Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 22406 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 22406 | delegatie- of mandaatbesluit |
De directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,
gelet op artikel 5.7, eerste lid, van het Mandaatbesluit BZK 2025;
gelet op de artikelen 38, tweede lid, 40, tweede lid, 41, tweede lid, 42, derde lid, 50, derde lid, 72, tweede lid en 73, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017;
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
directeur Inlichtingen of diens plaatsvervanger, dan wel directeur Operatiën;
directeur-generaal van de dienst, of diens plaatsvervanger;
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
een leidinggevende, team- of afdelingshoofd, ressorterend onder een unithoofd;
een leidinggevende ressorterend onder een directeur;
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
Het mandaat in dit besluit heeft enkel betrekking op het werkterrein van onderscheidenlijk de directeur, het unithoofd en het teamhoofd, dan wel op een opdracht van de directeur-generaal.
De directeur, het unithoofd en het teamhoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor het al dan niet met gebruikmaking van een technisch hulpmiddel stelselmatig verzamelen van gegevens omtrent personen uit voor een ieder toegankelijke informatiebronnen.
1. De directeur, het unithoofd en het teamhoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor:
a. observeren en in het kader daarvan vastleggen van gegevens betreffende gedragingen van natuurlijke personen of gegevens betreffende zaken, al dan niet met behulp van observatie- en registratiemiddelen;
b. het volgen en in het kader daarvan vastleggen van gegevens betreffende natuurlijke personen of zaken, al dan niet met behulp van volgmiddelen, plaatsbepalingsapparatuur en registratiemiddelen.
2. Het mandaat omvat niet het verlenen van toestemming voor:
a. de toepassing van observatie- en registratiemiddelen, bedoeld in het eerste lid, onder a, binnen woningen;
b. het met een technisch hulpmiddel kennis nemen van enige vorm van gesprek, telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk.
1. De directeur en het unithoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor de inzet van natuurlijke personen die onder verantwoordelijkheid en onder instructie van de dienst zijn belast met het gericht gegevens verzamelen omtrent personen en organisaties die voor de taakuitvoering van de dienst van belang kunnen zijn.
2. De directeur, het unithoofd en het teamhoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor een verlengingsaanvraag tot de inzet van natuurlijke personen die onder verantwoordelijkheid en onder instructie van de dienst zijn belast met het gericht gegevens verzamelen omtrent personen en organisaties die voor de taakuitvoering van de dienst van belang kunnen zijn.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt de toestemming voor de inzet van een natuurlijke persoon, die behoort tot een categorie als bedoeld in de bijlage bij dit besluit, verleend door de in deze bijlage aangewezen functionaris. Deze bijlage is niet openbaar.
4. De directeur en het unithoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor de inzet van natuurlijke personen die onder verantwoordelijkheid en onder instructie van de dienst belast zijn met het bevorderen of treffen van maatregelen ter bescherming van door de dienst te behartigen belangen.
5. Het mandaat omvat niet het verlenen van toestemming voor de inzet van natuurlijke personen die onder verantwoordelijkheid en onder instructie van de dienst belast zijn met het verrichten van handelingen die tot gevolg kunnen hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit, dan wel een strafbaar feit wordt gepleegd.
1. De directeur en het unithoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor het doorzoeken van besloten plaatsen, niet zijnde woningen.
2. De directeur, het unithoofd en het teamhoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor:
a. het doorzoeken van gesloten voorwerpen;
b. het verrichten van onderzoek aan voorwerpen, gericht op de vaststelling van de identiteit van een persoon.
De directeur en het unithoofd hebben mandaat om, ter uitvoering van een door de minister verleende toestemming als bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de wet, gerelateerd aan het desbetreffende onderzoek selectiecriteria vast te stellen.
1. De directeur en het unithoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor het oprichten en inzetten van rechtspersonen ter voorbereiding op en ter ondersteuning van operationele activiteiten.
2. De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend schriftelijk verleend.
De directeur en het unithoofd hebben mandaat om toestemming te verlenen voor het bevorderen of treffen van maatregelen ter bescherming van door de dienst te behartigen belangen, al dan niet met behulp van een technisch hulpmiddel.
De artikelen 4 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing op ondersteuningsverzoeken in geval van uitoefening van een bijzondere bevoegdheid krachtens artikel 90, derde lid, van de wet.
De toestemming voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in dit besluit, wordt schriftelijk verleend. Tenzij in dit besluit anders is bepaald, wordt in spoedeisende gevallen de toestemming mondeling verleend. In dat geval wordt de toestemming zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.
1. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van een directeur wordt het mandaat uitgeoefend door een andere directeur.
2. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van een unithoofd wordt het mandaat uitgeoefend door een ander unithoofd binnen dezelfde directie.
3. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van een teamhoofd wordt het mandaat uitgeoefend door een teamhoofd binnen dezelfde directie.
1. Het mandaat wordt niet of op een hoger niveau uitgeoefend indien overwegingen van principiële aard een rol spelen of indien zich bijzondere omstandigheden voordoen.
2. De directeur-generaal, de directeur en het unithoofd kunnen ten aanzien van de uitoefening van het mandaat aanwijzingen geven aan de aan hen ondergeschikte ambtenaren. Deze aanwijzingen worden in acht genomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22406.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.