Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, van 3 juni 2026, nr. 7507372, houdende wijziging van de Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak in verband met indexering

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 9b van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 komt als volgt te luiden:

  • 1. Het bedrag van de algemene onkostenvergoeding voor het jaar 2025 wordt met 2,54% verhoogd en vastgesteld op het in de bij deze regeling behorende bijlage 1 genoemde bedrag.

  • 2. Het bedrag van de algemene onkostenvergoeding voor het jaar 2026 wordt met 3,16% verhoogd en vastgesteld op het in de bij deze regeling behorende bijlage 2 genoemde bedrag.

B

De bijlagen bij de regeling komen als volgt te luiden:

Bijlage 1 als bedoeld in artikel 3, eerste lid:

Functie

Totaal

Vakliteratuur

Kleine consumpties

Representatie

voorzitter Raad voor de rechtspraak

rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.309

€ 1.197

€ 178

€ 4.934

niet-rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.185

€ 1.197

€ 178

€ 4.810

voorzitter bestuur gerechtshof

voorzitter bestuur rechtbank

voorzitter bestuur Centrale Raad van Beroep

voorzitter bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 3.638

€ 1.197

€ 178

€ 2.263

lid bestuur gerechtshof

lid bestuur rechtbank

lid bestuur Centrale Raad van Beroep

lid bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 2.429

€ 1.197

€ 178

€ 1.054

C

Bijlage 2 als bedoeld in artikel 3, tweede lid:

Functie

Totaal

Vakliteratuur

Kleine

consumpties

Representatie

         

voorzitter Raad voor de rechtspraak

rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.509

€ 1.235

€ 184

€ 5.090

niet-rechterlijk lid Raad voor de rechtspraak

€ 6.381

€ 1.235

€ 184

€ 4.962

voorzitter bestuur gerechtshof

voorzitter bestuur rechtbank

voorzitter bestuur Centrale Raad van Beroep

voorzitter bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 3.753

€ 1.235

€ 184

€ 2.334

lid bestuur gerechtshof

lid bestuur rechtbank

lid bestuur Centrale Raad van Beroep

lid bestuur College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 2.506

€ 1.235

€ 184

€ 1.087

D

De bijlage 3 als bedoeld in artikel 3, derde lid, komt te vervallen.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:

  • a. Artikel I, onderdeel A, onder 1 en artikel I, onderdelen B en D, terugwerken tot en met 1 januari 2025;

  • b. Artikel I, onderdeel A, onder 2 en artikel I, onderdeel C, terugwerken tot en met 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juni 2026

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

TOELICHTING

Algemeen

De Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren, Regeling pikettoelage rechterlijke ambtenaren 2020, Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen, zondagen en feestdagen en de Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak hebben alle betrekking op tegemoetkomingen voor rechterlijke ambtenaren, waarvan de geïndexeerde bedragen jaarlijks in dezelfde circulaire bekend worden gemaakt. Deze regelingen worden daarom al enkele jaren gelijktijdig geïndexeerd.

De indexering van de bedragen in de Regeling pikettoelage rechterlijke ambtenaren 2020 en de Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen, zondagen en feestdagen is afhankelijk van de uitkomsten van de cao-onderhandelingen, specifiek van de daarin gemaakte loonafspraken. De praktijk leert dat er in de sector Rechterlijke Macht slechts bij uitzondering een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord tot stand komt voordat het nog lopende akkoord afloopt. Gecombineerd met het gegeven dat er veelal relatief kortlopende akkoorden worden gesloten en dat deze veelal op data gedurende een kalenderjaar ingaan dan wel aflopen, leidt dit ertoe dat het percentage waarmee de bedragen in de twee bovengenoemde regelingen dienen te worden geïndexeerd vaak pas berekend kan worden als de voorgeschreven datum van indexering, te weten 1 januari van het betreffende kalenderjaar, al is gepasseerd. Dit maakt het doorgaans niet mogelijk dat de nieuwe bedragen op 1 januari in werking treden, en het dus voorkomt dat er terugwerkende kracht aan deze regelingen verleend moet worden.

Op grond van artikel 9b van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak worden de in artikel 9 van dat besluit genoemde bedragen van de onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak jaarlijks per 1 januari geïndexeerd van jaar T op basis van de afgeleide consumentenprijsindex (CPI) over de periode van september jaar T min 2 tot en met september jaar T min 1, zoals deze volgt uit berekeningen van het CBS.

Artikel 1

Onderdeel A, onder 1

De bedragen, vermeld in de bijlage 1 bij deze regeling, zijn per 1 januari 2025 geïndexeerd met 2,54%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2023 tot en met september 2024.

Onderdeel A, onder 2

De bedragen, vermeld in de bijlage 2 bij deze regeling, zijn per 1 januari 2026 geïndexeerd met 3,16%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2024 tot en met september 2025.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt voor artikel 1, onderdeel A, onder 1, en onderdeel B terug tot en met 1 januari 2025 en voor artikel 1, onderdeel A, onder 2, en onderdeel C terug tot en met 1 januari 2026. Dit is voor onderdeel A onder 1 nodig teneinde de geïndexeerde bedragen voor het jaar 2025 nog toe te kunnen passen. Voor onderdeel A onder 2 is de terugwerkende kracht nodig teneinde de nieuwe geïndexeerde bedragen toe te passen voor het gehele jaar 2026. Dit is te rechtvaardigen omdat uit de regeling volgt dat de indexering jaarlijks per 1 januari plaatsvindt. De indexeringen van de vergoedingen zijn eerder bij circulaire bekendgemaakt. De indexering is louter begunstigend voor de rechterlijke ambtenaren.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

Naar boven