Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Staatscourant 2026, 22952 | autorisatiebesluit basisregistratie personen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Staatscourant 2026, 22952 | autorisatiebesluit basisregistratie personen |
Datum 16 juni 2026
Kenmerk 2026-0000261751
In het verzoek van 4 juni 2026, 2026-0000270223 heeft het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen verzocht om autorisatie voor systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie in verband met de uitvoering van werknemersverzekeringen, arbeidsmarkt- en gegevensdienstverlening en de uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen. Dit verzoek betreft een wijziging van het besluit van 19 augustus 2021, 2021-0000388979.
Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.
In dit besluit wordt verstaan onder:
het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen;
de Wet basisregistratie personen;
het Besluit basisregistratie personen;
de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet BRP;
de systematische verstrekking, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;
de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 1 van het Besluit BRP;
de persoonslijst, bedoeld in artikel 1.1, onder c, van de Wet BRP;
de ingeschrevene, bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet BRP;
de tabel ten behoeve van de systematische verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;
de codering die het UWV aanduidt in verband met de uitvoering van dit besluit en die is vermeld in de autorisatietabelregel;
de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder a, van het Besluit BRP;
de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c, van het Besluit BRP, waarbij het aantal personen waarover informatie wordt verstrekt per verzoek ten hoogste tien bedraagt;
een gegeven dat overeenkomstig de systeembeschrijving als actueel gegeven in de basisregistratie personen is vermeld;
een wijziging van de Categorie Verblijfplaats die overeenkomstig de systeembeschrijving wordt beschouwd als een infrastructurele wijziging;
de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
werknemer in de zin van artikel 1, sub o en p, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
werkgever zoals bedoeld in artikel 1, sub q en r, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
een persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor wie het UWV wetten uitvoert;
een persoon als bedoeld in artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475c Rv, vastgesteld met toepassing van de artikelen 475d t/m 475f Rv;
de uitkering bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO.
1. Zodra de afnemersindicatie bij de persoonslijst van een ingeschrevene is opgenomen worden aan het UWV eenmaal de gegevens verstrekt die zijn opgenomen in bijlage I en II bij dit besluit voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst van de ingeschrevene.
2. Indien een gegeven dat is opgenomen in bijlage I op de persoonslijst van een ingeschrevene wordt gewijzigd, verwijderd of opgenomen en de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij deze persoonslijst is vermeld, krijgt het UWV deze wijziging, verwijdering of opname van het gegeven verstrekt.
3. De verstrekking bevat bij de wijziging van een gegeven het gegeven zoals dit luidde voor de wijziging en het gegeven zoals dit luidt na de wijziging. Bij een verwijdering van een gegeven bevat de verstrekking het verwijderde gegeven. Bij een eerste opneming van een gegeven op de persoonslijst bevat de verstrekking het opgenomen gegeven. De verstrekking bevat tevens het administratienummer van de ingeschrevene, dat als actueel gegeven op de persoonslijst is vermeld.
4. De verstrekking aan het UWV naar aanleiding van de wijziging van het administratienummer van de ingeschrevene bevat een set identificerende gegevens en de ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Persoon. De verstrekking vindt plaats overeenkomstig hetgeen is bepaald in de systeembeschrijving.
1. De afnemersindicatie wordt op verzoek van het UWV bij de persoonslijst van een ingeschrevene opgenomen. Het UWV verzoekt slechts om de opneming, indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van een van de taken, zoals deze aan het UWV zijn opgedragen in:
a. artikel 30 tot en met 30c, artikel 31 en artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. artikel 15c van de Toeslagenwet;
c. artikel 30a van de Werkloosheidswet;
d. artikel 3:14a van de Wet arbeid en zorg;
e. artikel 33a van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
f. artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
g. artikel 55b van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
h. artikel 2:55a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
i. artikel 3.47a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
j. artikel 69a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
k. artikel 42 van de Ziektewet.
2. Onverminderd het eerste lid, verzoekt het UWV slechts om opneming, indien het verzoek gericht is op de spontane verstrekking van gegevens over werknemers, werkzoekenden en uitkeringsgerechtigden.
3. De afnemersindicatie wordt tevens op verzoek van het UWV bij de persoonslijst van een ingeschrevene opgenomen, indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over:
a. een ingeschrevene ten aanzien van wie een tewerkstellingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen en deze gegevens noodzakelijk zijn voor het intrekken van deze tewerkstellingsvergunning;
b. een ingeschrevene ten aanzien van wie een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid is verleend als bedoeld in artikel 5, lid 2 van de Wet arbeid vreemdelingen en deze gegevens noodzakelijk zijn voor het geven van advies aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst over het intrekken en verlengen van deze gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.
4. De afnemersindicatie wordt niet bij de persoonslijst van een ingeschrevene opgenomen, indien de afnemersindicatie reeds als actuele aanduiding bij de persoonslijst van de ingeschrevene is vermeld.
De afnemersindicatie wordt op verzoek van het UWV verwijderd als actuele aanduiding bij de persoonslijst van een ingeschrevene. Het UWV verzoekt in ieder geval om de verwijdering, indien de spontane verstrekking van gegevens over de ingeschrevene niet of niet meer noodzakelijk is voor het uitvoeren van de taak zoals deze is opgedragen in artikel 30 tot en met 30c, artikel 31 en artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 5, lid 1 en 2 van de Wet arbeid vreemdelingen.
1. Aan het UWV wordt op zijn verzoek een gegeven verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van een ingeschrevene, indien het een gegeven betreft dat is opgenomen in bijlage III, IV, V, VI en VII bij dit besluit.
2. Het UWV verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage III bij dit besluit, indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van een taak zoals deze is opgedragen in:
a. artikel 30 tot en met 30c, artikel 31 en artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg;
c. artikel 15c van de Toeslagenwet;
d. artikel 30a van de Werkloosheidswet;
e. artikel 33a van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
f. artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
g. artikel 55b van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
h. artikel 2:55a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
i. artikel 3.47a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
j. artikel 69a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
k. artikel 42 van de Ziektewet.
3. Onverminderd het vorige lid, verzoekt het UWV slechts om een gegeven, indien het verzoek gericht is op de verstrekking van gegevens over:
a. een werknemer;
b. een werkzoekende;
c. een uitkeringsgerechtigde;
d. een werkgever;
e. een ingeschrevene die in een periode van twee kalenderjaren voorafgaand aan het verzoek werknemer of werkgever is geweest.
4. Het UWV verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage IV bij dit besluit, indien de verstrekking van gegevens noodzakelijk is voor het vaststellen van de beslagvrije voet en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de niet-ingezetene die:
a. een schuldenaar is; of
b. op grond van artikel 475ab, tweede lid Rv wordt gelijkgesteld met de schuldenaar, zoals bedoeld onder a.
5. Het UWV verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage V bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene door of namens wie bij het UWV een aanvraag is ingediend voor een uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof dan wel een ingeschrevene die de moeder is van het kind op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft en deze gegevens nodig zijn voor de beoordeling van de uitkeringsaanvraag.
6. Het UWV verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage VI bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een ingeschrevene door of namens wie bij het UWV een aanvraag is ingediend voor een uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof of aan wie een dergelijke uitkering is toegekend en deze gegevens nodig zijn voor het versturen van correspondentie die betrekking heeft op de uitvoering van de wettelijke bepalingen omtrent de uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof en de controlevoorschriften als bedoeld in artikel 4:2c, derde lid van de WAZO.
7. Het UWV verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage VII bij dit besluit, indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over een:
a. een ingeschrevene ten aanzien van wie een tewerkstellingsvergunning is aangevraagd als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen en deze gegevens noodzakelijk zijn voor het verlenen en intrekken van deze tewerkstellingsvergunning;
b. een ingeschrevene ten aanzien van wie een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid is aangevraagd als bedoeld in artikel 5, lid 2 van de Wet arbeid vreemdelingen en deze gegevens noodzakelijk zijn voor het geven van advies aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst over het verlenen, intrekken en verlengen van deze gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.
8. Aan het UWV worden geen gegevens verstrekt, indien een of meer van de gegevens waarvan het UWV bij zijn verzoek gebruik heeft gemaakt, niet is opgenomen in bijlage III, IV, V, VI of VII bij dit besluit.
1. Aan het UWV wordt op zijn verzoek een gegeven als opgenomen in bijlage VIII, IX of X bij dit besluit verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van iedere ingeschrevene van wie de actuele adresgegevens in Nederland, die op de persoonslijst zijn opgenomen overeenkomen met:
a. een in het verzoek aangegeven adres, of
b. het actuele adres dat op de persoonslijst van een in het verzoek aangegeven ingeschrevene is opgenomen.
2. Het UWV doet slechts een verzoek als bedoeld in het eerste lid, om een gegeven dat is aangegeven in bijlage VIII bij dit besluit, indien een van de op het adres ingeschreven personen een werknemer of een uitkeringsgerechtigde is en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van:
a. de Toeslagenwet, of
b. het toekennen van de overlijdensuitkering als bedoeld in de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.
3. Het UWV doet slechts een verzoek als bedoeld in het eerste lid, om een gegeven dat is aangegeven in bijlage IX bij dit besluit, indien een van de op het adres ingeschreven personen:
a. een schuldenaar is waarvoor de beslagvrije voet vastgesteld moet worden; of
b. op grond van artikel 475ab, tweede lid Rv wordt gelijkgesteld met de schuldenaar, zoals bedoeld onder a.
4. Het UWV doet slechts een verzoek als bedoeld in het eerste lid, om een gegeven dat is aangegeven in bijlage X bij dit besluit, indien een van de op het adres woonachtige personen een ingeschrevene is door of namens wie bij het UWV een aanvraag is ingediend voor een uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de uitkeringsaanvraag.
5. Aan het UWV worden slechts gegevens verstrekt, indien de gegevens waarvan het UWV in zijn verzoek gebruik heeft gemaakt zijn opgenomen in bijlage VIII, IX of X bij dit besluit.
1. Indien de gegevensverstrekking die op grond van dit besluit aan het UWV dient plaats te vinden niet of op onjuiste wijze is geschied, wordt dit overeenkomstig hetgeen hierover is geregeld in de systeembeschrijving hersteld. Indien de afnemersindicatie ten onrechte niet bij een persoonslijst is geplaatst, ten onrechte is verwijderd of ten onrechte niet is verwijderd wordt dit hersteld overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de systeembeschrijving.
2. Indien een verstrekking aan het UWV op grond van dit besluit een gegeven betreft dat op juistheid wordt of is onderzocht, bevat de verstrekking naast dit gegeven tevens de gegevens over dat onderzoek. Indien de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst is vermeld worden tevens gegevens over het begin, de wijziging of de beëindiging van het onderzoek zelf verstrekt.
3. Indien de spontane verstrekking van gegevens aan het UWV een gegeven bevat waarbij “indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” is vermeld, bevat de verstrekking tevens deze indicatie. De overige verstrekkingen aan het UWV die plaatsvinden op grond van dit besluit bevatten geen gegevens waarbij “indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” is vermeld.
4. Indien aan het UWV gegevens worden verstrekt van een persoonslijst waarvan de bijhouding is opgeschort, bevat de verstrekking tevens de gegevens omtrent de reden en de datum van de opschorting, alsmede, voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, gegevens over de verificatie en de aanlevering van de verstrekte gegevens.
5. Bij de afvoering van een persoonslijst uit de basisregistratie personen worden aan het UWV, indien de code “fout” als omschrijving reden opschorting bijhouding op de persoonslijst is vermeld en de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst is vermeld, de volgende gegevens verstrekt:
a. A-nummer persoon;
b. omschrijving reden opschorting bijhouding;
c. datum opschorting bijhouding.
Indien als gevolg van infrastructurele wijzigingen aan het UWV op grond van dit besluit gegevens moeten worden verstrekt, kan het UWV met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens overeenkomen dat de gegevens niet worden verstrekt. De overeenstemming tussen de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het UWV wordt schriftelijk vastgelegd.
Nadat schriftelijke overeenstemming is bereikt met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens kan het UWV gebruik maken van een alternatief medium als bedoeld in de systeembeschrijving bij verstrekking van gegevens als bedoeld in paragraaf 2 en in geval van verstrekking van gegevens als gevolg van infrastructurele wijzigingen.
1. Het UWV verstrekt aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld alle nieuw gebleken informatie die betrekking heeft op hetgeen geregeld is in dit besluit.
2. Deze informatie betreft in ieder geval wijzigingen in:
a. de taak of de wijze van uitvoering van de taak van het UWV;
b. de regelgeving ten aanzien van de taak of de wijze van uitvoering van de taak van het UWV;
c. de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van het UWV.
Het besluit en de bijlagen bij het besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.
’s-Gravenhage, 16 juni 2026
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens deze, Directeur Identiteitsgegevens
Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit daartegen per brief bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 10451, 2501 HL Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
01.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Persoon |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
04.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Nationaliteit |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.01.20 |
Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.20 |
Adellijke titel/predicaat echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
05.07.40 |
Reden ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
05.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Huwelijk/Geregistreerd partnerschap |
|
06 |
OVERLIJDEN |
|
06.08.10 |
Datum overlijden |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.10.10 |
Functie adres |
|
08.10.20 |
Gemeentedeel |
|
08.10.30 |
Datum aanvang adreshouding |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.15 |
Naam openbare ruimte |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.11.80 |
Identificatiecode verblijfplaats |
|
08.11.90 |
Identificatiecode nummeraanduiding |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.20 |
Datum aanvang adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
|
08.14.20 |
Datum vestiging in Nederland |
|
10 |
VERBLIJFSTITEL |
|
10.39.10 |
Aanduiding verblijfstitel |
|
10.39.20 |
Datum einde verblijfstitel |
|
10.39.30 |
Ingangsdatum verblijfstitel |
|
10.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Verblijfstitel |
|
11 |
GEZAGSVERHOUDING |
|
11.33.10 |
Indicatie curateleregister |
|
11.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding |
Bijlage bij artikel 2 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
54 |
NATIONALITEIT |
|
54.05.10 |
Nationaliteit |
|
54.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
54.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Nationaliteit |
|
60 |
VERBLIJFSTITEL |
|
60.39.10 |
Aanduiding verblijfstitel |
|
60.39.20 |
Datum einde verblijfstitel |
|
60.39.30 |
Ingangsdatum verblijfstitel |
|
60.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Verblijfstitel |
Bijlage bij artikel 5 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
01.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Persoon |
|
02 |
OUDER1 |
|
02.01.10 |
A-nummer ouder1 |
|
02.02.10 |
Voornamen ouder1 |
|
02.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam ouder1 |
|
02.02.40 |
Geslachtsnaam ouder1 |
|
02.03.10 |
Geboortedatum ouder1 |
|
02.62.10 |
Datum ingang familierechtelijke betrekking ouder1 |
|
02.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Ouder1 |
|
03 |
OUDER2 |
|
03.01.10 |
A-nummer ouder2 |
|
03.02.10 |
Voornamen ouder2 |
|
03.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam ouder2 |
|
03.02.40 |
Geslachtsnaam ouder2 |
|
03.03.10 |
Geboortedatum ouder2 |
|
03.62.10 |
Datum ingang familierechtelijke betrekking ouder2 |
|
03.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Ouder2 |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
04.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Nationaliteit |
|
54 |
NATIONALITEIT |
|
54.05.10 |
Nationaliteit |
|
54.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
54.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Nationaliteit |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.01.20 |
Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.10 |
Voornamen echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.20 |
Adellijke titel/predicaat echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.03.10 |
Geboortedatum echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
05.07.40 |
Reden ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
05.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Huwelijk/Geregistreerd partnerschap |
|
55 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
55.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
55.02.10 |
Voornamen echtgenoot/geregistreerd partner |
|
55.02.20 |
Adellijke titel/predicaat echtgenoot/geregistreerd partner |
|
55.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
55.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
55.03.10 |
Geboortedatum echtgenoot/geregistreerd partner |
|
55.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
55.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
55.07.40 |
Reden ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
55.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Huwelijk/Geregistreerd partnerschap |
|
06 |
OVERLIJDEN |
|
06.08.10 |
Datum overlijden |
|
06.08.20 |
Plaats overlijden |
|
06.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Overlijden |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.09.20 |
Datum inschrijving in de gemeente |
|
08.10.10 |
Functie adres |
|
08.10.20 |
Gemeentedeel |
|
08.10.30 |
Datum aanvang adreshouding |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.15 |
Naam openbare ruimte |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.11.80 |
Identificatiecode verblijfplaats |
|
08.11.90 |
Identificatiecode nummeraanduiding |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.20 |
Datum aanvang adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
|
08.14.20 |
Datum vestiging in Nederland |
|
08.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Verblijfplaats |
|
58 |
VERBLIJFPLAATS |
|
58.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
58.09.20 |
Datum inschrijving in de gemeente |
|
58.10.10 |
Functie adres |
|
58.10.20 |
Gemeentedeel |
|
58.10.30 |
Datum aanvang adreshouding |
|
58.11.10 |
Straatnaam |
|
58.11.20 |
Huisnummer |
|
58.11.30 |
Huisletter |
|
58.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
58.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
58.11.60 |
Postcode |
|
58.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
58.13.10 |
Land adres buitenland |
|
58.13.20 |
Datum aanvang adres buitenland |
|
58.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
58.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
58.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
|
58.14.20 |
Datum vestiging in Nederland |
|
58.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Verblijfplaats |
|
09 |
KIND |
|
09.01.10 |
A-nummer kind |
|
09.02.10 |
Voornamen kind |
|
09.02.20 |
Adellijke titel/predicaat kind |
|
09.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam kind |
|
09.02.40 |
Geslachtsnaam kind |
|
09.03.10 |
Geboortedatum kind |
|
09.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Kind |
|
10 |
VERBLIJFSTITEL |
|
10.39.10 |
Aanduiding verblijfstitel |
|
10.39.20 |
Datum einde verblijfstitel |
|
10.39.30 |
Ingangsdatum verblijfstitel |
|
10.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Verblijfstitel |
|
60 |
VERBLIJFSTITEL |
|
60.39.10 |
Aanduiding verblijfstitel |
|
60.39.20 |
Datum einde verblijfstitel |
|
60.39.30 |
Ingangsdatum verblijfstitel |
|
60.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Verblijfstitel |
|
11 |
GEZAGSVERHOUDING |
|
11.32.10 |
Indicatie gezag minderjarige |
|
11.33.10 |
Indicatie curateleregister |
|
11.85.10 |
Ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Gezagsverhouding |
Bijlage bij artikel 5 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.67.10 |
Datum opschorting bijhouding |
|
07.67.20 |
Omschrijving reden opschorting bijhouding |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
Bijlage bij artikel 5 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.01.20 |
Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
06 |
OVERLIJDEN |
|
06.08.10 |
Datum overlijden |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
09 |
KIND |
|
09.01.10 |
A-nummer kind |
|
09.01.20 |
Burgerservicenummer kind |
|
09.03.10 |
Geboortedatum kind |
Bijlage bij artikel 5 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
06 |
OVERLIJDEN |
|
06.08.10 |
Datum overlijden |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
Bijlage bij artikel 5 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.20 |
Adellijke titel/predicaat persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
04 |
NATIONALITEIT |
|
04.05.10 |
Nationaliteit |
|
04.65.10 |
Aanduiding bijzonder Nederlanderschap |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
06 |
OVERLIJDEN |
|
06.08.10 |
Datum overlijden |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.09.10 |
Gemeente van inschrijving |
|
08.10.10 |
Functie adres |
|
08.10.20 |
Gemeentedeel |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.15 |
Naam openbare ruimte |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.11.80 |
Identificatiecode verblijfplaats |
|
08.11.90 |
Identificatiecode nummeraanduiding |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
08.13.10 |
Land adres buitenland |
|
08.13.30 |
Regel 1 adres buitenland |
|
08.13.40 |
Regel 2 adres buitenland |
|
08.13.50 |
Regel 3 adres buitenland |
|
08.14.20 |
Datum vestiging in Nederland |
|
10 |
VERBLIJFSTITEL |
|
10.39.10 |
Aanduiding verblijfstitel |
|
10.39.20 |
Datum einde verblijfstitel |
|
10.39.30 |
Ingangsdatum verblijfstitel |
|
60 |
VERBLIJFSTITEL |
|
60.39.10 |
Aanduiding verblijfstitel |
|
60.39.20 |
Datum einde verblijfstitel |
|
60.39.30 |
Ingangsdatum verblijfstitel |
Bijlage bij artikel 6 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
01.04.10 |
Geslachtsaanduiding |
|
01.61.10 |
Aanduiding naamgebruik |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.01.20 |
Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.02.40 |
Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.10.10 |
Functie adres |
|
08.10.30 |
Datum aanvang adreshouding |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.15 |
Naam openbare ruimte |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.11.80 |
Identificatiecode verblijfplaats |
|
08.11.90 |
Identificatiecode nummeraanduiding |
Bijlage bij artikel 6 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.02.10 |
Voornamen persoon |
|
01.02.30 |
Voorvoegsel geslachtsnaam persoon |
|
01.02.40 |
Geslachtsnaam persoon |
|
01.03.10 |
Geboortedatum persoon |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.01.20 |
Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.10.10 |
Functie adres |
|
08.11.10 |
Straatnaam |
|
08.11.20 |
Huisnummer |
|
08.11.30 |
Huisletter |
|
08.11.40 |
Huisnummertoevoeging |
|
08.11.50 |
Aanduiding bij huisnummer |
|
08.11.60 |
Postcode |
|
08.11.70 |
Woonplaatsnaam |
|
08.12.10 |
Locatiebeschrijving |
|
09 |
KIND |
|
09.10.10 |
A-nummer kind |
|
09.01.20 |
Burgerservicenummer kind |
Bijlage bij artikel 6 van dit besluit
|
RUBRIEK |
OMSCHRIJVING |
|---|---|
|
01 |
PERSOON |
|
01.01.10 |
A-nummer persoon |
|
01.01.20 |
Burgerservicenummer persoon |
|
05 |
HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP |
|
05.01.10 |
A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.01.20 |
Burgerservicenummer echtgenoot/geregistreerd partner |
|
05.06.10 |
Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap |
|
05.07.10 |
Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap |
|
07 |
INSCHRIJVING |
|
07.70.10 |
Indicatie geheim |
|
08 |
VERBLIJFPLAATS |
|
08.10.10 |
Functie adres |
|
09 |
KIND |
|
09.01.10 |
A-nummer kind |
|
09.01.20 |
Burgerservicenummer kind |
|
09.03.10 |
Geboortedatum kind |
Inleiding
De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vormt de juridische basis voor de basisregistratie personen. In de basisregistratie personen zijn persoonsgegevens opgeslagen in de vorm van persoonslijsten.
De basisregistratie personen bevat gegevens over personen die zijn ingeschreven bij een van de gemeenten in Nederland. De gemeenten houden deze gegevens bij.
Verder zijn in de basisregistratie personen gegevens opgenomen van personen die buiten Nederland woonachtig zijn, de niet-ingezetenen. Deze registratie van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen wordt aangeduid als de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), waarvoor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk is. Over niet-ingezetenen wordt een beperkter aantal gegevens bijgehouden dan over ingezetenen. In dit besluit vallen onder niet-ingezetenen ook de ingezetenen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die in de Wet BRP ingezetenen van een openbaar lichaam worden genoemd. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdt de gegevens van deze niet-ingezetenen ook bij in de RNI.
De Wet BRP biedt de grondslag voor systematische gegevensverstrekking over ingezetenen en niet-ingezetenen aan overheidsorganen en daartoe aangewezen andere organisaties. Bij de systematische verstrekking worden vanuit een centraal bestand op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uit de basisregistratie personen verstrekt.
Organisaties die in aanmerking komen voor systematische gegevensverstrekking
Allereerst komen overheidsorganen in aanmerking voor systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Daarnaast kunnen ook organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang daarvoor in aanmerking komen, indien deze werkzaamheden en deze organisaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP zijn aangewezen. Voorts voorziet artikel 3.13 Wet BRP in systematische gegevensverstrekking aan onderzoeksinstellingen. Waar in het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over "de afnemer" worden daarmee zowel overheidsorganen als derden als onderzoeksinstellingen bedoeld.
Het autorisatiebesluit
Afnemers die systematisch gegevens verstrekt willen krijgen uit de basisregistratie personen dienen hiertoe een verzoek in bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een autorisatieaanvraagformulier. In dit formulier is aangegeven welke gegevens, over welke personen en voor welke taken de aanvrager op systematische wijze verstrekt wenst te krijgen. Het verzoek wordt getoetst, waarbij wordt uitgegaan van de beoordelingscriteria zoals deze zijn neergelegd in de Wet BRP en het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP). Onder meer bepalend is of en in hoeverre de verstrekking van de gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak van de aanvrager. Hierbij wordt steeds de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen, van wie de aanvrager gegevens verstrekt wenst te krijgen, gewaarborgd.
Na toetsing van het autorisatieverzoek wordt door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een autorisatiebesluit ten behoeve van de aanvrager genomen. In dit autorisatiebesluit wordt bepaald welke gegevens over welke categorieën van personen en in welke gevallen aan de afnemer worden verstrekt. Aan het autorisatiebesluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverstrekking.
Het autorisatiebesluit wordt voor zover mogelijk technisch vertaald in een zogenoemde autorisatietabelregel. Aan de hand van de autorisatietabelregel wordt de geautoriseerde afnemer herkend en kan de gegevensverstrekking vanuit de basisregistratie personen geautomatiseerd afgewikkeld worden.
De systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Op grond van dit besluit vindt de verstrekking op de volgende manieren plaats:
De spontane verstrekking van gegevens
Met behulp van de spontane verstrekking van gegevens kan een afnemer zijn eigen bestand actueel houden. De afnemer wordt met behulp van deze gegevensverstrekking op de hoogte gehouden van mutaties in de gegevens van de personen die tot de doelgroep van de afnemer behoren. Om de spontane verstrekking mogelijk te maken moeten de persoonslijsten van deze personen worden gemarkeerd. De markering vindt plaats door het opnemen van de afnemersindicatie van de afnemer bij de betreffende persoonslijst.
De spontane verstrekking betreft een vastgestelde (sub)set van gegevens van een persoonslijst. Zodra de afnemersindicatie van een afnemer bij een persoonslijst is geplaatst krijgt deze afnemer eenmalig de gehele set gegevens verstrekt. Hierna krijgt de afnemer, indien een van de in de set opgenomen gegevens wijzigt, het oude en het nieuwe gegeven verstrekt. Bij opname van een gegeven bevat de verstrekking het nieuwe gegeven, bij verwijdering van een gegeven bevat de verstrekking het verwijderde gegeven.
Afnemersindicaties kunnen op drie verschillende wijzen bij een persoonslijst worden geplaatst. In de eerste plaats op verzoek van een afnemer. Ten tweede door middel van een selectie: eenmalig of periodiek worden afnemersindicaties geplaatst bij persoonslijsten die aan een bepaalde voorwaarde voldoen. Ten derde door middel van sleutelrubrieken, waarbij een afnemersindicatie bij de persoonslijst wordt opgenomen indien een bepaald gegeven op de persoonslijst van een persoon wordt opgenomen of gewijzigd en de desbetreffende persoonslijst na die wijziging of opneming aan één of meer gestelde voorwaarden voldoet.
De afnemersindicatie wordt niet bij een persoonslijst geplaatst als dezelfde afnemersindicatie reeds als actuele aanduiding bij de persoonslijst is opgenomen.
In het geval dat een ingeschrevene over wie gegevens verstrekt worden niet (meer) behoort tot de doelgroep dient bij de persoonslijst van die ingeschrevene geen afnemersindicatie (meer) voor te komen. Dit betekent dat de afnemer de verplichting heeft de eerder geplaatste afnemersindicatie te laten verwijderen. De afnemersindicatie blijft als historische aanduiding bij de persoonslijst van de ingeschrevene staan.
De verstrekking op verzoek
Een afnemer kan op verzoek een set gegevens van een persoonslijst verstrekt krijgen. In het autorisatiebesluit is opgenomen welke gegevens van welke categorieën personen mogen worden opgevraagd.
De adresverstrekking op verzoek
Op verzoek worden gegevens verstrekt van alle personen die op dat moment zijn ingeschreven op een bepaald adres in Nederland. In het verzoek kan worden aangegeven welk adres het betreft. Echter, in het verzoek kunnen in plaats van het adres ook gegevens van een ingeschrevene worden opgenomen. De gegevensverstrekking bevat dan de gegevens van alle personen die op dat moment op hetzelfde adres zijn ingeschreven als de (in het verzoek aangeduide) ingeschrevene. De set gegevens die mag worden opgevraagd is opgenomen in het autorisatiebesluit.
Overige verstrekkingen
Door technische problemen kan het voorkomen dat het berichtenverkeer in een bepaalde periode niet of niet juist heeft plaatsgevonden. Ook kan voorkomen dat afnemersindicaties ten onrechte zijn verwijderd of niet zijn opgenomen. Om dit te herstellen wordt een zogenaamd “herstelbericht” verstuurd. Tevens worden de ontbrekende afnemersindicaties (opnieuw) geplaatst of verwijderd.
Indien een onderzoek is ingesteld of afgerond naar een gegeven of een verzameling van gegevens, wordt hiervan melding gedaan.
Op een persoonslijst kan bij historische gegevens de indicatie “onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” geplaatst worden. Deze gegevens zijn foutief en worden daarom in principe niet verstrekt. Uitzondering hierop is de spontane verstrekking die het gevolg is van de correctie van het foutieve gegeven.
Deze spontane verstrekking vindt wel plaats, waarbij met het oude gegeven dat wordt verstrekt tevens de indicatie “onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” wordt meeverstrekt.
Indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, hetgeen onder meer gebeurt indien een ingeschrevene is overleden of geëmigreerd, worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst meeverstrekt. Bij verstrekking van gegevens van een persoonslijst van een niet-ingezetene, is het van belang om aan te geven wanneer de gegevens op de persoonslijst geverifieerd zijn en welke organisatie de in een categorie opgenomen gegevens heeft aangeleverd. Om dit te bereiken, worden de verificatiegegevens of de gegevens over de aanleverende organisatie, voor zover die gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, meeverstrekt als er gegevens worden verstrekt uit een categorie waarin die gegevensgroepen voorkomen.
Een persoonslijst die ten onrechte in de basisregistratie personen is opgenomen, wordt afgevoerd. Bij afvoering worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst en het administratienummer van de ingeschrevene verstrekt.
Onder infrastructurele wijziging wordt verstaan een gemeentenaamswijziging, een samenvoeging van gemeenten, een opdeling van een gemeente in een aantal nieuwe gemeenten of een gemeentedeelwijziging. Door een infrastructurele wijziging kan een groot aantal persoonslijsten gewijzigd worden met als gevolg dat aan de afnemer gegevens worden verstrekt. Het is mogelijk dat de afnemer geen behoefte heeft aan de ontvangst van deze gegevens of deze gegevens op andere wijze verstrekt wenst te krijgen. Om de verstrekking van overbodige gegevens te voorkomen, maakt het besluit het mogelijk dat overeengekomen wordt dat deze gegevens niet of op andere wijze worden verstrekt.
Over de verstrekking van gegevens via alternatieve media, al dan niet naar aanleiding van infrastructurele wijzigingen, over de leverings- en selectiedata en over andere relevante onderwerpen dient overeenstemming te zijn met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens.
Dit besluit is een autorisatiebesluit dat is genomen ten behoeve van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (in deze toelichting genoemd: het UWV).
Het UWV is een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1. 1, onder t, van de Wet BRP.
Het UWV is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) en verzorgt in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de uitvoering van werknemersverzekeringen (zoals WW, WIA (IVA en WGA), Wajong, WAO, WAZ, WAZO en Ziektewet) en arbeidsmarkt- en gegevensdienstverlening. Daarnaast houdt het UWV zich bezig met de uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen.
Kerntaken van het UWV
De kerntaken van het UWV zijn neergelegd in artikel 30 e.v. van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi).
Het UWV heeft kerntaken op vier gebieden:
• Werk: het aan het werk houden of helpen van de klant, in nauwe samenwerking met de gemeenten; de divisie UWV WERKbedrijf houdt zich bezig met arbeidsbemiddeling en re-integratie. In het WERKbedrijf zijn vanaf 1 januari 2009 de activiteiten van voormalig CWI (Centrum voor Werk en Inkomen) en de re-integratieactiviteiten van het UWV gebundeld.
• medische zaken: het beoordelen van ziekte en arbeidsongeschiktheid volgens eenduidige criteria. De divisie Sociaal Medische Zaken (SMZ) is het expertisecentrum en de dienstverlener voor sociaal-medische en arbeidskundige beoordelingen en adviezen in Nederland.
• uitkeren: het snel en correct verzorgen van uitkeringen wanneer werk niet of niet direct mogelijk is.
• gegevensbeheer: ervoor zorgen dat de klant nog maar één keer gegevens over werk en uitkering aan de overheid hoeft te geven. De divisie UWV Gegevensdiensten verzamelt en beheert in de Polis administratie gegevens over lonen, uitkeringen en arbeidsverhoudingen van alle verzekerden in Nederland. Deze gegevens heeft het UWV nodig voor het vaststellen van uitkeringen. Maar het UWV stelt deze gegevens ook beschikbaar aan derden zoals de Belastingdienst, gemeentelijke sociale diensten, pensioenfondsen, de Sociale Verzekeringsbank en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Werkgevers en werknemers hoeven daardoor nog maar één keer gegevens aan te leveren.
Daarnaast bevat artikel 30 van de Wet SUWI een aantal bepalingen van algemene aard, zoals het fondsbeheer en het verstrekken van inlichtingen aan de Minister van SZW. Het UWV adviseert voorts de colleges van burgemeester en wethouders ten behoeve van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (WSW).
Op grond van artikel 5.9 lid 1, sub1 Besluit SUWI kunnen afdelingen Burgerzaken van gemeenten bij het UWV adressen van burgers opvragen, die afkomstig zijn uit de loonaangiften die het UWV ontvangt of anderszins afwijken van het adres in de basisregistratie personen.
Doel van deze gegevensaanvraag is het actualiseren van de basisregistratie personen, als duidelijk is dat de burger niet meer op het in de basisregistratie personen geregistreerde adres woonachtig is.
De opvraag van de adresgegevens bij het UWV gebeurt met behulp van een inkijkmogelijkheid via SUWI-net. Het UWV wil hierbij controleren of de persoon van wie de gemeente de gegevens opvraagt ook daadwerkelijk in deze gemeente is ingeschreven en dat de adresgegevens op deze persoonslijst “in onderzoek” staan. Het UWV wil voor deze controle bij elke aanvraag van een gemeente met behulp van het BSN van de betreffende persoon de gemeente van inschrijving opvragen. De gegevens over het onderzoek worden automatisch meeverstrekt.
Op grond van diverse wetten op het gebied van de sociale zekerheid, waaronder de Werkloosheidswet en de Toeslagenwet kan het UWV de betaling van een uitkering opschorten als van de persoon die recht heeft op de uitkering in de basisregistratie personen is geregistreerd dat hij of zij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf. Het UWV zal, alvorens tot deze maatregel over te gaan, betrokkene eerst verzoeken om de registratie in de basisregistratie personen bij de betreffende gemeente van inschrijving te laten corrigeren. Om te kunnen bepalen of een persoon in de basisregistratie personen is geregistreerd als vertrokken naar een onbekend land van verblijf heeft het UWV gegevens nodig uit de basisregistratie personen.
Berekenen van de beslagvrije voet
1. Taakomschrijving
Tot het takenpakket van het UWV behoort onder meer het toekennen, wijzigen, intrekken en uitbetalen van uitkeringsgelden, waaronder toeslagen, op grond van de in artikel 30, eerste lid van de Wet SUWI genoemde en bedoelde wetten.
Op grond van dezelfde wetten, kan door het UWV ook worden overgegaan tot het terugvorderen van ten onrechte betaalde uitkeringsgelden. Daarnaast kunnen door het UWV, wederom op basis van deze wetten, bestuurlijke boetes worden opgelegd.
Als de persoon van wie uitkeringsgelden worden teruggevorderd dan wel die een bestuurlijk boete opgelegd heeft gekregen (“schuldenaar”), niet aan de hieruit voortvloeiende verplichting tot betaling voldoet, dan kan het UWV ervoor kiezen om uiteindelijk maatregelen te nemen, waaronder het leggen van beslag op het inkomen en de goederen van de schuldenaar en/of de huwelijkspartner, waarmee hij of zij in gemeenschap van goederen is gehuwd dan wel op deze voorwaarde een geregistreerd partnerschap is aangegaan (verder te noemen: “met de schuldenaar gelijkgestelde”).
Door het UWV is de feitelijke terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringsgelden en het innen van bestuurlijke boetes, uitbesteed aan het CJIB op basis van een Convenant. Het UWV heeft een afzonderlijk autorisatiebesluit ontvangen, om het CJIB in staat te stellen over te gaan tot de eerdergenoemde terugvordering en inning, namens het UWV.
Het vorenstaande betekent dan ook dat in de praktijk het CJIB, namens het UWV, over zal gaan tot het leggen van beslag, mocht dit aan de orde zijn.
Een uitzondering betreft de situatie dat een schuldenaar dan wel een met de schuldenaar gelijkgestelde, een vordering tot betaling van een uitkering, waaronder een toeslag, of een andere vordering op het UWV heeft. In dit geval zal het UWV zelf het door de schuldenaar verschuldigde bedrag verrekenen met de vordering van de schuldenaar en/of een met de schuldenaar gelijkgestelde.
In het geval van een vordering tot betaling van een uitkering, is er echter een deel van de vordering, waarover verrekening niet mogelijk is. Dit is de beslagvrije voet. Deze is bedoeld om te voorkomen dat iemand onder het absolute bestaansminimum terechtkomt. De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), de Invorderingswet 1990 en enkele andere wetten om ervoor te zorgen dat de beslagvrije voet eenvoudiger en uniform wordt berekend. De berekening vindt dan plaats onder toepassing van een wettelijk vastgestelde formule (artikel 475da, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)).
Daarnaast verplicht het nieuwe artikel 475i, tweede lid Rv om de berekende beslagvrije voet en de gegevens op basis waarvan dit heeft plaatsgevonden, mede te delen aan de schuldenaar door middel van een zogenaamde modelmededeling.
Omdat het UWV, gelet op het nieuwe artikel 475c, eerste lid en onder b Rv, bij verrekening met een vordering tot betaling van een uitkering gehouden is een beslagvrije voet in acht te nemen, heeft het UWV gegevens uit de BRP nodig om deze beslagvrije voet te kunnen berekenen volgens de nieuwe systematiek. Meer in het bijzonder zijn gegevens uit de BRP nodig om:
– De leefsituatie van de schuldenaar die in Nederland woont te bepalen; en
– Het land waarin een schuldenaar die in het buitenland woont te achterhalen
Omdat het UWV zelfstandig overgaat tot verrekening en in dit geval zelf de beslagvrije voet berekent, zal de nieuwe taak, te weten het berekenen van deze beslagvrije voet, worden toegevoegd aan de huidige BRP-autorisatie van het UWV, in plaats van de BRP-autorisatie van het UWV ten behoeve van het CJIB.
In de navolgende paragrafen wordt toegelicht op wat voor manier door het UWV BRP-gegevens zullen worden gebruikt om het vorenstaande te bepalen.
2. Het bepalen van de leefsituatie van de schuldenaar, die in Nederland woont
De beslagvrije voet is bedoeld om in de (basale) kosten van levensonderhoud te voorzien. De leefsituatie van de schuldenaar op een woonadres bepaalt voor een belangrijk deel deze kosten.
Daarom wordt voor het vaststellen van de hoogte van de beslagvrije voet van de volgende leefsituaties uitgegaan (artikel 475da Rv):
De schuldenaar die,
• alleenstaande is;
• alleenstaande is met een of meer kinderen (alleenstaande ouder);
• gehuwd is zonder kinderen; en
• gehuwd is met een of meer kinderen
Voor deze begrippen wordt aangesloten bij artikel 3 en 4 van de Participatiewet.
Met behulp van gegevens uit de BRP kunnen de volgende zaken worden vastgesteld:
1. Staat de echtgenoot/geregistreerd partner of ex-echtgenoot/voormalig partner op hetzelfde adres ingeschreven als de schuldenaar?
Als dit het geval is, gaat het UWV ervan uit dat de schuldenaar is gehuwd.
2. Heeft de schuldenaar samen met iemand die op hetzelfde adres staat ingeschreven een kind (geboorte, erkenning of adoptie)?
Als dit het geval is, gaat het UWV ervan uit dat de schuldenaar is gehuwd.
3. Staan er minderjarige kinderen van de schuldenaar of degene met wie de schuldenaar een gezamenlijke huishouding voert op hetzelfde adres ingeschreven als de schuldenaar?
Als dit het geval is, gaat het UWV ervan uit dat de schuldenaar gehuwd is met kinderen of alleenstaande ouder met kinderen (afhankelijk van uitkomst 1 en 2). Hierbij bestaat een juridische band tussen ouder en kind.
3. De schuldenaar, die in het buitenland woont (schuldenaar niet-ingezetene)
Als de schuldenaar een niet-ingezetene is met een buitenlands adres, geldt dat zijn beslagvrije voet leefsituatie-onafhankelijk wordt gemaximeerd. Daarnaast wordt de vastgestelde beslagvrije voet met een land specifieke rekenfactor gecorrigeerd in verband met afwijkende kosten van levensonderhoud in het buitenland (475 da, vierde lid, Rv). Als het land waar de schuldenaar woont als onbekend in de BRP is geregistreerd, dan wordt de schuldenaar behandeld als iemand die in Nederland geen geregistreerd woonadres heeft. Zijn beslagvrije voet wordt vastgesteld op 47,5% van de gehuwdennorm uit de Participatiewet en er is dan geen woonlandfactor van toepassing.
Het uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot de uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof
Op 1 juli 2020 is de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) in werking getreden waarmee onder meer de Wet arbeid en zorg (WAZO) is gewijzigd.
Als gevolg van de inwerkingtreding van de WIEG kunnen bepaalde werknemers binnen zes maanden vanaf de dag na de geboorte van een kind en na regulier geboorteverlof (als bedoeld in artikel 4:2 van de WAZO) te hebben opgenomen, tevens aanvullend geboorteverlof opnemen (artikel 4:2a van de WAZO). Gedurende deze periode van aanvullend geboorteverlof heeft de betreffende werknemer geen recht op doorbetaling van zijn loon (artikel 4:2a, eerste lid van de WAZO), maar wel, gedurende het verlof, op een uitkering ter hoogte van 70% van zijn dagloon (artikel 4:2b van de WAZO). Deze uitkering dient, gelet op artikel 4:2c, eerste lid van de WAZO, door tussenkomst van de werkgever te worden aangevraagd bij het UWV. In de praktijk kan het in uitzonderlijke gevallen echter voorkomen dat de werknemer zelf de aanvraag indient.
De werknemer die in aanmerking komt voor aanvullend geboorteverlof en, in het verlengde daarvan, de eerdergenoemde uitkering, is, gelet op artikel 4:2b, eerste lid in samenhang met de artikelen 1:3, tweede lid, 4:2, eerste lid en 4:2a van de WAZO, de werknemer in de zin van artikel 3:6, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de WAZO die op het moment van de aanvraag:
1. de echtgenoot of geregistreerd partner is van de (juridische) moeder van het kind;
2. ongehuwd samenwoont met de (juridische) moeder van het kind en alleen met haar de kosten voor het huishouden deelt; of
3. het kind wettelijk heeft erkend.
Het UWV toetst, na indiening van een aanvraag, of aan de voorwaarden voor toekenning van bovengenoemde uitkering wordt voldaan. Daarnaast ziet zij erop toe dat na toekenning van een dergelijke uitkering hier uitvoering aan wordt gegeven door onder meer het uitbetalen van de uitkering. Waar nodig en van toepassing kan het UWV maatregelen nemen jegens de persoon aan wie de uitkering is toegekend, zoals het herzien of intrekken van de uitkering, het opleggen van een maatregel en het terugvorderen van reeds betaalde uitkeringsgelden (artikel 4:2c, vierde lid in samenhang met artikel 3:16, eerste lid, onder b, respectievelijk onder f en onder m van de WAZO).
Om de hierboven genoemde werkzaamheden goed uit te kunnen voeren, heeft het UWV gegevens nodig uit de basisregistratie personen (BRP).
De gegevens waar het om gaat, zijn de gegevens opgenomen in de bijlagen V, VI en IX bij dit besluit. De verstrekking van gegevens vindt plaats om een ingediende aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO te kunnen beoordelen en om de personen door of namens wie een dergelijke uitkering is aangevraagd of aan wie deze is toegekend aan te kunnen schrijven.
Een uitzondering betreft de toetsing of de aanvrager van eerdergenoemde uitkering het kind op wie het aanvullend geboorteverlof betrekking heeft, wettelijk heeft erkend. Hiervoor maakt het UWV geen gebruik van gegevens uit de BRP. In plaats daarvan zal zij deze informatie opvragen bij de aanvrager.
Bij de personen die mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof zal het primair gaan om ingezetenen. Ook niet-ingezetenen kunnen echter tot deze groep behoren. Omdat de actualiteit van de gegevens in de BRP over niet-ingezetenen niet kan worden gegarandeerd en bepaalde gegevens, bijvoorbeeld die betrekking hebben op een kind, in zijn geheel niet worden bijgehouden in de BRP waar het gaat om niet-ingezetenen, zal het UWV bij de beoordeling van de aanvraag voor een uitkering als eerder bedoeld op een andere manier nagaan of aan de voorwaarden voor toekenning van de uitkering wordt voldaan.
Het uitvoeren van de Wet arbeid vreemdelingen
Naast bovengenoemde taken heeft het UWV op grond van artikel 1 van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 de volgende taken:
– Het afgeven en intrekken van een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen;
– Het geven van advies aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) over het verlenen, intrekken en verlengen van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid als bedoeld in artikel 5, lid 2 van de Wet arbeid vreemdelingen.
Een tewerkstellingsvergunning (TWV) is een werkvergunning die een werkgever moet aanvragen bij het UWV als deze een potentiële werknemer van buiten de EER of Zwitserland in dienst neemt die korter dan 90 dagen in Nederland wil werken. Het UWV beoordeelt de aanvraag en geeft de vergunning af. Het UWV kan een reeds verleende TWV ook intrekken, indien blijkt dat de vreemdeling niet meer mag werken. Voor bepaalde groepen asielzoekers is UWV verplicht een reeds verleende TWV in te trekken.
Een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) is zowel een TWV als een verblijfsvergunning. Deze vergunning moet een werkgever aanvragen bij de IND als deze een potentiële werknemer van buiten de EER of Zwitserland in dienst neemt die langer dan 90 dagen in Nederland wil werken. De potentiële werknemer kan deze ook zelf aanvragen. De IND beoordeelt de aanvraag en geeft deze gecombineerde vergunning af. De IND kan een reeds verleende vergunning ook intrekken of verlengen. Voor de beoordeling van de TWV binnen deze gecombineerde vergunning, dan wel voor het intrekken of verlengen hiervan, geeft het UWV advies aan de IND.
1. Aanvraag
De TWV wordt digitaal bij het UWV aangevraagd voor de potentiële werknemer door de werkgever. Het UWV controleert vervolgens of de potentiële werknemer staat ingeschreven in de BRP en of die al bekend is in het eigen systeem. Hiervoor zijn identificerende gegevens nodig. Omdat een TWV normaal gesproken wordt aangevraagd voor personen die korter dan 90 dagen in Nederland komen werken, zal de potentiële werknemer vaak niet als ingezetene in de BRP staan ingeschreven. Mogelijk wel als niet-ingezetene, omdat die over een burgerservicenummer moet beschikken om aanspraak te kunnen maken op overheidsvoorzieningen en om werkgevers in staat te stellen loonaangifte te doen. Werkgevers moeten ook voor asielzoekers die in procedure zijn voor een verblijfsvergunning een TWV aanvragen.
Deze asielzoekers zijn doorgaans wel langer dan 90 dagen in Nederland, en wel ingeschreven in de BRP als ingezetene. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld studenten die een verblijfsvergunning voor een studie hebben. Een GVVA wordt door de werkgever of door de potentiële werknemer zelf aangevraagd bij de IND. De IND vraagt het UWV om advies over het arbeidsmarktgedeelte. Dit gebeurt ook bij het intrekken of verlengen van deze vergunning.
2. Beoordeling
Een aanvraag voor een TWV en een aanvraag voor een GVVA worden beoordeeld aan de hand van dezelfde wettelijke criteria. Voor de toetsing van sommige van deze criteria heeft het UWV gegevens uit de BRP nodig. Dit geldt ook voor een verlenging van de GVVA. Het is alleen mogelijk deze toets aan de hand van BRP-gegevens te doen, als de vreemdeling staat ingeschreven in de BRP.
Wanneer het hieronder gaat over de beoordeling van de TWV, gaat het mede over de TWV, als onderdeel zijnde van de GVVA.
Om te kunnen beoordelen of de potentiële werknemer een vreemdeling is die een TWV nodig heeft, controleert het UWV gegevens over de nationaliteit en de verblijfsstatus. Het gaat hierbij om werknemers van buiten de EER of Zwitserland.
Werknemers met de Nederlandse nationaliteit of de nationaliteit van een ander land van de EER of Zwitserland mogen zonder werkvergunning in Nederland werken.
De verblijfstitel kan een aanleiding zijn om een TWV-aanvraag te weigeren. Zo kan uit de verblijfstitelgegevens blijken dat de vreemdeling niet mag werken (artikel 8, lid 1, sub e, onder 1 van de Wet arbeid vreemdelingen). Ook kan blijken dat het een vreemdeling is aan wie een verblijfsvergunning is geweigerd of van wie de verblijfsvergunning is ingetrokken (artikel 8, lid 1, sub e, onder 2 van de Wet arbeid vreemdelingen). Tevens kan blijken dat het een vreemdeling betreft die binnen de categorieën van de versnelde behandelingsprocedure valt (artikel 17 herschikte Opvangrichtlijn (EU) 2024/1346).
Bij de beoordeling wordt daarnaast gekeken naar de leeftijd van de vreemdeling, omdat de leeftijd moet vallen binnen de gestelde leeftijdsgrenzen (artikel 9, lid 1, onder b van de Wet arbeid vreemdelingen).
Tijdens de beoordeling in een bezwaarzaak moet het UWV soms contact opnemen met de vreemdeling. Bijvoorbeeld omdat het UWV aanvullende informatie nodig heeft. In voorkomende gevallen gebeurt dit via een brief. Hiervoor zijn aanschrijfgegevens uit de BRP noodzakelijk.
3. Beheer
Het UWV plaatst de eigen afnemersindicatie van de vreemdeling wanneer een TWV is verleend.
Een mutatie in de gegevens van de vreemdeling kan een aanleiding zijn tot actie van het UWV. Een wijziging in de verblijfstitelgegevens kan aanleiding zijn om de reeds verleende TWV in te trekken. De verblijfstitelcodes (die de IND toekent aan de vreemdeling) zijn namelijk bepalend of een asielzoeker wel of geen toegang (meer) heeft tot de arbeidsmark (artikel 12 Wet arbeid vreemdelingen).
Het UWV verwijdert de eigen afnemersindicatie als de ingeschrevene niet meer tot de doelgroep behoort, bijvoorbeeld door overlijden of emigratie.
Het UWV krijgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de hierboven beschreven taken op systematische wijze verstrekt uit de basisregistratie personen. De systematische verstrekking aan het UWV vindt plaats door middel van spontane verstrekking, gegevensverstrekking op verzoek en de verstrekking van adresgegevens op verzoek. Tot de doelgroep van het UWV behoren zowel ingezetenen als niet-ingezetenen.
De spontane verstrekking van gegevens aan het UWV
Het UWV krijgt spontane verstrekking van gegevens die zijn opgenomen in bijlage I en II ten behoeve van het uitvoeren van de taak zoals deze is opgedragen in:
– artikel 30 tot en met artikel 30c, artikel 31 en artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (verder te noemen Wet SUWI);
– artikel 15c van de Toeslagenwet;
– artikel 30a van de Werkloosheidswet;
– artikel 3:14a van de Wet arbeid en zorg;
– artikel 33a van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
– artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
– artikel 55b van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
– artikel 2:55a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
– artikel 3.47a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
– artikel 69a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
– artikel 42 van de Ziektewet.
De afnemersindicaties kunnen worden geplaatst op verzoek. Het UWV kan afnemersindicaties plaatsen bij persoonslijsten van werknemers, of uitkeringsgerechtigden ten behoeve van het uitvoeren van de hiervoor aangeduide taken.
Daarnaast krijgt het UWV spontane gegevens verstrekt over een ingeschrevene ten aanzien van wie een TWV is verleend als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen of ten aanzien van wie een GVVA is verleend als bedoeld in artikel 5, lid 2 van de Wet arbeid vreemdelingen.
In het geval dat een ingeschrevene over wie gegevens verstrekt worden niet (meer) behoort tot de doelgroep dient bij de persoonslijst van die ingeschrevene geen afnemersindicatie (meer) voor te komen van het UWV.
Voor de verschillende taken van het UWV is één gegevensset voor de spontane verstrekking samengesteld. De gegevensverstrekking kan zo op een doelmatige wijze plaatsvinden, terwijl de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in acht wordt genomen. Dit omdat voor de verschillende taken van het UWV vrijwel dezelfde gegevens nodig zijn betreffende een nagenoeg gelijke doelgroep.
De verstrekking van gegevens op verzoek aan het UWV
Het UWV mag tevens op verzoek gegevens opvragen uit de basisregistratie personen. Het betreft de gegevens die zijn opgenomen in bijlage III, IV, V, VI en VII.
Het UWV verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage III, indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van een van de volgende taken:
– artikel 30 tot en met artikel 30c, artikel 31 en artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (verder te noemen Wet SUWI);
– artikel 15c van de Toeslagenwet;
– artikel 30a van de Werkloosheidswet;
– artikel 3:14a van de Wet arbeid en zorg;
– artikel 33a van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
– artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
– artikel 55b van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
– artikel 2:55a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
– artikel 3.47a van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
– artikel 69a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
– artikel 42 van de Ziektewet.
Naast deze taakomschrijving is ook de groep personen waarop het verzoek van het UWV gericht mag zijn, beperkt. Het betreft uitkeringsgerechtigden, werknemers, werkzoekenden, werkgevers en ingeschrevenen die in een periode van twee kalenderjaren voorafgaand aan het verzoek werknemer of werkgever zijn geweest.
De gegevensset die het UWV op verzoek kan vragen is ruimer dan de spontane set. De reden hiervoor is dat het UWV op verzoek gericht afzonderlijke gegevens kan opvragen die voor een specifieke situatie noodzakelijk zijn.
Daarnaast mag het UWV slechts om gegevens verzoeken die zijn opgenomen in bijlage IV, als deze gegevens noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de beslagvrije voet. Het UWV mag gegevens opvragen over de schuldenaar, die een niet-ingezetene is en over de persoon die op grond van artikel 475ab, tweede lid Rv wordt gelijkgesteld met de schuldenaar.
Het UWV mag slechts om gegevens verzoeken die zijn opgenomen in bijlage V, voor zover deze gegevens nodig zijn om een ingediende aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO te kunnen beoordelen. Het opvragen van gegevens die zijn opgenomen in deze bijlage zal in de praktijk vooral aan de orde zijn als de op ad hoc adres-basis verstrekte gegevens uit bijlage IX ontoereikend zijn voor de beoordeling van de eerdergenoemde uitkeringsaanvraag.
Het UWV mag om gegevens verzoeken die zijn opgenomen in bijlage VI, voor zover deze gegevens nodig zijn om de personen die een aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO hebben ingediend, te kunnen aanschrijven, onder meer om hen op de hoogte te stellen van de beslissing op de door of namens hen ingediende aanvraag.
Daarnaast mag het UWV om deze gegevens verzoeken, voor zover deze gegevens nodig zijn om personen aan wie een uitkering als eerder bedoeld is toegekend, aan te kunnen schrijven indien dit noodzakelijk is, onder meer in het kader van de uitbetaling van de toegekende uitkering of als door het UWV maatregelen worden genomen, zoals het herzien of intrekken van de uitkering, het opleggen van een maatregel dan wel het terugvorderen van reeds betaalde uitkeringsgelden. Gelet op de aard van deze werkzaamheden, worden de in deze bijlage opgenomen gegevens op ad hoc-basis verstrekt.
Het UWV mag tevens verzoeken om gegevens die zijn opgenomen in bijlage VII, voor zover deze gegevens nodig zijn voor het afgeven en intrekken van een TWV, als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen en het geven van advies aan de IND over het verlenen, intrekken en verlengen van een GVVA, als bedoeld in artikel 5, lid 2 van de Wet arbeid vreemdelingen. Het UWV mag enkel gegevens opvragen over de ingeschrevene ten aanzien van wie deze TWV of GVVA is aangevraagd.
Adresverstrekking op verzoek aan het UWV
Het UWV kan de gegevens verstrekt krijgen die zijn opgenomen in bijlage VIII, van personen die op hetzelfde adres in Nederland ingeschreven zijn als de in het verzoek omschreven persoon of die op een door het UWV aangegeven adres ingeschreven zijn. Het UWV is alleen bevoegd om gegevens te verzoeken, indien deze noodzakelijk zijn in verband met het uitvoeren van de Toeslagenwet of in verband met het uitkeren van de overlijdensuitkering als bedoeld in de in artikel 30 tot en met artikel 30c, artikel 31 en artikel 33 Wet SUWI genoemde wettelijke regelingen en tenminste een van de personen die op dat adres ingeschreven is, voldoet aan de criteria die opgenomen zijn in dit artikel.
Tevens kan het UWV voor het vaststellen van de beslagvrije voet gegevens verstrekt krijgen van personen die op hetzelfde adres in Nederland ingeschreven zijn als de schuldenaar of als de persoon die op grond van artikel 475ab, tweede lid Rv wordt gelijkgesteld met de schuldenaar. Het UWV kan in dit geval slechts verzoeken om de gegevens die zijn opgenomen in bijlage IX.
Het UWV kan tevens gegevens verstrekt krijgen van personen die op hetzelfde adres in Nederland ingeschreven zijn als de persoon die een aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO heeft ingediend. Het UWV kan in dit geval slechts verzoeken om de gegevens die zijn opgenomen in bijlage X en slechts voor zover deze gegevens nodig zijn om in het kader van een ingediende aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO, te kunnen beoordelen of de aanvrager de echtgenoot of geregistreerde partner is van de (juridische) moeder van het kind waarop het aanvullend geboorteverlof betrekking heeft dan wel ongehuwd samenwoont met de (juridische) moeder van dit kind en om na te kunnen gaan of het aanvullend geboorteverlof binnen zes maanden vanaf de dag na de geboorte van het kind is opgenomen. Als namelijk niet binnen deze periode aanvullend geboorteverlof is opgenomen, dan kan geen aanspraak worden gemaakt op de uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO.
De verstrekking van de in bijlage X opgenomen gegevens vindt plaats op ad hoc adres-basis, omdat het UWV daardoor zoveel als mogelijk met één bevraging over alle gegevens uit de BRP kan beschikken die zij nodig heeft om de eerdergenoemde beoordeling te kunnen uitvoeren. Mocht de ad hoc adresverstrekking desalniettemin onvoldoende zijn om de eerdergenoemde beoordeling uit te voeren, dan kunnen de gegevens in bijlage V (op ad hoc basis) worden opgevraagd.
Kerntaken UWV (Bijlage I, II, III en VIII)
Het UWV gebruikt het burgerservicenummer om koppelingen aan te leggen tussen de verschillende verstrekkingen die uit de basisregistratie personen worden ontvangen.
In bijlage I en II zijn gegevens opgenomen over (historische) nationaliteit en verblijfstitelgegevens. Deze gegevens zijn nodig ten behoeve van het verzekeringsplichtonderzoek. Het recht op een uitkering is namelijk afhankelijk van het rechtmatig verblijf in Nederland.
In bijlage III zijn gegevens opgenomen over ouder1, ouder2, huwelijks/geregistreerd partnerschap en kind, ten behoeve van een juiste beoordeling als bedoeld in de Toeslagenwet en wat de kind gegevens betreft ook bij de uitvoering van de Wet arbeid en zorg.
Het UWV heeft gegevens over huwelijk en geregistreerd partnerschap mede nodig voor het vaststellen van de juiste wijze van aanschrijven. Aan de hand van de gegevens “Datum sluiting”, “Aanduiding naamgebruik”, “Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner” en “Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap” kan de juiste aanschrijving worden bepaald.
De gegevens de 07.67.10 “Datum opschorting bijhouding”; 07.67.20 “Omschrijving reden opschorting bijhouding” en 08.72.10 “Omschrijving aangifte adreshouding” zijn nodig om te kunnen bepalen of een persoon in de basisregistratie personen is geregistreerd als vertrokken naar een onbekend land van verblijf.
Het UWV heeft tevens de mogelijkheid het gegeven “07.70.10 Indicatie geheim” op te vragen. Met dit gegeven wordt aangeduid of een ingeschrevene de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, kan het UWV aanvullende maatregelen treffen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.
Het gegeven 08.13.20 “Datum aanvang adres buitenland” krijgt het UWV verstrekt, omdat ook niet-ingezetenen tot de doelgroep van het UWV behoren.
De gegevensset die het UWV op verzoek kan vragen is ruimer dan de spontane set. De reden hiervoor is dat het UWV op verzoek gericht afzonderlijke gegevens kan opvragen die voor een specifieke situatie noodzakelijk zijn.
Berekenen van de beslagvrije voet (bijlage IV en IX)
Categorie 01 Persoon
Als het A-nummer/BSN echtgenoot/geregistreerd partner op de persoonslijst van de schuldenaar overeenkomt met het A-nummer/BSN uit de categorie persoon van 1 van de medebewoners, dan is die medebewoner (ex)echtgenoot/(ex)geregistreerd partner en is sprake van een gezamenlijke huishouding.
Als het A-nummer/BSN persoon op de persoonslijst van de minderjarige overeen komt met het A-nummer/BSN in categorie 09 op de persoonslijst van de schuldenaar en/of zijn partner, dan zijn het inwonende minderjarige kinderen.
De naamgegevens zijn nodig omdat de naam van de schuldenaar en (indien van toepassing) de naam van zijn of haar partner op de modelmededeling wordt opgenomen. De voornamen/adellijke titel worden niet in de modelmededeling opgenomen omdat dit niet noodzakelijk is om de partner op een voor de schuldenaar herkenbare manier in de modelmededeling op te nemen en omdat hieruit in bepaalde gevallen de seksuele geaardheid van de schuldenaar en zijn partner kan worden afgeleid.
Categorie 05 Huwelijk/geregistreerd partnerschap
Als het A-nummer/BSN echtgenoot/geregistreerd partner op de persoonslijst van de schuldenaar overeenkomt met het A-nummer/BSN uit de categorie persoon van 1 van de medebewoners, dan is die medebewoner (ex)echtgenoot/(ex)geregistreerd partner en is sprake van een gezamenlijke huishouding.
Met behulp van de gegevens 05.06.10 en 05.07.10 kan worden bepaald of sprake is van de huidige echtgenoot/geregistreerd partner of een ex-echtgenoot/geregistreerd partner. Als 05.06.10 datum sluiting huwelijk/geregistreerd partnerschap in een actuele categorie 05 Huwelijk/geregistreerd partnerschap is opgenomen, dan staan in deze categorie gegevens van de huidige partner.
Als 05.07.10 datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap in een actuele categorie 05 Huwelijk/geregistreerd partnerschap is opgenomen, dan staan in deze categorie gegevens van de ex-partner opgenomen.
Het is nodig om te bepalen wie de huidige partner is in het geval de schuldenaar met de huidige en een ex-partner samenwoont. Het inkomen van de huidige partner telt in dat geval mee voor de berekening van de beslagvrije voet. Het inkomen van de ex-partner niet.
Categorie 07 Inschrijving
Elke afnemer van de BRP kan het gegeven indicatie geheim uit de BRP opvragen. Het gegeven wordt meegegeven als een soort ‘alarmbelletje’. Als de code op geheim staat, kan er iets aan de hand zijn. De afnemer kan dan maatregelen nemen om de privacy van de betreffende persoon (nog) beter te beschermen.
Daarnaast is voor het vaststellen of en vanaf wanneer de schuldenaar een niet-ingezetene is met een buitenlands adres, het voor het UWV noodzakelijk om hierop betrekking hebbende gegevens verstrekt te krijgen. Dit is de reden dat de gegevens 07.67.10 en 07.67.20 worden verstrekt.
Categorie 08 Verblijfplaats
Het gegeven functie adres is nodig om onderscheid te maken tussen personen die op een adres wonen en personen die een briefadres hebben. Als de schuldenaar een briefadres heeft dan wordt hij aangemerkt als alleenstaand zonder kinderen. Als andersom, één van de andere personen (niet zijnde de schuldenaar) op het adres een briefadres hebben, dan worden zij niet meegenomen bij het bepalen van de leefsituatie.
De adresgegevens 08.11.10 t/m 08.12.10 zijn nodig om in de modelmededeling richting de schuldenaar duidelijk te maken op basis van welke adres de leefsituatie van de schuldenaar is vastgesteld.
Met behulp van het gegeven “08.13.10 Land adres buitenland” kan door het UWV worden bepaald in welk land iemand op dit moment (vermoedelijk) woonachtig is.
Categorie 09 Kind
Als het A-nummer/BSN in de categorie 09 van de persoonslijst van de schuldenaar overeenkomt met het A-nummer/BSN in de categorie 09 van de persoonslijst van een van de medebewoners, dan hebben zij gezamenlijk een kind.
Als het A-nummer/BSN persoon op de persoonslijst van de minderjarige overeen komt met het A-nummer/BSN in categorie 09 op de persoonslijst van de schuldenaar en/of zijn partner, dan zijn het inwonende minderjarige kinderen.
Het uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot de uitkering tijdens het aanvullend geboorteverlof (bijlage V, VI en X)
Categorie 01 Persoon
Het A-nummer en het Burgerservicenummer zijn nodig met het oog op identificatie van onder andere de persoon door of namens wie de uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO is aangevraagd.
De overige in deze categorie opgenomen gegevens, waaronder het gegeven “01.61.10 Aanduiding naamgebruik”, zijn nodig om de personen, behorende tot de doelgroep, op de juiste wijze te kunnen aanschrijven.
Categorie 05 Huwelijk/Geregistreerd partnerschap
Met behulp van de gegevens in deze categorie kan worden vastgesteld of dat de persoon door of namens wie de hierboven genoemde uitkering is aangevraagd, is getrouwd dan wel een geregistreerd partnerschap heeft.
Het A-nummer en het Burgerservicenummer zijn in dit verband nodig om de huwelijkspartner dan wel de geregistreerd partner te kunnen identificeren.
Omdat in deze categorie gegevens over zowel actuele als niet-actuele huwelijken en geregistreerde partnerschappen kunnen voorkomen, zijn ook de gegevens “05.06.10 Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap” en “05.07.10 Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap” nodig. Aan de hand van deze gegevens kan het UWV bepalen of er op dit moment sprake is van een huwelijk dan wel geregistreerd partnerschap.
De uit deze categorie te verstrekken gegevens over de (voormalige) huwelijkspartner dan wel geregistreerd partner, met uitzondering van het A-nummer en het Burgerservicenummer, zijn daarnaast nodig om personen, behorende tot de doelgroep, op de juiste wijze te kunnen aanschrijven. Met behulp van deze gegevens en de op de naam betrekking hebbende gegevens in categorie 01 Persoon, waaronder het gegeven “01.61.10 Aanduiding naamgebruik”, kan namelijk worden vastgesteld of dat een persoon zijn of haar eigen geslachtsnaam voert, de geslachtsnaam van zijn of haar (ex-)partner, of een combinatie van beide namen.
Categorie 06 Overlijden
Het gegeven “06.08.10 Datum overlijden” is nodig om vast te stellen dat een persoon is overleden en te voorkomen dat personen worden aangeschreven die reeds zijn overleden.
Categorie 07 Inschrijving
Het UWV heeft tevens de mogelijkheid het gegeven “07.70.10 Indicatie geheim” op te vragen. Met dit gegeven wordt aangeduid of een ingeschrevene de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, kan het UWV aanvullende maatregelen treffen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.
Categorie 08 Verblijfplaats
Het gegeven “08.10.10 Functie adres” is nodig om onderscheid te maken tussen personen die op een adres wonen en personen die een briefadres hebben. Dit omdat voor de beoordeling van de aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 4:2b van de WAZO het onder meer van belang is om te weten of de aanvrager van de uitkering en de moeder van het kind op wie de aanvraag betrekking heeft op hetzelfde adres woonachtig zijn.
De overige gegevens in deze categorie zijn nodig om de correspondentie, bedoeld voor de personen die behoren tot de doelgroep, naar het juiste adres te kunnen versturen.
Categorie 09 Kind
De gegevens in deze categorie zijn nodig met het oog op de identificatie van het kind op wie het aanvullend geboorteverlof betrekking heeft, wiens kind dit is en om te kunnen controleren of het aanvullend geboorteverlof binnen zes maanden vanaf de dag na de geboorte van het kind is opgenomen.
De verlofdatum die in de aanvraag is vermeld wordt hierbij gehanteerd als de datum waarop het aanvullend geboorteverlof is opgenomen.
Het uitvoeren van de Wet arbeid vreemdelingen (bijlage VII)
Categorie 01 Persoon
De gegevens “01.01.10 A-nummer”, “01.01.20 Burgerservicenummer”, “01.03.10 geboortedatum” en naamgegevens worden aan het UWV verstrekt om de (juiste) persoon te identificeren. Hierbij kan het UWV zich er tegelijkertijd van vergewissen dat het Burgerservicenummer betrekking heeft op de persoon waarvan het UWV de gegevens gaat verwerken en gaat gebruiken in gegevensuitwisseling met andere (overheids)organisaties.
Om een persoon aan te schrijven heeft het UWV een aanschrijfnaam nodig. Om de aanschrijfnaam samen te stellen heeft het UWV de gegevens “01.02.10 voornamen”, “01.02.30 voorvoegsel geslachtsnaam”, “01.02.40 geslachtsnaam”, “01.04.10 geslachtsaanduiding”, “01.02.20 adellijke titel/predicaat persoon” en “01.61.10 aanduiding naamgebruik” nodig.
“01.61.10 Aanduiding naamgebruik” is een code die aangeeft hoe de persoon wil worden aangeschreven, bijvoorbeeld met de eigen naam, de naam van de echtgenoot/geregistreerd partner of allebei.
Categorie 04 Nationaliteit
Aanvragen voor een TWV en een GVVA zijn enkel noodzakelijk voor personen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) en van buiten Zwitserland. Werknemers met de Nederlandse nationaliteit of de nationaliteit van een ander land van de EER of Zwitserland mogen zonder werkvergunning in Nederland werken. Om deze reden zijn gegevens in de categorie Nationaliteit noodzakelijk voor het UWV.
Categorie 05 Huwelijk/geregistreerd partnerschap
Als iemand (ook) met de achternaam van de echtgenoot wil worden aangeschreven, dan heeft het UWV ook de gegevens “05.02.30 voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner” en “05.02.40 geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner” uit de categorie Huwelijk/geregistreerd partnerschap nodig. Als iemand meerdere keren is gehuwd en/of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan heeft het UWV de gegevens “05.06.10 datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap” en “05.07.10 datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap” nodig om te bepalen of sprake is van een huidige partner of een ex-partner.
Categorie 06 Overlijden
Het UWV krijgt het gegeven “06.08.10 datum overlijden” verstrekt om vast te stellen of de persoon waarover gegevens zijn verstrekt is overleden. Dit kan gevolgen hebben voor de werkzaamheden van het UWV, bijvoorbeeld omdat een lopende heroverweging moet worden beëindigd. Daarnaast kan het overlijden een reden zijn om de afnemersindicatie te verwijderen.
Het UWV krijgt het gegeven ook verstrekt om te voorkomen dat een overleden persoon wordt aangeschreven, dit kan pijnlijk zijn voor de nabestaanden.
Categorie 08 Verblijfplaats
Voor het actuele adres krijgt het UWV gegevens uit de categorie Verblijfplaats. Ook buitenlandse adresgegevens worden verstrekt omdat een aan te schrijven persoon ook in het buitenland kan wonen.
Het UWV krijgt het gegeven “08.09.10 gemeente van inschrijving” verstrekt om aan deze gemeente terug te melden als er een gegrond vermoeden is dat een aan de gemeente verstrekt gegeven niet juist is. Ook kan het UWV contact opnemen met de gemeente van inschrijving als er (andere) vragen zijn over de verstrekte gegevens.
Categorieën 10 en 60 Verblijfstitel
Een wijziging in de verblijfstitel kan gevolgen hebben voor het recht om in Nederland te mogen werken en het recht op sociale voorzieningen. Het UWV moet in het geval van een gewijzigde verblijfstitel in voorkomende gevallen bijvoorbeeld een verstrekte TWV intrekken. Indien een uitkering door UWV wordt verstrekt kan het zijn dat door de wijziging van de verblijfstitel niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden voor de betreffende uitkering, waardoor deze door UWV beëindigd moet worden Daarom krijgt het UWV gegevens uit deze categorieën verstrekt.
Teneinde de autorisatie actueel te houden dient het UWV tijdig inlichtingen te verschaffen over wijzigingen die zich voordoen in zijn taak, in de regelingen waarop die taak is gebaseerd of wijzigingen in de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taak. Het is de uitdrukkelijke verantwoordelijkheid van het UWV om deze informatie onverwijld kenbaar te maken aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eventuele gevolgen van onjuistheden in de autorisatie als gevolg van het niet of niet tijdig doorgeven van dergelijke wijzigingen komen voor de verantwoordelijkheid van het UWV.
Met dit besluit wordt het autorisatiebesluit van 19 augustus 2021, 2021-0000388979 ingetrokken.
Deze intrekking is het gevolg van het toevoegen van twee taken
– Het verlenen en intrekken van een TWV als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen;
– Het geven van advies aan de IND over het verlenen, intrekken en verlengen van een GVVA als bedoeld in artikel 5, lid 2 van de Wet arbeid vreemdelingen.
Als gevolg van het toevoegen van deze taken zijn tevens twee doelgroepen en een gegevensset (bijlage VII) toegevoegd.
Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit wordt tevens geplaatst op de internetpagina van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, publicaties.rvig.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22952.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.