De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Gelet op artikel 6h, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
en artikel 1 van de Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen,
zondagen en feestdagen;
Besluit:
ARTIKEL I
De Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen, zondagen en feestdagen
wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2, eerste lid, wordt ‘het jaar 2024: € 36,06’ vervangen door ‘het jaar
2025: € 38,51’.
B
In artikel 2, eerste lid, wordt ‘het jaar 2025: € 38,51’ vervangen door ‘het jaar
2026: € 40,26’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:
-
a. Artikel I, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 januari 2025;
-
b. Artikel I, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 januari 2026.
’s-Gravenhage, 3 juni 2026
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
TOELICHTING
Algemeen
De Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren, Regeling pikettoelage
rechterlijke ambtenaren 2020, Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren,
zaterdagen, zondagen en feestdagen en de Regeling indexering onkostenvergoeding leden
gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak hebben alle betrekking op tegemoetkomingen
voor rechterlijke ambtenaren, waarvan de geïndexeerde bedragen jaarlijks in dezelfde
circulaire bekend worden gemaakt. Deze regelingen worden daarom al enkele jaren gelijktijdig
geïndexeerd.
De indexering van de bedragen in de Regeling pikettoelage rechterlijke ambtenaren
2020 en de Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen, zondagen
en feestdagen is afhankelijk van de uitkomsten van de cao-onderhandelingen, specifiek
van de daarin gemaakte loonafspraken. De praktijk leert dat er in de sector Rechterlijke
Macht slechts bij uitzondering een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord tot stand komt
voordat het nog lopende akkoord afloopt. Gecombineerd met het gegeven dat er veelal
relatief kortlopende akkoorden worden gesloten en dat deze veelal op data gedurende
een kalenderjaar ingaan dan wel aflopen, leidt dit ertoe dat het percentage waarmee
de bedragen in de twee bovengenoemde regelingen dienen te worden geïndexeerd vaak
pas berekend kan worden als de voorgeschreven datum van indexering, te weten 1 januari
van het betreffende kalenderjaar, al is gepasseerd. Dit maakt het doorgaans niet mogelijk
dat de nieuwe bedragen op 1 januari in werking treden, en het dus voorkomt dat er
terugwerkende kracht aan deze regelingen verleend moet worden.
Artikel 1
Ingevolge artikel 1 van de Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen,
zondagen en feestdagen (hierna: de regeling) wordt het normbedrag van de toeslag jaarlijks
geïndexeerd op basis van de in het voorgaande kalenderjaar gerealiseerde contractloonstijging
op jaarbasis in de sector Rechterlijke Macht.
Onderdeel A
De contractloonstijging in 2024 bedraagt 6,79%. Daarmee komt de hoogte van dit normbedrag
in 2025 op € 38,51.
Onderdeel B
De contractloonstijging in 2025 bedraagt 4,54%. Daarmee komt de hoogte van dit normbedrag
in 2026 op € 40,26.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt voor artikel 1, onderdeel A terug
tot en met 1 januari 2025 en voor artikel 1, onderdeel B terug tot en met 1 januari
2026. Dit is voor onderdeel A nodig teneinde de geïndexeerde bedragen voor het jaar
2025 nog toe te kunnen passen. Voor onderdeel B is de terugwerkende kracht nodig teneinde
de nieuwe geïndexeerde bedragen toe te passen voor het gehele jaar 2026. Dit is te
rechtvaardigen omdat uit de regeling volgt dat de indexering jaarlijks per 1 januari
plaatsvindt. De indexeringen van de toeslag zijn eerder bij circulaire bekendgemaakt.
De indexering is louter begunstigend voor de rechterlijke ambtenaren.
’s-Gravenhage, 3 juni 2026
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen