Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 22245 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2026, 22245 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);
Besluit:
De Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 9 komt te luiden:
1. Een uitkering kan worden aangevraagd van 7 juli 2025 tot en met 17 oktober 2025.
2. De uitkering wordt aangevraagd door het college met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier, waarin het college aangeeft wat de te behalen resultaten zijn. Een aanvraag kan enkel worden ingediend met een handtekening van de burgemeester, als voorzitter van de alliantie, en van de directeur van de programmaorganisatie.
3. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag indienen voor een uitkering die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2026 tot en met 28 februari 2026. Het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4. Het college kan de uitkering na de verlening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, wijzigen voor wat betreft de te behalen resultaten binnen het budget voor een thema of voor het integrale deel.
5. Het college kan de uitkering na de verlening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, enkel wijzigen na goedkeuring van de minister, indien:
a. de wijziging ziet op een nieuw te behalen resultaat dat niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven; of
b. de wijziging ziet op een niet meer te behalen resultaat.
6. In een situatie als bedoeld in het vijfde lid dient het college een aanvraag tot wijziging van de uitkering in bij de minister. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
7. De aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het zesde lid, kan door het college worden ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 september 2028. Indien uitstel van de bestedingstermijn als bedoeld in artikel 10, vierde lid, is verleend, kan de aanvraag tot wijziging van de uitkering ook worden ingediend van 1 oktober 2028 tot uiterlijk drie maanden vóór de datum tot wanneer het uitstel van de bestedingstermijn is verleend.
B
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na ‘ten behoeve van te behalen resultaten’ ingevoegd ‘, waarbij geen verplichting geldt om de in 2026, 2027 of 2028 ontvangen middelen volledig te besteden in het specifieke jaar van ontvangst van die middelen’.
2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.
3. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. De minister kan de bestedingstermijn, bedoeld in het derde lid, op gemotiveerd verzoek van het college verlengen tot uiterlijk 31 december 2029.
4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. Het college dient het verzoek, bedoeld in het vierde lid, uiterlijk op 30 september 2028 in. Op het verzoek tot uitstel van de bestedingstermijn is artikel 9, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan
Deze regeling wijzigt de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) met als doel het aanbrengen van een aantal verduidelijkingen en het verminderen van administratieve lasten waar mogelijk.
Met ingang van 1 juli 2025 is de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) in werking getreden. Op grond van deze regeling kunnen gemeenten voor de periode 2026 tot en met 2028 een integrale specifieke uitkering (SPUK) aanvragen voor een gebiedsgerichte aanpak in de gebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). De SPUK draagt bij aan een structurele verbetering van de leefbaarheid en veiligheid van kwetsbare gebieden. In de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) zijn middelen en beleidsdoelen samengevoegd van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: de minister) is coördinerend minister voor het NPLV. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn mede-eigenaar van het programma.
Er zijn wijzigingen aangebracht in de artikelen 9 en 10 van de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche). Artikel 9 ziet op de aanvraag van de uitkering en op de aanvraag van een wijziging van die uitkering. Omdat de aanvraag voor een uitkering uiterlijk 17 oktober 2025 moest zijn ingediend, hebben de wijzigingen alleen gevolgen voor de aanvraag tot wijziging van de uitkering. Artikel 10 ziet op de reserveringsregeling en de bestedingstermijn. De wijzigingen worden hieronder nader toegelicht.
Op grond van artikel 9, tweede lid, kon een aanvraag voor een specifieke uitkering enkel worden ingediend met een bijgevoegd schriftelijk akkoord van de alliantie van het desbetreffende stedelijke focusgebied. Dit schriftelijk akkoord is vervangen door het vereiste van twee handtekeningen, namelijk die van de burgemeester en van de directeur van de programmaorganisatie. Op grond van het zesde lid (nieuw) geldt dit vereiste ook voor het verzoek tot wijziging van de uitkering.
Een wijziging van de uitkering kon enkel worden aangevraagd in specifieke periodes (tussen 1 september 2026 en 31 oktober 2026 en tussen 1 september 2027 en 31 oktober 2027). Als gevolg van deze wijzigingsregeling kan een aanvraag tot wijziging van de uitkering worden ingediend tot en met 30 september 2028. Dit geeft structuur en duidelijkheid aan de NPLV-gebieden en biedt de flexibiliteit die tot op heden in de regeling ontbrak, maar waar in de praktijk wel behoefte aan bleek te zijn. Indien een uitstel van de bestedingstermijn is verleend, kan een wijzigingsverzoek ook worden ingediend na 30 september 2028, namelijk tot drie maanden vóór de datum tot wanneer het uitstel van de bestedingstermijn is verleend. Indien uitstel is verleend tot 31 december 2029, kan dus een verzoek worden ingediend tot en met 30 september 2029.
De formulering van het vierde lid, onderdeel a (oud), had tot gevolg dat een wijzigingsverzoek moest worden ingediend als ten minste 25% van het budget voor een thema zou wijzigen. De Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) kent echter een maximumbedrag toe per thema; het totale budget verandert niet meer. De enige wijzigingen binnen een thema kunnen verschuivingen zijn tussen (eventueel nieuwe) activiteiten. Omdat de activiteiten die zijn opgenomen in de initiële aanvraag reeds zijn goedgekeurd, is het niet logisch om voor verschuivingen van budget daartussen een aanvraag tot wijziging verplicht te stellen. Met deze wijziging komt deze grens van 25% dan ook te vervallen. Een aanvraag tot wijziging is enkel nog verplicht als de gemeente middelen wil inzetten voor een nieuw resultaat, dat niet in de initiële aanvraag was opgenomen of als de gemeente een eerder aangegeven resultaat niet (meer) behaalt. Dit vermindert de administratieve lasten voor gemeenten en Rijk en focust het wijzigingsproces op de toetsing van nieuwe activiteiten, in plaats van ook op het verschuiven van budget tussen reeds goedgekeurde activiteiten. Ook is in de regeling verduidelijkt dat het college in andere situaties de uitkering kan wijzigen zonder aanvraag.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de volgorde van de leden binnen artikel 9 te wijzigen. Zo had het vijfde lid (oud) enkel betrekking op de initiële aanvraag voor een uitkering, die wordt beschreven in het eerste lid. Als gevolg van deze wijziging is de bepaling uit het vijfde lid (oud) in het derde lid (nieuw) geplaatst. Dit maakt de volgorde in artikel 9 logischer: het artikel begint met de artikelleden die zien op de initiële aanvraag voor een uitkering, om vervolgens vanaf het vierde lid verder te gaan met de artikelleden die zien op de wijzigingsverzoeken. Buiten de hierboven beschreven inhoudelijke wijzigingen betreft het een redactionele verbetering met het oog op de leesbaarheid van de regeling. Voor de overzichtelijkheid is artikel 9 in zijn geheel opnieuw vastgesteld.
De toevoeging in artikel 10, eerste lid, verduidelijkt dat voor de NPLV-gebieden geen specifiek kasritme geldt bij de besteding van de middelen. Door deze toevoeging is het derde lid (oud) overbodig geworden. Het derde lid komt daarom te vervallen; dit maakt de regeling overzichtelijker.
Om het aanvraagproces te verduidelijken is in artikel 10, vijfde lid (nieuw), voor de aanvraag tot uitstel van de bestedingstermijn in plaats van een specifiek tijdvak (tussen 1 augustus en 1 oktober 2028) een einddatum opgenomen (30 september 2028). Voor het aanvraagproces wordt verwezen naar artikel 9, tweede lid, waarmee hetzelfde proces en formulier geldt voor de aanvraag tot wijziging van de specifieke uitkering en de aanvraag tot uitstel van de bestedingstermijn.
De Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) draagt bij aan een structurele verbetering van de leefbaarheid en veiligheid van kwetsbare gebieden. De regeling ondersteunt daarmee de integrale, langjarige uitvoeringsprogramma’s die zijn opgesteld door de focusgebieden. Met deze wijzigingsregeling is de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) verduidelijkt en waar mogelijk versimpeld.
Deze regeling heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting.
De Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) heeft met name gevolgen voor gemeenten. De partners in het alliantieoverleg, waaronder de gemeente zelf, dragen gezamenlijk bij aan de programmaorganisatie en aan de realisatie van het uitvoeringsprogramma. De Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) heeft daarnaast een beperkte invloed op de regeldruk voor de andere partners in de alliantie. De wijzigingen uit deze regeling zien op verduidelijking en versimpeling en hebben daarom geen nadelige gevolgen voor de regeldruk voor betrokken partijen.
De Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) heeft enkel gevolgen voor de negentien gemeenten met een of meerdere NPLV-gebieden. Om deze reden en het feit dat de wijzigingen zien op verduidelijking en versimpeling van de bestaande regeling, is afgezien van een openbare internetconsultatie. Wel zijn drie NPLV-gebieden informeel geconsulteerd over de voorgenomen wijzigingen. Zij hebben positief gereageerd op de voorgestelde wijzigingen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Dit wijkt af van de vaste verandermomenten. De reden is dat op grond van de Regeling kansrijk wijk (tweede tranche) de NPLV-gebieden vanaf 1 september 2026 de wijzigingsverzoeken moeten indienen. Omdat de systematiek van wijzigingsverzoeken met deze regeling is versimpeld en verduidelijkt, is het wenselijk dat deze regeling vóór 1 september 2026 in werking treedt. Daarnaast is het wenselijk om de wijzigingen tijdig bekend te maken, zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden bij het voorbereiden van hun aanvraag en zodat de wijzigingen opgenomen kunnen worden in het standaardformulier waarmee de wijzigingen worden aangevraagd. Omdat de wijzigingen enkel zien op verduidelijking en versimpeling wordt niet verwacht dat afwijking van de vaste verandermomenten leidt tot nadelige gevolgen voor de betrokken partijen.
Daarnaast is niet voorzien in overgangsrecht. Dit is ook niet wenselijk, nu juist het doel is dat de wijzigingen direct van toepassing zijn op de reeds verleende specifieke uitkeringen. De gemeenten die een specifieke uitkering ontvangen op grond van de Regeling kansrijke wijk (tweede tranche) kunnen gebruik maken van de verduidelijking en versimpeling die met deze regeling is aangebracht bij het indienen van de nog komende wijzigingsverzoeken en verzoeken tot uitstel van de bestedingstermijn.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22245.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.