Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 22567 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 22567 | ander besluit van algemene strekking |
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 2, eerste lid, onder d, van de Kaderwet overige JenV-subsidies;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
een evenement waarvan de beoogde doelgroep grotendeels bestaat uit Joodse Nederlanders.
− Het kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover zij haar leden in staat stelt de Joodse godsdienst te belijden;
− De vereniging of stichting die zich krachtens haar statuten primair ten doel stelt het Joodse leven in Nederland te bevorderen en die op het moment dat zij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze regeling indient ten minste een jaar bestaat;
− Het samenwerkingsverband van Joodse instellingen onderling en het samenwerkingsverband van een of meerdere Joodse instellingen en gemeenten.
de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in artikel 55 van de Wet op het primair onderwijs dan wel artikel 4.1, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 die een bijzondere school voor Joods bijzonder onderwijs in stand houdt.
de Minister van Justitie en Veiligheid.
de vereniging of stichting die een Joods evenement organiseert.
1. De minister kan in de kalenderjaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 subsidie verlenen aan Joodse instellingen of Joodse scholen bij het treffen van beveiligingsmaatregelen.
2. De subsidie bedraagt maximaal € 250.000 per Joodse school per kalenderjaar en maximaal € 100.000 per Joodse instelling of organisator van een Joods evenement per kalenderjaar.
1. Aanvragen voor subsidie in het kader van deze regeling worden ingediend in jaarlijkse openstellingen.
2. Aanvragen voor subsidie in de eerste openstelling van deze regeling kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 12 augustus 2026.
3. Voor aanvragen voor subsidie in volgende openstellingen van deze regeling gelden door de minister jaarlijks nader bekend te maken openstellingsperiodes.
4. Een Joodse instelling, een Joodse school of een organisator van een Joods evenement vraagt subsidie aan bij de minister met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, derde lid, van het Kaderbesluit overige JenV subsidies bevat de aanvraag:
a. een opgave van subsidies die door een bestuursorgaan zijn verleend of bij een bestuursorgaan zijn aangevraagd voor het geheel of een gedeelte van de in artikel 5 bedoelde kosten;
b. een opgave van bijdragen die door derden zijn verstrekt of bij derden zijn aangevraagd voor het geheel of een gedeelte van die kosten; en
c. indien de aangevraagde subsidie € 25.000 of meer bedraagt: een veiligheidsinschatting of een risicoanalyse.
Voor de subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, komen in aanmerking de in redelijkheid gemaakte kosten:
a. om de veiligheid van de deelnemers aan een activiteit van een Joodse instelling of van een Joodse school of van de bezoekers van een Joods evenement te bevorderen;
b. ter voorkoming van vernieling, beschadiging, of onbruikbaarmaking van een roerende of onroerende zaak waarvan een Joodse instelling, een Joodse school of een organisator van een Joods evenement eigenaar, huurder of gebruiker is;
c. ter voorkoming van computervredebreuk, voor zover daardoor toegang zou kunnen worden verkregen tot niet-openbare gegevens van een Joodse instelling, van een Joodse school of van een organisator van een Joods evenement.
Niet in aanmerking komen de kosten:
a. die zijn gemaakt voor 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. die zijn gemaakt na 31 december van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
c. voor de beveiliging van activiteiten of locaties buiten Nederland;
d. waarvoor reeds aan de Joodse instelling, de Joodse school of de organisator van een Joods evenement subsidie is verstrekt door een bestuursorgaan, dan wel door derden een bijdrage is verstrekt, voor het geheel of een gedeelte van de artikel 5 bedoelde kosten. In dat geval wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies en bijdragen niet meer bedraagt dan maximaal 100 procent van de werkelijk gemaakte kosten.
1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 2.000.000, onderverdeeld in de volgende subsidieplafonds:
a. € 500.000 voor Joodse scholen;
b. € 600.000 voor activiteiten die zijn gericht op Joodse jongeren in de leeftijd tot en met 27 jaar en worden georganiseerd door Joodse instellingen of door organisatoren van een Joods evenement;
c. € 900.000 voor andere activiteiten die worden georganiseerd door Joodse instellingen of door organisatoren van een Joods evenement.
2. Voor de kalenderjaren 2027, 2028, 2029 en 2030 gelden door de minister jaarlijks nader bekend te maken subsidieplafonds voor deze regeling.
3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
4. Indien het totale bedrag aan verleende subsidies in een van de in het eerste lid onder b en c genoemde categorieën lager is dan het voor die categorie vastgestelde subsidieplafond, wordt het subsidieplafond van de andere in het eerste lid onder b en c genoemde categorieën verhoogd met een bedrag dat overeenkomt met het verschil tussen het totale bedrag aan verleende subsidies in de eerstbedoelde categorie en het voor die categorie vastgestelde subsidieplafond.
1. Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt deze op 1 april volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, ambtshalve vastgesteld.
2. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de Joodse instelling, de Joodse school of de organisator van een Joods evenement desgevraagd uiterlijk op 1 februari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, aan dat de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. Indien de verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt, wordt een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier, ingediend bij de minister. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, dan wel binnen 22 weken nadat de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling is verstreken.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:
a. indien de subsidie tussen de € 25.000 en € 125.000 bedraagt, een verantwoording middels een financieel verslag en een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de voor subsidie in aanmerking komende gemaakte activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
b. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, een verantwoording middels een financieel verslag, een activiteitenverslag en een controleverklaring door een accountant waaruit blijkt dat de voor subsidie in aanmerking komende gemaakte activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 19 juni 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
In de Nationale Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 (Kamerstukken II 2024/25, 30 950, nr. 429) heeft het kabinet aangekondigd dat er een structureel Veiligheidsfonds wordt ingesteld voor de Joodse gemeenschap. Dit fonds is bedoeld om Joodse instellingen, scholen en evenementen financieel te ondersteunen bij het treffen van beveiligingsmaatregelen. De hoge kosten hiervan drukken zwaar op de gemeenschap en leiden er soms toe dat cruciale investeringen uitblijven. Hiermee wordt beoogd dat Joodse Nederlanders in hun dagelijks leven op een veilige en normale manier kunnen deelnemen aan de samenleving. In 2025 is samen met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap en andere belanghebbenden gewerkt aan de praktische en inhoudelijke vormgeving en invulling van het Veiligheidsfonds. Ook de ervaringen met de eenmalige subsidieregeling voor 2025 is hierin verwerkt.
Aanvragen dienen gericht te zijn op activiteiten die de veiligheid van Joodse gemeenschappen direct ten goede komen en worden aangevraagd door de inhoudelijk verantwoordelijke instelling, organisator of school.
Op basis van artikel 3, tweede lid, dient subsidie te worden aangevraagd bij de Minister van Justitie en Veiligheid met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde formulier. Dit formulier wordt beschikbaar gesteld via https://subsidieportaal-minjenv.portal.atabase.nl/. De aanvragers kunnen via het online portaal onder het kopje ‘formulieren’ klikken op ‘aanvraag subsidie’.
Op basis van artikel 3, vijfde lid, dient de aanvraag een opgave van door andere bestuursorganen verleende of bij andere bestuursorganen aangevraagde subsidies te bevatten. Als u voor dezelfde activiteit subsidie heeft ontvangen op grond van de tijdelijke Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025 (Stcrt. 2025, 30580) en de betreffende kosten in 2026 zijn gemaakt, dient u dit ook te vermelden. Daarnaast maakt u in uw aanvraag inzichtelijk welke eventuele bijdragen van niet-overheidsinstanties zijn ontvangen of aangevraagd. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of waarvoor niet-publieke bijdragen zijn of worden ontvangen.
Indien de aangevraagde subsidie € 25.000 of meer bedraagt, dient de aanvraag tevens een veiligheidsinschatting of een risicoanalyse te bevatten. Hierin dient geobjectiveerd te worden wat de aard en omvang van het veiligheidsprobleem is en hoe de te subsidiëren kosten bijdragen aan de oplossing hiervan. De inschatting en/of analyse kan door de aanvrager zelf of door een derde worden opgesteld. Gelet op de omvang van subsidies van dit bedrag en daarboven is het gewenst dat daarbij extra inzicht wordt gegeven in de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de betreffende subsidie.
Het bepaalde in dit artikellid laat onverlet dat de aanvraag tevens de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Kaderbesluit overige JenV subsidies dient te bevatten. Hieronder vallen bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
Op grond van artikel 3, derde lid, en artikel 7, tweede lid, worden de jaarlijkse openstellingsperiodes en de subsidieplafonds voor de kalenderjaren 2027, 2028, 2029 en 2030 nader door de minister bekend gemaakt. Deze bekendmaking geschiedt op basis van artikel 5 Bekendmakingswet door mededeling daarvan in de Staatscourant. Hiermee wordt voor deze kalenderjaren flexibiliteit gecreëerd, die nodig is voor een goede uitvoering van deze regeling. Voor 2026 is de regeling op grond van artikel 3, tweede lid, opengesteld in de periode van 1 juli tot en met 12 augustus 2026. De subsidieplafonds voor 2026 zijn vastgelegd in artikel 7, eerste lid.
In artikel 5 wordt geregeld welke kosten voor subsidie in aanmerking komen. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld maatregelen aan gebouwen of terreinen om de toegang te controleren, incidenten te voorkomen, de inzet van beveiligingspersoneel, het laten opstellen van risicoanalyses, het laten uitvoeren van een dreigingsmonitoring, de kosten van opleidingen en voorlichtingsmateriaal, en andere maatregelen om de veiligheid te verbeteren. Kosten die niet vallen onder een van de in artikel 5 genoemde categorieën, zoals kosten die niet gerelateerd zijn aan een veiligheidsmaatregel of personeelslasten voor ander personeel dan beveiligers of projectmedewerkers, komen niet in aanmerking voor subsidie.
In artikel 6 wordt in lid 1 en 2 de periode weergegeven waarin subsidiabele kosten gemaakt moeten zijn: tussen 1 januari en 31 december van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Verstrekte subsidie kan niet worden meegenomen naar een volgend kalenderjaar.
In artikel 7 wordt het subsidieplafond geregeld, waarbij een onderverdeling is gemaakt voor drie categorieën: Joodse scholen, activiteiten die zijn gericht op Joodse jongeren in de leeftijd tot en met 27 jaar en overige activiteiten. In artikel 7, vierde en vijfde lid, is geregeld dat indien in een van de in het eerste lid onder b en c genoemde categorieën minder subsidie wordt verleend, het restant ten goede kan komen aan aanvragers in de andere categorie, om te voorkomen dat het beschikbare budget niet ten volle kan worden benut. Deze systematiek geldt niet ten aanzien van de in het eerste lid onder a genoemde categorie Joodse scholen, omdat gelet op de omvang van die groep redelijkerwijs niet is te verwachten dat de aangevraagde en toegekende subsidiebedragen wezenlijk af zullen wijken van het subsidieplafond. Binnen de categorieën wordt ten aanzien van aanvragen die voldoen aan de subsidievoorwaarden gewerkt volgens het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Daarbij geldt het tijdstip van de inzending van de volledige aanvraag, dus na een eventuele aanvulling zoals bedoeld in artikel 4.
’s-Gravenhage, 19 juni 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22567.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.