Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 22 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/102906, houdende wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2027 in verband met het vaststellen van de hoogte van subsidieplafonds en de vaststelling van aanvraagperioden voor 2026 en 2027 [KetenID WGK029180]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen e en f, van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 8, eerste lid, en 10, tweede lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 4 van de Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2027 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘2026’ vervangen door ‘2027’.

2. In het derde lid wordt ‘€ 3.698.000,–‘ vervangen door ‘€ 4.125.000,–‘.

3. Onder vernummering van het vierde tot en met tiende lid tot vijfde tot en met elfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027 is € 6.282.000,– beschikbaar.

4. Het vijfde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling’ vervangen door ’van 15 januari 2026’ en wordt ’31 juli 2025’ vervangen door ’15 maart 2026’.

b. In onderdeel b wordt ‘2025’ telkens vervangen door ‘2026’.

c. In onderdeel c wordt ‘2026’ telkens vervangen door ‘2027’ en wordt de punt aan het slot van dat onderdeel vervangen door een puntkomma.

d. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. van 1 september 2027, 9.00 uur tot en met 15 oktober 2027, 12.00 uur.

5. In het elfde lid (nieuw) wordt ‘zesde lid’ vervangen door ‘zevende lid’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

Doel en aanleiding

Op 8 december 2023 is de Tijdelijke subsidieregeling elektrificatie binnenvaartschepen 2023–2027 (hierna: de subsidieregeling) in werking getreden.1 Het doel van deze subsidieregeling is om middels de subsidiëring van de ombouw van binnenvaartschepen naar een elektrische voortstuwing, waarbij gebruik wordt gemaakt van batterijcontainers, de bestaande emissies van kooldioxide, stikstof en fijnstof te verminderen. De subsidieregeling is per 29 mei 2025 gewijzigd2 en voorzag sindsdien in diverse aanvraagperioden tot en met maart 2026 en (deel)subsidieplafonds tot en met 31 december 2026.

Subsidieplafonds en aanvraagperioden

De subsidieregeling vervalt met ingang van 1 januari 2028.3 Uit artikel I, onderdeel 1, van de onderhavige wijzigingsregeling dat artikel 4, eerste lid van de subsidieregeling wijzigt, volgt dat het totale subsidieplafond voor de gehele looptijd van de subsidieregeling (tot en met 2027) € 15.100.000,– bedraagt. Rekening houdend met het reeds uitgeputte budget uit voorgaande aanvraagperioden en uitvoeringskosten wordt met deze wijzigingsregeling het resterende budget verdeeld over drie aankomende aanvraagperioden.

In artikel I, onderdelen 2 en 3, van de wijzigingsregeling dat het derde lid van artikel 4 van de subsidieregeling wijzigt en een nieuw vierde lid in dat artikel invoegt (met vernummering van het vierde tot en met tiende lid tot vijfde tot en met elfde lid) zijn specifiek voor 2026 en 2027 (deel)subsidieplafonds opgenomen. In de eerste aanvraagperiode in 2026 is € 625.000 aan subsidie verleend. Voor de tweede aanvraagperiode in 2026 (zie ook alinea hieronder) wordt € 3.500.000,– beschikbaar gesteld. Het subsidieplafond voor 2026 is daarom verhoogd tot € 4.125.000,–. Voor 2027 was in de subsidieregeling nog geen subsidieplafond vastgelegd. Dit plafond bedraagt nu € 6.282.000,–.

Verder zijn ingevolge artikel I, onderdeel 4, van de wijzigingsregeling in artikel 4, vijfde lid (oud vierde lid) van de subsidieregeling in de onderdelen b tot en met d (nieuw), voor de restende looptijd van de subsidieregeling drie nieuwe aanvraagperioden vastgesteld: van 1 september 2026 tot en met 15 oktober 2026, van 15 januari 2027 tot en met 15 maart 2027 en ten slotte van 1 september 2027 tot en met 15 oktober 2027. De inmiddels reeds afgeronde aanvraagperiode van 15 januari 2026 tot en met 15 maart 2026 blijft in de subsidieregeling vermeld (artikel 4, vijfde lid, onderdeel a) om duidelijk te maken dat het subsidieplafond voor 2026 van € 4.125.000,– betrekking heeft op beide aanvraagperioden in 2026.

Gevolgen van nog niet vastgestelde begroting

De parlementaire behandeling van de begroting voor 2027 heeft nog niet plaatsgevonden en voor 2026 geldt dat deze nog niet is afgerond. Daarom kunnen op dit moment geen subsidieplafonds worden vastgesteld zonder daarbij toe te lichten wat de gevolgen zijn als in een later stadium een subsidieplafond alsnog lager wordt vastgesteld.4

Aanvragen op grond van de subsidieregeling worden vaak ver van tevoren voorbereid. Om de sector een indicatie te geven van het beschikbare budget, zodat deze daarop kan anticiperen, wordt nu het beoogde plafond vastgesteld. Het subsidieplafond wordt dus bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld. Dit is in lijn met de hoofdregel van artikel 4:27, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Indien een subsidieplafond, als gevolg van de behandeling van de begroting, na aanvang van een aanvraagperiode alsnog lager wordt vastgesteld, heeft de bekendmaking van dat besluit in dit geval gevolgen voor subsidieaanvragen die voor die bekendmaking zijn ingediend. Dit volgt uit artikel 4:27, tweede lid, van de Awb juncto artikel 4:28, aanhef en onderdeel c, van de Awb.

Artikel 4:28 van de Awb formuleert namelijk een uitzondering op het in artikel 4:27, tweede lid, van de Awb geformuleerde uitgangspunt dat een bekendmaking van een verlaging van het subsidieplafond geen gevolgen heeft voor subsidieaanvragen die voor die bekendmaking zijn ingediend. Deze uitzondering is in ieder geval van toepassing op subsidieregelingen met een zogenaamd ‘tendersysteem’5, zoals hier aan de orde, waarbij alle aanvragen vóór een bepaald tijdstip moeten worden ingediend. Als dit tijdstip ligt vóór het tijdstip waarop de begroting wordt vastgesteld of goedgekeurd, zoals hier het geval is, heeft een verlaging van het subsidieplafond na de aanvang van de aanvraagperiode ook gevolgen voor reeds ingediende aanvragen. Indien een subsidie wordt verleend op het moment dat de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, dan wordt deze op grond van artikel 4:34 Awb verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Consultatie, inwerkingtreding en vaste verandermomenten

Deze regeling strekt uitsluitend tot vaststelling van subsidieplafonds voor 2026 en 2027 en de vaststelling van drie nieuwe aanvraagperioden in 2026 en 2027. De regeling bevat geen inhoudelijke wijzigingen van de subsidieregeling en leidt niet nieuwe administratieve lasten of nalevingskosten. Daarom is afgezien van internetconsultatie.5

Gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk is de onderhavige regeling niet aan dit college voorgelegd.

Artikel II bepaalt dat deze regeling in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Uitgangspunt is dat ministeriële regelingen in werking treden met ingang van 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober (vaste verandermomenten), waarbij bekendmaking uiterlijk twee maanden voor inwerkingtreding plaatsvindt.7 Deze regeling wijkt af van de vaste verandermomenten en minimum invoeringstermijn, omdat daarmee, gelet op de doelgroep, aanmerkelijke ongewenste private en publieke nadelen worden voorkomen.8 De komst van de regeling is bekend bij de doelgroep en bij de uitvoerder van de subsidieregeling: het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB). De ombouw van schepen vergt de nodige planning, waarbij het al dan niet kunnen verkrijgen van een subsidie een belangrijke rol speelt.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
3

Artikel 13, tweede lid, van de subsidieregeling.

X Noot
4

Artikel 4:28, aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht.

X Noot
5

In geval van een subsidieregeling met een tendersysteem, moeten aanvragen voor een bepaald tijdstip worden ingediend, waarna op grond van kwalitatieve criteria een rangorde kan worden bepaald (vergelijkende toets).

X Noot
5

Zie Kamerstukken II 2009/10, 29 279, nr. 114, p. 2.

X Noot
7

Aanwijzing 4.17, tweede en vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
8

Aanwijzing 4.17, vijfde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


X Noot
3

Artikel 13, tweede lid, van de subsidieregeling.

X Noot
4

Artikel 4:28, aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht.

X Noot
5

In geval van een subsidieregeling met een tendersysteem, moeten aanvragen voor een bepaald tijdstip worden ingediend, waarna op grond van kwalitatieve criteria een rangorde kan worden bepaald (vergelijkende toets).

X Noot
5

Zie Kamerstukken II 2009/10, 29 279, nr. 114, p. 2.

X Noot
7

Aanwijzing 4.17, tweede en vierde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
8

Aanwijzing 4.17, vijfde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Naar boven