Besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 22 januari 2026, nr. WJZ/103610128, tot vaststelling van de voorlopige correctiebedragen voor 2026 voor de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op artikel 6.13, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en artikel 6.13, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

Besluit:

Artikel 1

Het voorlopige correctiebedrag, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse, wordt voor 2026 vastgesteld op de som van de volgende correcties:

  • a. € 2,0105/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse;

  • b. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse;

  • c. € 0,6226/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse.

Artikel 2

Het voorlopige correctiebedrag, bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse, wordt voor 2026 vastgesteld op de som van de volgende correcties:

  • d. € 2,0105/kg waterstof voor gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

  • e. € 0,0000/kg waterstof voor de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse;

  • f. € 0,6226/kg waterstof voor de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderdeel c, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 januari 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Doel en inhoud besluit

Onderhavig besluit strekt tot vaststelling van de voorlopige correctiebedragen voor 2026 voor:

  • 1. De Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse; en

  • 2. De Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.

De Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse zijn bedoeld om waterstofproductie door elektrolyse in Nederland te stimuleren. Momenteel komen elektrolyseprojecten onvoldoende tot stand vanwege een substantiële onrendabele top en grote technologische en financiële risico’s. De onderhavige subsidieregelingen geven investeringssteun en exploitatiesteun. De rangschikking van de projecten vindt plaatst op basis van gevraagde subsidie per MW vermogen.

2. Regeldruk

Een ontwerp van dit besluit is niet aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) voorgelegd. Omdat ministeriële regelingen die naar hun aard geen aanmerkelijke gevolgen voor de regeldruk hebben, zoals regelingen betreffende de enkele vaststelling of wijziging van tarieven, geen voorafgaande toetsing door de ATR behoeven.

II. Artikelsgewijs

Artikelen 1 en 2. Vaststelling voorlopig correctiebedrag 2026

Deze artikelen bevatten de voorlopige correctiebedragen voor 2026, welke bedragen de Minister van Klimaat en Groene Groei op grond van artikel 6.13, eerste lid, van de Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse en artikel 6.13, eerste lid, van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse moet vaststellen.

Op grond van beide regelingen wordt bij de vaststelling van de correctiebedragen onderscheid gemaakt tussen de volgende drie componenten: de gemiddelde kosten voor het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie, de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, en de ETS-correctie (de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten). De ETS-correctie is alleen van toepassing als de subsidieontvanger een ETS-bedrijf is.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Dit is geen vast verandermoment als bedoeld in Aanwijzing 4.17, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Dit is echter gerechtvaardigd omdat daarmee kenbaar wordt wat de hoogte van de bedragen is die o.g.v. artikel 1 en 2 van dit besluit zijn vastgesteld. Deze bedragen zijn van belang voor de berekening van het subsidievoorschot.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

Naar boven