Regeling van de Minister van Asiel en Migratie van 15 juni 2026, nummer 7686151, tot wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 in verband met de kosteloze juridische counseling uit het Asiel- en migratiepact (tweehonderdenderde wijziging)

De Minister van Asiel en Migratie,

Gelet op artikel 36, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

In het Voorschrift Vreemdelingen 2000 worden na artikel 3.50b twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 3.50c

Tijdens de administratieve procedure wordt zo spoedig mogelijk na de registratie van het verzoek kosteloze juridische counseling verstrekt door de medewerkers van de Directie Dienstverlenen van de IND.

Artikel 3.50d

Kosteloze juridische counseling, zoals bedoeld in artikel 3.50c, wordt uitgesloten indien:

  • a) het verzoek een eerste volgend verzoek is, dat louter en alleen is ingediend om de uitvoering van een terugkeerbesluit die tot de spoedige verwijdering van de verzoeker van het grondgebied van de lidstaat zou leiden, te vertragen of te verhinderen;

  • b) het verzoek een tweede of verder volgend verzoek is;

  • c) de verzoeker reeds wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een juridisch adviseur.

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt in werking een dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 12 juni 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 juni 2026

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

TOELICHTING

ALGEMEEN

Op 11 juni 2024 is het nieuwe Gemeenschappelijk Europees asielstelsel (hierna: GEAS), ook wel bekend als het Asiel- en migratiepact, in werking getreden. De Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) is hierop aangepast middels de Uitvoerings- en Implementatiewet Asiel en migratiepact 2026.

Daarbij is in artikel 36, tweede lid Vw (nieuw) een delegatiegrondslag opgenomen om overeenkomstig artikel 19 van de Procedureverordening en artikel 21 van de Asiel- en migratiebeheerverordening bij ministeriële regeling regels te stellen over:

  • a. de erkenning of toelating van juridisch adviseurs of andere counselors die de vreemdeling tijdens de behandeling van het verzoek om een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 kosteloze juridische counseling verstrekken, bijstaan of vertegenwoordigen;

  • b. de accreditatie van niet-gouvernementele organisaties die deze vreemdeling juridische diensten of vertegenwoordiging bieden; en

  • c. de procedurele regels voor de indiening en behandeling van verzoeken om kosteloze juridische counseling en wettelijke vertegenwoordiging, waaronder regels over het uitsluiten of beperken daarvan.

In de Memorie van Toelichting bij Uitvoerings- en implementatiewet is opgenomen dat aangenomen wordt dat met een juridisch adviseur wordt gedoeld op een persoon of instantie die door de asielzoeker zelf wordt aangezocht en bekostigd. Uit artikel 15, tweede lid, van de Procedureverordening en artikel 21 van de Asiel- en migratiebeheerverordening volgt namelijk dat de asielzoeker het recht heeft om op eigen kosten zijn of haar juridisch adviseur of een andere counselor te kiezen. Daarnaast heeft hij gedurende de administratieve fase recht op kosteloze juridische counseling. Deze juridische counseling start zo spoedig mogelijk na de registratie van het verzoek en zal worden gegeven door de medewerkers van de Directie Dienstverlenen van de IND. De juridische counseling eindigt onder andere zodra de vreemdeling wordt bijgestaan door een juridisch adviseur. Dit geldt ook als die hem in de administratieve procedure vertegenwoordigt.

In artikel 16, tweede lid, van de Procedureverordening is voorts omschreven wat juridische counseling omvat. Te weten:

  • a. begeleiding bij en uitleg over de administratieve procedure, met inbegrip van informatie over de rechten en plichten tijdens die procedure;

  • b. bijstand bij de indiening van het verzoek en begeleiding bij:

    • i. de verschillende procedures voor de behandeling van het verzoek en de redenen voor de toepassing van die procedures;

    • ii. de regels inzake de ontvankelijkheid van een verzoek;

    • iii. juridische aangelegenheden die zich tijdens de procedure voordoen, met inbegrip van informatie over de wijze waarop een beslissing tot afwijzing van een verzoek overeenkomstig de artikelen 67, 68 en 69 kan worden aangevochten.

In de onderhavige wijzigingsregeling wordt het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: VV 2000) aangepast en worden voornoemde regels gesteld. Onder het artikelsgewijze gedeelte van deze toelichting zal dit nader worden toegelicht.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

In artikel 3.50c (nieuw) VV 2000 wordt geregeld dat tijdens de behandeling van het asielverzoek, de zogeheten administratieve procedure, zo spoedig mogelijk na registratie van het verzoek er kosteloze juridische counseling wordt verstrekt door de medewerkers van de Directie Dienstverlenen van de IND. Deze kosteloze juridische counseling wordt verstrekt bij verzoeken die zijn ingediend vanaf 12 juni 2026 en onverminderd de uitsluitingsgronden, tot het moment dat de vreemdeling wordt bijgestaan door een juridisch adviseur die hem in de administratieve procedure vertegenwoordigt. In de regel worden vreemdeling bijgestaan door een advocaat. Ook in de (hoger) beroepsprocedure wordt er, conform artikel 17 van de Procedureverordening kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging door een advocaat verstrekt. Dit behoudens de uitzonderingsgronden van artikel 17, derde lid Procedureverordening. Op grond van artikel 15, tweede lid van de Procedureverordening en artikel 21, tweede lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening staat het de vreemdeling overigens vrij om op eigen kosten (al eerder) een juridisch adviseur of andere counselor in te schakelen. De Wet op de rechtsbijstand en het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria voorzien in voornoemde regelingen voor kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging en worden, voor zover nodig, overeenkomstig aangepast.

In artikel 3.50d VV 2000 (nieuw) zijn overeenkomstig artikel 19, derde lid van de Procedureverordening en artikel 36 Vw 2000 (nieuw) de drie uitsluitingsgronden voor de kosteloze juridische counseling opgenomen uit artikel 16, derde lid van de Procedureverordening.

De kosteloze juridische counseling door de IND wordt uitgesloten:

  • a) wanneer het verzoek een eerste volgend verzoek is dat louter en alleen is ingediend om de uitvoering van een terugkeerbesluit die tot de spoedige verwijdering van de verzoeker van het grondgebied van de lidstaat zou leiden, te vertragen of te verhinderen;

  • b) vanaf een tweede volgend verzoek;

  • c) wanneer de vreemdeling reeds wordt bijgestaan door een juridisch adviseur. Dit kan overigens op elk moment van de procedure zijn.

Artikel II

Deze regeling treedt, met terugwerkende kracht, in werking op 12 juni 2026. Dit is gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 waarin de grondslag voor deze wijzigingsregeling is gelegen.

De inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment en de invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het systeem van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft echter de implementatie van bindende EU-wetgeving waarvoor afwijking is toegestaan.

Zoals uit de Memorie van Toelichting bij de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 blijkt geldt het daarin opgenomen overgangsrecht ook voor de lagere regelgeving, waaronder deze wijzigingsregeling. Er wordt derhalve niet in afzonderlijk overgangsrecht voorzien.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

Naar boven