Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juni 2026, nr. MBO/63603808, houdende vaststelling van de subsidieplafonds voor het studiejaar 2025–2026 op grond van de Subsidieregeling praktijkleren en vaststelling van het maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats voor het studiejaar 2025–2026

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 14, eerste lid, en 15 van de Subsidieregeling praktijkleren;

Besluit:

ARTIKEL I

De subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren worden voor het studiejaar 2025–2026 als volgt vastgesteld voor Europees Nederland:

a. voor subsidies als bedoeld in artikel 4: € 259.317.000;

b. voor subsidies als bedoeld in artikel 6: € 22.000.000;

c. voor subsidies als bedoeld in artikel 8: € 2.200.000; en;

d. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 9a, 9c en 10 in totaal: € 1.000.000.

ARTIKEL II

Indien het voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstukken 36 915 VIII) niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, of ingevolge dat voorstel van wet onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de in artikel I bedoelde subsidieplafonds, worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren voor het studiejaar 2025–2026, in afwijking van artikel I, als volgt vastgesteld:

a. voor subsidies als bedoeld in artikel 4: € 231.281.000;

b. voor subsidies als bedoeld in artikel 6: € 19.600.000;

c. voor subsidies als bedoeld in artikel 8: € 2.000.000; en;

d. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 9a, 9c en 10 in totaal: € 900.000.

ARTIKEL III

De subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren worden voor het studiejaar 2025–2026 als volgt vastgesteld voor Bonaire:

a. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 4 en 10 in totaal: € 1.600.000.

ARTIKEL IV

Indien het voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstukken 36 915 VIII) niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, of ingevolge dat voorstel van wet onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de in artikel III bedoelde subsidieplafonds, worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren voor het studiejaar 2025–2026 voor Bonaire, in afwijking van artikel III, als volgt vastgesteld:

a. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 4 en 10 in totaal: € 1.400.000.

ARTIKEL V

De maximale subsidiebedragen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling praktijkleren, per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats worden voor het studiejaar 2025–2026 vastgesteld op € 2.800.

ARTIKEL VI

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

TOELICHTING

In dit besluit worden de subsidieplafonds van de Subsidieregeling praktijkleren (hierna: de subsidieregeling) voor het studiejaar 2025–2026 bekendgemaakt. Het betreft de subsidieplafonds voor Europees Nederland en Caribisch Nederland. Voor Europees Nederland betekent dit het volgende:

  • a. Het mbo, beroepsbegeleidende leerweg: € 259.317.000;

  • b. Het hbo techniek, gezondheidszorg, gedrag en maatschappij, en landbouw en natuurlijke omgeving: € 22.000.000;

  • c. Het wetenschappelijk onderwijs: € 2.200.000; en

  • d. Het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en vmbo basisberoepsgerichte leerweg: € 1.000.000.

Voor Bonaire wordt het subsidieplafond voor het studiejaar 2025–2026 vastgesteld op € 1.600.000. Dit subsidiebedrag wordt omgerekend in US-dollars tegen de jaarlijks vastgestelde wisselkoers. Over studiejaar 2025–2026 is de wisselkoers € 1 = $ 1,15. Voor het studiejaar 2025–2026 is de subsidieregeling alleen van toepassing op Bonaire. Het voornemen bestaat om vanaf studiejaar 2026–2027 hierna de subsidieregeling ook van toepassing te laten zijn op Sint Eustatius en Saba.

Met dit besluit wordt ook het maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijk- en werkleerplaats vastgesteld. Dit vastgestelde bedrag geldt voor zowel Europees Nederland als Bonaire.

Indien in enig jaar een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verstrekt, kan op grond van artikel 14, tweede lid, van de subsidieregeling het resterende bedrag naar verhouding van de budgetten gelijkelijk worden verdeeld over de overige budgetten.

De 1e suppletoire begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is nog niet aangenomen in het parlement. Daarom is een voorbehoud opgenomen dat, indien de 1e suppletoire begroting niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, in dat geval de subsidieplafonds worden vastgesteld op basis van de stand in de begroting 2026 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

Naar boven