Publicatie Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, registratieaanvraag van de naam BGA “Miel des Landes”

Gelet op artikel 18 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 en artikel 2.22 van de Regeling dierlijke producten maakt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de volgende publicatie C/2026/3214 van 17 juni 2026 uit het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

Iedere natuurlijke of rechtspersoon die kan aantonen een rechtmatig belang te hebben in verband met door de Europese Commissie voorgenomen registratie van deze geografische aanduiding in het Unieregister van geografische aanduidingen, kan tot uiterlijk 17 augustus 2026 zijn bedenkingen daartegen kenbaar maken door middel van toezending van een gemotiveerde verklaring aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Postbus 93119, 2509 AC Den Haag of per e-mail: info.geografischeaanduidingen@rvo.nl.

C/2026/3214

17.6.2026

Bekendmaking van een aanvraag tot registratie van een naam overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

(C/2026/3214)

Binnen drie maanden na de datum van deze bekendmaking kunnen de autoriteiten van een lidstaat of van een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon die een rechtmatig belang heeft en in een derde land gevestigd is of woont, bij de Commissie bezwaar indienen overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad1.

ENIG DOCUMENT

“Miel des Landes”

EU-nr.: PGI/FR/03002 – 22.9.2023

BOB ( ) BGA (X)

1. Naam van het product

“Miel des Landes”

2. Lidstaat of derde land

Frankrijk

3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie

Categorie 1.4. Andere producten van dierlijke oorsprong (eieren, honing, diverse zuivelproducten met uitzondering van boter enz.)

Code van de gecombineerde nomenclatuur

  • 04 – MELK EN ZUIVELPRODUCTEN; VOGELEIEREN; NATUURHONING; EETBARE PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

    0409 – Natuurhoning

3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

“Miel des Landes” is:

  • 1. monoflorale honing

    • acaciahoning, robiniahoning (Robinia pseudoacacia)

    • aardbeiboomhoning (Arbustus unedo)

    • vuilboomhoning (Rhamnus frangula)

    • dopheidehoning (Erica cinerea)

    • struikheidehoning (Calluna vulgaris)

    • kastanjehoning (Castanea sativa)

  • 2. bloemenhoning, die is bereid uit een reeks bloemsoorten die kenmerkend zijn voor het geografische gebied, zonder overheersende bloemsoort, en die honingdauw kan bevatten.

    De honing kan vloeibaar, smeuïg of vast zijn.

    De honing heeft een homogene structuur.

    Het maximumgehalte aan HMF bedraagt 12 mg/kg voor alle soorten honing tot het einde van het kalenderjaar van productie. Daarna bedraagt het maximumgehalte 25 mg/kg voor alle soorten honing en 35 mg/kg voor dopheidehoning.

    Het maximale watergehalte bedraagt:

    • 18,5% voor alle soorten honing,

    • 21% voor struikheidehoning

Organoleptische kenmerken

Sensorische beschrijving van monoflorale honing:

Soorten honing

Kleur

Geur

Smaak

Acacia

Kleurloos tot zeer lichtgeel

Zoet, subtiel, licht en floraal

Delicaat en zoet met toetsen van witte bloemen

Aardbeiboom

Licht amberkleurig, beige tot amberkleurig

Kruidachtig, fris, met fenolische toetsen (koffiedik, zuivere cacao)

Zeer bittere smaak, vergelijkbaar met de geur, maar geaccentueerd

Vuilboom

Lichtbruin tot bruinrood

Uitgesproken, evenwichtig mengsel van rijpe vruchten, dierlijke en balsamico-toetsen

Intense, rijke en complexe aroma’s, kruidig met warme karameltoetsen

Grauwe dopheide

Licht amberkleurig tot donkerbruin

Gedroogde bloemen, leder en zoethout

Complexe, houtachtige aroma’s, amandelgeur, met een lichte bitterheid

Struikheide

Bruinrood, donker, rode schijn

Zeer intens en persistent, houtachtige en dierlijke toetsen

Intense en zeer persistente aroma’s, warme en kruidige toetsen, lichte bitterheid

Kastanje

Donkerbruin tot roodbruin

Sterk en doordringend, houtachtig mengsel, toetsen van karamel en leder

Uitgesproken bitterheid, laat de geuren sterk terugkomen, tannineachtig, adstringerend, zeer persistent

Sensorische beschrijving van bloemenhoning:

Bloemenhoning heeft uiteenlopende en complexe organoleptische kenmerken die afhankelijk zijn van de aard van de geteelde bloemen en de oogstperiode.

Aan het begin van het seizoen zorgen de bloeiende acacia’s en bramen voor zoetheid en fruitige toetsen in de bloemenhoning. In de zomer zorgen de kastanjebomen voor een warme, houtachtige smaak en een lichte bitterheid, wat resulteert in honing met een uitgesprokener smaak. In hetzelfde seizoen geven in bloei staande gewone vuilbomen en grauwe dopheide het product een crèmeachtig uiterlijk en toetsen van fruit, droge bloemen en karamel. Tot slot zorgt de aanwezigheid van honingdauw voor meer houtachtige en kruidige aroma’s tegen een achtergrond van gedroogd fruit.

Melissopalinologische kenmerken

De volgende tien soorten pollen: aardbeiboom, gewone vuilboom, grauwe dopheide, struikheide, kastanje, brem, klimop, robinia (valse acacia), braam en wilg, zijn markers van het geografische gebied van de BGA. “Miel des Landes” bevat ten minste één van deze pollen in een dominante of begeleidende verhouding.

Het is mogelijk dat sommige soorten acaciahoning geen dominante of begeleidende pollen bevatten. In dat geval moet ten minste één van de pollenmarkers in geïsoleerde pollen worden aangetroffen.

Pollen van bloemen van grote teelten van nectarafscheidende planten zijn alleen toegestaan als geïsoleerde pollen (minder dan 15% van het pollenspectrum).

De onderstaande tabel bevat de meestvoorkomende pollen. Deze pollen komen voor in verschillende combinaties en verhoudingen.

Soorten honing

Dominante pollen (> 45%)

Begeleidende pollen (15%–45 %)

Acaciahoning

 

robinia (valse acacia), kruisbloemigen

Aardbeiboomhoning

aardbeiboom, brem

aardbeiboom, klimop, type brem

Vuilboomhoning

gewone vuilboom, kastanje, wegedoornachtigen

gewone vuilboom, kastanje, type brem

Dopheidehoning

gewone vuilboom, grauwe dopheide,

kastanje

kastanje, gewone vuilboom, grauwe dopheide, kruisbloemigen, wegedoornachtigen, witte klaver

Struikheidehoning

grauwe dopheide, struikheide, kastanje, type brem

grauwe dopheide, struikheide, kastanje, klimop, type brem

Kastanjehoning

kastanje

 
3.3. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

3.4. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

“Miel des Landes” bestaat uitsluitend uit honing die wordt geoogst in bijenstallen in het afgebakende geografische gebied. De extractie-, opslag- en verpakkingsfasen mogen buiten het geografische gebied plaatsvinden.

3.5. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

3.6. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

Het etiket moet de volgende informatie bevatten: naam en adres van het controleorgaan, voorafgegaan door de woorden “gecertificeerd door”.

Er mag worden verwezen naar een specifieke bloembenaming als de honing voornamelijk afkomstig is van de vermelde bloemsoort en de organoleptische, fysisch-chemische en pollenkenmerken ervan heeft.

4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Het geografische gebied van de BGA “Miel des Landes” komt overeen met het volledige departement Landes en met het grondgebied van de volgende gemeenten op basis van de officiële geografische code:

Gironde (33)

Andernos-les-Bains, Arbanats, Arcachon, Arcins, Arès, Arsac, Aubiac, Audenge, Auros, Avensan, Ayguemorte-les-Graves, Balizac, (Le)Barp, Barsac, Bazas, Beautiran, Bégadan, Belin-Béliet, Bernos-Beaulac, Berthez, Biganos, Birac, Blaignan, Blanquefort, Bommes, Bourideys, Brach, Brannens, (La)Brède, Brouqueyran, Bruges, Budos, Cabanac-et-Villagrains, Cadaujac, Canéjan, Cantenac, Captieux, Carcans, Castelnau-de-Médoc, Castres-Gironde, Cauvignac, Cazalis, Cazats, Cérons, Cestas, Cissac-Médoc, Civrac-en-Médoc, Coimères, Couquèques, Cours-les-Bains, Cudos, Cussac-Fort-Médoc, Escaudes, Eysines, Fargues, Gaillan-en-Médoc, Gajac, Gans, Giscos, Goualade, Gradignan, Grayan-et-l'Hôpital, Grignols, Guillos, Gujan-Mestras, (Le)Haillan, Hostens, Hourtin, Illats, Isle-Saint-Georges, Jau-Dignac-et-Loirac, Labarde, Labescau, Lacanau, Lados, Lamarque, Landiras, Langon, Lanton, Lartigue, Lavazan, Lège-Cap-Ferret, Léogeats, Léognan, Lerm-et-Musset, Lesparre-Médoc, Lignan-de-Bazas, Listrac-Médoc, Louchats, Lucmau, Ludon-Médoc, Lugos, Macau, Marcheprime, Margaux-Cantenac, Marimbault, Marions, Martignas-sur-Jalle, Martillac, Masseilles, Mazères, Mérignac, Mios, Moulis-en-Médoc, Naujac-sur-Mer, (Le)Nizan, Noaillan, Ordonnac, Origne, Parempuyre, Pauillac, Pessac, (Le)Pian-Médoc, Podensac, Pompéjac, (Le)Porge, Portets, Préchac, Preignac, Prignac-en-Médoc, Pujols-sur-Ciron, Queyrac, Roaillan, Saint-Aubin-de-Médoc, Saint-Christoly-Médoc, Saint-Côme, Saint-Estèphe, Saint-Germain-d'Esteuil, Sainte-Hélène, Saint-Jean-d'Illac, Saint-Julien-Beychevelle, Saint-Laurent-Médoc, Saint-Léger-de-Balson, Saint-Magne, Saint-Médard-d'Eyrans, Saint-Médard-en-Jalles, Saint-Michel-de-Castelnau, Saint-Michel-de-Rieufret, Saint-Morillon, Saint-Sauveur,Saint-Selve, Saint-Seurin-de-Cadourne, Saint-Symphorien, Saint-Vivien-de-Médoc, Saint-Yzans-de-Médoc, Salaunes, Salles, Saucats, Saumos, Sauternes, Sauviac, Sendets, Sigalens, Sillas, Soulac-sur-Mer, Soussans, (Le)Taillan-Médoc, Talais, Talence, (Le)Teich, (Le)Temple, (La)Teste-de-Buch, Toulenne, (Le)Tuzan, Uzeste, Valeyrac, Vendays-Montalivet, Vensac, (Le)Verdon-sur-Mer, Vertheuil, Villandraut, Villenave-d'Ornon, Virelade.

Lot-et-Garonne (47)

Allons, Ambrus, Antagnac, Anzex, Barbaste, Beauziac, Boussès, Casteljaloux, Caubeyres, Damazan, Durance, Fargues-sur-Ourbise, Houeillès, Labastide-Castel-Amouroux, Lavardac, Leyritz-Moncassin, Mézin, Mongaillard, Pindères, Pompiey, Pompogne, Poudenas, Poussignac, Réaup-Lisse, (La)Réunion, Saint-Léon, Saint-Martin-Curton, Saint-Pé-Saint-Simon, Saint-Pierre-de-Buzet, Sainte-Maure-de-Peyriac, Sauméjan, Sos, Villefranche-du-Queyran, Xaintrailles.

5. Verband met het geografische gebied

Het verband tussen de “Miel des Landes” en het geografische gebied ervan is gebaseerd op de kenmerken van het product, het verband tussen de honing en de natuurlijke en menselijke factoren en de faam ervan. De specificiteit ervan ligt in de zeer wijdverbreide productie van een breed scala aan honing uit opeenvolgende honingdrachten, waarbij optimaal gebruik is gemaakt van de rijkdom aan niet-geteelde bloemen van het gebied.

Het product heeft unieke organoleptische kenmerken, die verband houden met de bewaarbaarheid en de frisheid waarop de faam ervan is gebaseerd. Ze brengen het karakter van het gebied tot uitdrukking, waar de rijkdom van de honingdragende flora, specifiek voor en aangepast aan de zuurgraad van de zandgrond, samengaat met de jarenlange verworven knowhow van de imkers.

Het geografische gebied bevindt zich op het sedimentaire plateau van de Landes, dat wordt gekenmerkt door een zandige bodem. Het vormt een grote driehoek langs de Atlantische kust van het zuiden van het departement Landes tot de Pointe de Grave in het departement Gironde, en wordt in het noorden deels begrensd door de Garonne.

Het gematigde zeeklimaat zorgt voor milde temperaturen, een klein temperatuurbereik met zachte winters en relatief veel neerslag, goed gespreid over het jaar, hoewel minder frequent in de zomer.

Vanuit geopedomorfologisch oogpunt heeft het geografische gebied ten noorden van de Adour een zeer uitgesproken identiteit die voornamelijk wordt bepaald door de geologische geschiedenis ervan. Het strekt zich voornamelijk uit over eolische zandafzettingen uit het kwartair. Deze unieke landschappen worden gekenmerkt door overwegend zandige bodems met een uitzonderlijke zuurgraad (pH variërend van 4,5 tot 5,5). De vlakke of lage gebieden hebben vaak een ondoordringbare bodemlaag, alios genaamd, waardoor het water niet goed kan wegstromen. Anderzijds maakt het zand in hoge gebieden of op hellingen door zijn poreusheid juist een goede afwatering mogelijk. Ten zuiden van de Adour is de geologie van de gemeenten van Landes van detritische oorsprong als gevolg van de erosie van de Pyreneeën en vinden we er een heuvelachtig landschap. De gevarieerde bodems, het reliëf en de menselijke bewoning leiden tot een grote diversiteit aan biotopen.

De vegetatie past bij de klimaat- en bodemkenmerken van het gebied. In het zandgebied ten noorden van de Adour hebben deze contrasterende kenmerken geleid tot de ontwikkeling van zeer specifieke flora die zich heeft kunnen aanpassen aan deze verschillende wateromstandigheden en de zuurgraad van de bodem. Het mozaïek van bodems en topo-klimaten vertaalt zich in een mozaïek van bloemsoorten, vooral in combinatie met de zeeden, een bosbouwgewas dat in het grootste deel van het grondgebied wordt geteeld. We treffen er planten met een hoog honingdragend potentieel, zoals de gewone vuilboom, aan op de vochtige faciës of grauwe dopheide en struikheide op de droge bodems. Door de diversiteit aan plantencombinaties kunnen de bijen ook steeds beschikken over een bron van stuifmeel die nuttig is voor de ontwikkeling van het bijenvolk. Dankzij de duinen en het specifieke klimaat kan aan de westelijke rand van het gebied, langs de kust, een struik gedijen die door bijen erg gewaardeerd wordt, de aardbeiboom, en voor het overige ook een heel eigen flora.

Ten zuiden van de Adour, op de detritische hellingen, is de diversiteit aan milieus bevorderlijk voor de ontwikkeling van tal van soorten die van belang zijn voor de bijenteelt, voornamelijk loofbomen (kastanje, robinia, els, wilg, eik) of ondergroeisoorten zoals de braam.

Imkers kennen deze specifieke natuurlijke omgeving heel goed. Afhankelijk van de gewenste soorten honing kiezen zij de beste plaatsen, zowel voor vaste bijenstallen als voor bijenstallen die verplaatst worden. In de loop van het seizoen en afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen zij hun bijenvolken verplaatsen, ofwel een vaste plaats kiezen waar meerdere honingdrachten kunnen worden gecombineerd. Dankzij de precieze kennis van deze unieke omgeving die in de loop der tijd is verworven en doorgegeven, kan de rijkdom van de honingdragende flora van de Landes gevaloriseerd worden in een breed scala aan honingsoorten.

De opeenvolgende bloei van de flora en de meteorologische gradiënten in het gebied vereisen een specifiek beheer van de bijenvolken. Als een bijenstal ten zuiden van de Adour wordt geplaatst, komen dankzij de wilgen, acacia’s en andere loofbomen de volken vroeger tot ontwikkeling. Omgekeerd kan de imker een productief bijenvolk zeer laat productief houden door de bijenstal aan het einde van het seizoen in droge heidegebieden te plaatsen. In bosgebieden heeft de bosbouw ook gevolgen voor de omgeving. Kap, opstandsreiniging en uitdunning veranderen de flora van de ondergroei. Dit betekent dat de bospercelen veranderen, waardoor de imkers hun bijenstallen regelmatig moeten verplaatsen.

Het belang van knowhow voor de productie van honing speelt ook een belangrijke rol bij de honingwinning. Een goed voorbeeld hiervan is de winning van struikheidehoning, die met zijn unieke geleiachtige textuur (thixotropie), alleen kan worden gewonnen met een specifiek hulpmiddel: een kolb-apparaat. Het hoge vochtgehalte van deze honing vergt ook bijzondere aandacht bij de opslag en verpakking.

“Miel des Landes” wordt door bijen geproduceerd uit de nectar en honingdauw die zij uit de spontane vegetatie van het gebied halen. De specificiteit ervan houdt verband met fysisch-chemische kwaliteitsindicatoren en opmerkelijke melissopalinologische en sensorische kenmerken:

  • een laag gehalte aan hydroxymethylfurfural (HMF), wat een teken is van versheid en van het respect voor het product bij de winning of verpakking van de honing. De honing wordt gekenmerkt door een HMF-gehalte van 12 mg/kg of minder voor alle soorten honing tot het einde van het kalenderjaar van productie. Na het einde van het kalenderjaar van productie bedraagt dit toegestane HMF-gehalte 25 mg/kg voor alle soorten honing, behalve voor dopheidehoning, waarvoor het maximaal toelaatbare gehalte 35 mg/kg bedraagt;

  • een laag vochtgehalte, ter bevordering van een goede bewaring tijdens de opslag en het in de handel brengen ervan. Alle soorten honing hebben dus een vochtgehalte van 18,5% of minder, met uitzondering van struikheidehoning, waarvan het vochtgehalte tot 21% kan bedragen;

  • tien markerpollen van de flora die specifiek is voor het gebied, waarvan er ten minste één in een dominante of een begeleidende verhouding voorkomt, en die de honing onderscheiden van andere soorten honing die in andere geografische gebieden worden geproduceerd. Sommige soorten acaciahoning bevatten deze pollenmarkers mogelijk niet in deze verhoudingen. In dat geval moet ten minste één van de pollenmarkers in geïsoleerde verhouding voorkomen;

  • pollen van geteelte nectarafscheidende soorten, die alleen als geïsoleerde pollen zijn toegestaan, aangezien “Miel des Landes” wordt geproduceerd op basis van de spontane vegetatie van het gebied

De opeenvolging van honingdrachten van het voorjaar tot het begin van de winter verklaart de rijkdom van de verkregen honing. Het scala aan honingsoorten vormt een gradiënt van intensiteit en aromatische complexiteit. De honing van het voorjaar wordt gedomineerd door zachte en zoete aroma’s, met een floraal of fruitig karakter, vaak weinig persistent, zoals acacia- of aardbeiboomhoning, of bloemenhoning die wordt gekenmerkt door braam of honingdauw. Met de komst van kastanjehoning in juni begint de honing een uitgesprokener karakter te krijgen. De verschillende soorten zomer- en eindejaarshoning worden gekenmerkt door krachtige aroma’s, zoals houtachtige en dierlijke aroma’s, en gedroogde bloemen, zoals in het geval van dopheidehoning en struikheidehoning, tot de komst van de aardbeiboomhoning met een bijzonder persistente en uitgesproken bitterheid.

De faam die “Miel des Landes” van oudsher geniet, is tot op de dag van vandaag blijven bestaan. Dit blijkt uit het feit dat de honing van Landes in dit gebied, waar de gastronomie een essentiële rol speelt, ook wordt gewaardeerd in de traditionele of meer hedendaagse keuken: La Nouvelle République, 2018: Recept voor kruidkoek met “Miel des Landes”. In de literatuur wordt ernaar verwezen: Le Miel pour les nuls, First Editions, 2024: “De consument geeft doorgaans de voorkeur aan heidehoning met het label “Miel des Landes” boven heidehoning met het label “Miel de France”” en de honing wordt vaak geciteerd in de media, die de kenmerken en kwaliteiten ervan benadrukken: Le miel et les abeilles, Sud-Ouest, 2020: “Winning van struikheidehoning “Miel des Landes”, de laatste belangrijke honingdracht van het seizoen”; Institut du Goût de Nouvelle-Aquitaine, Sentinelle du goût 2022: “Heidehoning “Miel des Landes”, geoogst in droge heidegebieden, heeft een houtachtige en amandelsmaak”; France Bleu, 2025: “Vergeleken met bloemenhoning en heidehoning “Miel des Landes” getuigt [acaciahoning “Miel des Landes”] van een uitzonderlijke knowhow”; Radio France, 2025: “De verschillende soorten “Miel des Landes” onderscheiden zich vooral door de diversiteit en specifieke aard van hun flora. De aardbeiboomhoning, met zijn uitgesproken bitterheid en toetsen van koffie en zoethout, of de dopheidehoning, met zijn amandelgeur, behoren tot de specifieke kenmerken van dit terroir.” Er worden ook zeer regelmatig prijzen toegekend aan producenten in het gebied tijdens de Concours Saveurs Nouvelle-Aquitaine en op nationaal niveau, met bijvoorbeeld bronzen en zilveren medailles in 2018, 2019 en 2020 op het Concours Général Agricole de Paris en drievoudig goud op het Concours des Miels de France voor acacia-, bloemen- en dopheidehoning “Miel des Landes” in 2024.

De natuurlijke factoren zoals de bijzondere bodem, het zeeklimaat en het landschapsmozaïek bevorderen de ontwikkeling van een specifieke spontane vegetatie die van belang is voor de bijenteelt. Ze zorgen voor tal van bloeiende bloemen het hele jaar door, wat leidt tot een opeenvolging van honingdrachten, verspreid over de tijd en ruimte. Hierdoor kan een breed scala aan honing worden geproduceerd, van de meest delicate tot de krachtigste soorten. De honingdragende flora, die past bij aan de bodem- en klimaatcontext en de bosbouwactiviteit, maakt het mogelijk “Miel des Landes” te produceren, die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van markerpollen voor de geografische oorsprong en door de afwezigheid van pollen van nectarafscheidende planten in dominante of begeleidende verhoudingen.

De knowhow van de producenten komt tot uiting in hun beheer van kolonies die zijn aangepast aan de specifieke kenmerken van het gebied, maar ook in de honingwinning, waar zij het watergehalte beheersen om te zorgen dat dit op peil blijft, ondanks de hoge vochtigheid die verband houdt met het oceaanklimaat.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

https://extranet.inao.gouv.fr/fichier/CDC-IGP-Miel-des-Landes-260126.pdf

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3214/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


X Noot
1

Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende geografische aanduidingen voor wijn, gedistilleerde dranken en landbouwproducten, evenals gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen voor landbouwproducten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2019/787 en (EU) 2019/1753 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1151/2012 (PB L, 2024/1143, 23.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1143/oj).


X Noot
1

Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende geografische aanduidingen voor wijn, gedistilleerde dranken en landbouwproducten, evenals gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen voor landbouwproducten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2019/787 en (EU) 2019/1753 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1151/2012 (PB L, 2024/1143, 23.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1143/oj).

Naar boven