Regeling van de Minister van Asiel en Migratie van 25 juni 2026, nummer 7701777, houdende wijziging van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op artikel 3, derde lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

Het derde lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. de vreemdeling die niet in een opvangvoorziening verblijft als bedoeld in artikel 1 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, en die in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, of in het bezit wordt gesteld van een asielgerelateerde verblijfsvergunning, vanaf het moment van vergunningverlening tot het moment waarop huisvesting buiten de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd, of vanaf het moment dat een gemeente tijdelijk onderdak ter beschikking stelt, tenzij de vreemdeling reeds van overheidswege in een opvangvoorziening is gehuisvest;

B

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. indien het een asielzoeker betreft aan wie een verblijfsvergunning is verleend:

    • op de dag waarop naar het oordeel van het COA huisvesting buiten de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd, of;

    • op de dag waarop een gemeente tijdelijk onderdak ter beschikking stelt, met dien verstande dat de vreemdeling aan wie een gemeente tijdelijk onderdak ter beschikking stelt buiten de opvangvoorziening nog gedurende een periode van maximaal zes maanden recht heeft op de in artikel 9b, vierde lid, genoemde verstrekkingen;

2. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. indien het een asielzoeker betreft aan wie met toepassing van artikel 3, derde lid, aanhef en onder d van deze regeling opvang is geboden:

    • op de dag waarop voor de asielzoeker met wie gezinshereniging wordt beoogd naar het oordeel van het COA huisvesting buiten de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd, of;

    • op de dag waarop een gemeente tijdelijk onderdak ter beschikking stelt, met dien verstande dat de vreemdeling aan wie een gemeente tijdelijk onderdak ter beschikking stelt buiten de opvangvoorziening nog gedurende een periode van maximaal zes maanden recht heeft op de in artikel 9b, vierde lid, genoemde verstrekkingen;

C

Na artikel 9a worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 9b

  • 1. Behoudens de uitzonderingen in het tweede tot en met vijfde lid is, op de vreemdeling aan wie een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt, deze regeling van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 10, 12, 18 en 19.

  • 2. Een vreemdeling als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c, e, k en I, van deze regeling, aan wie de verblijfsvergunning bedoeld in artikel 14 of 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, waarvoor een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt, is uitgesloten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c en d, van deze regeling.

  • 3. De uitsluiting van de verstrekkingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats vanaf het moment dat het tijdelijk onderdak voor de vreemdeling beschikbaar is.

  • 4. Het COA verstrekt aan de vreemdeling aan wie een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, e, f en g, van deze regeling, gedurende een periode van maximaal zes maanden.

  • 5. In afwijking van het derde lid wordt de financiële toelage ten behoeve van voedsel, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van deze regeling, niet verstrekt aan de vreemdeling indien hij in het tijdelijk onderdak niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen. In dat geval worden de maaltijden van de vreemdeling verzorgd door de gemeente die het tijdelijk onderdak beschikbaar stelt.

Artikel 9c

  • 1. Het COA verstrekt aan een vreemdeling waarvoor een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt gedurende een periode van maximaal zes maanden een wekelijkse financiële toelage van € 75,–.

  • 2. Indien het tijdelijk onderdak ter beschikking is gesteld aan een gezin, verstrekt het COA gedurende een periode van maximaal zes maanden aan het eerste gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 75,–, aan een tweede gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 25,– en aan een derde en vierde gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 12,50. De wekelijkse financiële toelage per gezin bedraagt in totaal niet meer dan € 125,–.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 25 juni 2026

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

TOELICHTING

De Regeling stimuleren uitstroom uit de asielopvang 2026 (hierna: HAR+) loopt af op 1 juli a.s. De HAR+ valt uiteen in twee componenten: onzelfstandige huisvesting en tijdelijk onderdak. De component onzelfstandige huisvesting wordt vanaf 1 juli geborgd in de Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten. De component tijdelijk onderdak wordt vanaf 1 juli geborgd via een decentralisatie-uitkering. Het is namelijk wenselijk dat gemeenten ook na 1 juli voor bepaalde tijd een vergoeding blijven ontvangen wanneer zij statushouders tijdelijk onderdak bieden in aanloop naar het huisvesten van deze personen in hun gemeente. Dat is van belang zodat gemeenten via vergoeding van tijdelijk onderdak in bijvoorbeeld hotels snel(ler) kunnen voldoen aan hun taakstelling en de plek in de asiel(nood)opvang bij het COA vrijkomt. De druk in de asielopvang wordt daarmee verlicht.

Middels deze wijziging van de Rva 2005 wordt beoogd dat het recht op opvang eindigt bij het ter beschikking stellen van tijdelijk onderdak, met dien verstande dat een deel van de verstrekkingen dat het COA biedt nog voor maximaal zes maanden doorloopt. De verstrekkingen vanuit COA eindigen van rechtswege na zes maanden of zoveel eerder als de gemeente definitieve huisvesting ter beschikking stelt. Hierdoor is het COA vanaf het moment dat de gemeente tijdelijk onderdak ter beschikking stelt niet meer verantwoordelijk voor het onderdak van de statushouder en kan de gemeente het geboden onderdak meetellen in de taakstelling.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A (Artikel 3, derde lid)

Met de wijziging van artikel 3, derde lid, onderdeel e, wordt beoogd dat een vergunninghouder die in tijdelijk onderdak wordt geplaatst gelijkgesteld wordt aan een asielzoeker vanaf het moment van vergunningverlening tot het moment waarop tijdelijk onderdak beschikbaar kan worden gesteld.

Onderdeel B (Artikel 7, eerste lid, onderdeel a en c)

Met de wijziging van artikel 7, eerste lid, onderdelen a en c, wordt ingeregeld dat het recht op opvang ook eindigt bij plaatsing van de vergunninghouder in tijdelijk onderdak, met dien verstande dat de vreemdeling bij plaatsing in tijdelijk onderdak buiten de opvangvoorziening nog gedurende een periode van maximaal zes maanden recht heeft op een aantal verstrekkingen. Het verstrekkingenregime voor vergunninghouders die geplaatst zijn in tijdelijk onderdak wordt nader uitgewerkt in artikel 9b (nieuw).

Onderdeel C (Artikel 9b en 9c (nieuw))

In artikel 9b (nieuw) wordt uitgewerkt van welke verstrekkingen de vergunninghouder op het moment van uitplaatsing naar tijdelijk onderdak wordt uitgesloten en welke verstrekkingen nog doorlopen voor een periode van maximaal zes maanden. Specifiek betekent dat het volgende: de vergunninghouder die geplaatst wordt in tijdelijk onderdak behoudt voor maximaal zes maanden het recht op 1) een wekelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding, producten voor persoonlijke hygiëne en andere persoonlijke uitgaven, 2) de dekking van de kosten van medische verstrekkingen overeenkomstig een daartoe te treffen ziektekostenregeling, 3) een verzekering tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid en 4) betaling van buitengewone kosten.

Met de invoeging van artikel 9c (nieuw) wordt geregeld dat de vergunninghouder die geplaatst wordt in tijdelijk onderdak een wekelijkse financiële toelage krijgt van het COA die de basisbehoeften van de vergunninghouder dekt. Dit is een vervangende verstrekking die verleend wordt vanwege de uitsluiting van een aantal verstrekkingen.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

Naar boven