, de verwachte opbrengsten, de opzet van het project en het onderwijsprofiel van de aanvrager. Daarom stellen de aanvragers het voorstel in het aanvraagformulier anoniem op. Aanvragen dienen voldoende breed toegankelijk te worden opgesteld zodat het plan en bovenstaande beoordelingsaspecten door beoordelaars in het panel kunnen worden getoetst. Een aanvraag die niet toegankelijk is opgesteld, kan door een beoordelaar lager geprioriteerd worden.
Elke beoordelaar zet de aanvragen die deze ter beoordeling heeft gekregen op basis van de beoordelingsaspecten (zie paragraaf 4.1) op volgorde van één (hoogste kwaliteit) tot tien. In deze prioritering mogen aanvragen niet op dezelfde positie eindigen. Per aanvraag stelt de beoordelaar een rapport op met daarin de positie van de aanvraag in de prioritering (ten opzichte van de aanvragen die de beoordelaar gezien heeft) en een korte schriftelijke toelichting die de gegeven prioritering onderbouwt op basis van de beoordelingsaspecten.
De beoordelaars hebben vijftien werkdagen de tijd om hun rapporten aan te leveren. Als de beoordelaar diens (aangepaste) beoordelingen niet voor de deadline aanlevert, dan wordt de eigen aanvraag uit de procedure gehaald en niet verder behandeld.
NKO toetst de aangeleverde beoordelingen aan de gestelde voorwaarden. Alleen als een beoordeling aan de volgende voorwaarden voldoet, wordt deze meegenomen:
– alle aanvragen zijn beoordeeld en van een eigen rangschikking en motivering voorzien;
– de beoordeling geeft een duidelijk oordeel weer en heeft inhoudelijk betrekking op de beoordelingsaspecten uit hoofdstuk 4.1;
– de identiteit van de beoordelaar wordt niet bekendgemaakt;
– er is gebruik gemaakt van het juiste beoordelingsformat;
– de beoordeling is in het Engels opgesteld en is voldoende begrijpelijk;
– de motiveringen voldoen aan het minimum en maximum woordenaantal dat is aangegeven in het beoordelingsformulier.
Beoordelaars maken voor de beoordeling gebruik van beoordelingsinstructies.
Binnen vijftien werkdagen na de deadline voor het aanleveren van uw beoordelingsrapport kan het NKO contact met u opnemen voor het doorvoeren van eventuele aanpassingen. De beoordelaar krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren. Hiervoor krijgt deze drie werkdagen de tijd.
NKO bepaalt, aan de hand van de ontvangen prioriteringen, de eindprioritering van de aanvragen. De eindprioritering van de aanvragen wordt bepaald door per aanvraag het gemiddelde te nemen van alle ontvangen prioriteringen, waarbij eenmaal de hoogste en eenmaal de laagste prioritering niet mee telt voor dit gemiddelde. Er ontstaan maximaal zestien eindprioriteringen; per panel één voor groep A en één voor groep B. Deze eindprioriteringen bepalen welke aanvragen worden toegekend (zie 4.2.3). Er is geen mogelijkheid tot weerwoord.
Tot slot toetst de Programmacommissie Hoger Onderwijs de gevolgde procedure en neemt op basis van de zestien eindprioriteringen, de beoordelingsrapporten en de beschikbare financiële middelen een besluit over toe- en afwijzing van de aanvragen. Voor thema 1 t/m 3 geldt dat per panel vier aanvragen worden toegekend, de twee hoogst geprioriteerde uit Groep A en de twee hoogst geprioriteerde uit Groep B. Voor thema 4 geldt dat er acht aanvragen per panel worden gehonoreerd, de vier hoogst geprioriteerde uit Groep A en de vier hoogst geprioriteerde uit Groep B. Bij combinatie van panels worden de mogelijke toekenningen per panel en groep bij elkaar opgeteld (zie sectie 4.2.1)
Nadat de PCHO de besluitvorming heeft afgerond, ontvangen de aanvragers hierover bericht.
Naast de behaalde eindprioritering ontvangen aanvragers ook een overzicht van de gegeven prioritering per beoordelaar en de bijbehorende motivering. De aanvrager ontvangt alle prioriteringen en motiveringen van het betreffende voorstel, ook die niet hebben meegeteld voor het bepalen van het gemiddelde voor de eindprioritering. De aanvrager ontvangt de namen van de beoordelaars niet.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt de beoordelaars bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Tegemoetkomingsregeling bij overmacht
Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gemiddelde score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Bij een ex aequo-eindprioritering van twee of meer aanvragen (afgerond op één decimaal) geldt het volgende uitgangspunt: de aanvraag met de meeste hoogste prioriteringen krijgt de voorkeur, waarbij alleen gekeken wordt naar de prioriteringen die gebruikt zijn voor het bepalen van het gemiddelde voor de eindprioritering.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NKO. De organisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en worden medeprojectleiders.
De projectleider van het project ontvangt namens de Programmacommissie Hoger Onderwijs een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld.
Na toewijzing worden aanvragers benoemd tot Comenius Fellow en treden zij toe tot het ComeniusNetwerk. Overige projectleden worden geen lid van het ComeniusNetwerk, maar kunnen wel aan verschillende activiteiten en bijeenkomsten deelnemen. Aanvragers ontvangen na de berichtgeving over het besluit meer informatie over het lidmaatschap vanuit het ComeniusNetwerk.
Van Comenius Fellows wordt een actieve bijdrage aan het ComeniusNetwerk gevraagd.
Voor de start van het project dient u een ingevuld startformulier in via ISAAC. Op het startformulier vindt u de betaaltermijnen, dit formulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd. De subsidie wordt uitbetaald nadat het NKO de start formeel heeft bevestigd.
Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.
Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NKO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.
NKO wil op de hoogte blijven van alle output die het project oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.
Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NKO via een wijzigingsformulier. Zie ook art.3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
In het kader van kennisdisseminatie en kennisbenutting kunnen uitvoerders gedurende de looptijd van het onderzoek uitgenodigd worden om in relatie tot het thema van de aanvraag een bijdrage te leveren aan een themapagina op het nationale kennisknooppunt Onderwijskennis.nl. Dit platform wordt mogelijk gemaakt door NKO en toont wetenschappelijk onderbouwde bronnen van diverse partners met als doel het toegankelijk maken van kennis en het verbinden van onderwijsonderzoek met de onderwijspraktijk en onderwijsbeleid. De website biedt thematische pagina’s over relevante onderwijsthema’s, met onder andere thematische overzichten, praktische handvatten en verdiepende bronnen. Bovendien kan het aanvragers inzicht bieden in hoe andere projectverslagen van Comeniusprojectleiders eruit zien.
Een bijdrage kan gevraagd worden in de vorm van het aanleveren van een geschikte bron, maar ook in de vorm van het reviewen van een thematisch overzicht of van reeds geselecteerde bronnen over het onderzoeksthema van de aanvraag. Een bijdrage is mogelijk ongeacht de onderwijssector of het perspectief van het onderzoek. Indien een bijdrage aan Onderwijskennis gewenst is, neemt het NKO contact op met de projectleider. U kunt ook contact opnemen via de contactpagina op Onderwijskennis.nl indien u zelf een bijdrage wilt leveren.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NKO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NKO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.
NKO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Het beleid van NKO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.
Projectleiders moeten een door NKO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NKO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.
De projectleider ontvangt over de afronding tijdig een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Een procesverslagsjabloon is te vinden in ISAAC.
Procesverslag
Uiterlijk binnen drie maanden na afronding van het onderzoek dient de projectleider een procesverslag in.
Voor subsidies tussen € 50.000 en € 125.000 behoeft geen financiële verantwoording te worden ingediend, deze worden financieel vastgesteld op basis van de aanvraagbegroting na inhoudelijke goedkeuring.
Daarnaast registreert u afzonderlijk in ISAAC alle tot dan toe in het project gerealiseerde output. Vervolgens sluit het NKO de subsidieperiode af.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften.
NWO moedigt aan dat ook niet-wetenschappelijke publicaties zo vroeg mogelijk en onder een open licentie open access beschikbaar gesteld worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om rapporten, working papers, posters, protocollen, prototypen, presentaties en projectwebsites. Om de vindbaarheid, hergebruik en langdurige beschikbaarheid te garanderen, is het advies:
– een DOI (Digital Object Identifier) of andere persistent identifier toe te passen;
– een open licentie, bij voorkeur een Creative Commons Licentie, te hanteren;
– het materiaal in een trusted repository op te slaan die langdurige toegankelijkheid garandeert.
NWO adviseert om gebruik te maken van Zenodo dat gratis opslag en geautomatiseerde diensten aanbiedt op deze drie terreinen
Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.
Leidt NKO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NKO noemen als financier.
Publicatie op NKO-website
Nadat uw project succesvol is afgerond publiceert het NKO het definitieve eindrapport plus de factsheet op de website. Houd er rekening mee dat dit gevolgen kan hebben voor het publiceren van verdere (wetenschappelijk) publicaties voortkomend uit dit onderzoek.
Vragen over de financiering van aanvragen?
Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Vragen over de inhoud van deze ronde?
Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:
Rob Evertse (programmasecretaris)
Tel: 070 344 0949
E-mail: comenius@nro.nl
Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
Personeel aan een universiteit en een universitair medisch centrum (umc)
Financiering kan worden aangevraagd voor onderwijsprofessionals en overig personeel aan een universiteit of een umc dat een directe bijdrage levert aan het project. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan hoogleraren, universitair (hoofd)docenten, andere onderzoekers4 , docenten etc. Er kan geen financiering worden aangevraagd voor een promovendus, een postdoc of een arts-onderzoeker.
Gebruik de tarieven volgens de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2.1, gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal bepaalt het tarief. Voor hoogleraren geldt maximaal schaal 17. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Personeel aan een hogeschool
Financiering kan worden aangevraagd voor onderwijsprofessionals en overig personeel aan een hogeschool dat een directe bijdrage levert aan het project. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan docenten, docent-onderzoekers, hogeschool(hoofd)docenten, lectoren etc.
De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’.
Voor organisaties die de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden) bepaalt de salarisschaal van de aangevraagde functie het tarief uit de HOT-tabel.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten/inhuur van derden, personele inzet en/of onderzoekskosten vanuit samenwerkingspartners, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.
In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit of hogeschool. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.5 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;
– reguliere onderwijsactiviteiten.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
In het geval van een samenwerking tussen een hbo-instelling en een wo-instelling bepaalt de instelling van de hoofdaanvrager in welke sector de aanvraag wordt behandeld.
‘Publiceren’ wordt breed opgevat als het openbaar verspreiden van informatie over het project: bijvoorbeeld in een vakblad, op een online platform, als presentatie op een conferentie, of in een wetenschappelijk tijdschrift.
Het Comeniusprogramma bestaat uit vijf subsidierondes: Teaching Fellows ho en mbo, Senior Fellows ho en mbo, en Leadership Fellows.
In het geval van een samenwerking tussen een hbo-instelling en een wo-instelling bepaalt de instelling van de hoofdaanvrager in welke sector de aanvraag wordt behandeld.
‘Publiceren’ wordt breed opgevat als het openbaar verspreiden van informatie over het project: bijvoorbeeld in een vakblad, op een online platform, als presentatie op een conferentie, of in een wetenschappelijk tijdschrift.
Het Comeniusprogramma bestaat uit vijf subsidierondes: Teaching Fellows ho en mbo, Senior Fellows ho en mbo, en Leadership Fellows.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23166.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.