Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 7 juni 2026, nr. WJZ/106504048, tot wijziging van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2025 in verband met de ophoging van subsidieplafonds bij de subsidiemodule PPS-innovatie (titel 3.2 RNES) [KetenID 29117]

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 16 en 19, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2025 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de rij van Titel 3.2: PPS-Innovatie betreffende Stichting TKI Groene Chemie & Circulariteit, wordt ‘8.097.825’ vervangen door ‘11.857.825’.

2. In de rij van Titel 3.2: PPS-Innovatie betreffende Topconsortium for Knowledge and Innovation Water technology, wordt ‘4.710.595’ vervangen door ‘6.360.595’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 7 november 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 7 juni 2026

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

TOELICHTING

1. Aanleiding

Met deze regeling wordt de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2025 (hierna ROES 2025) gewijzigd.

De wijziging van de ROES 2025 houdt verband met ophogingen van twee subsidieplafonds zoals die eerder zijn vastgesteld ten aanzien van de subsidiemodule PPS-Innovatie (hierna: ‘PPS-I’). Het gaat hierbij om de ophoging van het subsidieplafond voor het Topconsortium for Knowledge and Innovation Water technology (hierna: ‘TKI Water’) en van het subsidieplafond voor de Stichting TKI Groene Chemie & Circulariteit (hierna: ‘TKI Groene Chemie en Circulariteit’). De PPS-I maakt onderdeel uit van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: ‘RNES’)(titel 3.2 van de RNES). De Topconsortia voor Kennis- en Innovatie (hierna: ‘TKI’s’) kunnen op grond van deze subsidiemodule een programmasubsidie aanvragen. Een TKI wendt de door het TKI ontvangen PPS-programmasubsidie vervolgens conform de eisen in de PPS-I aan voor de financiering van samenwerkingsprojecten en innovatieactiviteiten.

2. Doel en inhoud van de aanpassingen

Ophoging subsidieplafond TKI Groene Chemie en Circulariteit

De ophoging van het subsidieplafond van TKI Groene Chemie en Circulariteit zoals die initieel in november 2025 is vastgesteld via de ROES 2025 hangt samen met het feit dat zowel vanuit de Minister van Klimaat en Groene Groei, als vanuit de Minister van Defensie extra middelen ter beschikking zijn gesteld met het oog op Missiegedreven Innovatie Programma’s die voor de beide ministers van belang zijn. In samenspraak met de Minister van Defensie is daarom het subsidieplafond van TKI Groene Chemie en Circulariteit met 3.76 miljoen euro verhoogd ten opzichte van het subsidieplafond dat dit TKI in november 2025 is vastgesteld (met het oog op programma’s startend in 2026).

Hiermee wordt de programmering van TKI Groene Chemie en Circulariteit ten aanzien van Missiegedreven Innovatie Programma’s op het gebied van zogenoemde ‘Smart Materials’ nader gefaciliteerd. Dit draagt in de eerste plaats bij aan de KIA1 Veiligheid door nieuwe ontwikkelingen in corrosiebestendige coating, technisch keramiek en additive manufacturing (een complexe vorm van 3D-printen) aan te jagen. Daarmee wordt bijgedragen aan de slagkracht van de krijgsmacht en strategische autonomie in technologieontwikkeling relevant voor defensie en veiligheid. Daarnaast verruimt deze ophoging van het subsidieplafond voor het TKI Groene Chemie en Circulariteit de mogelijkheden om middelen aan te vragen en, indien deze worden verleend, deze aan te wenden voor projecten binnen de KIA2 circulaire economie. De programma’s op het gebied van de ‘Smart Materials’ sluiten in beginsel aan bij die KIA, gezien de aandacht in die KIA voor recycling, hergebruik en substitutie van kritieke materialen.

Ophoging subsidieplafond TKI Water

De ophoging van het subsidieplafond van TKI Water zoals dat initieel in november 2025 is vastgesteld via de ROES 2025 hangt samen met het feit dat vanuit de Minister van Infrastructuur en Waterstaat extra middelen ter beschikking zijn gesteld met het oog op de zogenoemde Missiegedreven Innovatie Programma’s die niet alleen voor de Minister van Economische Zaken en Klimaat, maar ook voor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van belang zijn. In samenspraak met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is daarom het subsidieplafond van TKI Water met 1.65 miljoen euro verhoogd ten opzichte van het subsidieplafond dat dit TKI in november 2025 is vastgesteld (met het oog op programma’s startend in 2026). Hiermee wordt de programmering van TKI Water ten aanzien van Missiegedreven Innovatie Programma’s op het gebied van PFAS-verontreiniging van de bodem en water nader gefaciliteerd. Het doel van het kennis- en innovatieprogramma PFAS-bodem is het komen tot efficiënte kosteneffectieve maatregelen om PFAS-verontreinigingen in de bodem en het grondwater te saneren en af te breken. Het programma is gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe innovaties met het oog op (1) het verplaatsen van PFAS (verwijderen van de locatie) en (2) het afbreken van PFAS aangezien de stortcapaciteit in Nederland schaars is.

3. Staatssteun

De subsidie die verleend wordt op grond van de subsidiemodule PPS-I bevat staatssteun, met uitzondering van de subsidie die betrekking heeft op niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties en op netwerkactiviteiten, en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 25 en 28 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna: ‘agvv’). Deze staatssteunaspecten blijven ongewijzigd omdat de betreffende subsidiemodule inhoudelijk niet wordt gewijzigd. Enkel worden de huidige subsidieplafonds die gelden ten aanzien van het TKI Groene Groei en Circulariteit en het TKI Water opgehoogd (initieel vastgesteld in november 2025 via de ROES 2025).

De voor de voormelde subsidiemodule gestelde eisen in titel 3.2 van de RNES, alsook de hierop van toepassing zijnde algemene eisen uit het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, zorgen er tevens voor dat de subsidie verleend wordt in overeenstemming met de eisen uit de relevante artikelen uit de agvv. Verder is de steun transparant en voldoet aan de eisen betreffende cumulatie van steun. Deze wijzigingsregeling heeft dan ook geen gevolgen voor de rechtvaardiging van de staatssteun vervat in titel 3.2 van de RNES en heeft ook overigens geen staatssteunrechtelijke gevolgen.

4. Regeldruk

De ophoging van een tweetal subsidieplafonds leidt niet tot wijziging van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van de PPS-I.

Wijzigingsregelingen als deze, die enkel de wijziging van subsidieplafonds betreffen, worden dan ook niet voor advies voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk, conform artikel 2, onderdeel b, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk.

5. Vaste verandermomenten

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat deze terugwerkt tot en met 7 november 2025 (de startdatum van de toenmalige openstelling van de subsidiemodule PPS-innovatie en de bijbehorende vaststelling van de subsidieplafonds voor de TKI’s). Met de datum van bekendmaking en inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal in werking treden en ministeriële regelingen minimaal twee maanden voordien bekend moeten worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van deze regeling. Op deze wijze wordt de doelgroep de mogelijkheid geboden om dusdanig tijdig nog een (wijzigings-)aanvraag in te dienen voor verlening van deze extra subsidiemiddelen, dat de TKI’s deze middelen, indien deze verleend worden, ook conform de eisen in de subsidiemodule daadwerkelijk nog kunnen aanwenden voor de door de TKI’s beoogde doelen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert


X Noot
1

Het begrip ‘KIA’ is in artikel 3.2.1 van de RNES gedefinieerd als ‘meerjarige kennis- en innovatieagenda waarin de ambities en doelen binnen het veld van publiek-private samenwerkingen op een specifiek terrein zijn beschreven, en die het vertrekpunt vormt voor verdere uitwerking van onderzoeksprogrammering en innovatieontwikkeling met onder andere onderzoeksorganisaties en ondernemingen’. Elk programma dat door een TKI wordt opgesteld en waarvoor een TKI op grond van de PPS-I programmasubsidie kan aanvragen, moet bijdragen aan een of meer van de in het programma genoemde KIA’s.

X Noot
2

Zie de vorige voetnoot.


X Noot
1

Het begrip ‘KIA’ is in artikel 3.2.1 van de RNES gedefinieerd als ‘meerjarige kennis- en innovatieagenda waarin de ambities en doelen binnen het veld van publiek-private samenwerkingen op een specifiek terrein zijn beschreven, en die het vertrekpunt vormt voor verdere uitwerking van onderzoeksprogrammering en innovatieontwikkeling met onder andere onderzoeksorganisaties en ondernemingen’. Elk programma dat door een TKI wordt opgesteld en waarvoor een TKI op grond van de PPS-I programmasubsidie kan aanvragen, moet bijdragen aan een of meer van de in het programma genoemde KIA’s.

X Noot
2

Zie de vorige voetnoot.

Naar boven