Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 juni 2026, nr. 63883223, tot wijziging van de Regeling financiën hoger onderwijs in verband met wijzigingen als gevolg van de eerste suppletoire begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het begrotingsjaar 2026 en in verband met de vaststelling van de hoogte van het wettelijk collegegeld voor het studiejaar 2027–2028

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2.2, tweede lid, 2.4a, tweede lid, 4.11, eerste lid, 4.21, tweede lid, 4.23, eerste lid, en 4.24, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;

Besluit:

ARTIKEL I. REGELING FINANCIEN HOGER ONDERWIJS

De Regeling financiën hoger onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. De bedragen, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit, zijn € 94.701 voor een promotie en € 78.918 voor een ontwerperscertificaat.

B

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9. Bedragen wettelijk collegegeld

Voor het in de volgende tabel genoemde studiejaar worden na de toepassing van de artikelen 2.2, tweede lid, en 2.4a, tweede lid, van het besluit de volgende bedragen van het wettelijk collegegeld vastgesteld:

Vorm wettelijk collegegeld

Studiejaar 2026–2027

Studiejaar 2027–2028

Volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit

€ 2.694

€ 2.771

Gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van het besluit

Minimumbedrag: € 1.604

Maximumbedrag: € 2.694

Minimumbedrag: € 1.650

Maximumbedrag: € 2.771

C

Bijlage 1 komt te luiden:

BIJLAGE 1. BIJ ARTIKEL 3, EERSTE LID, ONDERDEEL A, VAN DE REGELING

De bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

€ 0

€ 0

€ 341.153

€ 341.153

21PB

Universiteit Leiden

€ 0

€ 3.247.040

€ 2.948.679

€ 6.195.719

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 0

€ 2.755.800

€ 2.769.401

€ 5.525.201

21PD

Universiteit Utrecht

€ 0

€ 9.628.832

€ 3.216.386

€ 12.845.218

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 0

€ 636.565

€ 10.850.895

€ 11.487.460

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 0

€ 0

€ 10.248.228

€ 10.248.228

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 0

€ 0

€ 1.218.819

€ 1.218.819

21PH

Universiteit Twente

€ 0

€ 0

€ 16.279.123

€ 16.279.123

21PI

Wageningen University

€ 0

€ 0

€ 864.362

€ 864.362

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 0

€ 792.166

€ 4.014.176

€ 4.806.342

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 0

€ 3.618.556

€ 2.399.381

€ 6.017.937

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 0

€ 1.093.108

€ 4.957.456

€ 6.050.564

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 0

€ 1.949.207

€ 2.207.921

€ 4.157.128

21PN

Tilburg University

€ 0

€ 693.147

€ 1.534.500

€ 2.227.647

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

€ 0

€ 0

€ 100.601

€ 100.601

22NC

Open Universiteit

€ 0

€ 396.107

€ 549.209

€ 945.316

23BF

Universiteit voor Humanistiek

€ 0

€ 0

€ 102.268

€ 102.268

25AV

Theologische Universiteit Utrecht

€ 0

€ 0

€ 23.241

€ 23.241

 

Totaal

€ 0

€ 24.810.528

€ 64.625.799

€ 89.436.327

D

Bijlage 3 komt te luiden:

BIJLAGE 3. BIJ ARTIKEL 3, TWEEDE LID, ONDERDEEL A, VAN DE REGELING

De bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 0

€ 0

€ 584.872

€ 584.872

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 0

€ 562.237

€ 450.427

€ 1.012.664

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 0

€ 0

€ 5.108.375

€ 5.108.375

02BY

Gerrit Rietveld Academie

€ 0

€ 1.214.997

€ 158.874

€ 1.373.871

02NR

Hotelschool The Hague

€ 0

€ 0

€ 211.362

€ 211.362

02NT

Design Academy Eindhoven

€ 0

€ 556.203

€ 152.240

€ 708.443

07GR

Avans Hogeschool

€ 0

€ 508.930

€ 6.349.155

€ 6.858.085

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

€ 0

€ 0

€ 320.384

€ 320.384

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 0

€ 0

€ 688.914

€ 688.914

10IZ

Marnix Academie

€ 0

€ 0

€ 405.033

€ 405.033

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 0

€ 929.352

€ 192.032

€ 1.121.384

15BK

Driestar educatief

€ 0

€ 0

€ 993.005

€ 993.005

21CW

HAS Hogeschool

€ 0

€ 0

€ 2.140.005

€ 2.140.005

21MI

HZ University of Applied Sciences

€ 0

€ 0

€ 2.452.810

€ 2.452.810

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 0

€ 947.456

€ 352.440

€ 1.299.896

21RI

Hogeschool Leiden

€ 0

€ 152.769

€ 1.800.650

€ 1.953.419

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

€ 0

€ 0

€ 522.335

€ 522.335

21UI

Breda University of Applied Sciences

€ 0

€ 0

€ 984.250

€ 984.250

22HH

Hogeschool Viaa

€ 0

€ 0

€ 471.010

€ 471.010

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 0

€ 1.204.124

€ 4.826.562

€ 6.030.686

23AH

Saxion Hogeschool

€ 0

€ 287.566

€ 5.522.861

€ 5.810.427

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

€ 0

€ 880.068

€ 494.782

€ 1.374.850

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 0

€ 0

€ 631.002

€ 631.002

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 0

€ 1.553.548

€ 6.435.167

€ 7.988.715

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 0

€ 1.401.889

€ 4.919.229

€ 6.321.118

25JX

Zuyd Hogeschool

€ 0

€ 963.525

€ 6.449.982

€ 7.413.507

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 0

€ 1.473.780

€ 7.825.610

€ 9.299.390

27NF

ArtEZ

€ 0

€ 1.520.757

€ 406.180

€ 1.926.937

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 0

€ 790.809

€ 3.026.680

€ 3.817.489

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 0

€ 0

€ 2.858.554

€ 2.858.554

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 0

€ 0

€ 5.951.348

€ 5.951.348

30GB

Fontys Hogeschool

€ 0

€ 1.526.243

€ 9.960.733

€ 11.486.976

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

€ 0

€ 0

€ 1.724.343

€ 1.724.343

30TX

Aeres Hogeschool

€ 0

€ 0

€ 2.351.977

€ 2.351.977

30VP

Hogeschool Thomas More

€ 0

€ 0

€ 329.969

€ 329.969

31FR

NHL Stenden Hogeschool

€ 0

€ 0

€ 4.136.893

€ 4.136.893

 

Totaal

€ 0

€ 16.474.253

€ 92.190.045

€ 108.664.298

E

Bijlage 5 komt te luiden:

BIJLAGE 5. BIJ ARTIKEL 4, EERSTE LID, VAN DE REGELING

De bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Bedrag

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

€ 601.568

21PB

Universiteit Leiden

€ 62.863.043

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 52.397.864

21PD

Universiteit Utrecht

€ 62.327.572

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 49.862.513

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 49.926.231

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 34.715.680

21PH

Universiteit Twente

€ 34.431.437

21PI

Wageningen University

€ 25.603.066

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 42.143.872

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 55.813.712

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 51.002.417

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 51.778.173

21PN

Tilburg University

€ 20.958.489

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

€ 601.568

22NC

Open Universiteit

€ 4.546.994

23BF

Universiteit voor Humanistiek

€ 3.007.840

25AV

Theologische Universiteit Utrecht

€ 1.804.704

 

Totaal

€ 604.386.743

F

Bijlage 9 komt te luiden:

BIJLAGE 9. BIJ ARTIKEL 4, DERDE LID, VAN DE REGELING

De bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Bedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 429.187

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 3.021.073

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 10.778.065

02BY

Gerrit Rietveld Academie

€ 832.703

02NR

Hotelschool The Hague

€ 1.288.244

02NT

Design Academy Eindhoven

€ 564.872

07GR

Avans Hogeschool

€ 13.898.571

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

€ 593.091

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 320.844

10IZ

Marnix Academie

€ 827.776

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 1.506.362

15BK

Driestar educatief

€ 784.873

21CW

HAS Hogeschool

€ 2.000.095

21MI

HZ University of Applied Sciences

€ 2.420.656

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 4.027.394

21RI

Hogeschool Leiden

€ 5.231.133

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

€ 715.731

21UI

Breda University of Applied Sciences

€ 3.088.670

22HH

Hogeschool Viaa

€ 999.837

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 16.512.104

23AH

Saxion Hogeschool

€ 11.367.883

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

€ 2.074.468

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 1.993.046

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 12.851.495

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 15.216.952

25JX

Zuyd Hogeschool

€ 7.756.995

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 15.129.163

27NF

ArtEZ

€ 3.375.782

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 11.923.699

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 9.645.423

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 18.722.354

30GB

Fontys Hogeschool

€ 19.313.565

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

€ 2.561.572

30TX

Aeres Hogeschool

€ 2.056.301

30VP

Hogeschool Thomas More

€ 515.570

31FR

NHL Stenden Hogeschool

€ 10.047.970

 

Totaal

€ 214.393.518

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

  • 1. Deze regeling, met uitzondering van artikel I, onderdeel B, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

  • 2. Artikel I, onderdeel B, treedt in werking met ingang van 1 september 2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

TOELICHTING

Algemeen

1. Algemeen

Met deze regeling wordt de Regeling financiën hoger onderwijs (Rfho) gewijzigd. De aanpassingen van de Rfho hangen ten eerste samen met de berekening van de rijksbijdrage 2026 in overeenstemming met de eerste suppletoire begroting 2026 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De eerste berekening van de rijksbijdrage 2026 betrof de berekening in overeenstemming met de ontwerpbegroting 2026 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarnaast worden er wijzigingen doorgevoerd in verband met de vaststelling van de hoogte van het wettelijk collegegeld voor het studiejaar 2027–2028.

2. Gevoerd overleg

Een concept van de regeling is voor bestuurlijke reactie voorgelegd aan de Universiteiten van Nederland (UNL), de Vereniging Hogescholen (VH) en Universitair Medische Centra Nederland (UMCNL). Deze koepelorganisaties wijzen er in hun reactie op dat de eerste geldstroom in reële termen daalt als de prijsbijstelling onvolledig wordt uitgekeerd, hetgeen ten koste gaat van onderwijs en onderzoek. De koepelorganisaties roepen op om de prijsbijstelling niet te gebruiken voor Rijksbrede begrotingsproblematiek.

3. Uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets

DUO acht de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar.

4. Financiële gevolgen

De wijzigingen in deze regeling hebben geen gevolgen voor de rijksbegroting. Wijziging vanwege de tweede suppletoire begroting 2026 kan op grond van artikel 2.5, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek nog leiden tot nadere bepaling van de in deze regeling opgenomen bedragen en percentages.

5. Gevolgen administratieve lasten

De regeling heeft geen gevolgen voor administratieve lasten.

Artikelsgewijs

Grondslagen

Wijziging Rfho

Grondslag UWHW

Wijziging artikel 4, zesde lid, bedrag per promotie en per ontwerperscertificaat

Artikel 4.21, tweede lid

Wijziging artikel 9, bedrag wettelijk collegegeld

Artikel 2.2, tweede lid

Wijziging artikel 9, minimumbedrag gedeeltelijk wettelijk collegegeld

In artikel 2.4a, tweede lid

Wijziging bijlagen 1 en 3, bedragen onderwijs kwaliteit, kwetsbare opleidingen of bijzondere voorzieningen

Artikel 4.11, eerste lid

Wijziging bijlage 5, bedragen onderzoek toponderzoekscholen en bijzondere voorzieningen

Artikel 4.23, eerste lid

Wijziging bijlage 9, bedragen Ontwerp en ontwikkeling hbo

Artikel 4.24, eerste lid

ARTIKEL I. REGELING FINANCIEN HOGER ONDERWIJS

A

(Wijziging van artikel 4 van de Rfho)

Dit onderdeel betreft een aanpassing van de bedragen voor graden en promoties en ontwerperscertificaten in artikel 4. De bedragen zijn gewijzigd vanwege loon- en prijsbijstelling 2026.

B

(Wijziging van artikel 9 van de Rfho)

Op grond van artikel 2.2, tweede lid, van het UWHW wordt het wettelijk collegegeld voor het studiejaar 2027–2028 vastgesteld aan de hand van de consumentenprijsindex. De wijziging wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. Op grond van het derde lid wordt onder de consumentenprijsindex verstaan: de consumentenprijsindex 'reeks alle huishoudens' zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het bedrag van het wettelijk collegegeld voor het studiejaar 2027–2028 wordt vermenigvuldigd met 100,85 (gemiddelde mei 2025 t/m april 2026) en gedeeld door 98,06 (gemiddelde mei 2024 t/m april 2025). De hieruit resulterende bedragen zijn afgerond opgenomen in deze regeling conform het onderstaande overzicht voor het studiejaar 2027–2028. Hoewel de bedragen van het collegegeld voor de Open Universiteit (per studiepunt), bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, WHW en het hoger collegegeld, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, WHW niet bij ministeriële regeling worden vastgesteld, worden deze bedragen in het kader van de duidelijkheid wel in deze toelichting genoemd.

Vorm wettelijk collegegeld

Studiejaar 2026–2027

Niet afgerond

Studiejaar 2026–2027

Afgerond

Studiejaar 2027–2028

Niet afgerond

Studiejaar 2027–2028

Afgerond

Volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit

€ 2.694,47

€ 2.694

€ 2.771,18

€ 2.771

Gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van het besluit

Minimumbedrag: € 1.604,06

Maximumbedrag: € 2.694,47

Minimumbedrag: € 1.604

Maximumbedrag: € 2.694

Minimumbedrag: € 1.649,72

Maximumbedrag: € 2.771,18

Minimumbedrag: € 1.650

Maximumbedrag: € 2.771

Collegegeld OU (per studiepunt), bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, van de wet

Minimumbedrag: € 44,91

Maximumbedrag: € 89,82

Minimumbedrag: € 44,91

Maximumbedrag: € 89,82

Minimumbedrag: € 46,19

Maximumbedrag: € 92,37

Minimumbedrag: € 46,19

Maximumbedrag: € 92,37

Hoger collegegeld, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, van de wet

Minimumbedrag: € 2.694,47

Maximumbedrag: € 13.472,34

Minimumbedrag: € 2.694

Maximumbedrag: € 13.472

Minimumbedrag: € 2.771,18

Maximumbedrag: € 13.855,90

Minimumbedrag: € 2.771

Maximumbedrag: € 13.856

C

(Wijziging van bijlage 1 van de Rfho)

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen onderwijsopslag universiteiten’ in bijlage 1. Het onderdeel is aangepast vanwege loon- en prijsbijstelling 2026 en loon- en prijsbijstelling.

Verder is sprake van wijzigingen om de volgende redenen:

  • a. onder de noemer bijzondere voorzieningen is in 2026 € 3.795.132 toegevoegd voor de ondersteuning van de Nederlandse deelnemers aan het Europese Universiteiten Initiatief.

  • b. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn in het kader van het programma Holland Scholarship de vanuit OCW beschikbare middelen voor deelnemende universiteiten voor inkomende en uitgaande beurzen herverdeeld op basis van de opgegeven aantallen inkomende en uitgaande beurzen per instelling voor het studiejaar 2025–2026.

D

(Wijziging van bijlage 3 van de Rfho)

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen onderwijsopslag hogescholen’ in bijlage 3. Het onderdeel is aangepast vanwege loon- en prijsbijstelling 2026. Verder is sprake van wijzigingen om de volgende redenen:

  • a. onder de noemer bijzondere voorzieningen is in 2026 € 242.658 toegevoegd voor de hogeschool Zeeland voor de rekentoets PABO.

  • b. onder de noemer bijzondere voorzieningen is voor het jaar 2026 € 78.951 bij de hogeschool Windesheim en € 151.557 bij de hogeschool Utrecht afgehaald. Dit is gedaan vanwege onterechte compensatie in verband met de beëindiging van het experiment flexstuderen in 2025.

  • c. onder de noemer bijzondere voorzieningen is in 2026 € 2.313.312 toegevoegd voor de ondersteuning van de Nederlandse deelnemers aan het Europese Universiteiten Initiatief.

  • d. onder de noemer bijzondere voorzieningen is in 2026 € 524.620 toegevoegd voor ondersteuning van lerarenopleiders en lerarenopleidingen bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van de implementatie van de kerndoelen voor digitale geletterdheid in de lerarenopleidingen. Onder deze noemer is in 2027 € 1.055.460, in 2028 € 1.055.460 en 2029 364.460 toegevoegd.

  • e. onder de noemer bijzondere voorzieningen zijn in het kader van het programma Holland Scholarship de vanuit OCW beschikbare middelen voor deelnemende hogescholen voor inkomende en uitgaande beurzen herverdeeld op basis van de opgegeven aantallen inkomende en uitgaande beurzen per instelling voor het studiejaar 2025–2026.

E

(Wijziging van bijlage 5 van de Rfho)

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen onderzoek universiteiten’ in bijlage 6. Het onderdeel is aangepast in verband met de loon- en prijsbijstelling 2026.

F

(Wijziging van bijlage 9 van de Rfho)

Dit onderdeel betreft de aanpassing van de ‘bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen’ in bijlage 9. Het onderdeel is aangepast vanwege in verband met de loon- en prijsbijstelling 2026.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Artikel I, met uitzondering van onderdeel B, heeft betrekking op het begrotingsjaar 2026 en werkt daarom na inwerkingtreding terug tot en met 1 januari 2026. Deze terugwerkende kracht is noodzakelijk, omdat de bekostiging en verantwoording hierover per kalenderjaar plaatsvindt.

Artikel I, onderdeel B, heeft betrekking op de vaststelling van het wettelijk collegegeld voor het studiejaar 2027–2028 en treedt daarom in werking met ingang van 1 september 2027.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

Naar boven