Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 22150 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 22150 | overige overheidsinformatie |
Richtlijnen voor het aanvragen van een lening voor een vroegefasetraject voortkomend uit wetenschappelijk of toegepast onderzoek.
Sociale en Geesteswetenschappen
Toegepaste en Technische Wetenschappen
ZonMw
2026 najaarsronde
|
1 |
Overzicht en inleiding |
|
|
1.1 |
Kort overzicht |
|
|
1.2 |
Inleiding |
|
|
2 |
Doelstelling en achtergrond |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het Take-off programma en de ronde fase 2 Vroegefasetrajecten wo/hbo/TO2 |
|
|
2.2 |
Achtergrond |
|
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
|
3.1 |
Tijdpad |
|
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
|
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
|
3.4 |
Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC |
|
|
3.5 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
|
4 |
Beoordeling |
|
|
4.1 |
Criteria |
|
|
4.2 |
Afwijsgronden |
|
|
4.3 |
Procedure |
|
|
4.4 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
|
5 |
Na de toewijzing |
|
|
5.1 |
Start van het project, looptijd en tranchebetalingen |
|
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
|
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering project |
|
|
5.4 |
Afronding |
|
|
5.5 |
Evaluatie |
|
|
6 |
Contact |
|
|
7 |
Bijlagen |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
|
|
7.2 |
Juridisch kader |
|
|
7.3 |
Relevante bepalingen AGVV |
|
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.
Titel: Take-off fase 2 Vroegefasetrajecten wo/hbo/TO2.
Doel: Het stimuleren van ondernemerschap en nieuwe bedrijvigheid op basis van innovatieve kennis uit Nederlandse onderzoeksorganisaties (wo), erkende TO2-instellingen en Nederlandse hogescholen (hbo) door het verstrekken van vroegefasefinanciering aan innovatieve starters.
Budget: De aan te vragen subsidie per project bedraagt minimaal € 50.000 en maximaal € 450.000. De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een rentedragende geldlening. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 11 aanvragen toegewezen.
Indieningsdeadline(s):
De deadline voor het indienen van aanvragen is 1 september 2026, voor 14:00:00 CEST.
Procedure:
– indiening van de aanvraag;
– in behandeling nemen van de aanvraag;
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interview;
– vergadering beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde Take-off fase 2 Vroegefasetrajecten wo/hbo/TO2 2026 najaarsronde is ingericht en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van het Take-off programma en de fase 2 Vroegefasetrajecten wo/hbo/TO2.
Het doel van het Take-off programma is het stimuleren van ondernemerschap en nieuwe bedrijvigheid op basis van innovatieve kennis uit Nederlandse onderzoeksorganisaties (wo), erkende TO2-instellingen en Nederlandse hogescholen (hbo).
Het onderdeel fase 2 Vroegefasetrajecten verstrekt subsidies in de vorm van een geldlening met een minimale omvang van € 50.000 en een maximale omvang van € 450.000. Deze geldlening is bedoeld voor jonge innovatieve ondernemingen (startups) voor de uitvoering van vroegefasetrajecten op basis van kennisinnovaties. Daarbij moet ‘jonge’ begrepen worden als dat het bedrijf aantoonbaar niet ouder dan 5 jaar is op het moment van subsidieverlening van een aanvraag, gerekend vanaf de datum van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
Het Take-off programma bevat twee onderdelen, fase 1 Haalbaarheidsstudies en fase 2 Vroegefasetrajecten. Deze onderdelen zijn gericht op het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap en nieuwe bedrijvigheid vanuit Nederlandse onderzoeksorganisaties. NWO werkt in dit valorisatieprogramma samen met ZonMw om de toepassing van kennis te stimuleren.
Take-off is een wetenschapsbreed programma dat openstaat voor aanvragen uit alle wetenschaps- en toepassingsgebieden. Take-off komt tot stand door een samenwerking met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
De vroegefasetrajecten worden door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat via de raad van bestuur van NWO gefinancierd, die uitvoering geeft aan de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies paragraaf 3.16.4: vroegefasefinanciering voor de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter en TO2-innovatieve starter. De besluiten over de subsidieverleningen worden genomen door het bestuur van NWO-domein TTW, namens de Minister van EZK. Bij subsidieverlening wordt de uitvoeringsovereenkomst, die de subsidie in de vorm van een rentedragende geldlening regelt, op naam van NWO-domein TTW gesteld. Voorwaarden in de uitvoeringsovereenkomst volgen standaardbepalingen zoals specifiek opgenomen in bijlage 3.16.3 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies.
Een vroegefasetraject bestaat uit de nodige stappen die ervoor zorgen dat het product of de dienst commercieel en technisch levensvatbaar wordt en met succes de markt betreedt. Het betreft activiteiten die zorg dragen dat de onderneming gaat groeien, geld kan gaan verdienen en overige financiers (e.g. klanten, investeerders) aan zich kan binden. Dit gebeurt o.a. door:
1. het uiteenzetten en uitvoeren van een concreet en gedetailleerd projectplan;
2. het zoeken van contact met stakeholders en toekomstige klanten om de onderneming in staat te stellen onafhankelijk en succesvol te worden;
3. het technisch en commercieel doorontwikkelen van het product of de dienst zodat anderen (bv. private of publieke investeerders) bereid zijn verdere ontwikkeling te financieren.
Aan het eind van het vroegefasetraject heeft de startende onderneming:
1. de technologische kennis, voortgekomen uit een wo-, hbo- of TO2-instelling, doorontwikkeld tot een in de markt geïntroduceerd concept, product of dienst, en het potentieel daarmee verder te groeien;
2. een verbeterde businesscase en gevalideerde groeiplannen, met zicht op financiers die bereid zijn om de volgende groeifase van de onderneming te financieren.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De aanvrager wordt hierover geïnformeerd. Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NWO niet in behandeling.
Aanvragen
|
Augustus 2026 |
Informatiebijeenkomst |
|
1 september 2026 voor 14:00:00 CEST |
Deadline aanvragen |
|
Half september 2026 |
Verwachte reactie ontvankelijkheid van de aanvraag |
|
Eind september 2026 |
Deadline correcties (10 werkdagen na verzoek NWO) |
|
Oktober 2026 |
Preadvisering beoordelingscommissies |
|
November 2026 |
Interviews en vergaderingen beoordelingscommissies |
|
Eind december |
Besluit door het bestuur van NWO-domein TTW |
Financiering voor een Take-off fase 2 Vroegefasetraject kan worden aangevraagd door een startende onderneming (jonger dan 5 jaar, hierna te noemen “startup”) die bestaande kennis heeft overgenomen of in licentie heeft genomen van een wo-, hbo- of TO2-instelling. Er is sprake van een sterke relatie tussen onderzoekers van de onderzoeksorganisatie en de startup. Hierbij vormen innovatieve onderzoeksresultaten de unieke en expliciete basis voor commerciële activiteiten via nieuwe bedrijvigheid.
Een aanvraag kan worden ingediend door een academische, hbo- of TO2-innovatieve starter, zoals bedoeld in Artikel 3.16.1 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, die voldoet aan de volgende voorwaarden:
– is een natuurlijke persoon die economische activiteiten verricht (eenmanszaak of zzp’er) of een rechtspersoon die:
○ voldoet aan de vereisten voor een innovatieve onderneming, als bedoeld in artikel 2 (80) van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV)1 en;
○ tevens starter is, als bedoeld in artikel 22 (2) AGVV en;
○ (mede)oprichter is van een startende onderneming die op de datum van subsidieverlening (bestuursbesluit, zie paragrafen 3.1 en 4.3.4) minder dan 5 jaar staat ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel (KvK). Ten tijde van de aanvraag dient de startup volledig ingeschreven te staan bij de KvK (een nog “i.o.”, oftewel “in oprichting”, status wordt niet geaccepteerd).
De economische activiteiten van de innovatieve starter komen rechtstreeks en onmiddellijk voort uit onderzoek dat is uitgevoerd aan één van onderstaande onderzoeksorganisaties:
– universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
– universitaire medische centra zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– KNAW- en NWO-instituten;
– het Nederlands Kanker Instituut;
– het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
– NCB Naturalis;
– Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
– Prinses Máxima Centrum;
– Deltares;
– Wageningen University & Research centre (WUR);
– Maritime Research Institute Netherlands (MARIN);
– Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR);
– Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).
Deze relatie blijkt uit een overeenkomst tussen beide partijen omtrent de economische exploitatierechten van de innovatieve kennis die bij de aanvraag dient te worden meegestuurd (zie paragraaf 3.4.2.1 Kennisoverdrachtsovereenkomst). De academische, hbo- of TO2-innovatieve starter bouwt specifiek voort op deze kennis. In het geval de innovatieve starter een natuurlijke persoon betreft (bijvoorbeeld VOF), is de financiering voor een vroegefasetraject een persoonlijk krediet, hetgeen de financiële bewegingsvrijheid van die persoon aanmerkelijk kan belemmeren. Voor meer informatie zie paragraaf 5.1.1 Uitvoeringsovereenkomst.
Aanvullende voorwaarden:
– binnen de aanvraag is er sprake van, of de intentie om, kennis, IE of technologie die ontwikkeld is aan een hbo-, TO2- of wo-onderzoeksorganisatie verder te ontwikkelen richting een product, proces of dienst en deze commercieel op de markt te zetten. De innovatieve starter dient specifiek voort te bouwen op deze kennis, IE of technologie. De ingestelde beoordelingscommissie heeft tijdens het interview het laatste oordeel hierover;
– het vroegefasetraject is nog niet gestart;
– er is nog niet eerder door de Minister van Economische Zaken en Klimaat subsidie verstrekt aan het vroegefasetraject.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 4.950.000.
Per project is minimaal € 50.000 en maximaal € 450.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 24 maanden. De aanvrager kan kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen (mits deze in bezit komen van de startup) en kennisbenutting. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Het subsidieplafond wordt naar verhouding van het aantal ontvankelijke aanvragen verdeeld over de clusters Alfa/Gamma, Bèta-Techniek en Life Sciences (zie clusterkeuze, paragraaf 3.4.1). Ieder cluster ontvangt budget om ten minste één voorstel met een positief toekenningsadvies te kunnen toewijzen, bij ten minste één aanvraag en ongeacht het totaal aantal aanvragen in het cluster.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Personele kosten van de startup
U kunt arbeidskosten en loonkosten van de aanvrager opvoeren voor personeel in dienst van de startup. Financiering voor tijdelijke en vaste personeelsplaatsen is beperkt tot de looptijd van het project.
Personeelskosten van de betrokken onderzoeksorganisatie
Voor personeel dat werkzaam is bij de betrokken onderzoeksorganisatie kunnen loonkosten worden opgevoerd. Tijdelijke en vaste personeelsplaatsen komen in aanmerking voor financiering tot een maximum van de duur van het project.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten, zoals gebruikersgoederen, kleine instrumenten, hulpmiddelen, trainingen en kosten voor het inhuren van diensten van derden.
Wanneer u naast een aanvraag in dit NWO Take-off instrument ook een lopende aanvraag heeft in een (of meerdere) van de NWO instrumenten binnen de financieringslijn Innovatie Versneller (zijnde Faculty of Impact, Venture Challenge of Demonstrator), is het niet toegestaan om in de aanvraag voor dit NWO Take-off instrument kosten op te nemen die reeds onderdeel zijn van een lopende aanvraag (of aanvragen). Doet u dit toch dan zal NWO uw aanvraag in dit NWO Take-off instrument niet in behandeling nemen. U kunt deze kosten pas weer opnemen in een nieuwe aanvraag als de reeds lopende aanvraag afgewezen is. Voorbeelden zijn: kosten voor een meetopstelling, kosten voor een coaching- of opleidingstraject, of salariskosten die optellen tot meer dan 1 fte per aanstelling.
Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt en die eigendom worden van de startup. Alleen de afschrijvingskosten van de investering gedurende de looptijd van het project worden gefinancierd.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit onderzoek wordt benut, om zo de maatschappelijke impact van onderzoek te vergroten. Het gaat hierbij om kosten voor onderzoek naar de kennispositie van de startup of instandhoudingskosten van octrooien in eigendom van de startup en voor maximaal de looptijd van het vroegefasetraject. Kosten voor het aanvragen van een octrooi zijn niet toegestaan.
NWO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC. Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– maak een ISAAC account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;
– in ISAAC vult u de gevraagde gegevens in;
– nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot vijf werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;
– download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;
– de aanvraag is geschreven in het Nederlands of Engels;
– sla het ingevulde aanvraagformulier met de bijhorende bijlagen op als één pdf en dien het in ISAAC in;
– dien apart de verplichte aanvullende bijlagen in: uitslag MKB-toets, verklaring AGVV en uittreksel KvK handelsregister;
– in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom.
Voorzie het aanvraagformulier van de volgende verplichte bijlagen:
– (concept) kennisoverdrachtsovereenkomst (of verklaring kennis in publieke domein) (zie 3.4.2);
– haalbaarheidsrapportage (zie 3.4.2);
– kasstroomprognose (zie 3.4.2);
– begroting (NWO Take-off template).
Optionele bijlagen in het aanvraagformulier, uitsluitend:
– steunbrieven;
Voorzie de aanvraag van de volgende aanvullende bijlagen, door deze apart te uploaden in ISAAC:
– uitslag MKB-toets (zie 3.4.2);
– verklaring AGVV (zie 3.4.2);
– uittreksel KvK handelsregister (zie 3.4.2);
– verklaring speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaring, WBSO subsidie) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (optioneel).
Gebruik voor de aanvraag en bijlagen alleen de door NWO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. Voor de begroting moet het Excel-bestand worden ingevuld. Sla het begrotingsformulier op als pdf en voeg deze toe als laatste pagina van het aanvraagformulier (de begroting moet in zijn geheel, zonder onderdelen te hebben verwijderd, in één pagina te lezen zijn).
Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.
Voor deze ronde moet de aanvraag bij een specifiek cluster ingediend worden. De aanvrager geeft een clusterkeuze door. Hierbij is er de keuze uit:
– Alfa/Gamma
– Bèta & Techniek
– Life Sciences
Bedenk tijdig welk van de clusters het meest geschikt is om de aanvraag in deze ronde in te dienen. De aanvrager geeft een clusterkeuze door. De beoordelingscommissie bepaalt de definitieve clusterindeling. Op advies van de commissie (voorzitter) kan het programmabureau de aanvraag terugplaatsten voor correctie indien de clusterkeuze aangepast dient te worden. Neem bij twijfel, bijvoorbeeld omdat de aanvraag een (deels) domein overstijgend karakter heeft, contact op (ruim voor de indieningsdeadline) met één van de contactpersonen van het programma. Deze persoon kan adviseren waar de aanvraag het beste kan worden ingediend. Zie voor de contactgegevens hoofdstuk 6.
Cluster Alfa/Gamma
Binnen het Alfa/Gamma (AG) cluster worden aanvragen beoordeeld die behoren tot de alfa- en gammawetenschappen, ook wel de sociale en geesteswetenschappen genoemd. Dit zijn aanvragen op het gebied van gedrag en maatschappij, waaronder; sociologie, antropologie, bestuurskunde, economie, rechten, politicologie, psychologie, pedagogiek, onderwijs en communicatiewetenschappen. Ook vallen binnen dit cluster aanvragen op het gebied van linguïstiek/taal, (kunst)geschiedenis, filosofie, religie, en cultuurwetenschappen.
Cluster Bèta & Techniek
Binnen het Bèta & Techniek (BT) cluster worden aanvragen beoordeeld die behoren tot de exacte/bèta wetenschappen en de techniek in de meest brede zin van de definitie. Dit zijn aanvragen waarbij bijvoorbeeld procestechnologie, batterijtechnologie of biotechnologie aan de basis staat van de aanvraag.
Cluster Life Sciences
Binnen het Life Sciences (LS) cluster worden aanvragen beoordeeld die zich richten op gezondheidszorgonderzoek en zorginnovatie binnen de totale innovatiecyclus. Daarbij kan men denken aan de implementatie van nieuwe behandelingen, medische techniek preventieve interventies of verbeteringen in de structuur van de gezondheidszorg.
Bij subsidieaanvragen voor Take-off fase 2 Vroegefasetrajecten is ten tijde van de aanvraag een (concept of getekende) kennisoverdrachtsovereenkomst vereist. Het doel van deze subsidieverplichting is om voorafgaand aan het vroegefasetraject de overdracht van de bestaande wetenschappelijke kennis naar de startup te borgen. Voor de startup is het beschikken over het IP, of de relevante exploitatierechten daarop essentieel voor het verkrijgen van toekomstige financiering en het product of dienst naar de markt brengen.
De kennisoverdrachtsovereenkomst is een juridische overeenkomst waarin wordt beschreven welke bestaande kennis wordt overgedragen of beschikbaar wordt gesteld aan de startup en welke rechten de startup heeft gekregen. Doel van het document is om de startup freedom-to-operate te geven ten aanzien van de benodigde kennis of IE. Met name de economische exploitatierechten zijn daarbij van belang. Deze overeenkomst moet getekend worden door tekenbevoegde vertegenwoordigers van beide organisaties.
Het juridische document tussen de onderzoeksorganisatie en de startup dient ten minste te beschrijven:
– welke kennis of IE er wordt overgedragen, en waar deze kennis of IE is ontwikkeld;
– op welke wijze de overdracht plaatsvindt (licentie, verkoop, anders);
– tegen welke voorwaarden de overdracht plaatsvindt (bijvoorbeeld prijs, deelname van de onderzoeksorganisatie in de onderneming, royalties, exclusiviteit, sublicentiëring en overdraagbaarheid, duur van de overeenkomst, ontbindende voorwaarde, anti-shelving beding, etc.);
– de namen, titels, functies en contactgegevens van tekenbevoegden2 voor mogelijke verificatie.
Indien de over te dragen kennis reeds volledig in het publieke domein is, volstaat een getekende brief van de betrokken onderzoeksorganisatie met daarin een beschrijving van de kennis, een verklaring dat de kennis ontwikkeld is aan de onderzoeksorganisatie, en een verklaring dat er voor de startup geen beperkingen zijn voor het (commerciële) gebruik van de kennis.
Bij de check op het in behandeling nemen van de volledige aanvraag controleert NWO of de bijgevoegde (concept) kennisoverdrachtsovereenkomst of verklaring kennis in het publieke domein voldoet aan de hierboven gestelde eisen. Indien dat, na de mogelijkheid tot herstel, niet het geval is, zal de aanvraag niet in behandeling genomen worden.
Uitgangspunt hierbij is dat de uiteindelijke overeenkomst voldoende garanties biedt aan de startup dat deze gebruik kan maken van de kennis voor het vermarkten van haar product of dienst. NWO adviseert aanvragers om in een vroeg stadium contact op te nemen met de relevante KTO/TTO/soortgelijke afdeling van de onderzoeksorganisatie, en bij vragen ruim voor de deadline contact op te nemen met het Take-off team.
Wanneer de kennisoverdrachtsovereenkomst ten tijde van de aanvraag nog een concept betreft, dient NWO-domein TTW binnen 8 weken na dagtekening van het subsidieverleningsbesluit een ondertekende versie van de kennisoverdrachtsovereenkomst te hebben ontvangen via take-off@NWO.nl. Indien dit niet gebeurt wordt niet aan de voorwaarden voor subsidieverlening voldaan zal NWO de subsidie intrekken.
Deze kan, maar hoeft niet (uitsluitend) te zijn voortgekomen uit een Take-off fase 1 Haalbaarheidsstudie. In deze rapportage moet duidelijk/expliciet aangetoond zijn op basis van welke gevalideerde aannames is geconcludeerd dat het in de aanvraag gepresenteerde businessplan commercieel en technisch haalbaar en/of levensvatbaar is. Deze bevat dus een technische én een commerciële component. Een ‘proof-of-principle’ studie waarin slechts de (technische) werking van de vinding wordt aangetoond is onvoldoende (max. 8 pagina’s).
De kasstroomprognose laat een financiële voorspelling van de in- en uitgaande geldstromen van de onderneming voor een periode van de komende 5 jaar zien (max. 2 pagina’s).
Alleen mkb-ondernemingen komen in aanmerking voor subsidie. Om te toetsen of er sprake is van een mkb-onderneming wordt de Engelstalige online mkb-zelftest van de Europese Commissie gebruikt, de SME Wizard. De (positieve) uitkomst hiervan maakt als bijlage deel uit van de aanvraag.
De subsidie voor het vroegefasetraject aan de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter houdt geoorloofde staatssteun in. NWO financiert de aanvragen in deze Call for proposals daarom met toepassing van artikel 22 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna: “AGVV”) 3. NWO verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat de aanvraag past binnen de definities en voorwaarden van de AGVV.
NWO verstrekt geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, met uitzondering van steunregelingen tot herstel van de schade veroorzaakt door bepaalde natuurrampen. Daarnaast verstrekt NWO geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 2(18) van de AGVV.
Cumuleren van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de toepasselijke aanmeldingsdrempel krachtens artikel 4(1) van de AGVV geldt, worden overschreden. Voor de innovatieve starter geldt bovendien dat het maximum steunbedrag zoals benoemd in artikel 22(3) van de AGVV niet alleen betrekking heeft op een subsidie uit het Take-off programma, maar ook op andere mogelijke staatssteun die deze starter uit andere hoofde ontvangt als innovatieve starter.
Alle aanvragers die subsidie aanvragen voor het vroegefasetraject aan de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter dienen de verklaring AGVV Take off fase 2 ingevuld en ondertekend als bijlage bij de aanvraag te uploaden in ISAAC.
Relevante bepalingen van de AGVV indien de subsidie aan een bedrijf wordt toegekend zijn te vinden in bijlage 7.3.
Op de datum van subsidieverlening (bestuursbesluit, zie paragrafen 3.1 en 4.3.4) dient de startup minder dan 5 jaar ingeschreven te staan bij de Nederlandse Kamer van Koophandel (KvK). Een B.V. heeft de voorkeur i.v.m. aansprakelijkheid en persoonlijk risico. De onderneming dient ten tijde van de aanvraag volledig te zijn ingeschreven bij de KvK (een nog “i.o.”, oftewel “in oprichting”, status wordt niet geaccepteerd).
NWO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Voorwaarden:
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.2 en paragraaf 7.1 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.4.4;
– de aanvraag voldoet aan de aanvullende voorwaarden voor indiening zoals beschreven in paragraaf 3.4.2;
– de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;
– het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager;
– de aanvraag is in het Nederlands/Engels opgesteld;
– de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 24 maanden;
– de aanvragende startup kwalificeert als mkb volgens de Europese Commissie zoals blijkt uit de mkb toets (zie paragraaf 3.4.2);
– de onderneming dient ten tijden van de aanmelding volledig te zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (een “i.o.”, oftewel nog “in oprichting”, status is niet afdoende) (zie paragraaf 3.4.2);
– de start-up is niet ouder dan 5 jaar op het moment van eventuele subsidieverlening van de aanvraag, gerekend vanaf de datum van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
– de (concept) kennisoverdrachtsovereenkomst (of de verklaring kennis in het publieke domein) voldoet aan de eisen uit paragraaf 3.4.2. Indien de kennisoverdrachtsovereenkomst (of de verklaring kennis in het publieke domein) bij het indienen van de aanvraag niet aan de voorwaarden voldoet kan dit er toe leiden dat uw aanvraag niet in behandeling genomen wordt.
In het aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
Om de leesbaarheid te bevorderen van alle voorstellen gelden de volgende vormeisen:
– een volledig voorstel mag maximaal 15 pagina’s zijn. De bijlagen (waaronder de volledige begroting als laatste pagina van het voorstel) tellen niet mee voor het maximum aantal pagina’s;
– de bijgevoegde kasstroomprognose mag maximaal 2 pagina’s zijn;
– de bijgevoegde haalbaarheidsrapportage mag maximaal 8 pagina’s zijn;
– het verplichte lettertype is Calibri, tekengrootte 10. Alle tekst in de aanvraag (waaronder ook in figuren) dient aan deze minimale tekengrootte van 10 te voldoen.
In behandeling nemen en administratieve correcties
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NWO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal tien werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling.
Informeren eigen onderzoeksorganisatie
NWO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NWO met de aanvrager.
In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en gaat van start nadat een aanvraag in behandeling is genomen. De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Voor deze ronde geldt dat een aanvraag moet passen binnen de thematische beschrijving van het programma.
1. Kennisbasis en innovativiteit van het vroegefasetraject (weegt 20% mee in de beoordeling)
– kennis die aan het basis ligt van het bedrijfsidee;
– vernieuwende elementen.
2. Commercieel perspectief van het vroegefasetraject (weegt 40% mee in de beoordeling)
– economische activiteiten van de innovatieve starter;
– marktbehoefte;
– de zekerheid van terugbetaling van de geldlening (economisch perspectief, dit op basis van de verwachte introductie op de markt en de verwachte inkomsten);
– de positie met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten;
– commerciële haalbaarheid.
3. Kwaliteit van de innovatieve starter en het betrokken team bij het vroegefasetraject (weegt 20% mee in de beoordeling)
– inhoudelijke kennis en expertise;
– commerciële expertise;
– ondernemerskwaliteiten;
– motivatie en ambitieniveau van het betrokken team;
– betrokkenheid van ervaren ondernemerscoaches en geïnteresseerde financiers met relevante netwerken.
4. Kwaliteit van het vroegefasetraject projectplan (weegt 20% mee in de beoordeling)
– kwaliteit en haalbaarheid van het vroegefasetraject, waaronder een deugdelijk onderbouwde begroting en het financieringsplan;
– de begroting dient passend te zijn bij de voorgenomen activiteiten in het vroegefasetraject.
De criteria krijgen een score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend.
Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op deze criteria en worden op basis van deze score in prioritering gezet. Op interviewdagen met vijf of meer aanvragen worden de scores van de leden van de beoordelingscommissie genormaliseerd om tot een prioritering te komen. NWO past normalisatie toe op basis van de mediaan en de gemiddelde deviatie.
Om in aanmerking te komen voor subsidie dient een aanvraag tenminste gemiddeld een 4,0 te scoren als geheel en tenminste gemiddeld een 5,4 op elk van de criteria. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend kunnen worden afgewezen op grond van onderstaande afwijzingsgronden:
– indien aannemelijk is dat de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter de financiering waarvoor de aanvraag is ingediend zelf heeft of kan verkrijgen bij anderen;
– voor zover de voorziene kosten van het vroegefasetraject hoger zijn dan € 450.000 of lager dan zijn € 50.000;
– indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter het vroegefasetraject in uitvoeringstechnische zin zo zal kunnen voltooien dat hij financiering voor de fase na het vroegefasetraject zal kunnen verkrijgen;
– indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter of TO2-innovatieve starter de geldlening, bedoeld in artikel 3.16.12, eerste lid, kan terugbetalen.
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interview;
– vergadering beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Per cluster (Alfa/Gamma, Bèta & Techniek en Life Sciences) wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld. De leden van de beoordelingscommissies zijn afkomstig uit verschillende sectoren van de samenleving: onderzoeksorganisaties, het bedrijfsleven en andere maatschappelijke sectoren en worden geselecteerd uit een pool van experts, ondernemers, business developers, coaches, investeerders en financiers met ruime ervaring in ondernemerschap, het coachen en financieren van startups. Iedere interviewdag kent een unieke samenstelling van de beoordelingscommissie. Vanuit elk cluster wordt een subsidieverleningsadvies gegeven aan het TTW-domeinbestuur. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.
De aanvraag wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per aanvraag bij voorkeur minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). Dit schriftelijk commentaar wordt geanonimiseerd en zonder score omstreeks een week voor het interview toegezonden naar de hoofdaanvrager en kan gebruikt worden ter voorbereiding op het interview.
Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook nieuwe vragen zijn die niet door de preadviseurs zijn opgeworpen. De aanvrager kan tijdens het interview in de discussie met de beoordelingscommissie reageren. Op deze wijze wordt aanvullend hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling van de preadviseurs.
Interviews zullen, onder voorbehoud van calamiteiten, fysiek plaatsvinden.
De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de preadviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de preadviseurs en bekijkt of tijdens het interview een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de preadviezen. De beoordelingscommissie geeft alle aanvragen een eindscore, afgerond op twee decimalen.
Elke beoordelingscommissie levert een gerangschikte lijst van aanvragen en brengt een toekenningsadvies uit op basis van de prioritering, de minimum kwalificaties en eventueel geldende afwijsgronden. In geval er meer interviewdagen zijn binnen een cluster worden de aanvragen met een positief toekenningsadvies uit de gerangschikte lijsten op basis van de scores in elkaar geschoven, waarmee één ranking ontstaat van alle aanvragen met een positief toekenningsadvies binnen dat cluster. Deze ranglijst is de basis voor het definitief advies aan het besluitnemend orgaan.
Indien er bij één of meer van de clusters resterende middelen zijn, dan worden de aanvragen uit de drie clusters met een positief toekenningsadvies die niet gehonoreerd konden worden op grond van de prioritering en de beperkte beschikbare middelen binnen het cluster samengevoegd in één nieuwe ranglijst op basis van de scores. De hoogst scorende aanvragen worden toegewezen, zolang de resterende middelen strekken.
Indien een ex aequo situatie ontstaat op de selectiegrens, die de definitie van paragraaf 4.4.6 van deze Call for proposals volgt, zal de procedure worden gevolgd door de clustercommissie volgens de beschrijving van paragraaf 4.4.6 van deze Call for Proposals. Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het besluitnemend orgaan.
De beoordelingscommissies stellen naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van NWO-domein TTW over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria.
Voor de besluitvorming toetst het bestuur van NWO-domein TTW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe- en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Commercieel perspectief van het vroegefasetraject’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van de innovatieve starter en het team dat betrokken is bij het vroegefasetraject’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering. Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het bestuur van NWO-domein TTW.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de aanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NWO. De projectleider is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
De projectleider van het project ontvangt namens het bestuur van NWO-domein TTW een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld. De uitvoeringsovereenkomst en ondertekende kennisoverdrachtsovereenkomst dienen voor aanvang van het project te worden ingediend. Zonder deze documenten mag het project niet starten. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat aan alle startvoorwaarden is voldaan.
Het Take-off vroegefasetraject zal van start gaan binnen 6 maanden na de datum van het subsidieverleningsbesluit. De officiële startdatum is gelijk aan de inwerkingtreding van de Uitvoeringsovereenkomst (zie paragraaf 5.1.1 voor meer informatie).
De maximale looptijd van een vroegefasetraject is 24 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van de Uitvoeringsovereenkomst, tenzij NWO-domein TTW schriftelijk toestemming geeft voor een langere looptijd. Kosten buiten de looptijd zijn niet subsidiabel.
De uitbetaling van de geldlening verloopt via twee tranches. De eerste tranche bedraagt in principe 1/3e van de totale geldlening, afgerond op € 100, en wordt overgemaakt nadat NWO-domein TTW de Uitvoeringsovereenkomst met de innovatieve starter heeft gesloten en deze in werking is getreden.
Voor de uitbetaling van de tweede tranche dient de innovatieve starter aan te tonen middels een kostenverantwoording en in een gesprek met het TTW-bureau (het tweede tranchegesprek) dat hij de begrote en ontvangen kosten voor de uitvoering van de eerste tranche van het vroegefasetraject heeft gemaakt en betaald, of dit binnen afzienbare tijd gaat doen (zie paragraaf 5.2.1 voor meer informatie).
De financiering voor Take-off fase 2 Vroegefasetrajecten wordt verstrekt als subsidie in de vorm van een geldlening, waarover rente verschuldigd is. Er wordt geen borg, onderpand of andere zekerheid gevraagd voor de geldlening. NWO-domein TTW sluit een Uitvoeringsovereenkomst, zoals voorgeschreven in de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, met de innovatieve starter, waarin onder andere de omvang van de maximale hoofdsom, de verschuldigde rente, de aflossing en de vervroegde opeisbaarheid worden vastgelegd. De standaardbepalingen voor de overeenkomst van geldlening zijn gepubliceerd in de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies met betrekking tot vroegefasefinanciering innovatieve starter.
Binnen 8 weken na de datum van het subsidieverleningsbesluit moet de overeenkomst van geldlening tussen NWO-domein TTW en de subsidieontvanger (innovatieve starter) getekend zijn. Als deze overeenkomst niet tijdig tot stand komt, bijvoorbeeld omdat de subsidieontvanger en NWO-domein TTW geen overeenstemming bereiken, trekt NWO de subsidie in.
Uit de Uitvoeringsovereenkomst vloeit voort dat de lening moet worden terugbetaald volgens een vast schema. Dat schema houdt een jaarlijkse terugbetaling in, startend drie jaar na inwerkingtreding van de Uitvoeringsovereenkomst. De eerste vijf jaarlijkse terugbetalingen bedragen steeds 20% van de toegewezen subsidie. De zesde en laatste termijn bedraagt het op dat moment nog uitstaande bedrag van de hoofdsom en de lopende rente. In de aflossingsperiode kan maximaal tweemaal een jaar uitstel worden gegeven van de verplichting tot aflossing (waar dan mogelijk wel voorwaarden aan worden verbonden). De terugbetaalverplichting stopt als de financiering plus rente is terugbetaald. Versneld aflossen is mogelijk.
NWO-domein TTW kan te allen tijde de financiering tussentijds beëindigen en de lening geheel of gedeeltelijk opeisen zonder dat daarbij enige termijn in acht hoeft te worden genomen (artikel 10 van de Uitvoeringsovereenkomst).
NWO-domein TTW is bevoegd de lening op te eisen indien de activiteiten waarvoor de lening is verstrekt niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden, dan wel de begunstigde niet heeft voldaan aan de voorwaarden, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid, dan wel de lening verstrekking onjuist was en begunstigde dit hoorde te weten.
Wanneer de kennisoverdrachtsovereenkomst ten tijde van de aanvraag nog een concept betreft, dient NWO-domein TTW binnen 8 weken na dagtekening van het subsidieverleningsbesluit een ondertekende versie van de kennisoverdrachtsovereenkomst te hebben ontvangen via take-off@NWO.nl. Indien dit niet gebeurt wordt niet aan de voorwaarden voor subsidieverlening voldaan zal NWO de subsidie intrekken. Zie paragraaf 3.4.2 voor meer informatie over de vereiste voor de kennisoverdrachtsovereenkomst.
Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NWO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.
NWO vraagt bij een verzoek voor uitbetaling van tweede tranche informatie over de inhoudelijke voortgang, kostenverantwoording en financiële prognose voor de rest van de looptijd van het vroegefasetraject op. Voor de kostenverantwoording gebruikt de projectleider hetzelfde sjabloon als voor de eindrapportage (zie hoofdstuk 5.4 Afronding). De projectleider dient de informatie over de voortgang (inclusief kostenverantwoording en financiële prognose) in, en vraagt een tweede tranchegesprek aan door een verzoek te uploaden op het tabblad ‘wijzigingsverzoek’, via de projectpagina van het online aanvraagsysteem ISAAC. Mocht de tweede tranche niet worden opgevraagd, dan vervalt dit gesprek en is er enkel een eindrapportage- en gesprek. NWO-domein TTW kan het bedrag van de tweede tranche in twee gedeelten uitkeren en er kunnen extra voorwaarden gesteld worden alvorens het tweede deel van de tweede tranche betaalbaar wordt gesteld.
Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voorleggen aan NWO via een wijzigingsformulier via het ISAAC account van de aanvrager.
Zodra er aanleiding is voor de projectleider en/of een begunstigde om te veronderstellen dat het project niet of niet geheel vóór de einddatum kan worden afgerond of dat vóór de einddatum niet of niet geheel aan de subsidievoorwaarden zal worden voldaan, dient deze dit onverwijld te melden aan NWO. Hiervan is onder meer sprake in de volgende gevallen:
– indien de start van het project vertraging oploopt;
– indien (de uitvoering van) het project vertraging oploopt;
– indien uitgaven per kostensoort niet conform goedgekeurde aanvraagbegroting worden gedaan, met uitzondering van kleine verschuivingen tussen kostensoort zoals weergegeven in bijlage 7.1.
Kleine verschuivingen worden beschouwd indien:
– de kostensoort met 20% of minder wordt overschreden ten opzichte van de aanvraagbegroting;
– de kostensoort met meer dan 20% wordt overschreden ten opzichte van de aanvraagbegroting, maar deze overschrijding niet hoger is dan € 5.000.
Het aangevraagde budget in de studie is een beoogd budget, dat pas achteraf wordt omgezet in een subsidie middels een subsidievaststelling.
Inhoudelijke activiteiten die veranderen ten opzichte van het activiteitenplan in de toegewezen aanvraag en noodzakelijke projectverlengingen dienen vooraf besproken te zijn met NWO. Voor elke substantiële inhoudelijke wijziging van de door NWO toegewezen aanvraag is voorafgaande toestemming van NWO vereist. Te denken valt aan een werkpakket vervangen door een andere set activiteiten, de samenstelling van het team veranderen, of andere wijzigingen die tot een ander besluit over de honorering van de aanvraag hadden kunnen leiden. Bij afwijkingen van de voorgestelde projectactiviteiten zonder toestemming van NWO riskeert de aanvrager een lagere vaststelling van het subsidiebedrag, of een intrekking van het subsidieverleningsbesluit. Bij een verlenging van de looptijd van het project verschuift de datum van de eerste terugbetaling zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst tevens niet.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NWO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.
NWO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point).
Uiterlijk drie maanden na het einde van de looptijd van het project levert de projectleider schriftelijk een inhoudelijk en financieel eindverslag in. Het niet of niet tijdig indienen van deze verslagen kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. De projectleider ontvangt een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Een basis eindverslagsjabloon en een financieel eindverslagsjabloon zijn te vinden op: Het afsluiten van een project | NWO. Indien er een afwijkend eindverslagsjabloon voor het project geldt, ontvangt de projectleider daar te zijner tijd informatie over.
Aan het eind van het vroegefasetraject dienen de volgende documenten te worden opgeleverd via de projectpagina in ISAAC.
Een (inhoudelijke) rapportage die:
– De uitvoering van het project samenvat door o.a. te beschrijven welke doelen zijn gehaald, wat de staat van de beoogde onderneming is, waaraan de lening is uitgegeven, eventuele aanpassingen die zijn gemaakt. Voor meer informatie zie Take-off | NWO onder ‘Documenten’, ‘Formulier eindrapport Take-off Vroegefasetraject’.
Een kostenverantwoording die:
– Het aangevraagde budget weergeeft;
– Het gerealiseerde budget weergeeft.
Om zekerheid te verkrijgen over of de subsidie op de juiste wijze is besteed, vraagt NWO een samenstellingsverklaring van een accountant ter verantwoording van de gemaakte kosten. Maak hiervoor gebruik van het ‘Model samenstellingsverklaring’ uit de Uitvoeringsovereenkomst.
Vragen over de financiering van aanvragen?
Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Vragen over de inhoud van deze ronde?
Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:
Anouk Borsboom, Programme Officer, Tel: 070 349 4348, E-mail: aanvragentake-off@nwo.nl.
Voor algemene vragen en correspondentie tijdens de loop van een toegewezen project:
E-mail: take-off@nwo.nl
Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Personele kosten van de startup
U kunt arbeidskosten en loonkosten van de aanvrager opvoeren voor personeel in dienst van de startup. Financiering voor tijdelijke en vaste personeelsplaatsen is beperkt tot de looptijd van het project.
Arbeidskosten van (mede)-oprichters en (adviserende) aandeelhouders vallen binnen deze subsidie onder personele kosten van de startup (ook wanneer deze voor de startup werkzaam zijn onder bijvoorbeeld een managementcontract). Dit vanwege de directe relatie tussen de natuurlijke personen (i.e. aandeelhouders, oprichters) en de rechtspersoon (de startup).
Het maximale subsidiabele uurtarief bedraagt € 45,– per uur.
Let op: Indien u hiervan wenst af te wijken en hogere tarieven wilt rekenen, dan kan dit niet bekostigd worden vanuit deze subsidiegelden.
Personeelskosten van de betrokken onderzoeksorganisatie
Voor personeel dat werkzaam is bij de betrokken onderzoeksorganisatie kunnen loonkosten worden opgevoerd. Tijdelijke en vaste personeelsplaatsen komen in aanmerking voor financiering tot een maximum van de duur van het project.
Voor kosten van personeel in dienst van de betrokken onderzoeksorganisatie gelden vaste uurtarieven: zie hieronder. De uurtarieven zijn gebaseerd op de UNL-salaristabellen, geldig vanaf 1 juli 2025.
Uitzondering is het AGIO/AGNIO uurtarief; dit is gebaseerd op de UMCNL-salaristabellen, geldig vanaf 1 juli 2025. Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
De verplichte uurtarieven zijn tot stand gekomen door het gemiddelde te nemen van de eerste twee jaren van een aanstellingstype (som van het totaal van jaar 1 en jaar 2 gedeeld door 2), en dit vervolgens te delen door 1650 (het aantal werkbare uren per jaar).
Verplichte uurtarieven per type aanstelling:
|
AIO |
€ 42,52 |
|
Postdoc |
€ 60,97 |
|
Wetenschappelijk personeel vaste aanstelling |
€ 60,97 |
|
Niet Wetenschappelijk Personeel MBO |
€ 45,39 |
|
Niet Wetenschappelijk Personeel HBO |
€ 54,56 |
|
Niet Wetenschappelijk Personeel Academisch |
€ 65,31 |
|
AGIO, AGNIO |
€ 55,62 |
Let op
Projecten die zijn toegewezen in deze subsidieronde dienen de bovenstaande tarieven te gebruiken voor de gehele looptijd van het project. Personeelslasten die al gefinancierd worden vanuit een andere subsidie (al dan niet verstrekt door NWO) komen niet in aanmerking voor vergoeding.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten, zoals gebruikersgoederen, kleine instrumenten (>€ 20.000,–), hulpmiddelen en trainingen (bijvoorbeeld voor het opdoen van ondernemersvaardigheden) en kosten voor het inhuren van diensten van derden.
Kosten voor het inhuren van derden
Kosten van derden komen in aanmerking voor financiering tot een maximum van de duur van het project, voor zover zij projectactiviteiten uitvoeren in opdracht van de aanvrager. Onder kosten van derden wordt verstaan: kosten die gemaakt worden voor het inhuren van diensten van personen, die geen werk verrichten als onderdeel van de startup of van een betrokken onderzoeksorganisatie. Dit kunnen diensten zijn van onderzoeksorganisaties, commerciële instellingen, coaches, consultants en/of zzp-ers. Deze komen in aanmerking voor financiering voor zover onderdeel van de goedgekeurde begroting. Kosten van (mede)-oprichter, aandeelhouders en overige personen met een direct belang bij de startup vallen niet onder kosten van derden (zie paragraaf 7.1.1 Personeel, sub-alinea Personele kosten van de start-up).
Het maximale subsidiabele uurtarief voor diensten van derden bedraagt € 125,– per uur.
Kosten die niet worden vergoed
De volgende kostensoorten niet vergoed:
– het is niet toegestaan om uit deze vroegefasefinanciering de eigen bijdrage voor deelname in de NWO Venture Challenge te bekostigen;
– algemene bedrijfskosten (zoals oprichtings-, notaris-, accountant- en administratiekosten, printkosten, internet of mobiele telefonie abonnementen, software voor algemene bedrijfsvoering zoals MS Office, etc.);
– kosten voor regulier woon/werk reizen;
– kosten gemaakt buiten de looptijd van het toegewezen project;
– kosten voor het maken, beheren/onderhouden en hosten van een website, tenzij het nut hiervan voor het uitvoeren van het vroegefasetraject toegelicht wordt in het projectplan van de aanvraag;
– kosten voor huisvesting;
– kosten voor desktops of laptops, tenzij deze bijzondere functionaliteiten/hardware-eisen hebben waarvan de noodzaak toegelicht worden in het projectplan in de aanvraag;
– alle kosten in het aanvraagproces van een octrooi.
Let op
Betaalde btw over bijvoorbeeld ingekochte goederen, diensten en investeringen wordt alleen vergoed voor zover de onderneming/start-up geen btw-aftrek heeft. Btw wordt dus alleen vergoed wanneer dit onderdeel uitmaakt van de kosten van de aanvrager.
Alleen kosten gemaakt tijdens de looptijd van het vroegefasetraject mogen worden opgegeven. Kosten voorafgaand aan of na afloop van de looptijd zijn niet subsidieerbaar/declarabel.
Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt en die eigendom worden van de startup. Alleen de afschrijvingskosten van de investering gedurende de looptijd van het project worden gefinancierd.
Het gaat hier alleen om de afschrijvingskosten van de investering gedurende de looptijd van het project. Dit is 24 maanden. Rekenvoorbeeld: een detector van € 60.000,– aanschafwaarde, die eigendom wordt van de start-up, met een afschrijftijd van vijf jaar, mag voor € 24.000,– worden opgevoerd in de begroting van deze subsidieaanvraag.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Niet-subsidiabel zijn:
– loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kunnen niet worden opgevoerd als onderdeel van de investering. Deze kosten kunnen eventueel via het materieel budget aangevraagd worden;
– kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden (volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding).
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit onderzoek wordt benut, om zo de maatschappelijke impact van onderzoek te vergroten. Binnen de Take-off fase 2 Vroegefasetrajecten zijn de volgende kosten subsidiabel.
– Kosten voor onderzoek naar de kennispositie van de startup tot aan een eventuele octrooiaanvraag (bijv. een novelty search of het inwinnen van juridisch advies);
– Kosten om het intellectueel eigendom van de onderzoeksorganisatie in licentie te ontvangen, voor maximaal de looptijd van het vroegefasetraject (24 maanden);
– Instandhoudingskosten van octrooien, voor maximaal de looptijd van het vroegefasetraject (24 maanden), mits het octrooi in bezit is van de startup.
Let op
Kosten voor het aanvragen van octrooien zijn niet subsidiabel. Kosten om een bestaand octrooi uit te breiden naar nieuwe gebieden, of het uitbreiden van claims, zijn niet toegestaan.
Een licentiehouder is geen eigenaar van een octrooi. Instandhoudingskosten voor octrooien die in bezit zijn van de wo-, hbo-, TO2-onderzoeksorganisatie en (exclusief dan wel non-exclusief) worden uitgelicentieerd aan de startup zijn dus niet toegestaan.
De tekst in deze Call for proposals is slechts bedoeld als aanvulling op de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies zoals deze is gepubliceerd in de Staatscourant op 6 mei 2026 (wetten.nl – Regeling – Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies – BWBR0035474). In gevallen waarin er een tegenspraak is tussen deze Call for proposals en de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, prevaleert de laatste.
Artikel 2, onderdeel 80:
’innovatieve onderneming”: een onderneming die aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
a) zij kan aan de hand van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie aantonen dat zij in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procedés zal ontwikkelen die nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in deze sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden;
b) haar kosten voor onderzoek en ontwikkeling bedragen ten minste 10% van haar totale exploitatiekosten in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de toekenning van de steun of, in het geval van een start-up zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant;
c) in de drie jaar voorafgaand aan de toekenning van de steun: i) heeft zij van de Europese Innovatieraad een excellentiekeurmerk gekregen overeenkomstig het Horizon 2020-werkprogramma 2018–2020 dat is vastgesteld bij Uitvoeringsbesluit C(2017) 7124 van de Commissie (12), of overeenkomstig artikel 2, punt 23, en artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad (13); of ii) heeft zij een investering ontvangen van het Fonds van de Europese Innovatieraad, zoals een investering in het kader van het in artikel 48, lid 7, van Verordening (EU) 2021/695 genoemde Accelerator–programma;
d) in de drie jaar voorafgaand aan de toekenning van de steun: i) heeft zij deelgenomen aan een actie van het ruimtevaartinitiatief “Cassini” van de Commissie (zoals Cassini Business Accelerator of Cassini Matchmaking) (14); of ii) heeft zij een investering ontvangen uit de Cassini Seed and Growth Funding Facility, of de InnovFin Space Equity Pilot; of iii) heeft zij een Cassini Prize gekregen; of iv) heeft zij financiering overeenkomstig Verordening (EU) 2021/695 op het gebied van ruimteonderzoek ontvangen resulterend in de oprichting van een start-up; of v) heeft zij financiering ontvangen als begunstigde van een actie inzake onderzoek en ontwikkeling in het kader van het Europees Defensiefonds overeenkomstig Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad (15); of vi) heeft zij financiering ontvangen in het kader van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1092 van het Parlement en de Raad (16);
Artikel 22 Starterssteun
1. Regelingen inzake starterssteun zijn verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en zijn van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.
2. In aanmerking komt elke niet-beursgenoteerde kleine onderneming tot vijf jaar na haar registratie die aan de volgende voorwaarden voldoet:
a) zij heeft niet de activiteit van een andere onderneming overgenomen, tenzij de omzet van de overgenomen activiteit in het boekjaar voorafgaand aan de overname minder dan 10% van de omzet van de in aanmerking komende onderneming bedraagt;
b) zij heeft nog geen winst uitgekeerd, en
c) zij heeft geen andere onderneming overgenomen of is niet uit een concentratie ontstaan, tenzij de omzet van de overgenomen onderneming minder dan 10% van de omzet van de in aanmerking komende onderneming in het boekjaar voorafgaand aan de overname bedraagt of de omzet van de onderneming die uit een concentratie is ontstaan, minder dan 10% hoger is dan de gezamenlijke omzet van de bij de concentratie betrokken ondernemingen in het boekjaar voorafgaand aan de concentratie.
Voor in aanmerking komende ondernemingen die zich niet hoeven te laten registreren, wordt de periode van vijf jaar om in aanmerking te komen, geacht aan te vangen hetzij op het tijdstip dat de onderneming haar economische activiteiten aanvangt, hetzij op het tijdstip dat de onderneming belastingplichtig wordt voor haar economische activiteiten, als dat eerder is.
In afwijking van de eerste alinea, punt c), worden ondernemingen die ontstaan uit een concentratie van op grond van dit artikel voor steun in aanmerking komende ondernemingen ook als in aanmerking komende ondernemingen beschouwd tot vijf jaar vanaf de registratie van de oudste onderneming die bij de concentratie betrokken is.
3. Starterssteun heeft de vorm van:
a) leningen tegen een rente die niet marktconform is, met een looptijd van tien jaar en voor een nominaal bedrag van ten hoogste 1,1 miljoen EUR, of 1,65 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt c), van het Verdrag voldoen, of 2,2 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt a), van het Verdrag voldoen. Voor leningen met een looptijd tussen vijf en tien jaar kunnen de maximumbedragen worden bijgesteld door bovenstaande bedragen te vermenigvuldigen met een ratio tien jaar/daadwerkelijke looptijd van de lening. Voor leningen met een looptijd van minder dan vijf jaar is het maximumbedrag hetzelfde als voor leningen met een looptijd van vijf jaar;
b) garanties met premies die niet marktconform zijn, met een looptijd van tien jaar en een gegarandeerd leningbedrag van ten hoogste 1,65 miljoen EUR, of 2,48 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt c), van het Verdrag voldoen, of 3,3 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt a), van het Verdrag voldoen. Voor garanties met een looptijd tussen vijf en tien jaar kan het maximaal gegarandeerde bedrag worden bijgesteld door bovenstaande bedragen te vermenigvuldigen met een ratio tien jaar/daadwerkelijke looptijd van de garantie. Voor garanties met een looptijd van minder dan vijf jaar is het maximaal gegarandeerde bedrag hetzelfde als voor garanties met een looptijd van vijf jaar. De garantie bedraagt ten hoogste 80% van de onderliggende lening;
c) subsidies, met inbegrip van eigenvermogens- of quasi-eigenvermogensinvesteringen, rentekortingen en kortingen op de garantiepremies tot maximaal 0,5 miljoen EUR bruto-subsidie-equivalent, of 0,75 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt c), van het Verdrag voldoen, of 1 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt a), van het Verdrag voldoen;
d) fiscale stimuleringsmaatregelen voor in aanmerking komende ondernemingen tot maximaal 0,5 miljoen EUR bruto-subsidie-equivalent, of 0,75 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt c), van het Verdrag voldoen, of 1 miljoen EUR voor ondernemingen gevestigd in steungebieden die aan de voorwaarden van artikel 107, lid 3, punt a), van het Verdrag voldoen.
4. Een begunstigde kan steun ontvangen via een mix van de in lid 3 van dit artikel bedoelde steuninstrumenten, mits het aandeel van de via één steuninstrument verleende steun, berekend op basis van het voor dat instrument toegestane maximale steunbedrag, in aanmerking wordt genomen voor het bepalen van het resterende deel van het maximale steunbedrag dat is toegestaan voor de overige instrumenten die onderdeel vormen van dit soort gemengde instrument.
5. Voor kleine en innovatieve ondernemingen kunnen de in lid 3 genoemde maximumbedragen worden verdubbeld.
6. Wanneer een regeling inzake starterssteun via een of meer financiële intermediairs wordt uitgevoerd, zijn de in artikel 21, leden 10, 14, 15, 16 en 17, vastgestelde voorwaarden voor financiële intermediairs van toepassing.
7. Naast de in de leden 3, 4 en 5 vermelde bedragen kunnen regelingen inzake starterssteun de vorm aannemen van een overdracht van intellectueel eigendom (IP), of een verlening van de daarmee samenhangende toegangsrechten, hetzij kosteloos, hetzij onder de marktwaarde. De overdracht of de verlening wordt verricht door een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding in de zin van artikel 2, punt 83, die het onderliggende intellectueel eigendom heeft ontwikkeld door middel van haar eigen onafhankelijke of in samenwerkingsverband verrichte onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit, aan een in aanmerking komende onderneming in de zin van lid 2. De overdracht of de verlening moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) het doel van de overdracht van intellectueel eigendom of de verlening van daarmee samenhangende toegangsrechten is om een nieuw product of een nieuwe dienst op de markt te brengen; en
b) de waarde van het intellectueel eigendom wordt tegen de marktprijs vastgesteld, hetgeen het geval is indien deze volgens een van de volgende methoden wordt bepaald:
i) het bedrag is bepaald via een open, transparante en niet-discriminerende concurrerende procedure;
ii) een taxatie van een onafhankelijke deskundige bevestigt dat het bedrag ten minste gelijk is aan de marktprijs;
iii) in gevallen waarin de in aanmerking komende onderneming een voorkeursrecht heeft ten aanzien van het intellectueel eigendom dat in samenwerking met de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding tot stand is gekomen, indien de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding een wederzijds recht uitoefent om derde partijen om een economisch voordeliger bod te vragen zodat de samenwerkende in aanmerking komende onderneming haar bod daarmee in lijn moet brengen.
De waarde van een – zowel financiële als niet-financiële – bijdrage van de in aanmerking komende onderneming in de kosten van de activiteiten van de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding die het betrokken intellectueel eigendom hebben opgeleverd, kan op de in dit punt genoemde waarde van het intellectueel eigendom in mindering worden gebracht.
c) het steunbedrag van de overdracht van intellectueel eigendom of de verlening van de daarmee samenhangende toegangsrechten mag op grond van dit lid niet meer dan 1 miljoen EUR bedragen. Het steunbedrag komt overeen met de waarde van het in punt b) bedoelde intellectueel eigendom, na aftrek van de in de laatste zin van punt b) bedoelde vermindering en na aftrek van elke aan de begunstigde van dat intellectueel eigendom verschuldigde vergoeding. De waarde van het in punt b) bedoelde intellectueel eigendom kan meer dan 1 miljoen EUR bedragen, in welk geval dit extra bedrag door de in aanmerking komende onderneming met eigen middelen of met andere middelen kan worden gedekt.
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb. L 187 26.6.2014, p. 1).
De tekenbevoegde van de betrokken onderzoeksorganisatie kan afwijken van de betrokkenen bij de aanvraag (doorgaans het College van Bestuur of hoofd Knowledge Transfer Office).
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb. L 187 26.6.2014, p. 1).
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb. L 187 26.6.2014, p. 1).
De tekenbevoegde van de betrokken onderzoeksorganisatie kan afwijken van de betrokkenen bij de aanvraag (doorgaans het College van Bestuur of hoofd Knowledge Transfer Office).
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb. L 187 26.6.2014, p. 1).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-22150.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.