Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 6 juli 2026, nr. WJZ/105911160, wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 in verband met een stelselwijziging van de eco-regeling en andere wijzigingen [KetenID 29045 WGK]

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op de artikelen 15, 19, 27 en 28 van de Landbouwwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling GLB 2023 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, subonderdeel 1, wordt na ‘bijlage 1’ ingevoegd ‘als hoofdteelt’.

2. In onderdeel a, subonderdeel 2, wordt na ‘bestrijding wordt’ ingevoegd ‘gedurende de hoofdteelt, doch uiterlijk 15 oktober van het jaar,’.

3. In onderdeel a, subonderdeel 3, vervalt ‘de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast,’.

4. Aan onderdeel a worden twee subonderdelen toegevoegd, luidende:

  • 4°. de landbouwer houdt een registratie bij van de toepassing van de biologische bestrijding met daarin tenminste:

    • i. de naam van het gebruikte middel;

    • ii. de datum van de toepassing;

    • iii. eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en Gecombineerde opgave;

  • 5°. de landbouwer bewaart de registratie, bedoeld in subonderdeel 4, gedurende 5 jaar in zijn administratie.

5. In onderdeel e, subonderdeel 4, wordt na ‘etiketten’ ingevoegd ‘of de factuur’ en wordt na ‘Tagetes patula’ ingevoegd ‘, met daarop vermeld de hoeveelheid zaaizaad,’.

B

Artikel 25, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt na ‘biodiversiteit’ ingevoegd ‘, met een minimum van in totaal 5 punten per subsidiabele hectare,’.

2. Onderdeel c vervalt onder verlettering van onderdeel d naar onderdeel c.

C

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De hoogte van het uit te betalen bedrag wordt berekend aan de hand van de op bedrijfsniveau gemiddelde behaalde waarde per hectare, vermenigvuldigd met het aantal subsidiabele hectares, en is niet hoger dan het maximumtarief van € 200,– per hectare.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Indien de indicatieve financiële toewijzing, bedoeld in artikel 101 van verordening (EU) 2021/2115, voor de eco-regeling overschreden wordt, kan de Minister op het bedrag, bedoeld in het vierde lid, een lineaire verlaging toepassen.

3. In het zesde lid wordt ‘vierde lid’ vervangen door ‘vierde lid in samenhang met het vijfde lid’ en wordt ‘tarief goud’ vervangen door ‘maximumtarief’.

4. Het zevende lid vervalt onder vernummering van het achtste en negende lid naar het zevende en achtste lid.

D

In artikel 33, tweede lid, onderdeel h, wordt na ‘tweede’ ingevoegd ‘lid’.

E

In bijlage 2, onderdeel A, komt de regel bij de activiteit voedselbos van de eerste tabel te luiden:

Voedselbos

4

4

4

2

2

F

De tabel, horende bij bijlage 2, onderdeel C, komt te luiden:

Eco-doel

Regiogroep 1

Regiogroep 2

Klimaat

1,5

1,25

Bodem en Lucht

0,75

1,25

Water

0,75

0,75

Landschap

0,5

0,75

Biodiversiteit

1,0

0,5

Flexibele inzet

0,5

0,5

Totaal

5

5

G

De tabel, horende bij bijlage 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. De regel horende bij artikel 10, derde lid, onderdeel b in samenhang met artikel 25, eerste lid, onderdeel a, bij de soort niet-naleving ‘Het niet melden van het niet uitvoeren van een in de aanvraag op een perceel aangegeven eco-activiteit’ vervalt.

2. In de regel horende bij artikel 10, derde lid, onderdeel b in samenhang met artikel 25, eerste lid, onderdeel a, bij de soort niet-naleving ‘Het niet melden dat op een in de aanvraag op een perceel opgegeven eco-activiteit gedeeltelijk niet of niet volgens de voorwaarden wordt uitgevoerd’ wordt ‘ja’ vervangen door ‘nee’ en ‘5%’ vervangen door ‘3%’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met uitzondering van Artikel I, onderdeel D, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 6 juli 2026

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

TOELICHTING

I. Algemene toelichting

1. Inleiding

Met deze wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 worden diverse aanpassingen doorgevoerd in de eco-regeling. De eco-regeling is onderdeel van het GLB en is een aanvullende betaling bovenop de basispremie. Boeren kunnen eco-premies krijgen als ze op hun bedrijf eco-activiteiten uitvoeren. Met eco-activiteiten kunnen boeren een bijdrage leveren aan 5 eco-doelen: het verbeteren van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit.

De aanleiding voor de wijzigingen zijn de uitkomsten van een evaluatie met sectorpartijen over de aanvraagjaren 2023, 2024 en 2025. Daaruit is namelijk gebleken dat de huidige werkwijze van de eco-regeling kwetsbaar is en dat agrariërs moeite hebben om hun Gecombineerde Opgave actueel te houden. De belangrijkste wijzigingen zien op:

  • aanpassing van de systematiek van de eco-regeling, waaronder de introductie van een flexibele inzet binnen het puntensysteem;

  • verduidelijking en vereenvoudiging van de bewijsvoering voor zaaizaad;

  • aanpassing van de berekeningssystematiek van het subsidiebedrag en invoering van een budgettaire beheersingsmaatregel;

  • technische en redactionele verbeteringen in de regeling en bijlagen;

  • aanpassingen in het sanctieregime en de uitvoeringspraktijk.

Met deze wijzigingen wordt beoogd de uitvoerbaarheid van de regeling te verbeteren en de regeling beter aan te laten sluiten op de uitvoeringspraktijk, zonder dat het ambitieniveau van de eco-regeling wordt gewijzigd.

2. Systeemwijziging van de eco-regeling

Nu de eco-regeling meerdere jaren loopt, zijn een aantal systematische wijzigingen nodig om een robuuster en eenvoudiger uit te voeren en na te leven systeem te borgen.

Voorafgaand aan deze wijziging is de eco-regeling uit aanvraagjaar 2023, 2024 en 2025 geëvalueerd met sectorpartijen. Uit deze evaluatie is gebleken dat de huidige systematiek ertoe kan leiden dat een niet-naleving van één eco-activiteit onevenredig grote financiële consequenties kan hebben. De huidige puntendrempel en medaillesystematiek kunnen daarnaast voor een perverse prikkel zorgen. Agrariërs kunnen eco-activiteiten uitvoeren om bijvoorbeeld punten- en waarden te behalen terwijl het uitvoeren van deze eco-activiteit geen of weinig ecologische meerwaarde heeft op hun bedrijf. Denk hierbij aan het gebruik van precisiegewasbescherming op grasland terwijl dit eigenlijk niet nodig is, maar wel wordt gedaan om de benodigde punten- en waarden te halen.

De huidige opzet van de eco-regeling is complex en kent daarmee een bepaalde fragiliteit. Daarom is de opzet van de regeling meermaals met relevante sectorpartijen (LTO, NAV, NAJK en bedrijfsadviseurs) geëvalueerd. Met deze systeemwijziging wordt verwacht dat boeren hun aanvraag in de Gecombineerde Opgave makkelijker actueel kunnen houden en zodoende minder snel met onevenredige kortingen worden geconfronteerd indien een eco-activiteit niet correct wordt uitgevoerd.

In opvolging van de evaluatie met de sectorpartijen is de WUR om advies gevraagd over een meer flexibele punten-instapeis, die de regeling minder kwetsbaar maakt. Uit de daaruit volgende analyse blijkt dat een groot deel van de agrariërs die een aanvraag indient struikelt over het vergroeningsthema biodiversiteit binnen de eco-regeling. Uit simulaties van de WUR blijkt dat het verlagen van het biodiversiteitsdoel met 0,5 punt aanzienlijk minder bedrijven het risico lopen onder de puntendrempel te belanden. Om het doelbereik van de regeling te handhaven wordt met deze wijziging de mogelijkheid geboden om 0,5 punt in te vullen met de overwaarde van de behaalde punten op de overige vergroeningsthema's. Dit betekent dat aanvragers nog steeds vijf punten moeten behalen, onderverdeeld in een minimaal aantal punten per eco-doel, maar dat 0,5 van de vijf punten vrij kan worden verdeeld over één of meer eco-doelen. Zo wordt voorkomen dat boeren over een bepaald eco-doel ‘struikelen’, bijvoorbeeld wanneer het voorgeschreven resultaat van de eco-activiteit niet kan worden behaald.

Daarnaast wordt met deze wijziging geborgd dat aanvragers vanaf 2027 de behaalde waarde van alle correct uitgevoerde eco-activiteiten uitbetaald krijgen, en niet meer in staffels van goud, zilver en brons, wat in de huidige systematiek leidt tot sprongsgewijze en soms lastig uit te leggen verschillen in uitbetaling. Een deelnemer die in 2026 activiteiten uitvoert met een gezamenlijke waarde van € 125 per hectare, krijgt in het huidige systeem € 100 (zilver) uitbetaald. Deze deelnemer zal in 2027 (na huidige wijziging) in die situatie € 125 zal ontvangen. Als een activiteit onverhoopt niet helemaal is gelukt en de totale waarde terugvalt naar € 95, krijgt deze deelnemers in het huidige systeem € 60 (brons) uitbetaald. Het is de bedoeling dat deze in 2027 € 95 ontvangt. Ook op die manier zorgen we ervoor dat de financiële consequenties van een niet correct uitgevoerde eco-activiteit minder groot worden en meer overeenstemmen met de waarde van de daadwerkelijk gerealiseerde activiteiten.

Nu de regeling meerdere jaren loopt, is een strenger sanctiebeleid nodig, en, gelet op de hierboven beschreven aanpassingen, ook gerechtvaardigd om de naleving van de subsidievoorwaarden die niet volledig gemonitord kunnen worden, te verbeteren. Daarom worden per 2027 geen waarschuwingen meer gegeven als activiteiten niet tijdig zijn teruggetrokken uit de aanvraag. Als bij een steekproefcontrole door RVO of NVWA blijkt dat een opgegeven activiteit niet volgens de subsidievoorwaarden is uitgevoerd, wordt met de huidige regeling in eerste instantie een waarschuwing gegeven. Pas bij herhaling kan een procentuele korting over het subsidiebedrag worden toegepast. Die waarschuwingen waren bedoeld om boeren de tijd te geven om te wennen aan de nieuwe regeling en de nieuwe voorwaarden. Een strenger sanctiebeleid is nodig om aanvragers te stimuleren activiteiten tijdig terug te trekken als ze om wat voor reden dan ook niet zijn gelukt. Voor het niet voldoen aan subsidievoorwaarden die RVO volledig (bij alle aanvragers) kan controleren worden geen sancties opgelegd.

3. Regeldruk

Geraakte doelgroep

De wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 raakt alle agrarische bedrijven die een aanvraag doen voor de eco-regeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Dit zijn elk jaar ongeveer 33.000 bedrijven. Een deel van deze agrariërs schakelt een bedrijfsadviseur in die, namens hem of haar, de aanvraag in de eco-regeling doet.

Regeldrukeffecten

De voorgestelde wijzigingen hebben voor het grootste deel betrekking op de subsidievoorwaarden voor deelname aan de eco-regeling. Deze wijzigingen leiden niet tot additionele administratieve lasten ten opzichte van de oorspronkelijke regelgeving. De aanvraag van de eco-regeling blijft verlopen via Gecombineerde Opgave. De gegevens van de aanvraag blijven hetzelfde. De nieuwe systematiek ziet op de berekening van de ecopremie. Hierdoor blijft de regeldruk hetzelfde.

Er is één inhoudelijke wijziging die effect heeft op de regeldruk. De inhoudelijke wijziging van de regeling, opgenomen in onderdeel A, betreft de toevoeging van de registratie van de toepassing van biologische bestrijding. Het gaat in die gevallen per aanvrager om maximaal 2 uur per maand gedurende het groeiseizoen (circa 6 maanden). Op basis van de rapportage gegevens uit eerdere aanvraagjaren zullen ongeveer 1100 agrariërs deze registratie moeten bijhouden. In het merendeel van de gevallen houden agrariërs al een dergelijke registratie bij. Voor deze subsidieaanvragers zal de regeldruk niet toenemen. Deze registratieplicht is opgenomen om beter te borgen dat het middel op het aangegeven perceel wordt toegepast. Daarmee wordt de doelmatigheid van de regeling geborgd.

Registratiekosten:

De aanvrager is maximaal 2 uur per maand gedurende het groeiseizoen (circa 6 maanden) kwijt. Hierbij hoort een berekening van ongeveer 2 x 54 EUR = 108 EUR per maand. Gedurende het groeiseizoen geldt 108 x 6 maanden = 648 EUR per jaar. Dit zijn structurele kosten en berekent op 1100 agrariërs betekent dit dat de totale structurele regeldruk 648 x 1100= € 712.800.

Eenmalige regeldrukkosten

Daarnaast zijn er nog eenmalige regeldrukkosten, dit zijn de kennisname kosten van zowel de voorziene systeemwijziging wijziging als de kennisname van de registratie voor biologische bestrijding. Voor de systeemwijziging (0.5 uur) gaat het om (0.5 x 54EUR) x 33.000 = 891.000 EUR. Voor kennisname van biologische bestrijding gaat het om (0.25 x 54 EUR) x 1100 = 14.850 EUR. In totaal zijn de kennisname kosten dus 891.000 + 14.850 = 905.850 EUR

Totale regeldrukkosten

Hiermee komen de totale regeldrukkosten op:

Aanvraagjaar 2027 (eenmalige regeldrukkosten + registratie) = 905.850 + 712.800 = 1.618.650 EUR

Aanvraagjaar 2028: 712.800 EUR

De regeldruk is voldoende in kaart gebracht, ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.

4. MKB-toets of (agrarische) praktijktoets

De wijziging van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 heeft geen substantiële gevolgen voor de agro-en visserijketen. Er heeft daarom geen MKB-toets plaatsgevonden.

5. Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2027 en geldt daarmee voor uitvoeringsjaar 2027 van de eco-regeling. De aanpassingen van de eco-regeling zijn reeds met vertegenwoordigers van de sector besproken en breder bekend. Artikel I, onderdeel D, treedt in werking de dag na publicatie van de regeling in de Staatscourant. Dit betreft een tekstuele correctie van een verwijzing.

II. Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A

Met dit onderdeel wordt artikel 20 gewijzigd. Onderdeel a wordt gewijzigd in verband met de voorwaarden voor de eco-activiteit biologische bestrijding.

Bij de implementatie van deze eco-activiteit in 2023 was het de bedoeling dat de RVO deze eco-activiteit zou controleren of de eco-activiteit zou worden toegepast op contractbasis. Hier heeft de RVO de communicatiepagina op aangepast. Dit blijkt in de praktijk niet goed aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Het is voor veel toegestane biologische bestrijdingsmiddelen niet gebruikelijk dat deze op contractbasis worden toegepast. Daarbij is het begrip ‘op contractbasis’ niet eenduidig en dus op verschillende manieren te interpreteren. Met de voorgenomen wijziging worden de subsidievoorwaarden voor de eco-regeling verscherpt ten behoeve van de controleerbaarheid van de eco-activiteit.

Ter vervanging wordt een registratieplicht voor de toepassing van biologische bestrijding toegevoegd, zodat de controleerbaarheid op perceelniveau wordt geborgd. Daarnaast wordt een uiterste datum toegevoegd waarbinnen de activiteit moet zijn uitgevoerd. Deze aanpassing is noodzakelijk om de eco-activiteit biologische bestrijding uitvoerbaar en controleerbaar te houden. Door het vaststellen van een einddatum kunnen RVO en NVWA hun controles beter inrichten en bevindingen tijdig verwerken, zodat de subsidieaanvraag voor de eco-regeling binnen de geldende termijn kan worden afgehandeld.

In overleg met sectorpartijen is besloten om 15 oktober vast te stellen als einddatum voor biologische bestrijding. Er zijn weinig of geen biologische bestrijders die na 15 oktober in een jaar moeten worden toegepast. In het kader van eenvoud wordt hierbij dezelfde einddatum gehanteerd als wanneer de eco-activiteiten nog uit de Gecombineerde Opgave kunnen worden gehaald.

Voor onderdeel e, subonderdeel 4 geldt dat landbouwers ter onderbouwing van de toepassing van zaaizaad etiketten van het gebruikte zaaizaad dienen te overleggen. Met deze wijziging wordt mogelijk gemaakt dat in plaats daarvan ook de factuur waarop de hoeveelheid zaaizaad is vermeld kan worden gebruikt als bewijsstuk. In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat het verplicht overleggen van zaaizaadetiketten in bepaalde gevallen niet noodzakelijk is voor de controle op de subsidiabele activiteit. De hoeveelheid gebruikt zaaizaad kan in veel gevallen reeds voldoende worden vastgesteld op basis van de factuurgegevens, terwijl deze tevens beter aansluiten bij de reguliere bedrijfsadministratie van landbouwers. Het vervallen van de verplichting tot het overleggen van zaaizaadetiketten leidt derhalve tot een vereenvoudiging van de bewijsvoering, zonder dat dit afbreuk doet aan de controleerbaarheid van de subsidiabele activiteit.

Artikel I, onderdeel B

Met dit onderdeel wordt in artikel 25 het puntensysteem binnen de eco-regeling aangepast.

Zoals is uitgewerkt in het algemeen deel van de toelichting is in de uitvoeringspraktijk gebleken dat de bestaande systematiek kan leiden tot beperkte flexibiliteit bij de invulling van eco-activiteiten. Daarnaast kan het niet (volledig) behalen van één eco-doel disproportionele gevolgen hebben voor de totale subsidietoekenning. Met de wijziging van artikel 25, eerste lid, wordt mogelijk gemaakt dat een deel van de te behalen vijf punten per hectare vrij kan worden verdeeld over de onderscheiden eco-doelen. De minimale eis van vijf punten per hectare blijft ongewijzigd van kracht.

Omdat de medailles en de minimale waarde instapeis vervallen, vervalt artikel 25, eerste lid, onderdeel c.

Artikel I, onderdeel C

Met dit onderdeel wordt artikel 27 gewijzigd.

In het vierde lid wordt de berekeningssystematiek van het uit te betalen subsidiebedrag aangepast. Deze wordt niet meer bepaald aan de hand van de behaalde medaille. De hoogte van het subsidiebedrag wordt berekend aan de hand van de op bedrijfsniveau gemiddelde waarde per hectare, vermenigvuldigd met het aantal subsidiabele hectares, en kent een maximumbedrag. Het maximumbedrag is € 200,–.

De hoogte van de betalingen uit de eco-regeling wordt jaarlijks vastgesteld. Bij het vaststellen van een tarief per medaille werd het beschikbare budget verdeeld. Om ook bij de nieuwe systematiek het beschikbare budget te kunnen verdelen wordt in het vijfde lid deze bevoegdheid voor de Minister gecreëerd, waarbij de Minister indien het budget bij het uitbetalen van de daadwerkelijke waarde overschreden zou worden de mogelijkheid heeft een lineaire verlaging toe te passen. Dit betekent dat alle subsidieaanvragen die recht hebben op een eco-premie met hetzelfde percentage worden gekort.

In het zesde lid regelt de hoogte van de uitbetaling voor biologische landbouwers. Biologische landbouwers worden niet meer uitbetaald op niveau van ‘tarief goud’, maar krijgen het maximumtarief. Door in het zesde lid te verwijzen naar zowel het vierde als vijfde lid wordt verduidelijkt dat als er een lineaire verlaging wordt toegepast op het maximumtarief deze verlaging ook geldt voor biologische landbouwers.

Het zevende lid vervalt. De inhoud van dit lid is in de systematiek niet langer van toepassing. Er wordt immers geen tarief meer vastgesteld.

Artikel I, onderdeel D

In artikel 33, tweede lid, onderdeel h, is per abuis een woord weggevallen. Dat wordt middels deze wijziging hersteld.

Artikel I, onderdeel E

Bij de eco-activiteit ‘voedselbos’ wordt het aantal punten dat een landbouwer ontvangt bij eco-doel biodiversiteit verhoogd van 1 naar 2. Deze wijziging houdt verband met de herwaardering van de bijdrage van deze activiteit aan biodiversiteitsdoelstellingen binnen de eco-regeling. Met deze aanpassing wordt de relatieve bijdrage van de eco-activiteit voedselbos aan biodiversiteit beter tot uitdrukking gebracht binnen het puntensysteem van de eco-regeling.

Artikel I, onderdeel F

In de tabel horende bij bijlage 2 wordt onderdeel C gewijzigd. Deze wijziging houdt verband met de aanpassing van artikel 25 (Artikel, I onderdeel B), waarin de systematiek van de eco-regeling is herzien door de wijziging van aantal te behalen punten voor de individuele eco-doelen. In dat kader wordt het vereiste minimumaantal punten voor het eco-doel ‘biodiversiteit’ per regio aangepast, waarbij de totale minimale eis van vijf punten per hectare ongewijzigd blijft.

Artikel I, onderdeel G

De tabel in bijlage 6 wordt op onderdelen gewijzigd.

Met deze wijziging vervalt een categorie niet-naleving. Deze niet-naleving ziet op het niet melden van het niet uitvoeren van een in de aanvraag op een perceel opgegeven eco-activiteit. Deze niet-naleving wordt geschrapt, omdat deze materieel grotendeels samenvalt met de reeds bestaande niet-naleving inzake het niet melden dat een opgegeven eco-activiteit gedeeltelijk niet of niet overeenkomstig de voorwaarden wordt uitgevoerd. In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat de onderscheiden niet-nalevingen daardoor in de toepassing beperkt aanvullende betekenis hadden.

Tevens wordt de niet-naleving met betrekking tot het niet melden dat een op een perceel opgegeven eco-activiteit gedeeltelijk niet of niet overeenkomstig de voorwaarden wordt uitgevoerd op onderdelen gewijzigd.

In de derde kolom van de betreffende regel wordt de waarschuwing geschrapt. Deze wijziging houdt verband met de aanpassing van het sanctieregime, waarbij de inzet van een waarschuwing in deze gevallen niet langer wordt gehanteerd.

Daarnaast wordt in de vierde kolom het sanctiepercentage bij een eerste constatering van niet-naleving verlaagd van 5% naar 3%. Deze aanpassing is het gevolg van een herbeoordeling van de proportionaliteit van de sanctiehoogte in relatie tot de aard van de overtreding, en brengt de sanctie meer in lijn met de systematiek die wordt gehanteerd binnen de conditionaliteitsregeling.

De sanctie bij een tweede en eventuele daaropvolgende constatering van niet-naleving blijft ongewijzigd.

Artikel II

Artikel II regelt de inwerkingtreding van deze regeling. De regeling treedt in werking op 1 januari 2027. Hiermee wordt de systematiek van vaste verandermomenten gevolgd en wordt de regeling uiterlijk twee maanden voor inwerkingtreding gepubliceerd. Artikel I, onderdeel D, treedt in werking de dag na publicatie van de regeling in de Staatscourant. Dit betreft een tekstuele correctie van een verwijzing.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

Naar boven