Regeling van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 17 juni 2026, kenmerk 4394712-1094020-J, houdende wijziging van de Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021 in verband met de verlenging van de regeling [KetenID WGK028861]

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, eerste lid, onder a en c wordt ‘31 december 2026’ telkens vervangen door ‘31 december 2028’.

B

In artikel 17 wordt ‘1 september 2028’ vervangen door ‘1 september 2029’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 juli 2026, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

TOELICHTING

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiele jeugdhulp 2021 (hierna: de Regeling). Deze wijziging ziet op het verlengen van de duur van de periode waarin bepaalde activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast wordt de vervaldatum van de Regeling navenant doorgeschoven.

De aanleiding voor deze wijziging is dat de meeste coördinerende gemeenten die de specifieke uitkering (hierna: uitkering) vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021 toegekend hebben gekregen meer tijd nodig hebben voor de vastgoedtransitie en de daaraan gekoppelde activiteiten (artikel 4, eerste lid, onder a en c). Dat heeft verschillende oorzaken.

Het rijks- en gemeentelijk beleid voor de residentiële jeugdhulp en in het bijzonder de gesloten jeugdhulp is volop in ontwikkeling. Op 18 juni 2024 hebben het Rijk, VNG en Jeugdzorg Nederland bestuurlijke afspraken gemaakt over de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Eind 2024 is hiervoor ook een specifieke uitkering ter beschikking gesteld aan zeven coördinerende gemeenten.1 Gezien de verwachting dat een deel van de middelen niet vóór eind 2026 besteed wordt en omdat de activiteiten gericht op de transformatie van de gesloten jeugdhulp niet los gezien kunnen worden van de vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp, wordt de duur van de periode voor het uitvoeren van activiteiten in artikel 4, eerste lid, onder a, verlengd met twee jaar. Dat stelt de gemeenten en instellingen in staat op een zorgvuldige wijze de vastgoedtransitie uit te voeren in samenhang met de bredere transformatie van de gesloten jeugdhulp.

Voor de vastgoedtransitie van de open driemilieusvoorzieningen geldt dat AEF in het najaar van 2025 onderzoek heeft gedaan naar de stand van zaken rondom de Regeling. Hieruit bleek dat gemeenten en zorgaanbieders, naast eerdere vertraging door herzieningen van vastgoedplannen, ook diverse belemmeringen ervaren waardoor doorlooptijden langer zijn dan voorzien. Belemmeringen zijn er onder andere door omgevingsvraagstukken (vergunningsaanvragen) en bij het vinden van passend vastgoed. Het betreffende onderzoek stelt dat eind 2025 nog circa 64% van uitgekeerde middelen onbesteed is door de aanbieders die de middelen hebben ontvangen van de coördinerende gemeenten. Daarnaast blijkt dat de (vertraagde besteding van) impulsmiddelen voor de vastgoedtransitie bezien worden in samenhang met de middelen die eind 2024 uitgekeerd zijn voor de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Daarom wordt in artikel 4 eerste lid, onder c, de duur van de periode voor het uitvoeren van activiteiten verlengd met twee jaar.

De verlenging van de duur van de bestedingsperiode is budgettair neutraal. De hoogte van de specifieke uitkering aan de coördinerende gemeenten wijzigt niet, omdat de aanvraagperiode (in artikel 7) reeds is verstreken.

Om in aanmerking te komen voor verlenging van de bestedingsperiode is geen aanvullende aanvraag van de gemeenten nodig. Na inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling zal voor alle gemeenten waaraan in 2021 een uitkering is verstrekt, de duur van de periode waarvoor de uitkering is verleend ambtshalve met een besluit worden gewijzigd tot 31 december 2028.

Tot slot wordt de in artikel 17 opgenomen vervaldatum van de Regeling ook vooruitgeschoven. Deze wijziging is nodig vanwege de langere bestedingsduur en aanvullend omdat door het verlengen van de periode waarin de activiteiten kunnen worden uitgevoerd tevens de uiterste datum voor het afleggen van verantwoording over de besteding van de uitkering zal opschuiven.

Staatssteun

Met de wijzigingsregeling wordt de looptijd van de Regeling verlengd. Deze wijziging heeft geen invloed op de eerder uitgevoerde staatssteunbeoordeling en deze geldt dus onverkort. De gemeenten ontvangen de SPUK voor de uitvoering van medebewindstaken. Zij zijn daarom niet aan te merken als ondernemingen in de zin van de staatssteunregels. Logischerwijs dienen gemeenten bij het invullen van deze publieke taken zelf rekening te houden met de staatssteunregels.

Regeldruk

De verlenging van de regeling heeft alleen gevolgen voor de gemeenten die de activiteiten nog niet hebben afgerond. Deze gemeenten zullen over 2027 en 2028 een extra SiSa-verantwoording moeten indienen met bijbehorende accountantscontrole. De totale kosten hiervoor worden geraamd op € 61.410 (PM). Hiervan is € 60.000 externe kosten voor de accountantscontrole en € 1.410 administratieve lasten voor gemeenten.

De berekening hiervoor is als volgt:

  • Op basis van de huidige stand van zaken bij gemeenten is de inschatting dat voor 15 van de 21 gevallen gebruik gemaakt wordt van deze verlenging.

  • De kosten voor de accountantscontrole worden geschat op € 2.000 per controle voor 2 jaar.

  • De extra administratieve belasting voor gemeenten betreft het aanleveren van de documentatie voor de accountant en het, na de accountantscontrole, invullen van de SiSa-indicatoren ter verantwoording. De inschatting is dat dit in totaal 60 minuten werk bedraagt voor gemeenten tegen een gemiddeld tarief a € 47,– per uur op basis van het handboek meting regeldrukkosten.2

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt conform de vaste verandermomenten bij regelgeving in werking met ingang van 1 juli 2026.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

Naar boven