Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 23129 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 23129 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op artikelen 2, eerste lid, 4, aanhef en onderdelen a, b, d en h, 5, eerste en tweede lid, 15, 16, 17, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, 19, tweede en derde lid, 25, 30, vierde en vijfde lid, 34, eerste lid, en 50, tweede, vierde en zevende lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;
Besluit:
De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
Titel 2.21 komt te luiden:
In deze titel wordt verstaan onder:
micro-, kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in de groepsvrijstellingsverordening visserij die de eigendom heeft van een vissersvaartuig en onder wiens naam het in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is ingeschreven;
vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 4, van verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354), dat is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998.
De minister verleent op aanvraag subsidie aan de eigenaar van een vissersvaartuig voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van een vissersvaartuig met de maatregelen, bedoeld in artikel 27, tweede lid, onderdeel a, van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
1. De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.
2. De hoogte van de subsidie bedraagt voor een vissersvaartuig, dat wordt gebruikt door een gerechtigde tot het vissen op of het kweken van mosselen, oesters, kokkels, strandschelpen, zwaardscheden, mestheften en tapijtschelpen, genoemd in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling visserij, maximaal € 400.000 per eigenaar van een vissersvaartuig.
3. De hoogte van de subsidie bedraagt voor een vissersvaartuig, dat wordt gebruikt door een gerechtigde tot het vissen op andere soorten dan genoemd in het tweede lid, maximaal € 1.250.000 per eigenaar van een vissersvaartuig.
De kosten, bedoeld in artikel 27, aanhef en vierde lid, onderdelen i, ii en iii, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, met uitzondering van de kosten van vistuigen, komen voor een subsidie in aanmerking.
De minister verdeelt de subsidieplafonds op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is twee jaar.
Onverminderd de artikelen 22 en 23 van het besluit en artikel 2.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien er aan de eigenaar van een vissersvaartuig ten behoeve van dat vissersvaartuig reeds een subsidie als bedoeld in artikel 2.21.2 voor dezelfde soort maatregel is verstrekt.
1. Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
2. Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. gegevens over de eigenaar van een vissersvaartuig, waaronder de naam van de eigenaar van een vissersvaartuig, of er sprake is van een micro-, kleine en middelgrote onderneming, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en rekeningnummer;
b. gegevens over de contactpersoon bij de eigenaar van een vissersvaartuig, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. het CFR-nummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel l, van uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie van 6 februari 2017 inzake het vissersvlootregister van de Unie (PbEU 2017, L 34), van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd;
d. een plan met daarin een beschrijving van de uit te voeren maatregelen en de beoogde planning;
e. een begroting van de kosten van de uit te uit te voeren maatregelen, voorzien van een gespecificeerde offerte.
In afwijking van artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het besluit gaat de aanvraag tot subsidievaststelling van meer dan € 125.000, vergezeld van een afschrift van de factuur en het betalingsbewijs van de ten behoeve van de subsidiabele activiteit gemaakte en betaalde kosten.
In de tabel behorende bij artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 worden de volgende rijen in de numerieke volgorde ingevoegd:
|
Titel 2.21: Verbetering energie-efficiëntie van vissersvaartuigen 2026 |
2.21.3, tweede lid |
28-09-2026 t/m 14-12-2026 |
€ 2.000.000 |
||
|
2.21.3, derde lid |
28-09-2026 t/m 14-12-2026 |
€ 25.000.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 28 juni 2026
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES) en van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026. De subsidiemodule (Titel 2.21 Verbetering energie-efficiëntie van vissersvaartuigen) voor de visserij wordt opnieuw opengesteld in de RNES. Op grond van deze subsidiemodule kunnen eigenaren van vissersvaartuigen actief in de visserij en de visserij op mossel-, oester-, kokkel-, strandschelpen-, zwaardscheden-, mesheften- en tapijtschelpvisserij (hierna: schelpdiervisserij) subsidie aanvragen voor investeringen die leiden tot een verbetering van de energie-efficiëntie van hun vissersvaartuigen. De titel wordt vervangen omdat deze voortaan ook open staat voor aanvragen ten behoeve van de schelpdiervisserij.
De Nederlandse visserij- en aquacultuursector bevindt zich in een overgangsperiode naar een duurzamere en toekomstbestendigere bedrijfsvoering. Voor deze transitie is innovatie noodzakelijk, maar dergelijke ontwikkelingen vergen tijd. Om de sector te ondersteunen bij het zetten van stappen richting verduurzaming en tegelijkertijd de vatbaarheid voor stijgende brandstofprijzen te verkleinen, wordt de subsidiemodule ‘Verbetering energie-efficiëntie van vissersvaartuigen 2026’ opengesteld.
De subsidiemodule heeft als doel de visserij- en schelpdiervisserij te ondersteunen bij de aanschaf en installatie van onderdelen voor vissersvaartuigen die bijdragen aan een hogere energie-efficiëntie of een vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen.
De specifieke doelgroep voor deze subsidiemodule zijn eigenaren van vissersvaartuigen die worden gebruikt voor het vissen op vis, mosselen, oesters, kokkels, strandschelpen, mesheften, tapijtschelpen of zwaardscheden, genoemd in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling visserij. Met betrekking tot verduurzaming is er door middel van investeringen voor deze ondernemers veel winst te behalen. Ook is de noodzaak bij deze ondernemers aanwezig door het hoge brandstofverbruik en fluctuerende brandstofprijzen. De subsidie stelt aanvragers in de gelegenheid om een belangrijke kostenpost, namelijk brandstof, zo gering mogelijk te laten zijn en hiermee ook de sector in den brede te verduurzamen. Bovendien heeft een aanzienlijk deel van de doelgroep (de schelpdiervisserij) geen kans gehad om te verduurzamen onder de eerdere openstelling van de Energie-efficiëntieregeling visserij in 2023, omdat zij geen onderdeel uitmaakten van de doelgroep van die regeling.
De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. Per eigenaar van een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor het vissen op schelpdieren die aanvraagt is een maximaal subsidiebedrag van € 400.000 beschikbaar. Per eigenaar van een vissersvaartuig dat worden gebruikt voor de visserij op de overige soorten, is een maximaal subsidiebedrag van € 1.250.000 beschikbaar.
Binnen deze subsidiemodule zijn de kosten subsidiabel die genoemd staan in artikel 27, vierde lid, onder i en ii, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. De voor subsidie in aanmerking komende kosten zijn de kosten van aanschaf en installatie van de volgende maatregelen/investeringen, mits ze leiden tot een verhoging van de energie-efficiëntie of vermindering van de uitstoot van verontreinigende stoffen of broeikasgassen:
– energie-efficiënte propellers, inclusief aandrijfassen;
– katalysatoren;
– energie-efficiënte generatoren;
– econometers, brandstofbeheerssystemen en monitoringsystemen;
– straalpijpen;
– boegschroeven;
– aandrijvingsonderdelen op hernieuwbare energie;
– stabiliteitsmechanismen;
– niet-toxische aangroeiwerende middelen;
– maatregelen om de stuurinrichting om de roeractiviteit te verminderen; en
– proeven in stromingstanks.
Daarnaast zijn de kosten subsidiabel die gemaakt worden voor de verbouwing van een vissersvaartuig ten behoeve van de overschakeling van gesleept vistuig naar een ander gesleept tuig, of naar een alternatief tuig, onder artikel 27, vierde lid, onder iii, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. De kosten die gemaakt worden voor de aanschaf van vistuigen (zoals netten) zijn niet subsidiabel.1 Vistuigen zijn slijtagegevoelig en zijn essentieel voor de bedrijfsvoering, ongeacht of hiervoor subsidie beschikbaar is. Met andere woorden, dit zijn reguliere bedrijfskosten. De uitsluiting van deze kosten past binnen de bedoeling van artikel 27, vierde lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. Daarin is namelijk bepaald dat alleen de extra kosten in aanmerking komen en dat kosten in verband met het basisonderhoud van de romp (eveneens reguliere bedrijfskosten) niet in aanmerking komen voor steun. Dit past ook in de bredere voorwaarde van artikel 14, onderdeel b, van de groepsvrijstellingsverordening visserij dat operationele kosten niet voor subsidie in aanmerking komen.
Met deze subsidieregeling kan elke onderneming zelf de inschatting maken van de benodigde maatregelen binnen de voornoemde mogelijkheden ter verbetering van de energie-efficiëntie van het vissersvaartuig.
Om steun te mogen verlenen op basis van de groepsvrijstellingsverordening visserij moet voldaan worden aan diverse voorwaarden uit die verordening. Zo is het bijvoorbeeld alleen mogelijk om subsidie te verstrekken aan vaartuigen die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste zestig dagen visserijactiviteiten hebben verricht (artikel 1, derde lid, onderdeel e, onder xii, van de groepsvrijstellingsverordening visserij).
Deze subsidiemodule bevat staatssteun die wordt gerechtvaardigd door artikel 27 van de groepsvrijstellingsverordening visserij, voor zover de aanvrager een micro-, kleine of middelgrote onderneming (KMO) is die actief is in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten. De subsidiemodule is in overeenstemming met de voorwaarden van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
De steun gaat naar ondernemers die brandstof besparende maatregelen nemen om hun vaartuigen energie-efficiënter te maken. De steun, die is bekostigd met overheidsmiddelen, dekt de investeringskosten van de vissers die worden gemaakt als onderdeel van hun visserijactiviteiten, die economisch van aard zijn. Deze visserijondernemingen verkrijgen hiermee een voordeel in de zin van financiering die anders moeilijk te krijgen zou zijn geweest. De steun is ook selectief van aard, omdat hij alleen naar ondernemers gaat die bepaalde energiebesparende maatregelen nemen die in aanmerking komen binnen de subsidiemodule. De gedekte kosten worden gemaakt door vergelijkbare vissers in andere lidstaten van de Europese Unie die soortgelijke energiebesparende maatregelen nemen. Dit betekent dat de Nederlandse vissers door de steun in een betere financiële positie komen dan hun concurrenten binnen de Europese Unie die deze kosten zelf moeten betalen. Daardoor is er sprake van een mogelijke invloed op de handel tussen landen in de interne Europese markt.
Om de voorgaande redenen is het aannemelijk dat de steun die in het kader van deze regeling wordt verleend, als staatssteun kwalificeert. De steun is echter te rechtvaardigen met toepassing van artikel 27 van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
Op basis van artikel 27 van de groepsvrijstellingsverordening visserij is steun om de energie-efficiëntie te verbeteren en de gevolgen van klimaatverandering te matigen verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Ook is de steun vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, derde lid, van het VWEU, als wordt voldaan aan de voorwaarden die daaraan zijn gesteld. Het gaat daarbij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel a, van artikel 27 van de groepsvrijstellingsverordening visserij, om investeringen in maatregelen of uitrusting die de energie-efficiëntie van de vissersvaartuigen verhogen.
Bovendien zorgen de gestelde eisen in de onderhavige regeling en het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: Kaderbesluit) ervoor dat de subsidie verleend wordt in overeenstemming met de eisen uit de voormelde artikelen van de groepsvrijstellingsverordening visserij, inclusief de subsidiabele kosten, en dat wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot transparantie, stimulerend effect en cumulatie. In artikel 14 van de groepsvrijstellingsverordening visserij zijn algemene voorwaarden opgenomen voor steun die van toepassing zijn op de onderhavige steun en zijn afgedekt door de artikelen 2.1.4 en 2.21.4 van de regeling in samenhang met artikel 27, vierde lid, onder i, ii en iii, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. Het gaat om een voorwaarde dat een vaartuig binnen 5 jaar nadat de laatste steun is ontvangen niet overgedragen of omgevlagd (buiten de EU) mag worden en een voorwaarde dat operationele kosten niet worden vergoed. Ook blijft onderhavige regeling binnen de daarvoor geldende drempels voor aanmelding van de steun en de maximum steunintensiteit van 50%. Binnen twintig werkdagen na de inwerkingtreding van deze regeling zal een kennisgeving aan de Europese Commissie worden gedaan, conform artikel 11, tweede lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
Deze regeling heeft regeldrukeffecten. De vertegenwoordigers uit de schelpdiersector zijn mede daarom meermaals informeel geconsulteerd tijdens de totstandkoming van de onderhavige regeling.
De regeldrukkosten voor onderhavige subsidiemodule bedragen in totaal € 52.800,– voor de subsidieperiode. Dit is 0,20% procent van het subsidiebudget van € 27.000.000,–. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat 60 aanvragen worden ingediend en op de uitvoering van de volgende activiteiten: kennisname van de regeling en aanvraagprocedure, het invullen van het aanvraagformulier, het laten uitvoeren van de verbouwing van het schip en daarbij behorende documenten aanleveren (facturen, betaalbewijzen, ILT-rapport of ander bewijs dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd) en het aanleggen van een administratie waarin aanvrager duidelijk maakt dat hij aan verplichtingen voldoet.
In de doorrekening is ervan uitgegaan dat nagenoeg alle aanvragers gebruik maken van een gemachtigde als penvoerder. Voor een gemachtigde is uitgegaan van een uurtarief van € 60,–.
De verwachting is dat 80 potentiële aanvragers de regeling bekijken en hier twee uur aan besteden, 60 aanvragers zullen de aanvraagprocedure ingaan en de aanvraagformulieren voor subsidieverstrekking invullen. Voor de kennisname geldt dat uitgegaan wordt van uurtarief € 60,– en 80 aanvragers die daar 2 uur mee bezig zijn: € 60 * 80 * 2 = € 9.600,–. Met betrekking tot de aanvraagprocedure en het invullen van het aanvraagformulier wordt uitgegaan van uurtarief € 60,– en 60 aanvragers die daar 2 uur mee bezig zijn: € 60,– * 60 * 2 = € 7.200,–, in totaal: € 16.800,–.
Voor het bijhouden van administratie van het voldoen aan de verplichtingen, is geschat dat aanvragers daar 10 uur mee bezig zijn. Hieronder valt ook het doen van een aanvraag tot subsidievaststelling. De kosten worden berekend als volgt: € 60 * 60 * 10, in totaal € 36.000,–.
Totale administratieve lasten bedragen € 16.800,– + € 36.000 = € 52.800,–.
Een concept van deze regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). De regeldruk is voldoende in kaart gebracht, ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.
De uitvoering van de subsidiemodule is in handen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. RVO heeft de regeling getoetst op de doelmatigheid en de gebruiksvriendelijkheid voor subsidie-aanvragers en RVO. Deze wijzigingsregeling wordt uitvoerbaar en handhaafbaar geacht.
Met dit onderdeel wordt titel 2.21 vervangen in de RNES. Hieronder worden de artikelen afzonderlijk toegelicht.
Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging van titel 2.21, op subsidies die voor dat tijdstip zijn verleend en op subsidies die voor dat tijdstip zijn vastgesteld, blijft de tekst van titel 2.21 gelden zoals deze luidde voor dat tijdstip (artikel 5.4 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies).
In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen die van belang zijn voor de subsidiemodule. In de begripsomschrijving van ‘eigenaar van een vissersvaartuig’ is aangesloten bij de begripsomschrijving van ‘kleine, middelgrote en micro-ondernemingen’ uit de groepsvrijstellingsverordening visserij. In bijlage I van de groepsvrijststellingsverordening visserij worden de criteria beschreven waaraan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen moeten voldoen om als zodanig aangemerkt te worden. Deze sluiten blijkens overweging 27 van de groepsvrijstellingsverordening visserij aan bij de algemene en breed toegepaste criteria uit Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124). Daarnaast moet het desbetreffende vissersvaartuig waarvoor subsidie wordt aangevraagd zijn ingeschreven in het visserijregister onder de naam van de desbetreffende onderneming.
Subsidie kan slechts worden aangevraagd door een visserijonderneming die een (ingeschreven) vissersvaartuig in eigendom heeft. Investeringen die zijn gedaan voordat een aanvraag om subsidie is ingediend, komen niet voor subsidie in aanmerking. Welke kosten wel in aanmerking komen, is toegelicht in paragraaf 3 van het algemeen deel van deze toelichting.
Voor deze subsidiemodule bedraagt de subsidie 50 procent van de subsidiabele kosten.
Subsidie kan worden aangevraagd door twee doelgroepen. Het onderscheid wordt gemaakt omdat de doelgroepen afzonderlijke subsidieplafonds hebben.
In het tweede lid is de eerste doelgroep beschreven waarvoor een maximum geldt van € 400.000 per eigenaar van een vissersvaartuig: een visserijonderneming die een vissersvaartuig in eigendom heeft dat wordt gebruikt door een gerechtigde tot het vissen op of het kweken van mosselen, oesters, kokkels, strandschelpen, zwaardscheden en mesheften. Het vissersvaartuig moet ingeschreven zijn in het Nederlands Register van Vissersvaartuigen en de subsidieaanvrager moet middels een schriftelijke toestemming of vergunning gerechtigd zijn om te vissen op of het kweken van voorgenoemde soorten. Het is afhankelijk van de locatie of een schriftelijke toestemming, een vergunning of een combinatie van beiden is vereist.
In het derde lid, is de tweede doelgroep beschreven waarvoor een maximum geldt van € 1.250.000 per eigenaar van een vissersvaartuig: alle vissersvaartuigen die worden gebruikt om op andere soorten te vissen dan genoemd in het tweede lid. Dat betekent dat de vissersvaartuigen die onder het tweede lid vallen, niet ook in aanmerking komen voor het subsidieplafond dat is vastgesteld voor de doelgroep onder het derde lid en visa versa. Het vissersvaartuig moet ingeschreven zijn in het Nederlands Register van Vissersvaartuigen.
Het percentage en de bedragen zijn in overeenstemming met de maximale steun(intensiteit), genoemd in artikel 27, vijfde lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, en de maximale steun, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
Dit artikel bepaalt op welke wijze de subsidieplafonds worden verdeeld. De verdeling vindt plaats op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Hierover stelt artikel 27 van het Kaderbesluit regels. Dit betekent dat de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt, uiteraard met inachtneming van het maximale subsidiebedrag. Wanneer de ingediende aanvraag onvolledig is, krijgt de aanvrager de mogelijkheid de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. De datum waarop de aanvraag volledig is, is de datum van binnenkomst. Er vindt loting plaats om de volgorde te bepalen als er meerdere aanvragen worden ingediend op de dag dat het subsidieplafond wordt overschreden, en er onduidelijkheid is over het tijdstip van ontvangst van die aanvragen.
De doelgroepen genoemd in artikel 2.21.3, tweede en derde lid, hebben afzonderlijke subsidieplafonds en die subsidieplafonds blijven bij de verdeling gescheiden.
Dit artikel bepaalt de realisatietermijn van de gesubsidieerde projecten. Met betrekking tot deze subsidiemodule bedraagt de realisatietermijn maximaal twee jaar. Dit betekent dat het desbetreffende project twee jaar na de subsidieverlening gerealiseerd moet kunnen zijn. Indien uit het bij de subsidieaanvraag aangeleverde plan blijkt dat de maatregelen niet uiterlijk binnen twee jaar gerealiseerd zouden kunnen worden, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. De grondslag om deze subsidie af te wijzen, staat in artikel 23, onderdeel b, van het Kaderbesluit.
Dit artikel bevat een specifieke afwijzingsgrond. Deze grond geldt in aanvulling op de algemene afwijzingsgronden in de artikelen 22 en 23 van het Kaderbesluit en in artikel 2.1.3 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien de in artikel 2.21.7 geformuleerde afwijzingsgrond van toepassing is.
Een aanvraag wordt afgewezen, indien ten aanzien van de betreffende subsidieaanvrager al een subsidie voor eenzelfde maatregel en ten behoeve van hetzelfde vissersvaartuig is verleend, overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. Bijvoorbeeld als voor dezelfde maatregel bij de eerdere openstelling van deze regeling subsidie is verleend of indien het gaat om een investering in een zogenoemde SCR-katalysator waarvoor op grond van artikel 3.3.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 al een subsidie ten behoeve van dat vaartuig is verleend.
In dit artikel zijn informatieverplichtingen opgenomen ten aanzien van de gegevens die de subsidieaanvraag moet bevatten of waarvan deze vergezeld dient te gaan. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de Staatssecretaris van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuur beschikbaar wordt gesteld. Het betreft veelal elektronische formulieren die via RVO beschikbaar worden gesteld. Uit artikel 6, tweede lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij volgt welke gegevens met de aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval meegezonden dienen te worden. Met artikel 2.7.9 wordt hieraan uitvoering gegeven. Zo zal beschreven moeten worden welke maatregelen uitgevoerd gaan worden, wat de tijdsplanning van uitvoering van die werkzaamheden is en wat de begroting van de kosten is.
In dit artikel wordt bepaald dat een controleverklaring als bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit niet meegestuurd hoeft te worden bij de aanvraag tot subsidievaststelling. Hiermee is invulling gegeven aan artikel 50, zevende lid, van het Kaderbesluit. Het meezenden van een controleverklaring is een vereiste bij subsidies boven de € 125.000, waarvan dus kan worden afgeweken. Voor een aanvraag tot subsidievaststelling boven de € 125.000 wordt in plaats daarvan vereist dat die aanvraag vergezeld gaat van facturen en betaalbewijzen van de ten behoeve van de subsidiabele activiteiten gemaakte en betaalde kosten. Op deze wijze kan vastgesteld worden dat de subsidieontvanger de subsidiabele activiteiten daadwerkelijk heeft uitgevoerd.
Daarnaast dienen ook de in artikel 50, tweede lid, van het Kaderbesluit vereiste bescheiden meegestuurd te worden. In dat kader kan ook een inspectierapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport worden gestuurd, waaruit blijkt dat wijzigingen aan een vissersvaartuig overeenkomstig de geldende regelgeving zijn.
Dit artikel bepaalt dat de subsidie, bedoeld in artikel 2.21.2, eerste lid, staatssteun bevat. Deze staatssteun wordt gerechtvaardigd op grond van de groepsvrijstellingsverordening visserij.
In artikel 4.10, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald dat subsidieregelingen een vervaltermijn van maximaal vijf jaren bevatten. De vervaltermijn uit de subsidiemodule zoals die is opengesteld in 2023 wordt niet gewijzigd, omdat het doel en de doelgroep van deze titel grotendeels hetzelfde blijft.
Dit artikel strekt tot wijziging van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026, om de openstelling en het subsidieplafond van de nieuwe subsidiemodule te regelen. Met deze wijziging wordt de subsidiemodule opengesteld van 28 september 2026 tot en met 14 december 2026. De openstelling vangt aan op 28 september 2026 om 09:00 uur en eindigt op 14 december 2026 om 17:00 uur. Het subsidieplafond voor de openstelling voor de schaal- en schelpdiersector, als bedoeld in artikel 3, derde lid, bedraagt € 2.000.000. Het subsidieplafond voor de openstelling voor de vaartuigen die ingeschreven staan in het vaartuigenregister, maar die niet onder de hiervoor genoemde doelgroep kunnen vallen, bedraagt € 25.000.000.
De inwerkingtreding van deze regeling wijkt af van de systematiek van vaste verandermomenten. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd omdat de doelgroep van de subsidiemodule gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Voor zover in de praktijk onduidelijkheid ontstaat over wat hieronder concreet kan worden verstaan, kan worden gekeken naar de definitie van vistuig in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (PbEU 2019, L 155): elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken.
Voor zover in de praktijk onduidelijkheid ontstaat over wat hieronder concreet kan worden verstaan, kan worden gekeken naar de definitie van vistuig in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (PbEU 2019, L 155): elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-23129.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.