Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 23146 | convenant |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 23146 | convenant |
Versie 21.10.2025
De Noordwaard
Na de extreme hoogwaters in 1993 en 1995 werd in 2000 het nationaal programma Ruimte voor de Rivier gestart. Dit resulteerde in 2005 in de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier. Dit programma richtte zich op rivierverruiming en dijkversterking om de waterveiligheid tot 2050 te verbeteren en de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. De maatregelen werden in overleg met belanghebbenden en andere overheden vastgesteld.
Voor de Noordwaard is al vroeg gekozen voor ontpoldering. Deze ontpoldering is tussen 2011 en 2015 uitgevoerd in opdracht van het Rijk. Door dit project kwam de Noordwaard buitendijks te liggen. Dit project, dat bijna 4.500 hectare besloeg, zorgde voor waterstandsdaling en verbeterde waterveiligheid. Het inrichtingsplan combineerde hoog-en laagbekade polders en behield woningen en bedrijven op (deels nieuwe) terpen. Hierdoor konden gebruikers buitendijks blijven wonen en werken, zij het met aanpassingen en in het besef dat dit risico's met zich meebrengt.
De kaart hierna geeft de planologische begrenzing van het Rijksinpassingsplan Ontpoldering
Noordwaard weer.
Maatwerkafspraken Bgr 2025
De Noordwaard ligt buitendijks en maakt deel uit van het rivierbed. Onder de Omgevingswet maakt dit gebied deel uit van het ‘beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is’. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten in dit gebied een omgevingsvergunning ‘wateractiviteit’ nodig is van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De Beleidsregels grote rivieren 2025 (hierna: ‘Bgr 2025’) bevatten de beleidsregels waaraan de Minister die vergunningaanvragen uit rivierkundig oogpunt toetst.
De regels in de Bgr 2025 houden een aanscherping in van toe te laten activiteiten in het rivierbed. Om te voorkomen dat deze aanscherping onevenredige gevolgen heeft, voorziet de Bgr 2025 in overgangsregels voor gebieden waarover bestuurlijke afspraken met het Rijk zijn gemaakt. Daarbij gaat het om activiteiten in gebieden die vergunbaar waren onder de beleidsregels zoals die golden op het moment dat de bestuurlijke afspraken werden gemaakt, maar niet meer onder de Bgr 2025. De Noordwaard is hier een voorbeeld van. De overgangsregels houden in dat voor activiteiten in dit gebied deze maatwerkafspraken kunnen worden gemaakt. Vervolgens past de Minister deze maatwerkafspraken toe bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor die activiteiten, mits die aanvraag vóór 1 januari 2035 is ingediend.
Partijen
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, handelend als bestuursorgaan, namens deze J. Slootmaker, directeur generaal,
hierna: “de Minister”;
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena,
rechtsgeldig vertegenwoordigd door drs. E.B.A. Lichtenberg MCM,
hierna: “de gemeente”;
Alle partijen hierna gezamenlijk aan te duiden als: “Partijen”,
hierna afzonderlijk ook te noemen: “Partij”.
Nemen het volgende in aanmerking:
– Op 1 februari 2025 is de Bgr 2025 in werking getreden;
– In de Bgr 2025 geeft de Minister aan hoe hij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een (beperkingengebied)activiteit in het rivierbed van de grote rivieren uit rivierkundig oogpunt beoordeelt;
– In de Bgr 2025 zijn overgangsregels opgenomen om te voorkomen dat deze beleidsregel onevenredige gevolgen heeft, bijvoorbeeld voor specifieke projecten waarover eerder bestuurlijke afspraken met het Rijk zijn gemaakt;
– Artikel 9 Bgr 2025 regelt dat voor deze projecten maatwerkafspraken kunnen worden gemaakt om eerdere bestuurlijke afspraken gestand te doen. Vervolgens past de Minister die maatwerkafspraken toe bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een beperkingengebiedactiviteit voor dit project(onderdeel) in plaats van de algemene regels uit de Bgr 2025, mits de aanvraag vóór 1 januari 2035 is ingediend;
– Bij brief van 3 februari 2025 is de Tweede Kamer door de Minister geïnformeerd over de inwerkingtreding van de Bgr 2025. In de bijlage bij deze brief heeft de Minister op hoofdlijnen aangegeven waaraan de maatwerkafspraken moeten voldoen;
– Dat de Noordwaard een gebied is als bedoeld in artikel 9 Bgr 2025, waarover in het verleden bestuurlijke afspraken met het Rijk zijn gemaakt over de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden, die de Minister wenst te respecteren;
– Dat ruimtelijke ontwikkelingen en projecten binnen de Noordwaard dienen te worden uitgevoerd binnen de kaders van het Rijksinpassingsplan Ontpoldering Noordwaard1;
– Dat met de inwerkingtreding van de Bgr 2025 de ruimte voor het realiseren van deze ontwikkelmogelijkheden aanzienlijk is beperkt;
– Dat in deze bestuursovereenkomst maatwerkafspraken vastgelegd worden voor het gebied De Noordwaard, als bedoeld in artikel 9 Bgr 2025.
– Dat door deze maatwerkafspraken de ontwikkelmogelijkheden zoals vastgelegd in het Rijksinpassingsplan Ontpoldering Noordwaard behouden blijven voor ruimtelijke ontwikkelingen en projecten waarvoor vóór 1 januari 2035 een vergunningaanvraag is ingediend.
Komen het volgende overeen:
In deze bestuursovereenkomst wordt verstaan onder:
Rijkswaterstaat.
Op grond van hoofdstuk 6 Besluit activiteiten leefomgeving omgevingsvergunningplichtige beperkingengebiedactiviteit.
Regels van het rijksinpassingsplan Ontpoldering Noordwaard, vastgesteld op 27 augustus 2010 (NL.IMRO.0000.RIPNOORDWAARD-VA04), laatstelijk gewijzigd op 19 december 2017 (NL.IMRO.0870.00BP1134RiNrdherz1-VA01) door het Rijksinpassingsplan Noordwaard, herziening 1, zoals dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel is geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Altena.
de Beleidsregels grote rivieren 2025, in werking getreden op 1 februari 2025 en gepubliceerd in de Staatscourant van 31 januari 2025, nr. 2595.
toestemming vanuit rivierkundig oogpunt nodig voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit.
1. Doel van de bestuursovereenkomst is het maken van maatwerkafspraken over de ontwikkelruimte in de Noordwaard.
2. Het geografisch toepassingsgebied van de bestuursovereenkomst is gelijk aan het toepassingsgebied van het RIP.
1. Voor activiteiten die zijn opgenomen in het RIP kan RWS namens de Minister toestemming geven, mits wordt voldaan aan artikel 6 lid 1 onder a, b en c Bgr 2025.
2. Voor activiteiten die niet zijn opgenomen in het RIP c.q. waarvoor moet worden afgeweken van de regels uit het RIP maar welke wel vergunbaar zijn onder artikelen 3, 4 en 5 van de Bgr 2025 kan door RWS namens de Minister een Omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit worden verleend, mits zij voldoen aan de bepalingen uit artikel 6 van de Bgr 2025 die gelden voor die activiteiten.
1. De gemeente streeft bij niet-riviergebonden bouwactiviteiten naar klimaatadaptieve uitvoering, met als doel de kans op schade als gevolg van hoogwater te beperken. Als de gemeente beleid opstelt over klimaatadaptief bouwen binnen haar grondgebied, hanteert de gemeente daarbij de Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving.
2. De gemeente draagt er zorg voor dat huidige en toekomstige bewoners worden geïnformeerd over de risico’s die verbonden zijn aan buitendijks wonen en werken.
1. Elke Partij kan de andere Partij schriftelijk verzoeken de bestuursovereenkomst te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen.
2. Partijen treden in overleg binnen 1 maand nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partijen schriftelijk heeft medegedeeld.
3. De wijziging en de verklaringen tot instemming wordt (worden) in afschrift als bijlage aan de bestuursovereenkomst gehecht.
4. De (zakelijke inhoud van de) wijziging wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Partijen stemmen de verlening van vergunningen en de handhaving daarvan voor activiteiten in De Noordwaard op elkaar af binnen de bestaande samenwerkingsverbanden met in achtneming van wettelijke termijnen. Dit wordt eens per kalenderjaar geëvalueerd gedurende de looptijd van de overeenkomst.
De in de bestuursovereenkomst omschreven verplichtingen van Partijen laten de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid en bevoegdheden van Partijen onverlet.
1. Eventuele geschillen in verband met de uitvoering van de bestuursovereenkomst worden in eerste instantie in onderling overleg tot een oplossing gebracht, waarbij Partijen niet tussentijds over het geschil met derden zullen communiceren. Een geschil is aanwezig indien een Partij dat stelt en dit schriftelijk aan de andere partijen heeft medegedeeld, onder vermelding van het onderwerp van het geschil en een onderbouwing daarvan.
2. Indien het onmogelijk is gebleken een geschil in onderling overleg op te lossen, wordt het geschil beslecht door de bevoegde rechter, zijnde in eerste instantie de Arrondissementsrechtbank te Breda.
1. De bestuursovereenkomst treedt in werking op de dag nadat die door Partijen is ondertekend.
2. De bestuursovereenkomst eindigt als de Minister onherroepelijk heeft beslist op alle aanvragen als bedoeld in artikel 3 die zijn ingediend vóór 1 januari 2035.
Als een bepaling van de bestuursovereenkomst in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, wordt die bepaling, voor zover nodig, na gezamenlijk overleg uit de bestuursovereenkomst verwijderd en in overeenstemming tussen partijen, vervangen door een bepaling die wél bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel als mogelijk benadert. Het overige deel van de bestuursovereenkomst blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.
Elke Partij is gerechtigd deze bestuursovereenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, indien de andere Partij haar verplichtingen uit de bestuursovereenkomst niet, dan wel niet deugdelijk nakomt en de niet-nakoming van een zodanige aard is dat deze een ontbinding rechtvaardigt, één en ander als bedoeld in artikel 6:265 e.v. van het Burgerlijk Wetboek. De gevolgen van deze ontbinding voor Partijen worden overeenkomstig artikel 6:265 e.v. van het Burgerlijk Wetboek geregeld.
1. Binnen vijftien werkdagen na ondertekening van de bestuursovereenkomst wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Bij wijzigingen in de bestuursovereenkomst vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.
3. Opzeggen of ontbinden van de bestuursovereenkomst wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
In het ruimtelijke spoor zijn de bestemmingsplanregels uit het RIP deels aangevuld en gewijzigd in een drietal paraplubestemmingsplannen. Het gaat om de volgende plannen: Paraplubestemmingsplan Wonen, vastgesteld op 19 november 2019 (NL.IMRO.1959.AltBP024parpluwoon-VG02); Paraplubestemmingsplan Archeologie, vastgesteld op 7 februari 2023 (NL.IMRO.1959.AltBP082PpluArcheo-VG01); en Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten, geheel in werking gesteld op 26 maart 2024 (NL.IMRO.1959.AltBP159Pluoorlogr-VG01).
In het ruimtelijke spoor zijn de bestemmingsplanregels uit het RIP deels aangevuld en gewijzigd in een drietal paraplubestemmingsplannen. Het gaat om de volgende plannen: Paraplubestemmingsplan Wonen, vastgesteld op 19 november 2019 (NL.IMRO.1959.AltBP024parpluwoon-VG02); Paraplubestemmingsplan Archeologie, vastgesteld op 7 februari 2023 (NL.IMRO.1959.AltBP082PpluArcheo-VG01); en Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten, geheel in werking gesteld op 26 maart 2024 (NL.IMRO.1959.AltBP159Pluoorlogr-VG01).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23146.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.